Waarom Israël niet wil dat al de Palestijnse ‘vluchtelingen’ terugkeren

11Jun1967-JerusalemJeruzalem, 11 juni 1967. Israëlische soldaten hebben de Tempelberg in Jeruzalem heroverd op het Jordaanse leger nadat 19 jaar lang hen verboden was om de Joodse heiligdommen in oud-Jeruzalem te betreden. Oud-Jeruzalem werd wat later geannexeerd en herenigd. Echter het beheer van de islamitische heiligdommen op de Tempelberg werd in handen van Jordanië gelaten bij wijze van compromis.

Als gevolg van de Zesdaagse Oorlog werden vele Palestijnen in de veroverde gebieden ontheemd, t.t.z. ze moesten hun huizen verlaten en verhuizen naar een andere plaats in hetzelfde land. Deze “ontheemden” vormden het onderwerp van Resolutie 237 van 14 juni 1967, die…:

“de regering van Israël oproept om de veiligheid, welvaart  en zekerheid van de bewoners van de gebieden waar militaire operaties hhebben plaatsgevonden te garanderen en de terugkeer te vergemakkelijken van die inwoners die sinds het uitbreken van de vijandelijkheden gevlucht zijn uit die gebieden.”

[Origineel: “Calls upon the Goverment of Israel to ensure the safety, welfare and security of the inhabitants of the areas where military operations have taken place and to facilitate the return of those inhabitants who have fled the areas since the outbreak of the hostilities“].

Deze resolutie spreekt niet van een ‘recht’ op terugkeer, maar Israël heeft met hun terugkeer ingestemd tijdens verschillende overeenkomsten die werden gebundeld in de Israëlische houding tijdens vredesonderhandelingen. In een bepaald Israëlisch document dat de titel draagt ‘Principles Guiding Israel’s Policy in the Aftermath of the June 1967 War’ heeft de toenmalige minister-president Levi Eshkol (1859-1969) slechts een maand na het conflict verklaard dat “Israël volledig zal meewerken aan de oplossing van het vluchtelingen probleem… binnen het kader van een internationaal en regionaal plan.” In 1949 en 1967 heeft Israël aan 100.000 gezinnen, die tijdens de oorlog werden gescheiden, aangeboden om terug te keren en/of te repatriëren (in 1949). Eveneens na de Zesdaagse Oorlog werden meer dan 9.000 Palestijnse families in 1967 herenigd en werd uiteindelijk aan 60.000 Palestijnen toegestaan om terug te keren. [bron]

Ook heeft het de banktegoeden opnieuw vrijgemaakt van rekeningen van vluchtelingen bij Israëlische banken en compensatie betaald voor achtergelaten gronden en eigendommen. Israël is blijven doorgaan om de Palestijnse Autoriteit compromissen aan te bieden maar die werden allen door de PA verworpen. Israël’s positie is dat, alhoewel zij niet het vluchtelingenprobleem heeft gecreëerd, het land bereid is om haar bijdrage te leveren om het probleem te helpen oplossen, alhoewel het in feite de verantwoordelijkheid is van de Arabische wereld om de Arabische vluchtelingen op te vangen [zie ook: Who is responsible for the Palestinian refugee problem?]

Dit is overigens dezelfde Arabische wereld die honderdduizenden Joden heeft gedeporteerd zonder hoop van repatriëring of herstel en die enkel door Israël werden geabsorbeerd. Dit punt werd goed verwoord door de Arabisch Amerikaanse journalist en auteur Joseph Farah, die hierover zei:

“Er waren ongeveer 100 miljoen vluchtelingen in de wereld na de Tweede Wereldoorlog. De Palestijns-Arabische groep is de enige in de wereld die niet geabsorbeerd of geïntegreerd werd in de landen van hun eigen volk. Sindsdien werden miljoenen Joodse vluchtelingen van over de hele wereld geabsorbeerd door het kleine Israël. Het heeft geen zin om te verwachten dat diezelfde kleine Joodse staat een vluchtelingenprobleem zal oplossen dat zij niet heeft gecreëerd.”

In tegenstelling tot de Palestijnen, die compensatie hebben ontvangen van Israël, werden Joodse vluchtelingen nooit gecompenseerd door de Arabische staten, noch werden er ooit VN-organisaties opgericht om de Joodse vluchtelingen te helpen.

Joodse leiders hebben in feite geprobeerd om het vluchtelingenprobleem te voorkomen door bij de Arabieren op aan te dringen in Palestina te blijven en burgers te worden van Israël op het ogenblik dat de stemming voor het Verdeelplan in de Verenigde Naties werd gehouden. De Algemene Vergadering van de Palestijnse Joden deed bij monde van David Ben-Goerion op 2 oktober 1947 de volgende oproep aan de Arabische gemeenschap:

“We zullen alles doen wat in onze macht ligt om de vrede te handhaven en een vruchtbare samenwerking na te streven voor [Joden als Arabieren]. Het is nu, hier en nu, dat vanuit Jeruzalem zelf een oproep moet gaan naar de Arabische landen alle krachten te bundelen samen met de Joden en de met voor de Joden bestemde staat en schouder aan schouder te werken aan de vrede en vooruitgang als soevereine gelijken.”

[orig. “We will do everything in our power to maintain peace, and establish a Cupertino gainful to both. It is now, here and now, from Jerusalem itself, that a call must go out to the Arab nations to join forces with Jewry and the destined Jewish State and work shoulder to shoulder for our common good, for the peace and progress of sovereign equals.”]

Bovendien, stuurde David Ben-Goerion Golda Meir naar Haifa om te proberen de Arabieren ervan te overtuigen om te blijven, maar ze was niet in staat om hen te overtuigen omdat ze vreesden dat ze zouden worden veroordeeld als verraders van de Arabische zaak. Israël heeft herhaaldelijk het Israëlisch burgerschap aangeboden met al zijn voordelen (met inbegrip van gratis onderwijs en de mogelijkheid om openbare ambten te bekleden) aan de Palestijnen die bereid zou zijn te leven binnen de staat Israël.

Tijdens de vredesonderhandelingen in Oslo heeft Israël verder onderhandeld met de Palestijnse Autoriteit over dit onderwerp, en bood de terugkeer aan van een beperkt aantal Palestijnen die voldeden aan de criteria van vluchteling. Echter, de Palestijnse Autoriteit en de UNRWA een nieuwe definitie ontwikkeld van het statuut van vluchteling als “een persoon van wie de gewone verblijfplaats minstens twee jaar in Palestina onmiddellijk voorafgaand aan het uitbreken van het conflict in 1948 en die, als gevolg van dat conflict, zowel zijn woning als zijn middelen van bestaan had verloren….”

Deze definitie breidde de vluchtelingenstatus uit naar alle Palestijnse nakomelingen die leven als ingezetenen in andere landen (en niet enkel diegenen in vluchtelingenkampen) en hen recht van terugkeer verleenden. Met deze definitie worden thans ongeveer vijf miljoen buitenlandse Palestijnen nu geteld als “vluchtelingen.” Met minder dan zes miljoen Joden in de huidige staat Israël, is het gemakkelijk te begrijpen waarom de Israëli’s zo bezorgd zijn over het accepteren van deze uitgebreide omschrijving en de toekenning van open immigratie rechten aan allen die geloven dat ze van Palestijnse origine zijn. Het zou demografische zelfmoord zijn voor zo een klein land zowel als fysieke zelfmoord, omdat de Palestijnen gemakkelijk de Joden zouden kunnen overrompelen als ze gehoor zouden willen geven aan de oproep van de omringende Arabische landen om Israël binnen te vallen.

Deze bedreiging aan het adres van Israël werd nog versterkt door de sommige woorden die Yasser Arafat een paar jaar geleden uitsprak. In een verklaring tijdens een gesloten bijeenkomst van Arabische ambassadeurs in Stockholm, waar Arafat op 30 januari 1996 te gast was om een prijs voor de vrede in ontvangst te nemen, verklaarde Arafat het echte doel voor zijn eis van recht op terugkeer:

“Binnen vijf jaar zullen we zes tot zeven miljoen Arabieren hebben die wonen op de Westelijke Jordaanoever en in Jeruzalem. Alle Palestijnse Arabieren zullen door ons worden verwelkomd. Als de Joden allerlei Ethiopiërs, Russen, Oesbekistanen en zelfs Oekraïeners als Joden mogen importeren, kunnen wij alle soorten Arabieren importeren. We plannen de eliminatie van de staat Israël en de oprichting van een Palestijnse staat. We zullen het leven voor de Joden ondraaglijk maken door psychologische oorlogvoering en door een bevolkingsexplosie. Joden willen niet wonen tussen Arabieren …. Zij zullen zich ontdoen van hun woningen en naar de Verenigde Staten vertrekken. Wij, de Palestijnen, zullen alles overnemen, inclusief geheel Jeruzalem.”

[orig.: “Within five years, we will have six to seven million Arabs living on the West Bank and in Jerusalem. All Palestinian Arabs will be welcomed by us. If the Jews can import all kinds of Ethiopians, Russians, Uzbeks and Ukranians as Jews, we can import all kinds of Arabs to us. We plan to eliminate the State of Israel and establish a Palestinian state. We will make life unbearable for Jews by psychological warfare and population explosion. Jews will not want to live among Arabs …. They will give up their dwellings and leave for the United States. We Palestinians will take over everything, including all of Jerusalem.“]

Ehud Barak, de voormalige Israëlische premier verwierp het Palestijnse recht op terugkeer en vatte het als volgt kort en krachtig samen:

“Dit [Palestijnse recht op terugkeer] is een eufemisme voor de vernietiging van Israël en geen enkele [Israëlische] regering zal dit ooit accepteren. Er is een slechts dunne lijn tussen een berekend risico en het bezwijken voor de terreur.”

Die verklaring van Arafat was niets nieuws. Een soortgelijk standpunt werd gemeld op het moment van de oorspronkelijke Arabische uittocht:

“Het is algemeen bekend en begrepen dat de Arabieren, door de eis van de terugkeer van de vluchtelingen naar Palestina, hun terugkeer begrijpen als heersers van het thuisland en niet als slaven. Met grote duidelijkheid bedoelen zij hiermee de liquidatie van de staat Israël.”

Deze retoriek in aanmerking genomen alsmede de voortdurende Intifada tegen Israël, werd met Resolutie 194 door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties erkend dat van Israël niet kan worden verwacht dat zij een vijandige bevolking repatriëren dat haar veiligheid in gevaar kan brengen en een 5de kolonne kan worden. Hoewel Israël nog steeds het recht van terugkeer aan een deel van de vluchtelingen aanbiedt, behoudt zij zich het recht voor om dit aantal te beperken afhankelijk in het belang van de veiligheid en uit demografische bekommernissen.


Bronnen: een vrije geïnterpreteerde vertaling door Brabosh.com uit Fast Facts on the Middle East Conflict door Randall Price; 2003; Harvest House Publishers; The Case for Israel uit 2003 en The Case for Peace uit 2005 door Alan Dershowitz uitgebracht door uitgeverij John Wiley & Sons, Inc.

Advertisements