Weg van outer en heerd – over de ont-Joodsing van de Arabische wereld [Ruben Gischler]

ben-ezraInterieur van de Ben Ezra synagoge in Caïro, Egypte. Oorspronkelijk was dit een Koptische christen kerk maar die werd in 882 na Chr. verkocht aan Abraham Ben Ezra uit Jeruzalem voor 20.000 Dinars toen Ahmed Ibn Tulun geld begon af te persen van Patriarch Michael III. Bekend als de oudste synagoge in Caïro, herbergde deze een collectie Joods documenten die van onschatbare waarde is voor het Jodendom. Naar verluidt werd deze gebouwd op de plek waar Mozes zou zijn gevonden. De kostbare documenten werden later verworven en vele van hen bevinden zich in Cambridge, Engeland, waar zij ter inzage liggen voor jonge Joodse studenten. Door de eeuwen heen werden talloze restauraties en vernieuwingen uitgevoerd en het huidige gebouw dateert van 1892. Het is een getrouwe reconstructie van het origineel dat was ingestort.[beeldbron: Memphis Tours]

Eeuwenlang noemden Joden landen als Egypte, Marokko, Algerije en Irak hun thuis. In minder dan een eeuw is er van bloeiende gemeenschappen in de Levant niets meer over. De Arabische wereld is ‘ontjoodst’. Dat ging in Egypte vooral kwaadschiks.

Volgens officiële cijfers zijn er vandaag de dag in Egypte nog maar zes Joden over. Met hun heengaan zal definitief een einde komen aan drieduizend jaar roemruchte Joodse geschiedenis in Egypte. Van het oude Egypte tot de omvangrijke en invloedrijke Joodse gemeenschap in de toenmalige metropool Alexandrië gedurende de Griekse en Romeinse tijd en ook de aanwezigheid van grote groepen Joden in de latere Middeleeuwen en daarna. Egypte was het land van de grote Joodse denkers Philo en Maimonides. Niet voor niets bevatten de manuscripten uit de geniza in de eeuwenoude Ben Ezrasynagoge in Caïro de grootste en meest gevarieerde bron van kennis over een periode van duizend jaar jodendom in het Midden-Oosten en de islamitische wereld.

In het begin van de 20e eeuw kenden het kosmopolitische Alexandrië en Caïro een bruisende, welvarende Joodse gemeenschap die volledig was geïntegreerd in alle gelederen van de maatschappij. Een gemeenschap die nog geen zeventig jaar geleden 80.000 personen telde, op een totaal van 20 miljoen Egyptenaren. Vandaag zijn er slechts zes bejaarde vrouwen over, op een bevolkingsaantal van 90 miljoen.

Joodse hoer
Magda Haroun, de huidige voorzitter van de Joodse gemeenschap – ja, het is werkelijk een officiële functie –, met haar 66 jaar de jongste van het zestal, is de dochter van de gestaalde communist Shehatta Haroun. Zijn leven lang heeft hij zo zijn best gedaan om luidkeels het zionisme te verwerpen dat hij in staat is geweest om zich in Egypte te handhaven, ondanks de draconische anti-Joodse maatregelen van president Gamel Abdel Nasser. Voor zijn dochter waren er in Egypte toen al geen Joodse huwelijkskandidaten meer. Hoewel zij zich met dezelfde hardnekkigheid als haar vader aan haar Joods-Egyptische identiteit vastklampte, zijn de kinderen van haar eerste man moslim en van haar tweede man katholiek.

In een interview met de Libanese journaliste Hanin Ghaddar vertelde Haroun hoe het pas bij het overlijden van haar vader tot haar omgeving doordrong dat zij van Joodse afkomst was. Haar dochter kwam toen woedend terug van school en gilde tegen haar dat zij haar haatte omdat zij ‘een Joodse hoer’ was. Het is het schrijnende verhaal van de allerlaatste Joodse leider van Egypte, zonder gemeenschap en zonder middelen om het vermaarde Joodse erfgoed van Egypte voor de ondergang te behoeden, ook omdat zij principieel de hulp van Israël en Joodse organisaties weigert.

Exemplarisch
Egypte is exemplarisch voor de ontjoodsing van de Arabische en islamitische wereld dat sinds de oprichting van de staat Israël in een stroomversnelling is geraakt. Hier moet expres het woord ontjoodsing worden gebruikt. Het waren namelijk uitgerekend deze landen die zich organiseerden in internationale lichamen als de Arabische Liga en de Organisatie van islamitische landen, OIC. In gezamenlijke verklaringen lopen deze landen te hoop tegen wat zij zelf de ‘verjoodsing’ van Jeruzalem noemen. Dat terwijl de ontjoodsing van hun eigen landen zo goed als voltooid is. In het ene land ging dat proces er hardhandiger aan toe dan in het andere. Vooral Egypte, Iraq, Libië en Syrië waren berucht. In de rest van Noord-Afrika was het naast antizionistische agitatie, ook dekolonisatie, onafhankelijkheidsstrijd en weinig vertrouwenwekkende toekomstperspectieven die de Joodse bevolking massaal deed weg trekken. Het resultaat? Nog geen honderd jaar geleden was de Iraakse hoofdstad Bagdad bijna voor de helft Joods, nu leeft er niet één Jood meer. Van de 800.000 Joden in de gehele Arabische wereld zijn er net aan 5000 over, die vooral in Marokko en Tunesië wonen.

Bedrijven genationaliseerd
In Egypte begon het in 1948. Toen het land niet in staat bleek de Joodse staat in oprichting te verslaan, begonnen de autoriteiten en bevolking zich te vergrijpen aan de plaatselijke Joodse bevolking. Bedrijven werden onteigend of onder curatele gesteld. Duizend Joden werden lukraak geïnterneerd. Hele families werden onder huisarrest geplaatst, waardoor zij dagenlang geen eten en drinken tot hun beschikking hadden. Met als gevolg dat tussen 1948 en 1950 20.000 Joden het land verlieten.

In de nasleep van de Suezcrisis in 1956 kwam het wegpesten van Joden pas echt goed op gang. Nasser had inmiddels de macht gegrepen en was het gezicht van het Arabisch nationalisme geworden. Joden werden gedwongen het land te verlaten met achterlating van al hun bezittingen en financiële middelen. Ze werden stateloos en hun bedrijven werden genationaliseerd. Zelfs oude families als de Qattawi’s, die tot de Egyptische elite behoorden en zich altijd hadden ingezet voor het Egyptisch en Arabisch nationalisme en het zionisme verwierpen, werden kaalgeplukt.

Al in 1956 toonden Amerikaans-Joodse organisaties zich gealarmeerd over de nazi-achtige methoden die het regime van Nasser toepaste. De Egyptificering van de samenleving en de economie had veel weg van de ariërisering van de nazi’s. Hoewel de term ‘Joden’ opvallend werd vermeden, was de nieuwe wetgeving in sommige gevallen speciaal tegen Joden gericht. Zo moest je opeens aantonen dat je familie van voor 1900 onafgebroken in Egypte woonde, iets dat in Egypte administratief praktisch onmogelijk is.

Voorbeeld
‘Ongewenste elementen’ of individuen kon hun nationaliteit ontnomen worden als zij het buitenland bezochten. Daarnaast was Egypte ook het eerste land dat wettelijk bepaalde dat het verboden was Egyptische identiteitspapieren te verstrekken aan iemand die bekendstond als zionist. Wat een zionist inhield werd niet geformuleerd en in de willekeur van die dagen waren autoriteiten vrij om iedere Joodse Egyptenaar als zionist te bestempelen. Wat dat betreft had Nasser, volgens een pamflet van het American Jewish Congres uit 1956, duidelijk van Hitler geleerd, door te doen alsof zijn maatregelen slechts tot zionisten beperkt waren en niet tegen Joden. Niet toevallig bevonden zich onder Nassers adviseurs enkele beruchte, inmiddels tot de islam bekeerde ex-nazi’s, zoals Johannes von Leers, verantwoordelijk voor antizionistische propaganda en de vertaling van Mein Kampf in het Arabisch, dat tot op de dag van vandaag gretig aftrek vindt in de Arabische wereld. Omdat Egypte in die dagen cultureel het meest invloedrijke land was, gold het als antizionistisch verpakte antisemitisme als voorbeeld voor de gehele Arabische wereld.

Vanaf het eind van 1956 kwam er een vluchtelingenstroom op gang van niet alleen Joden. Ook Grieken en Italianen moesten het vanwege Nassers nationaliseringsdrift bezuren. Met als verschil dat Joden na het ontnemen van hun Egyptische nationaliteit veelal stateloos werden. Binnen een half jaar was een derde van de Joodse bevolking verdreven. Zij lieten 28 miljoen dollar (is nu 250 miljoen) aan bezittingen achter.

Geboeid
De achterblijvers werden in toenemende mate geïsoleerd en stonden onder constant toezicht van de geheime dienst. Het werd ook steeds moeilijker om contact te onderhouden met de rest van de bevolking. In 1967 waren er nog maar 2500 Joden in Egypte. Na de Egyptische nederlaag in de Zesdaagse Oorlog werden de laatste Joodse mannen geïnterneerd in onder meer de beruchte Toragevangenis. Zij werden later geboeid naar de stad gebracht, onder het mom vrijgelaten te worden. Daar moesten zij een document ondertekenen waarin zij vrijwillig afstand deden van hun nationaliteit. Vervolgens werden ze naar het Franse consulaat gebracht, kregen daar doorreispapieren en werden onder escorte op het vliegtuig gezet. Pas in september 1970 werden de laatste Joden uit de Toragevangenis vrijgelaten en verbannen. Hun families volgden. Er waren enkele honderden achterblijvers. Veelal bejaard, alleenstaand, gehandicapt of anderszins hulpbehoevend.

De Joodse Egyptenaren vonden, net als de andere Joden uit de Arabische wereld, een nieuw hhuis in Israël, Frankrijk, Engeland, de VS en Zuid-Amerika. De laatste tijd dringt vooral in Egypte en Marokko, maar ook in Irak het besef door dat de massale leegloop van de Joodse bevolking de landen niet echt goed heeft gedaan. Bovendien is het wegpesten van de eigen Joodse bevolking eerder een argument vóór een Joodse staat dan een argument ertegen. Er is zelfs sprake van een voorzichtige nostalgie. Films en tv-series worden gemaakt over het Joodse verleden. Maar in Frankrijk, waar het grootste deel van de Joodse bevolking van Noord-Afrikaanse afkomst is, is sprake van een stijgende migratie. Vanuit hetzelfde onbehagen over de vijandigheid jegens Joden, zeker ook onder de groeiende moslimbevolking.

arab-jood

door Ruben Gischler


niwBron: een artikel van Ruben Gischler van 26 december 2016 in het Nieuw Israëlietisch Weekblad [NIW]

Advertenties