Obama, de VN-veiligheidsraad, moslims en Alinsky [Manfred Gerstenfeld]

obamaISRAEL

In de vele reacties op de beslissing van ex-president Obama dat de VS zich bij de anti-Israëlische resolutie 2334 van de VN-veiligheidsraad van stemming onthielden, werden twee belangrijkste aspecten van zijn houding nauwelijks genoemd. Het eerste betreft een belangrijke motivering voor de beslissing, de tweede zijn tactiek.

Het presidentschap van Obama werd de hele tijd door regelmatig witwassen van het uit delen van de islamitische wereld komende terrorisme gekenmerkt. Tijdens zijn eerste buitenlandse reis zei hij in 2009 in Caïro dat hij een relatie met de moslims in de hele wereld zou opbouwen, die “gebaseerd is op wederzijds belang en wederzijds respect.” Deze verklaring was te vaag geformuleerd dat iedereen destijds al begrepen zou hebben dat voor Obama wederzijds respect ook zou betekenen om weg te kijken bij het aan de islam gerelateerde terrorisme in delen van de islamitische wereld. Tijdens deze reis bezocht hij met Egypte en Saoedi-Arabië twee niet-democratische islamitische landen, maar niet Israël, de enige democratische staat in de regio en al heel lang bondgenoot van de VS.

Daniel Pipes zegt dat de naam Hussein als tweede voornaam uitsluitend aan moslims wordt gegeven. Pipes zegt ook dat Obama vier jaar lang in een volledig islamitisch milieu in Indonesië onder toezicht van zijn islamitisch-Indonesische stiefvader Lolo Soetoro leefde. Diegenen die hem in Indonesië kenden, beschouwden Obama als moslim. Als zodanig stond hij ook op de lagere school aangemeld. Hoewel hij zich later tot het christendom bekeerde, zijn er veel signalen van zijn weerzin om iets te doen tegen het ideologische geweld dat uit meerdere islamitische samenlevingen komt.

In 2011 trok Obama, na tientallen jaren van Amerikaans bondgenootschap, de steun aan de Egyptische president Hosni Mubarak in, waarmee hij de opkomst van de fanatieke Moslimbroederschap mogelijk maakte. De “Washington Times” beweerde in 2015 dat de politiek van de regering ter ondersteuning van de Moslimbroederschap voor hervormingen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika in een klassiek document met de titel “Presidential Study Directive-11” van de Nationale Veiligheidsraad werd omschreven. Een woordvoerster van de Nationale Veiligheidsraad van het Witte Huis wilde hierop geen commentaar geven. De Moslimbroederschap werd in 2014 door de regeringen van de Amerikaanse bondgenoten Saoedi-Arabië, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten tot terreurorganisatie verklaard.

Obama verbood de toepassing van de begrippen “Islam”, “jihad”, “radicaalislamitisch terrorisme” en “radicale islam” in Amerikaanse veiligheidsdocumenten. Hij de-islamiseerde zelfs de beweging “Islamitische Staat” met de woorden: “ISIL is niet islamitisch. Geen religie staat het doden van onschuldigen toe.” De beoordeling van datgene wat en hoe overeenkomt met de islam of niet zou door islamitische theologen bepaald moeten worden, niet door een christelijke Amerikaanse president.

Obama´s houding tegenover het Palestijnse terrorisme komt grotendeels overeen met zijn witwassen van ideologisch geweld, dat uit delen van de islamitische wereld komt. Hij sprak niet over het feit dat Hamas in 2006 bij de enige Palestijnse parlementsverkiezingen de meerderheid van de zetels behaalde. Deze partij werft in haar handvest voor de volkerenmoord op alle Joden. Het enige dat Obama in een interview met Jeffrey Goldberg in “The Atlantic” bereid was om te zeggen, was dat de Palestijnen “geen gemakkelijke partner” zijn. Zo praat deze democratische president over mensen die alleen maar afzien van volkerenmoord, omdat ze niet in staat zijn hun genocidale doel te bereiken.

Wat de tactiek van onthouding betreft: Obama was enkele jaren lang “Community Organizer” in Chicago. De organisatie waarvoor hij werkte, was het “Developing Community Project”, die door het denken van Saul Alinsky, een radicaal uit Chicago, werd beïnvloed. Diens beginsel was bijna zakelijk. Hij zocht de meest effectieve manier om de corrupte lokale regering, discriminerende ondernemingen en “Slum Lords” aan te vallen.

De actuele stemonthouding van de VS bij de stemming over Resolutie 2334 van de VN-veiligheidsraad past in Alinsky´s geesteshouding van minimale inspanning om de andere partij maximaal schade toe te voegen. Het onderscheid bestaat erin dat Alinsky zijn vaak extremistische methodes tegen corrupte instellingen en uitbuiters toepaste, Obama daarentegen tegen een democratische bondgenoot.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


bron-logoBron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel van Dr. Gerstenfeld op de site van Heplev-Abseits von Mainstream van 16 januari 2017

Advertisements