Ook Joden kunnen antisemieten zijn! [Manfred Gerstenfeld]

as-a-jew4

Gilad Atzmon, het schoolvoorbeeld van een joodse antisemiet, is niet alleen. In een wereldwijde antisemitismewedstrijd voor Joden zou Groot-Brittannië vermoedelijk vertegenwoordigd worden door Gilad Atzmon. De door deze musicus, een Israëli, die zegt dat hij zijn paspoort zou hebben verscheurd, gepubliceerde belasteringen zijn dusdanig heftig dat zelfs de Palestijnse internetsite “Electronic Intifada” zich van zijn antisemitisme heeft gedistantieerd.

De analyse van zijn uitlatingen kan zodoende als modelvoorbeeld voor identieke beoordelingen van bedrieglijke belasteringen door joodse antisemieten dienen.

De antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) is een toepasselijk middel om de publicaties van deze seriële lasteraar van Israël en de joden te analyseren. De definitie benodigde de instemming van haar 31 lidstaten – waaronder Groot-Brittannië.

Een typische 'As-a-Jew'
Een typische ‘As-a-Jew’

Volgens de IHRA-definitie is het antisemitisch om “de Joden als volk of Israël als staat te beschuldigen van het bedenken of het overdrijven van de Holocaust”. De definitie zegt eveneens dat het antisemitisch is om “moderne Israëlische politiek gelijk te zetten met die van de nazi´s”. Atzmon bespot de Holocaust en zijn overlevenden in een artikel met de titel “After all, I am a proper Zionist Jew . . . I am a Holocaust Survivor”, waarin hij schrijft: “Ja, ik ben een overlevende, want het is me gelukt om al die gruwelijke berichten van de Holocaust te overleven.”

Hij voegt er aan toe: “Ik ben bovendien volledig tegen Holocaustontkenning. Ik haat diegenen die de volkerenmoord betwisten, die in naam van de Holocaust plaatsvindt. Palestina is daar een voorbeeld van…”

Atzmon richt zijn aanvallen ook vaak tegen zogenaamde joodse “progressieven”. Daartoe behoort joods antizionistisch links. Hij valt bijvoorbeeld de Amerikaan Max Blumenthal (scroll down) aan, die Israël herhaaldelijk gelijkstelde aan de nazi´s. In een artikel met de titel “Goyim must obey” (“Niet-Joden moeten gehoorzamen”) beschuldigde Atzmon de joodse antizionisten ervan dat zij niet-Joden en zelfs Palestijnen vertellen wat ze mogen en naar wie ze wel of niet mogen luisteren – net zoals het eigenlijk de wereld controlerende uitverkoren volk dat doet.

Hij voegt er aan toe: “Wellicht moet tegen niet-Joden in alle leeftijden en geledingen gezegd worden wat zij ´moeten´ doen: dat maakt gewoon deel uit van het uitverkoren zijn – (Ik ben niet meer uitverkoren, dus kan ik dat niet zeggen).” Dat garandeert dat niemand Atzmon´s antisemitisme “in de aanname dat antizionisme geen antisemitisme is” met legitieme kritiek kan verwisselen.

Atzmon´s opvattingen zijn klassiek antisemitisme in overeenstemming met de “Protocollen van de wijzen van Sion”, die hij als waar en juist verdedigt.

Atzmon valt zelfs Joden aan, die zich volledig van het Jodendom en het Zionisme distantiëren. Eentje van hen is Shlomo Sand – een Israëlisch historicus en zelfbenoemde voormalige Jood, die “The Invention of the Jewish People” schreef. Een ander is Avigail Abarbanel – een voormalige Israëlische, die tegenwoordig als pro-Palestijnse activiste en schrijfster voor de anti-Israëlische website “Mondoweiss” werkzaam is; daarnaast is zij psychotherapeute in Australië. Volgens Atzmon zijn zij nog altijd geïnfecteerd door “koosjer binair denken”, nog steeds verbonden aan het joodse stammensysteem en bezeten van de Holocaust.

Hij beweert ook dat Abarbanel het afwijst voldoende zelf-waarnemend te zijn om “in de spiegel te kijken en te identificeren wat het is aan de Joden dat het zoveel vijandigheden op zoveel verschillende momenten en op zoveel verschillende plaatsen oproept… iets wat Bernard Lazare, een voormalige Zionist, wel degelijk deed…” Lazare, die meer dan honderd jaar geleden stierf, gaf in zijn analyse van het antisemitisme vele zelfhatende commentaren.

De IHRA-definitie zegt: “Onware, ontmenselijkende, demoniserende of stereotype beschuldigingen tegen Joden als zodanig of de macht van de Joden als collectief te verheffen –vooral, echter niet uitsluitend, de mythe van een joodse wereld-samenzwering of dat Joden de media, de economie, de regering of sociale instellingen controleren – is een voorbeeld van antisemitisme.”

Uitlatingen van Atzmon vallen in deze categorie van de IHRA-definitie wanneer hij vraagt: “Waarom hebben de Joden, een volk dat van zijn eigen veleden bezeten is, zoveel angst voor andere volkeren, bijvoorbeeld ´blanke´ mensen, die met betrekking tot hun eigen verleden weemoedig zijn?” Hij beantwoordt zijn eigen vraag als volgt: “De progressieve Jood begrijpt dat de arbeidersklasse verlangend kijkt naar een samenleving hoe zij was voordat Jeruzalem domineerde; dat wil zeggen naar een tijd voordat de Amerikaanse politiek door types zoals Saban, Soros, Goldman Sachs en andere globale kapitalisten werd gecontroleerd, die van productie, ambacht en landbouw waren afgeschermd.”

Joodse samenzwering en joodse macht zijn een verbindend element van de leugenachtige laster van Atzmon. Hij schrijft: “Joodse macht is de macht om kritiek op de joodse macht tot zwijgen te brengen”, en hij zegt verder: “Voor mensen, die in de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk wonen, is joodse macht het medium via welke onze politiek plaatsvindt.”

In een artikel over George Soros, een extreem antizionistische Amerikaanse criticus van Israël, die hij constant “de joodse miljardair” en “de joodse oligarch” noemt, schrijft Atzmon: “Soros´s E-mail geeft er uitsluitsel over wie in het Westen in werkelijkheid de toon aangeeft. Dat zijn duidelijk niet onze zogenaamd ´democratisch gekozen´ politici. In plaats daarvan is het “een klein kader van oligarchen, mensen zoals Soros en Goldman Sachs.” Het etnisch erfgoed van deze “oligarchen” maakt daar onuitgesproken deel van uit.

Atzmon´s artikel “For Goy Hatred on Speed Subscribe to the forward” staat vol met deze samenzweringstheorieën, inclusief die dat “Wilhelm Reich, Marcuse en de culturele marxisten gebruik maakten van hun geseksualiseerde interpretatie van het ´socialisme´ om het Westen te verzwakken en de eenheid van de arbeidersbeweging onherstelbaar te vernietigen.” In hetzelfde artikel maakt Atzmon bovendien het bolsjewisme, het cultureel marxisme, zionistische conservatieven en het zionisme voor “joodse ideologieën en politieke methodes” verantwoordelijk, die geleid hebben tot een “eeuw van de wereldwijde catastrofes”.

In de IHRA-definitie staat: “Joden als volk te beschuldigen om verantwoordelijk te zijn voor de reële of ingebeelde misdaden die een individuele joodse persoon beging, of zelfs voor daden die door niet-Joden worden gepleegd, is antisemitisch.” Atzmon schrijft: “als we het toch over verontschuldigingen hebben, dan moet de Board of Deputies [het bestuur van de overkoepelende joodse organisatie in Groot-Brittannië] zich nog steeds voor Lord Janner verontschuldigen, die zogenaamd Britse wezen heeft verkracht toen hij haar president was en daarom min of meer de Britse joden representeerde.”

Een ander voorbeeld voor antisemitisme volgens de IHRA-definitie is de beschuldiging van joodse burgers dat ze loyaler zouden zijn tegenover Israël dan tegenover hun eigen natie. Atzmon schrijft: “De zogenaamde ´antisemieten´  – diegenen die Joden haten omdat zij Joden zijn – spraken van Joden als kameleons. Ze konden gewoon de ontbrekende integriteit in het hart van de joodse politiek niet begrijpen. Ze konden niet begrijpen hoe Joden zo snel van bondgenoot kunnen wisselen.”

Dit artikel draagt de naam “Is Bibi a Lizard?”, wat duidelijk betrekking heeft op de gebruikelijke samenzweringstheorie van reptielen die de wereld controleren, zoals die door David Icke naar voren wordt gebracht. Atzmon´s artikel gaat over deze Britse voetballer en sportverslaggever, die veranderde in een schrijver, publiek spreker en samenzweringstheoreticus.

Waarom zou er aandacht besteed moeten worden aan Atzmon, die hoofdzakelijk op zijn website publiceert? Daarvoor bestaan meerdere redenen. Eentje daarvan is dat in een gedeeltelijk antisemitisch klimaat zelfs een randfiguur kan helpen bij het stimuleren van het opstoken tegen Joden en Israël. In het Verenigd Koninkrijk is volgens een onderzoek van de Universiteit Bielefeld uit 2001 42% van de volwassen bevolking het eens met de krankzinnige uitspraak dat Israël een vernietigingsoorlog tegen de Palestijnen voert.

Atzmon heeft in Brits links enige invloed gewonnen, o.a. bij de Socialistische Arbeiderspartij en Indymedia. Een van zijn artikelen werd verspreid door de extreem anti-Israëlische barones Tonge. Over Atzmon zijn artikelen verschenen in “The Atlantic” en in “The Guardian”. Zijn boek “The Wandering Who” werd door de antizionistische John Mearsheimer, R. Wendell Harrison, Distinguished Service Professor in de politieke wetenschappen aan de Universiteit van Chicago en met Stephen Walt uit Harvard coauteur van “De Israël-Lobby” begroet.

Vaak is het onzinnige argument te horen dat joden geen antisemieten kunnen zijn. Bovendien bezit Atzmon om welke reden dan ook een aura van legitimiteit, omdat hij Jood en ex-Israëli is, die ooit in de IDF diende en deze tegenwoordig bekritiseert. Het geval Atzmon, een grote joods-antisemitische hetzer, is niet het enige. Eentje van velen is de al genoemde Max Blumenthal. Hij is de zoon van Sydney Blumenthal, een belangrijk adviseur van Hillary Clinton, van wie men weet dat hij artikelen van zijn de Holocaust omdraaiende zoon doorgaf aan de verslagen presidentskandidate.

In Nederland overleed in 2014 de voormalige joodse, antisemitische hetzer Hajo Meyer. Hij ging zelfs naar Duitsland om op een school in Gütersloh – die van de Holocaust herdenking-stichting subsidie kreeg – te spreken; tegen de scholieren daar zei hij dat Israël een nazi-staat is. Atzmon schijnt hem nog niet ontdekt te hebben.

door Dr. Manfred Gerstenfeld en Leah Hagelberg


bron-logoBron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel van Dr. Gerstenfeld op de site van Heplev-Abseits von Mainstream van 5 december 2016

Advertenties