Palestijns vluchteling zijn èn blijven uit vrije politieke wil [Ingo Way]

aida-refugeecamp03De sleutel bovenop de poort van het Aida vluchtelingenkamp, symbool voor de terugkeer naar ‘Palestina’, lees: Israël. Iemand zal die mensen – 68 jaar na dato – toch ooit duidelijk moeten maken dat geen terugkeer mogelijk is naar iets wat niet [meer] bestaat, waar ze nooit zijn geweest en waar zij slechts vage herinneringen aan koesteren aan wat hun verdwenen voorvaderen ooit over hun fabelachtige ‘ouderlijke heimat’ hebben verhaald. De “terugkeer” van 7 miljoen nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen naar Israël betekent de feitelijke vernietiging van Israël. Waarom zou Israël zichzelf willen vernietigen?

Het Aida vluchtelingenkamp in Betlehem van de VN bestaat sinds 1950. Vandaag wonen er net iets meer dan 3.000 mensen – afstammelingen van Arabieren die tijdens de oorlog van 1948 uit Israël zijn gevlucht. Het Aida kamp wordt in stand gehouden door de UNRWA en het ziet er niet meteen uit als een ‘kamp.’ Aida bestaat uit massieve huizen en lijkt dus meer op een woonwijk dan op een kamp – niet eens een sloppenwijk.

De ingang van het vluchtelingenkamp is versierd met een reusachtige sleutel, geschreven in het Engels en het Arabisch, die luidt: ‘Niet te koop’. Wat ‘niet te koop’ is, is niet moeilijk te raden: de Arabische bodem van de Jordaan tot de Middellandse Zee, die niet mag worden verlaten in ruil voor een vredesverdrag met Israël. Is dit een hardvochtige interpretatie van mijn kant? Laten we eens kijken.

Ik betreed het Lajee Centrum, een soort buurthuis voor de bewoners van Aida, met lounges, een keuken waar de thee wordt bereid, een internetcafe en een expositieruimte, waar momenteel een fototentoonstelling loopt met foto’s van verschillende andere vluchtelingenkampen. Boven ontmoet ik Khouloud al-Ajarma, die volgens haar visitekaartje is coördinator is van het ‘Kunst & Media Center’ is van het Lajee Centrum.

Khouloud al-Ajarma
Khouloud werd 23 jaar geleden geboren in Aida; haar grootmoeder kwam uit een dorp in Israël, dat niet meer bestaat. Ze studeerde in Engeland, dus ze spreekt zij Engels met een uitgesproken Brits accent. En ze praat veel – welsprekend, vloeiend, vol vertrouwen. Khouloud draagt geen hoofddoek, in plaats daarvan draagt ze een roze gebreide cap die haar hele haardos bedekt. Bovenop haar roze trui draagt ze een zwarte jas, een geruite rok die haar knieën dekt, maar wel een blik laat op haar zwarte panty’s en modieuze enkellaarsjes. Ik houd van Khouloud – ze is opgeleid en mooi met een Britse accent waar ik altijd heb van gehouden.

Nadat zij was afgestudeerd keerde Khouloud terug naar Aida. Haar doel is om “terug te keren” naar Israël, hoewel ze er nooit geweest is. “Vluchteling blijven is een bewuste politieke keuze,” geeft ze toe. Daarom is er voor haar en voor de andere bewoners van Aida geen sprake van dat ze ooit elders een nieuw leven zouden beginnen of zelfs gewone burgers van Bethlehem zouden worden, want dan verliezen ze hun status van vluchteling die hen werd toegekend door de UNRWA. “Wij willen geen normalisatie,” zegt Khouloud. “Wij willen vluchtelingen blijven om op een dag ons ‘recht op terugkeer’ uit te oefenen.“

Hier moet iets gezegd worden over de UNRWA. De Verenigde Naties heeft twee hulporganisaties voor vluchtelingen: de UNRWA voor Palestijnse vluchtelingen, en een ander, de UNHCR, voor alle andere vluchtelingen in de wereld. En voor al deze vluchtelingen van de UNHCR eindigt hun vluchtelingenstatus na de eerste generatie. De status van vluchteling wordt niet geërfd. En dienovereenkomstig is het de verantwoordelijkheid van de UNHCR om ervoor te zorgen dat de vluchtelingen volledige burgerrechten verkrijgen in de landen waarnaar ze gevlucht zijn. Het leven in vluchtelingenkampen is een status die de UNHCR zelf beëindigt.

De UNRWA heeft een heel ander mandaat. Zij beschouwen het als hun taak om de vluchtelingenkampen in de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, Libanon, Jordanië en Syrië open te houden en ze breiden de vluchtelingenstatus generaties lang uit. En er is geen einde in zicht. Khouloud is ook, volgens VN-definitie, een vluchteling – ze zou dat zelfs nog zijn gebleven ook al was ze in Engeland blijven wonen – en haar kinderen zouden het ook kunnen zijn. Khouloud’s zus woont in Jordanië en is getrouwd met een Jordaniër. Door dit huwelijk is zij in staat om te kiezen of ze een Jordaans staatsburger wil worden of om een Palestijnse vluchteling te blijven. Ze koos voor het laatste. Deze erfbaarheid van de vluchtelingenstatus is een buitengewone uitzondering die door de Verenigde Naties werd ingesteld, enkel en alléén voor de Palestijnen en voor niemand anders.

Khouloud heeft hier geen enkel probleem mee, integendeel. Ze zegt: “Ja, het is een bijzonder voorrecht. Maar men, is ons dit dit bijzonder voorrecht verschuldigd. Waarom? Het gaat over gerechtigheid!” Vandaar ook dat het niet verwonderlijk is dat Khouloud geen enkel belang hecht aan de vredesonderhandelingen tussen de Palestijnse Autoriteit en Israël. “Onze mensen willen geen twee-staten-oplossing. Ons leiderschap handelt niet in onze naam. En de Israëli’s weten dat ook.” Maar wat wil “het volk” dan? Wat wil Khouloud dan wel? “Het gaat om het recht op ons land,” zegt ze. “Afstand doen van dit recht zou niet alleen een verraad zijn jegens de vluchtelingen, het zou ook een verraad zijn jegens Palestina. Daarvoor zijn onze martelaren niet gestorven.”

Ik wordt er een beetje misselijk van. Voor mij zit geen schreeuwende fanatiekeling zoals Shirin A., maar een jonge vrouw met een westerse opleiding die spreekt met rustige en serene stem van bloed en bodem alsof ze een komende vergadering bespreekt. Ze spreekt heel duidelijk over wat ze wensen: met name één enkele staat van de Jordaan tot aan de Middellandse Zee, waarin alle Palestijnen en alle afstammelingen van vluchtelingen uit 1948 die nu verspreid leven over de hele wereld kunnen “terugkeren” om er te leven.

Even tussendoor als toelichting: In het kielzog van de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1948, verlieten ongeveer 700.000 Arabieren het grondgebied van het huidige Israël. Sommigen werden gedwongen, sommigen gingen vrijwillig, in de hoop om terug te komen nadat de overwinning van de Arabische legers had plaatsgevonden. Maar de Arabische landen verloren de oorlog die ze zelf begonnen waren. Vandaag de dag zijn er tussen de vier en vijf miljoen mensen die in het bezit zijn van de status als “Palestijns vluchteling.” Khouloud spreekt zelfs van acht miljoen. Als het van haar afhangt, zou het hen allemaal toegestaan worden zich te vestigen in Israël.

Voor Khouloud kan het haar maar weinig schelen dat dit nooit zal gebeuren met vreedzame middelen. Want voor de Israëlische kant is het onaanvaardbaar – het zou het einde van Israël betekenen als Joodse staat. “Waarom hebben we een Joodse staat nodig?” Khouloud vraagt retorisch. “We kunnen toch allemaal samen leven in een democratische staat Palestina. Deze zou uiteraard een ‘Palestijnse meerderheid’ hebben,” zegt ze. ‘En wat zou er gebeuren met de Joodse minderheid in een dergelijke staat? “Dergelijke kleine dingen,” zegt Khouloud, “zijn niet belangrijk. Voor hen zal uiteindelijk wel een oplossing worden gevonden.”

Wat ik zo beangstigend vind aan Khouloud Al Ajarma is niet zozeer haar totaal gebrek aan zelfkritiek. Het is niet zozeer haar radicalisme – vergeleken met haar komt David Wilder uit Hebron, de woordvoerder van de kolonisten, nog over als een verzoenende gematigde pacifist (en terloops gezegd vertegenwoordigt hij slechts een minimale minderheid van de Israëlische samenleving).

Maar wat mij echt bang maakt is dit: geen enkele vertegenwoordiger van de Verenigde Naties die die de scholen en buurthuizen in Aida heeft gebouwd, noch de EU, die de vluchtelingenkampen financiële [en politieke] steun geeft, noch de medewerkers van alle westerse hulporganisaties en NGO’s die hier actief zijn – geen van allen zou Khouloud ooit rechtuit vertellen dat haar eisen niet alleen onmenselijk zijn – omdat ze natuurlijk rekenen op de uitzetting en ontneming van alle rechten van de Joden in Israël en dan is dit nog steeds de meest gunstige interpretatie maar eveneens volkomen onrealistisch.

Niemand die hen ooit zal zeggen:

“Aan uw eisen zal nooit voldaan worden. In plaats daarvan, zoek naar een vreedzaam compromis met de Israëli’s, wordt een pleitbezorger voor een twee-staten oplossing en zie af van uw dreigement van het recht om terug te keren. Neem tenslotte verantwoordelijkheid op voor jezelf en voor je eigen mensen, bouw een nieuwe infrastructuur op en breek de vluchtelingenkampen af. Hou op met dat steeds maar willen gepamperd te worden door de Verenigde Naties en de Europese Unie en tracht opnieuw grip op jezelf en op de zaken rondom je heen te krijgen.”

Niemand vertelt ze dit, want niemand denkt op die manier. Niemand heeft last van de graffiti, die op ieder huis wordt gevonden, waarin een onverdeeld Palestinawordt afgebeeld en zelfs de bevestiging van de expliciete Palestijnse claim over een Groter Tel Aviv. Dàt is de meest deprimerende ervaring die ik heb gehad in het Aida vluchtelingenkamp.

Ik ga terug naar de controlepost, talloze christelijke toeristen staan met mij aan te schuiven in de rij, anderen trachten me te benaderen, jongetjes proberen ons houten fluiten te verkopen. Eenmaal aan de andere kant, haal ik diep adem. Ik heb het gevoel terug te keren naar iets dat de schrijver Michael Klonovsky – ook tijdens een reis naar Jeruzalem en ook met tegenzin – zei en dat hij “mijn eigen waarde-systeem” noemde. En ik geniet van dat gevoel.

door Ingo Way


Bron: in een vertaling van Brabosh.com; Cicero Magazine: Palästina: Flüchtlinge aus freien Stücken door Ingo Way uit het januarinummer van 2011 van Cicero; Elder of Zyon: A cold dose of reality: How PalArabs in camps think van 12 januari 2011.

Advertisements