Jeruzalem al 50 jaar de ongedeelde hoofdstad van Israël en waarom dat zo zal blijven

jeruzalem-1919aJeruzalem in 1919, ongedeelde stad

Door het Westen en het Kwartet (=Rusland, Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de Europese Unie met haar 27 lidstaten), talloze pro-Palestijnse ngo’s en organisaties over de hele wereld, èn met op kop de Palestijnse Autoriteit geruggensteund door 1 miljard moslims in de Arabische wereld en in Iran, wordt aangedrongen op de oprichting van een Palestijnse staat naast Israël met ‘Oost-Jeruzalem’ als hun hoofdstad. Hierbij wordt telkens verwezen naar de “grenzen” van april 1949 [de zgn Groene Lijn] door Obama voor de gelegenheid omgedoopt tot “pre-1967 lijnen”.

Die Groene Lijn markeerde de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever nadat een in april 1949 een staakt-het-vuren werd bereikt op aandringen van de Verenigde Naties tussen Israël en de Arabische wereld. Op 29 november 1947 had het Arabisch Hogere Comité Resolutie 181 [het Verdeelplan van het Britse Mandaat Palestina in 2 staten: een Joodse en een Arabische] verworpen en een aantal Arabische landen openden een aanvalsoorlog… om die ongeveer een jaar later te verliezen.

De creatie door de VN van Jeruzalem als corpus separatum
In het oorspronkelijke Verdeelplan van de VN van november 1947 viel Jeruzalem buiten de grenzen van de toekomstige Joodse staat. Als deel van Resolutie 181 werd bepaald dat Jeruzalem een speciale status zou krijgen: “The city of Jerusalem shall be established as a corpus separatum under a special international régime and shall be administered by the United Nations.

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties adopteerde op 29 november 1947 Resolutie 181 (II) voor de verdeling van het Britse Mandaat Palestina in een Arabische en een Joodse staat met 33 stemmen tegen 13, en 10 onthoudingen, waarbij de Jeruzalem als corpus separatum onder het beheer van de Verenigde Naties zou komen.

De resolutie tekende uit hoe de grenzen van Jeruzalem er zouden uitzien: “shall include the present [1947] municipality of Jerusalem plus the surrounding villages and towns, the most eastern of which shall be Abu Dis; the most southern, Bethlehem; the most western, Ein Karem (including also the built-up area of Motsa); and the most northern, Shufat.

Het Joodse Agentschap aanvaardde het plan dat het omschreef als “een zware opoffering” maar verdedigde het als “de Joodse bijdrage aan de oplossing van een pijnlijk probleem”. Het Arabisch Hogere Comité – gedragen door Irak, Saoedi-Arabië en Syrië – verwierp het plan en riep in plaats van op tot een “eengemaakt onafhankelijk Palestina”.

Alhoewel het plan werd gesteund door de Verenigde Staten en de toenmalige Sovjet-Unie, werd het nooit uitgevoerd wegens achterhaald door de gebeurtenissen omdat de Arabische staten een aanvalsoorlog openden tegen de Joodse staat. Door hun aanvalsoorlog tegen Israël te verliezen verloren de Arabieren ook door hun geclaimd grondgebied en zagen hun door het VN-plan aanvankelijk toegewezen grondgebied aanzienlijk verkleinen. Bovendien werd de Gazastrook voor 19 jaar lang opgeslokt door Egypte en werd de Westelijke Jordaanoever illegaal geannexeerd door Jordanië. Die situatie zal pas in juni 1967 veranderen.

Echter, tot op heden [2010] beschouwen de 27 landen van de Europese Unie de legale status van Jeruzalem als zijnde nog steeds een corpus separatum. Op 1 maart 1999 zond Theodor Wallau, de Duitse ambassadeur in Israël, namens de Europese Unie een brief naar toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ariel Sharon, waarin hij de internationalisering van Jeruzalem bevestigde zoals die werd bepaald in Resolutie 181[II] van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties: “We reaffirm our stated position regarding the specific status of Jerusalem as a corpus separatum. This position is in accordance with international law. We have no intention of changing our custom regarding meetings in Jerusalem,” aldus Theodor Wallau.

Jeruzalem als corpus separatum, volgens het Verdeelplan van 1947 van de VN

Met andere woorden: wat het huidige standpunt betreft van de Europese Unie, moet Jeruzalem nog steeds onder het bestuur van de Verenigde Naties komen en is er bijgevolg ook geen sprake dat Jeruzalem – en ook niet eens ‘West-Jeruzalem’! – in de nabije toekomst ooit erkend zal worden als de hoofdstad van de Joodse staat Israël.

Overigens weigert ook de rest van het Kwartet tot op heden – met de Verenigde Staten op kop – Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël en zij hebben er dan ook geen ambassades maar hooguit consulaire ambtenaren die eerder ten dienste staan van de Palestijns-Arabische bewoners van de stad. Die ambassades bevinden zich nagenoeg allemaal in Tel Aviv. Dit maar gezegd voor diegenen die denken dat de VS alles kritiekloos goedkeurt en steunt wat Israël doet. Dat is dus helemaal niet het geval, integendeel. Meer op Positions on Jerusalem.

Maar dat zal Israël niet beletten om Jeruzalem te herenigen, de grenzen van haar hoofdstad te hertekenen en de stad verder te renoveren en uit te breiden zowel in westelijk als oostelijk Jeruzalem. Op 30 juli 1980 stemde de Knesset de Jeruzalem Wet goed waardoor Jeruzalem werd uitgeroepen als eengemaakte ondeelbare hoofdstad van Israël: “Jerusalem, complete and united, is the capital of Israel“.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties veroordeelde met Resolutie 478 deze Israëlische verklaring en trok prompt al haar ambassades terug uit Jeruzalem; alhoewel dat onder meer Bolivië en Paraguay hun ambassades behielden in Mevaseret Zion, een buitenwijk op ongeveer 10 km ten westen van Jeruzalem.

In de Verenigde Staten werden wel pogingen gedaan om Jeruzalem alsnog te erkennen als de hoofdstad van Israël. Zo bv op 23 oktober 1995 toen het Amerikaans Congres het advies goedkeurde, de zogeheten Jerusalem Embassy Act, waarin werd gezegd dat “Jerusalem should be recognized as the capital of the State of Israel; and the United States Embassy in Israel should be established in Jerusalem no later than May 31, 1999“.

Echter sinds 1995 wordt de uitvoering ongeveer om de zes maanden steeds opgeschoven in de tijd met telkens weer het zelfde excuus dat “[the] Administration remains committed to beginning the process of moving our embassy to Jerusalem“. De uitvoering van die wet is er nooit gekomen omwille van het weerwerk van de presidenten Bill Clinton en George Bush en een Congres dat niet de nodige fondsen wil vrijmaken voor de verhuis van de ambassade. Met een redelijk Israëlonvriendelijke Barack Obama aan het roer, verwacht Israël voorlopig geen wijziging in deze Amerikaanse houding ten aanzien van Jeruzalem.

De situatie in Jeruzalem tussen 1949 en 1967
Ter illustratie wat het concreet betekent ‘terug te gaan naar de grenzen van voor 1967’ is op onderstaande kaart te zien hoe tot 1967 de situatie in Jeruzalem was. Wat het eerst op de kaart opvalt is hoe de Groene Lijn [VN-wapenstilstandslijn van april 1949] Jeruzalem verticaal doormidden snijdt. Het antieke Jeruzalem uit de Oudheid, het kloppend Joodse hart van Jeruzalem met name de Oude Stad [Old City], viel in Jordaans-Arabische handen. Een grotere catastrofe voor de Joden was nauwelijks denkbaar. Net alsof Antwerpen het opeens zonder haar Grote Markt, Groenplaats, O.L.V.-kathedraal en ‘Boerentoren’ zou moeten stellen of Amsterdam het zonder haar befaamde grachten en oude stadscentrum tevreden moest zijn.

jeruzalem-divided

Maar dat was niet eens het einde van de ellende. Het eerste wat Jordanië deed was alle Joden uitdrijven uit zowel de Oude Stad als op de gehele Westelijke Jordaanoever dat geannexeerd werd. Geen enkele Jood mocht nog in Jordanië wonen. Ongeveer 1.500 Joodse bewoners van het Joodse Kwartier in de Oude Stad werden met geweld uitgedreven en enkele honderden werden gevangen genomen toen het Arabische Legioen op 28 mei 1948 het kwartier bezette.

Meer dan 40.000 Joden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, waarvan duizenden Joden generaties lang onder de Turks-Ottomaanse bezetter hadden gewoond en duizenden andere Joden al een eeuw in Jeruzalem woonden sinds de eerste migraties halverwege de 19de eeuw, moesten van de Jordaanse Arabieren onverbiddelijk opkrassen. In tegenstelling tot de Palestijns-Arabische vluchtelingen zullen deze Joodse vluchtelingen geen – en zullen ook NOOIT – hulp krijgen van de UNRWA, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

Ook de 850.000 Joodse vluchtelingen in de Arabische landen die na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1949 tot op heden hun Arabisch thuisland moesten ontvluchten, zullen nooit hulp krijgen van de United Nations Relief and Works Agency UNRWA. Zij verloren al hun bezittingen en een oppervlakte aan gronden die vele malen de huidige oppervlakte van Israël overtrof. Zij werden hiervoor nooit gecompenseerd en kregen hiervoor nooit financiële compensatie. Geen enkele VN-Resolutie werd ooit aan de Joodse naqba besteed. Sommigen van die Joodse gemeenschappen leefden meer dan 2.500 jaar in die Arabische landen en werden voorgoed ontworteld uit hun gemeenschap.

Op de kaart zijn rondom de Groene Lijn ook brede stroken Niemandsland [No Man’s Land] te zien, die soms meer dan 10 kilometer breed waren. Dat waren veiligheidszones gecreëerd door de Verenigde Naties om de strijdende partijen uit elkaar te houden. Aan die ‘frontlijn’ ging het soms hard aan toe. Tot 1967 zullen Arabisch-Jordaanse scherpschutters in gebouwen aan de oostelijke kant van de Groene Lijn postvatten en de Joodse inwoners in ‘West-Jeruzalem’ geregeld onder vuur nemen. Zo werden in juli 1954 negen Joodse inwoners gedood en 54 anderen gewond door Arabische sluipschutters.

Rechts boven op de kaart is een ‘enclave’ te merken, met name op de Scopusberg [Mount Scopus] met haar beroemde Hebreeuwse Universiteit (ingehuldigd in 1917) met haar bekende Bijbelse Zoo (gesticht in 1941 en in 1947 verhuisd naar de Scopusberg tot 1950), de Nationale Bibliotheek en het Hadassah Hospitaal (ingehuldigd in 1939). In het wapenstilstandsakkoord van april 1949 werd de Scopusberg een gedemilitarizeerde zone [DMZ] ‘zogezegd’ onder Israëlisch beheer. Over de status van de Scopusberg, de Joodse begraafplaats en de Joodse eigendommen in de Oude Stad en elders in ‘Oost-Jeruzalem’, zullen de volgende jaren nog harde maar uitzichtloze discussies worden gevoerd [lees verder].

'No-mansland' in de jaren vijftig. Huizen vervallen in het buffergebied. Hier in de Mamillabuurt, op de achtergrond de Jaffapoort. ‘No Man’s land’ (Niemandsland) in de jaren 1950. Huizen vervallen in het buffergebied. Hier in de Mamillabuurt, op de achtergrond de Jaffapoort

Op de kaart is ook te zien hoe de Scopusberg horizontaal doorsneden werd door Niemandsland met ten zuiden opnieuw een gedemilitarizeerde zone [DMZ], op papier onder beheer van de Verenigde Naties maar vanaf 1949 de facto onder Jordaans beheer, waar het Augusta Victoria Hospitaal zich bevindt. De Augusta Victoria Stiftung had op de Scopusberg tussen 1907 en 1910 tijdens het Ottomaanse Rijk voor de Duitse Protestantse gemeenschap haar gebouwen opgetrokken.

Na de verovering van ‘Palestina’ op de Turken (Ottomanen) werd op het einde van de Eerste Wereldoorlog het 2de verdiep van het hospitaal gebruikt door Winston Churchill als kantoor, waar de overgave in 1917 door de Ottomanen aan de Britse generaal Allenby werd getekend en van waaruit Churchill in 1921 Trans-Jordanië zal opsplitsen in het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië en het Britse Mandaat Palestina. Van 1920 tot 1927, fungeerde het Augusta Victoria Hospitaal als residentie van de Britse Hoge Commissaris van het Britse Mandaat Palestina.

Op het einde van de periode van het Britse Mandaat en de stichting van de staat Israël in 1948, installeerde het Internationale Rode Kruis, onder leiding van graaf Folke Bernadotte, in het Augusta Victoria Hospitaal een onderkomen voor de Palestijnse vluchtelingen die in 1948 gevlucht waren voor het oorlogsgeweld. Het Rode Kruis huurde het hospitaal van de [Duitse] Lutheraanse Wereldfederatie, die recent de eigendomsrechten van het hospitaal had verworven. In 1950 nam het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) de verantwoordelijkheid voor de Palestijnse vluchtelingen over en nam de Lutheraanse Wereldfederatie de taak van het AVH over van het Rode Kruis met de UNRWA als belangrijkste financier.

De status van de Joodse eigendommen in Oost-Jeruzalem
Vanaf het ogenblik dat de Arabieren het oostelijke deel van Jeruzalem innamen, begonnen zij met de vernietiging van Joodse wijken en huizen in het gebied. Alles Joodse sites werden tijdens de 19-jaar durende Jordaans-Arabische bezetting vernield, ontheiligd of geïsoleerd. Nadat de 1.500 Joden uit het Joodse Kwartier in de Oude Stad werden verdreven werd het hele kwartier vernield inbegrepen 68 synagogen, waaronder de beroemde Hurva synagoge, gedynamiteerd door Jordaanse soldaten.

Joodse begraafplaatsen werden onteerd evenals de begraafplaats in de Hof van Olijven en grafstenen werden stukgeslagen en gebruikt als constructiemateriaal. Al deze feiten vonden plaats onder het oog van de Verenigde Naties die nooit tussenbeide kwamen en nooit enige moeite troostte om Joodse – en andere – heiligdommen en bezittingen te beschermen. Lees op deze blog: De strijd om Jeruzalem: waar draait het conflict om de Tempelberg om? en Een goede reden waarom het herenigde Jeruzalem de hoofdstad van Israël is en dat zal blijven…

Overigens gaan de vernielingen door Palestijnen van Joodse heiligdommen op de Westelijke Jordaanoever nog steeds verder. Op 7 oktober 2000 vernielde een woedende Palestijnse menigte het Graf van Jozef in Nabloes en aan het begin van de Al Asqa Intifada werd de synagoge Shalom Al Israel in Jericho, die dateert uit de Byzantijnse periode, door Arabieren aangevallen, ontheiligd en in brand gezet. De Tora-rollen konden ternauwernood uit de brand gered worden. Dit maar om aan te tonen wat er zou gebeuren wanneer de Palestijnen ooit Oost-Jeruzalem opnieuw in handen zouden krijgen.

Terwijl al deze verwoestingen plaatsvonden, werd er onmiddellijk na het beëindigen van de vijandelijkheden in april 1949, vruchteloos onderhandeld met de Jordaanse autoriteiten om de Joodse bezittingen in Oost-Jeruzalem te beschermen. Op 13 december 1949 bereikten Israël en Jordanië een voorontwerp van vredesverdrag. Een echt vredesverdrag zal echter pas in 1994 worden ondertekend. In het document – dat overigens nooit werd geïmplementeerd – stond onder meer dat in het verdeelde Jeruzalem het Joodse Kwartier in de Oude Stad alsmede de Westelijke Muur (de Klaagmuur) zouden overgedragen worden in Israëlische handen en de toegang tot de Scopusberg gegarandeerd. Tussen 1949 en 1967 werd de stad tussen Israël en Jordanië op groteske wijze verdeeld door talloze muren, schuttingen en prikkeldraad. De contacten met de Israëlische enclave op de Scopusberg waren precair.

Prinses Mary straat in Jeruzalem, 19 jaar lang muren en prikkeldraad verdeelden de stad Princess Mary straat in ‘Bevingrad’ Jeruzalem, 19 mei 1948. Rechts het hoofdkantoor van de Britse politie – 19 jaar lang verdeelden muren en prikkeldraad de stad

De Israëlische gezanten Reuven Shiloah en Moshe Dayan onderhandelden vruchteloos met de Jordaanse minister Samir Rifai over Joodse heiligendommen en bezittingen. Toegang tot de Scopusberg werd beloofd. De status van Jeruzalem als corpus separatum werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties herbevestigd op 9 december 1949 met Resolutie 303, maar dat was zeer tegen de zin van Jordanië, dat bij herhaling liet verstaan dat het zich tegen de internationalisering van Jeruzalem keerde en tegen het statuut van corpus separatum.

Koning Abdullah ibn Hoessein bezocht in februari 1950 Jeruzalem en keek van op de Tempelberg [de Haram al-Sharif] over Jeruzalem en riep emotioneel uit: “This is Al Aksa mosque which has God blessed. The mosque is an Islamic legacy embodying the holiness and grandeur of Islam. Am I to surrender it, whilst it is a pledge binding my neck and a point I defended with the blood of my soldiers, to a foreign administration called internationalization? No – No – I shall not do so and if I did I should not be Abdullah ibn Hoessein.

Een gevoelige kwestie voor Israël was de kwestie van de Joodse complexen op de Scopusberg, thans een enclave op Jordaans gebied onder supervisie van de VN. In het wapenstilstandsverdrag van 3 april 1949 stond onder meer “resumption of the normal functioning of the cultural and humanitarian intitutions on Mount Scopus and free access thereto; free access to the holy places and… use of the cemetery on the Mount of Olives“. De interesse van Israël voor de Scopusberg was niet enkel sentimenteel. De Hebreeuwse Universiteit, de Nationale Bibliotheek en het Hadassah Hospitaal lagen hen nauw aan het hart om culturele en humanitaire redenen.

In november 1948 bereikten Moshe Dayan en Abdullah al-Tall een principieel akkoord over vrije toegang tot de Scopusberg onder VN toezicht. In de praktijk gebeurde er niets. In september 1949 stelde Moshe Dayan voor om met het IDF een doorgang te forceren naar de berg maar dat werd afgewezen door de regering. En zo regen de jaren van vruchteloos onderhandelen zich aan elkaar. In 1958 doodden Arabische sluipschutters vier Israëli’s en een VN-waarnemer op de Scopusberg.

In de jaren zestig had Israël blijkbaar de hoop opgegeven om de Scopusberg nog te bemannen. De Hebreeuwse Universiteit en het Hadassah Hospitaal werden uiteindelijk gesloten en stonden voor jaren te verkommeren. De boeken van de Nationale Bibliotheek werden langzaam weg gesmokkeld, gerestaureerd en ondergebracht in de nieuwe bibliotheek aan de Universitaire Campus in Givat Ram in West-Jeruzalem. Het Hadassah Hospitaal had er in West-Jeruzalem een broertje bijgekregen met name in Ein Kerem.

De Bijbelse Zoo werd in oktober 1950 opnieuw verhuisd omdat geen akkoord kon bereikt worden hoe de dieren moesten gevoederd worden en vond een nieuwe plaats in Givat Komuna, waar ze nog tot 1991 een geliefde plek was in Jeruzalem. De hoop op een herenigd Jeruzalem zou bijna 20 jaar in de diepvriezer liggen tot wanneer Moshe Dayan aan het hoofd van zijn troepen op 7 juni 1967 Oost-Jeruzalem veroverde. Wat niet door onderhandelen kon worden bereikt, werd manu militari afgedwongen.

Tot slot
In 1947 bestond de meerderheid van de bewoners Jeruzalem op dat ogenblik uit Joden. Naast 65.000 Arabische inwoners telde de hoofdstad 99.320 Joodse bewoners. In het Verdeelplan van 1947 [met name in het onderdeel mbt. het corpus separatum] werden de grenzen van Jeruzalem door de Verenigde Naties zodanig hertekend dat de Arabische bevolking opeens een nipte meerderheid vormden, namelijk 105.000 Arabieren tegenover 100.000 Joden. Na het einde van de Zesdaagse Oorlog van 1967 zullen de stadsgrenzen van Jeruzalem door Israël opnieuw gewijzigd en vastgelegd worden.

kaart van Jeruzalem anno 2008 – klik voor een vergroting

Binnen de huidige stadsgrenzen wonen thans 736.700 mensen waarvan 471.488 Israëlische Joden en 235.744 Palestijnse Arabieren [cijfers van 2007]. Ruim 250.000 Israëlische Joden wonen in de Israëlische hoofdstad in dat deel van Jeruzalem dat de Palestijnse Autoriteit tot op heden ‘Oost-Jeruzalem’ heten en wat zij claimen als de toekomstige hoofdstad van de nog op te richten Islamitische Republiek Palestina (als dat al ooit zover zou komen).

Dat ‘Oost-Jeruzalem’ van april 1949 bestaat op de grond niet meer. Wie het zal zoeken zal het niet meer vinden. Er bestaan wel Arabische wijken die ressorteren onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit met uiteraard het Arabisch Kwartier in de Oude Stad alsmede haar bekende Al-Aqsa moskee (een vroegere Byzantijnse kerk) en de Rotskoepel als 3de Heiligste plaats van de Islam die bovenop de ruïnes werd geplant waar voorheen de 2de Joodse Tempel stond.

Daarnaast bestaan er de Arabische wijken binnen Jeruzalem’s gemeentelijke grenzen met als meest gekende Beit Safafa, Sur Bahir, Jabel Mukaber, Sheikh Jarrah, Shu’afat, Abu Thor en Silwan waar alles samen zo’n 236.000 Palestijnse Arabieren leven. Jeruzalem is een multiculturele stad waar iedereen – ongeacht afkomst en religie – die vreedzaam naast de ander kan en wil leven, welkom is.

Het moet eindelijk voor iedereen zonneklaar worden dat ‘terug naar de grenzen van 1949′ weinig realistisch en dat niet enkel voor Joden en de Israëli’s maar voor vrede in het ganse Midden-Oosten. De situatie zoals ze bestond in Jeruzalem tot 1967 en wat dat concreet betekende voor haar Joodse bevolking en Joodse heiligdommen en bezittingen, maakt duidelijk waarom Israël NOOIT zal kunnen – noch willen – teruggaan naar de toestand van voor 1967 en waarom Israël Jeruzalem als haar ééngemaakte ondeelbare hoofdstad beschouwt.

Voor Israël is wat Jeruzalem betreft geen weg ‘terug’ mogelijk naar de wapenstilstandslijn van april 1949 (Groene Lijn), ook al mag de hele wereld daar op aan dringen. Bovendien kan ik me maar moeilijk voorstellen dat diegenen die terug naar de wapenstilstandsgrenzen van april 1949 willen gaan, tegelijk ook de Gazastrook terug aan Egypte willen geven en de Westelijke Jordaanoever terug aan Jordanië, zoals dat ook 19 jaar lang het geval was. Maar zover hebben ze natuurlijk niet nagedacht.

Al het overige blijft onderhandelbaar, mits vrede, stabiliteit en veiligheid gegarandeerd worden en de erkenning van de Joodse staat een feit zal zijn. Wie echter meent dat Israël de Oude Stad met de Klaagmuur en de Joodse begraafplaats èn de Scopusberg – allen gelegen in wat Arabieren en Europeanen tegen beter weten in nog steeds ‘Oost-Jeruzalem’ blijven heten – ooit terug onder het beheer van moslims, Palestijnen of Arabieren zal brengen, droomt en mist elke zin voor realiteit.

De internationalizering van Jeruzalem, wordt net zomin gewenst door Joden als door moslims, Palestijnen en Arabieren. Het wordt dan ook tijd dat de Europese Unie en de rest van het Kwartet haar agenda gaat updaten anno 21ste eeuw en afstapt van een Verdeelplan [Resolutie 181 en alle volgende] dat bijna 63 jaar geleden alleen maar tot meer conflicten, oorlog en verdeeldheid heeft geleid.

Zal de Klaagmuur (aka Kotel), gelegen in voormalig ‘Oost-Jeruzalem’, opnieuw onder het beheer komen van moslims en arabieren in een toekomstige Palestijnse staat ? I don’t think so…

door Brabosh.com

Antwerpen, 4 februari 2010


Bronnen:

Anders dan de aanklikbare verwijzingen zoals vermeld in het artikel: eigen bibliotheek onder meer boeken zoals Divided Jerusalem The Struggle for the Holy City van Bernard Wasserstein uit 2001; ISBN 186197333-0; The Routledge Atlas of Jerusalem van Martin Gilbert 4th Edition 2008; ISBN 0415 43344-4; en The Routledge Atlas of the Arab-Israeli Conflict door Martin Gilbert; 9th Edition 2008; ISBN 0415 46029-8: ISRAEL A History van Martin Gilbert; 60th Anniversary Edition 2008; ISBN 0978 055277428-4 (boeken van Martin Gilbert onder meer op: Bookstores.com)

Advertenties