Een Palestijnse nederlaag is goed voor iedereen [Daniel Pipes]

victoryNiets minder dan de overwinning:
Beslissende oorlogen en de lessen van de geschiedenis

van John David Lewis

De Israëlische premier Binyamin Netanyahu werd op 21 december gefotografeerd met een kopie in zijn hand van het boek Nothing Less than Victory: Decisive Wars and the Lessons of History (‘Niets minder dan de overwinning: Beslissende oorlogen en de lessen van de geschiedenis’) van John David Lewis; (Princeton University Press, 2010). In dat boek, kijkt Lewis naar zes case studies en stelt dat ze allemaal “het tij van de oorlog keerden wanneer de ene partij de nederlaag proefde en zijn wil om door te zetten het volkomen begaf, eerder dan verder te vechten.”

bibiPremier Netanyahu houdt het boek vast van John David Lewis’ “Nothing Less than Victory.”

Dat het denken van Netanyahu in deze richting gaat, is vooral bemoedigend te bedenken dat op een moment zoals dit en er weer vanalles roert, soennitische Arabische staten zich als nooit tevoren focussen op een niet-Israëlische dreiging (namelijk de Iraanse), Obama’s in de steek laten van Israël in de VN-Veiligheidsraad Raad en de opstandige politiek die doorheen het Westen klinkt.

Met andere woorden, de timing is precies goed om Lewis’ argumenten op de Palestijnen toe te passen. Eigenlijk voerde Israël met succes een strategie om voor het eerst in 45 jaren de smaak van de nederlaag aan zijn vijanden op te dringen, dus zou dit een terugkeer zijn naar oude beleidslijnen.

Die strategie begint met te erkennen dat, sinds de Balfour Verklaring van 1917, de Palestijnen en Israëliërs statische en tegenovergestelde doelen hebben nagestreefd. De Palestijnen hebben een beleid van rejectionisme (afwijzing) aangenomen met de bedoeling om elk spoor van Joodse aanwezigheid te elimineren in wat nu het grondgebied van Israël is. Verschillen tussen de Palestijnen hebben de neiging om tactisch te zijn: Praat met de Israëli’s om concessies af te dingen of vasthouden aan compleet rejectionisme? De Palestijnse Autoriteit vertegenwoordigt de eerste aanpak en Hamas de tweede.

Aan de Israëlische kant is bijna iedereen het eens over de noodzaak om de acceptatie te winnen van de Palestijnen (en andere Arabieren en moslims); verschillen zijn opnieuw tactisch. Toon de Palestijnen hoe zij kunnen baat kunnen vinden bij het Zionisme of breek anders de wil van de Palestijnen? Arbeid en Likoed blijven er onderling over twisten.

Deze twee na te volgen premises – rejectionisme en acceptatie – zijn in principe een eeuw onveranderd gebleven. Variërende ideologieën, doelstellingen, tactieken, strategieën en wisselende actoren houden in dat details moeten worden aangepast, zelfs als er fundamenteel niets aan veranderd werd. Oorlogen en verdragen komen en gaan, wat leidt tot slechts kleine verschuivingen.

Afschrikking, ’t is te zeggen, het overtuigen van de Palestijnen en de Arabische staten om het bestaan van Israël te aanvaarden door te dreigen met pijnlijke vergelding, ligt aan de basis van Israël’s formidabele staat van dienst in 1948-1993 van strategische visie en briljante tactieken.

Dat gezegd zijnde, heeft afschrikking de klus niet afgemaakt; terwijl de Israëliërs een modern, democratisch, welvarend en machtig land opbouwden, blijft het feit dat de Palestijnen, Arabieren, moslims en (in toenemende mate) de politieke linkerzijde deze nog steeds verwierpen en werd het een bron van toenemende frustratie. Israël’s ongeduldige, steeds bezige bevolking is in toenemende mate de trage en passieve aspecten van afschrikking beu geworden.

Dat ongeduld leidde tot het diplomatieke proces dat culmineerde met de bevestigende handdruk van de ondertekening van de Oslo-akkoorden op het gazon voor het Witte Huis in september 1993. Echter, die akkoorden stelden beide zijden snel teleur.

Het liep dermate verkeerd, deels omdat Yasser Arafat, Mahmoud Abbas en de rest van de leiding van de Palestijnse Autoriteit, deden alsof zij het rejectionisme hadden verlaten en het bestaan van Israël accepteerden, maar in werkelijkheid zochten naar de eliminatie van Israël op nieuwe, meer geavanceerde manieren, ter vervanging van de kracht van delegitimisering.

Voor een deel ook omdat de Israëli’s een grote fout maakten, omdat zij op het Oslo-proces waren ingegaan uitgaande van de foute veronderstelling dat de oorlog door middel van goodwill en compromissen kon worden beëindigd. Sterker nog, de Israëlische concessies verergerden nog de Palestijnse vijandigheid.

De Oslo oefening toonde de futiliteit aan van de Israëlische concessies aan de Palestijnen toen zij niet voldeden aan hun verplichtingen. Door de Israëlische zwakte te signaleren, maakte Oslo een slechte situatie nog erger. Wat conventioneel het ‘vredesproces’ wordt genoemd, zou beter en meer nauwkeuriger het “oorlogsproces” worden geheten.

Dit brengt ons bij mijn kernbegrippen, overwinning en nederlaag. Overwinning betekent succesvol zijn wil opleggen aan de vijand, hem door zijn verlies te dwingen om zijn oorlogsambities op te geven. Oorlogen eindigen, zoals de geschiedenis aantoont, niet door goede wil, maar door middel van een nederlaag. Wie niet wint, die verliest.

Denkers en soldaten door de eeuwen heen zijn het eens over het belang van de overwinning als het uiteindelijke doel van oorlogvoering. Zo bijvoorbeeld schreef Aristoteles dat “de overwinning het einde is van het generaalschap” en Dwight D. Eisenhower verklaarde dat “In de oorlog geen substituut bestaat voor de overwinning.” Technologische vooruitgang heeft deze duurzame menselijke waarheid niet kunnen veranderen.

Israël heeft maar één optie om de Palestijnse acceptatie te winnen: een terugkeer naar zijn oude beleid van afschrikking, het straffen van de Palestijnen als ze aggressief worden. Afschrikking draagt meer bij dan taaie tactiek die elke Israëlische regering nastreeft; het vereist eern systemisch beleid om de Palestijnen aan te moedigen om Israël te accepteren en het rejectionisme te ontmoedigen. Het vereist een lange termijn strategie die de wil breekt en een verandering in het hart aanmoedigt.

Het doel is hier niet om de Palestijnse liefde voor Zion te winnen, maar het neerhalen van de staat van oorlog; het voorgoed sluiten van de zelfmoordfabrieken, het verwijderen van de demonisering van Joden en Israël, de Joodse banden met Jeruzalem erkennen en het “normaliseren” van de relaties met de Israëli’s. De Palestijnse acceptatie van Israël zal worden bereikt wanneer over een langere periode en met volledige consistentie, het geweld eindigt en vervangen wordt door scherp geformuleerde démarches en brieven aan de opstellers ervan.

Ironisch genoeg, bevrijdt een Israëlische overwinning de Palestijnen door hen te dwingen om in het reine te komen met hun irredentistische fantasieën en de lege retoriek van de revolutie. Een nederlaag bevrijdt hen ook om aldus hun eigen leven te verbeteren. Bevrijd van een genocidale obsessie tegen Israël, kunnen de Palestijnen weer normale mensen worden en hun staatsbestel, de economie, de samenleving en cultuur ontwikkelen. Dat gezegd zijnde zal deze verandering noch gemakkelijk noch snel verlopen: de Palestijnen zullen door de bittere beproeving van de nederlaag moeten passeren, met al zijn ontbering, vernietiging en wanhoop. Er is geen binnenweg.

Voor Washington betekent behulpzaam zijn, Israël steunen in het nemen van moeilijke stappen. Het betekent dat diplomatieke steun aan Israël, het ongedaan maken van de ‘Palestijnse vluchtelingen’ farce en de eis om Jeruzalem tot hoofdstad van ‘Palestina’ te maken, te verwerpen.

Israëlisch-Palestijnse diplomatie is voorbarig, totdat de Palestijnen de Joodse staat accepteren. Het centrale thema van de Oslo-akkoorden kan niet met succes worden besproken zolang één partij nog steeds de andere afwijst. Maar de onderhandelingen kunnen heropend worden en de Oslo kwesties opnieuw ter hand worden genomen als en wanneer de Palestijnen de Joodse staat accepteren. Dat vooruitzicht ligt echter in de verre toekomst. Nu geldt: Israël moet [de oorlog] winnen.

door Daniel Pipes


Bron: in een vertaling door Brabosh.com van een artikel van 28 december 2016 van Daniel Pipes, de directeur van het Midden-Oosten Instituut.

Advertisements