Geen vergelijking mogelijk tussen islamofobie en antisemitisme [Ulrich W. Sahm]

Geen uitleg meer nodig…

De discussie over een vergelijking van islamofobie met antisemitisme, die professor Wolfgang Benz heeft veroorzaakt, verdient een controle van de oorsprong van deze begrippen. Volgens Wikipedia zou »islamophobia« al in 1925 in het Frans zijn gebruikt. De talrijke bronverwijzingen en voetnoten bij Wikipedia getuigen er echter van, dat alle schrijvers zich pas na 11-09-2001 met het thema hebben beziggehouden.

Caroline Fourest en Fiammetta Venner hebben in Tirs Croisés de geschiedenis van dit woord onderzocht. »Islamofobie« zou als strijdbegrip voor het eerst zijn opgedoken in Iran in 1979, na de revolutie van ayatollah Khomeini. Vrouwen werden islamofoob genoemd wanneer ze weigerden een hoofddoek te dragen. Hetzelfde werd ook Salman Rushdie verweten, die als moslim de islam bekritiseerde. »Islamofobie« betekende dus oorspronkelijk interne islamitische kritiek op de islam. Na de 11e september pakten islamitische organisaties in het Westen het woord op om kritiek op islamitische extremisten en terroristen tot zwijgen te brengen. Afschuw over terreurdaden van islamisten werd met racisme en laster van de islam en de koran gelijkgezet.

Andere begrippen zoals islamkritiek, islamvijandigheid of anti-islamisme hebben eenzelfde soort betekenis, zijn echter emotioneel niet beladen en niet met racisme belast, zoals »islamofobie«.

Kenners van de islam en bezonnen journalisten maken onderscheid tussen de religie van de islam, de meerderheid van de moslims en extremisten, »islamisten« of terroristen.

Hoewel dat niet altijd eenvoudig is, omdat zelfs »gematigde« moslims zoals de grootsjeik van Al Azahr in Cairo, sjeik Mohammed Sayed Tantawi, massamoorden op vijandige burgers, dus zelfmoordaanslagen in Israël en elders, nooit ten volle veroordelen. Bij gebrek aan openlijke kritiek van islamitische geestelijken ontstond de (verkeerde) indruk dat alle moslims achter de meest vreselijke, in naam van de islam gepleegde, misdaden van de nieuwe tijd in New York, Israël, Bagdad, Pakistan, Wenen, Rome, Londen en Madrid zouden staan.

holo05Uitbuiting van de Holocaust door islamisten tijdens anti-Israë manifestaties in heel Europa

»Antizionisten« gebruiken dezelfde methode. Ze verklaren voorstanders van het bestaansrecht van de staat Israël tot racisten, kolonialisten en nazi’s.

Het zionisme bestaat als beweging, ideologie en begrip pas sinds het einde van de 19e eeuw. De Joden verklaarden zich met het zionisme tot »natie« met zelfbeschikkingsrecht en recht op een eigen staat. Tot dan toe werden Joden in het christelijke Westen slechts als leden van een religie gezien, van het Mozaïsche geloof. Sinds de Verlichting waren ze naast Ariërs ook nog een »Semitisch ras«. De »zionisten« pasten het zelfbesef van de Joden aan de begrippenwereld van de moderne staten aan.

Het »antizionisme«, dus een ideologische beweging tegen de joodse nationale beweging, bestaat pas sinds het begin van de jaren-70, zoals de Franse professor in de linguïstiek, professor George-Elia Sarfati, ontdekte en bewees. In zijn boek »The Captive Nation« over de Joden in de Sovjet-Unie, beschreef hij hoe antizionisme een ideologie werd.

»Met het systematische gebruik van de uitdrukking antizionisme begon het ministerie van informatie van de Sovjet-Unie na de Zesdaagse Oorlog van 1967. Behalve in de pers van de Sovjet-Unie verscheen het begrip daarna vooral in de media van extreem links. In woordenboeken verscheen het woord pas in de jaren-70. De belangrijkste canonieke antizionismeteksten zijn in de eerste plaats van Sovjet-Russische herkomst.«

De vier belangrijkste negatieve eigenschappen van de westerse geschiedenis maken gebruik van vergelijkingen van het zionisme met de staat Israël: nazisme, racisme, kolonialisme en imperialisme. Sarfati:

»Voor de antizionistische propaganda hoeft men bijvoorbeeld alleen maar tegen het nazisme te zijn – en wie is dat niet? – om een antizionist te zijn. De taal van deze pseudovergelijkingen ondersteunt ieder vijandig initiatief tegenover het zionisme en maakt van hem een daad van vooruitgang en van humanisme.«

Het »antisemitisme« als begrip voor »Judeophobie« of Jodenhaat kon logischerwijze pas ontstaan, nadat met de Verlichting de mensen in »rassen« werden onderverdeeld. Omdat er geen »rassen« onder mensen bestonden, behielp men zich met de linguïstiek. Want er bestaan inderdaad taalfamilies. Zo werden de »Semieten« geschapen om de christelijk gemotiveerde Jodenhaat te kunnen voortzetten. Maar vanaf de Verlichting waren christelijke haatargumenten tegen Joden zoals »Godmoord« niet meer toepasbaar.

Dat er 150 jaar geleden geen enkele Jood Hebreeuws sprak, omdat het nieuw-Hebreeuws nog niet was uitgevonden, vormde voor de rassenideologen geen belemmering om alle Joden tot »Semieten« te verklaren. Het was ook irrelevant, dat veel volkeren blijkbaar veelvuldig van ras en daarmee ook van genen wisselden. Denk maar aan de Egyptenaren, die vroeger ooit faraonisch Egyptisch spraken, af en toe overstapten naar het Arische Grieks en tenslotte met de Arabische verovering Semieten werden.

Wie Jodendom, zionisme en islam haat, is antisemiet, antizionist of islamofoob. Kritiek op het christendom, op Duitsland of op de Palestijnse nationale beweging werden nog niet tot ideologie verheven. Daarom bestaat daarvoor ook nog niet de overeenkomende vaktaal.

Ulrich W. Sahm


bron-logoBron: Heplev-Abseits von Mainstream: Islamophobie van 23 januari 2010 door Ulrich W. Sahm, Jeruzalem vertaald uit het Duits door E.J. Bron en gepubliceerd als “De oorsprong van het woord »islamofobie«” op 29 november 2010 op de site van Artikel 7. Nu.

Advertenties