De strijd tegen het BDS-antisemitisme nieuw focussen [Manfred Gerstenfeld]

BDS-obsessionDe strijd tegen de beweging BDS (Boycot, Desinvesteringen en Sancties) wordt op veelsoortige wijze gevoerd. Maar het meest directe argument is ondervertegenwoordigd: BDS-activiteiten die zich uitsluitend op Israël concentreren, zijn op zich niet antisemitisch.

Je hoeft alleen maar de antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Assembly te lezen om het antisemitische karakter van de BDS te begrijpen. Deze zegt nadrukkelijk: “Het meten met twee maten door van Israël een gedrag te verlangen dat van geen enkel ander democratisch land verwacht of geëist wordt”. Het feit dat BDS-activiteiten in de regel uitsluitend tegen Israël gericht zijn, brengt dit meten met twee maten tot uitdrukking. Het aannemen van de IHRA-definitie voor antisemitisme vereiste de instemming van alle 31 democratische lidstaten. Daartoe behoren ook de VS, Canada en 24 EU-lidstaten.

manfred2Een van de ophitsers tegen Israël, de Canadees-joodse schrijfster Naomi Klein, schreef: “De beste strategie om een einde te maken aan de bloedige bezetting bestaat erin dat Israël het doelwit van een soort globale beweging wordt, die een einde maakte aan de Apartheid in Zuid-Afrika.” Klein voegde er aan toe: “Waarom Israël eruit lichten als de VS, Groot-Brittannië en andere westerse landen hetzelfde doen in Irak en Afghanistan?” Haar antwoord luidde: “Boycot is geen dogma; hij is een tactiek. De reden voor het feit dat de BDS-strategie tegen Israël uitgeprobeerd zou moeten worden, is van praktische aard: in een dergelijk klein en van de handel afhankelijk land zou ze daadwerkelijk kunnen functioneren.”

Klein bevestigt daarmee openlijk dat zij op een manier reclame maakt voor agressie tegen Israël, die zich onderscheidt van aanvallen op ieder ander democratisch land. Haar uitspraak is een schoolvoorbeeld voor antisemitisme zoals dit door de IHRA wordt gedefinieerd. Ze scheidt Israël op dezelfde wijze voor een negatieve behandeling af zoals klassieke antisemieten twee maten tegen Joden gebruikten.

Dan Diker van het Jerusalem Center for Public Affairs concludeerde dat de doelen van de beweging verdergaan dan het tot uitdrukking brengen van antisemitische instellingen. Hij verklaart: “BDS moet Israël onder druk zetten om niet alleen akkoord te gaan met een tweestaten oplossing. In plaats daarvan wordt BDS als platform gebruikt om een einde te maken aan het bestaan van Israël als nationale staat van het joodse volk”. Dat is in werkelijkheid het doel van een deel van de BDS-aanhangers.

De lijst van diegenen die reclame maken voor BDS tegen Israël, zijn ondersteuners of de “nederzettingen”, is lang. In de Verenigde Staten behoren daartoe organisaties, academici, studentenraden en pensioenfondsen. Enkele voorbeelden zijn studentenraden van zeven van de tien campussen van de Universiteit van Californië. Deze hebben er voor gestemd investeringen uit Amerikaanse firma´s in te trekken die zogenaamd van de “nederzettingen” profiteren, zoals Caterpillar en Hewlett-Packard. De pensioenraad van de United Methodist Church zette Israël´s vijf grootste banken, die filialen in de “nederzettingen” hebben, op een zwarte lijst. De Presbyteriaanse kerk van de VS nam op haar synode een serie besluiten aan ter ondersteuning van BDS en riep Israël op de gebieden te verlaten. In een milieu dat vrijheid van meningsuiting propageert, schijnen deze mensen te denken dat de vrijheid om antisemitisch te zijn daar bij hoort.

Meer dan 70 Amerikaanse intellectuelen en academici publiceerden onlangs een open brief, waarin zij opriepen tot een “doelgerichte boycot” van alle Israëlische “nederzettingen” op de zogenaamde “Westbank” en van producten en dienstverleningen uit de “nederzettingen”. De American Studies Association en de National Women´s Studie Association hebben ervoor gestemd om Israëlische universiteiten te boycotten. Tot de andere Amerikaanse academische verenigingen die zich aansluiten bij de boycot behoren de African Literature Association, de Association for Asian american Studies, de Critical Ethnic Stusies Association en de Native American and Indigenous Studies Association.

Vier professoren van de Pennsylvania State University en de Rutgers University hebben de American Studies Association vanwege haar boycot van Israëlische universiteiten aangeklaagd; volgens hen overtreedt de Association hiermee het recht in Washington DC. In de VS bestaat een serie anti-BDS-wetten, die in het Congres, en bovendien in meer dan 20 deelstaatparlementen ter discussie staat. Veel van deze wetten van de deelstaten verlangen de intrekking van staatssubsidievoor organisaties, inclusief pensioenkassen, die Israël boycotten. Illinois en South Carolina hebben anti-BDS-wetten aangenomen, die ook de “nederzettingen” beschermen. De gouverneur van New York, Andrew Cuomo, ondertekende beschikking nr. 157, die het aan autoriteiten en besturen van de staat verbiedt om openbaar geld in te zetten ter ondersteuning van BDS-campagnes tegen Israël. President Barack Obama ondertekende een wet die de BDS-campagne tegen Israël bestraft, maar hij zegt dat hij deze bescherming niet zal uitbreiden naar de “nederzettingen” op de “Westbank”.

Een serie Europese instellingen heeft BDS eveneens veroordeeld. De stadsraad van Parijs nam twee resoluties aan, die pogingen om Israël te boycotten, veroordeelden. Een van deze resoluties zegt dat de stad Parijs “zich openlijk opstelt tegen alle pogingen om Israël van het collectief van landen te isoleren”. In Groot-Brittannië publiceerde het Britse kabinet een verklaring , waarin staat dat het volgens regeringsregels voor plaatselijke autoriteiten en organisaties in de openbare sector verboden is om Israëlische aanbieders te boycotten; wie deze regel overtreedt, kan rekenen op hoge straffen. De verklaring voegde er aan toe dat zulke boycots “de goede gemeentebetrekkingen ondermijnen en de discussie vergiftigen en polariseren, integratie verzwakken en antisemitisme aanwakkeren.”

Het antisemitische karakter van de BDS werd niet alleen door de staat Israël, individuele joodse personen en joodse organisaties zoals het World Jewish Congress, het Simon-Wiesenthal-Centrum en het American Jewish Congress geïdentificeerd en benadrukt. Senator Chuck Schumer uit New York noemde de BDS-campagne onlangs nog antisemitisch.

Hillary Clinton en de Republikeinen John Kasich, Ted Cruz en Donald Trump, de amerikaanse senator Cory Brooker, een groep Latijns-Amerikaanse en Caribische afgevaardigden evenals de voormalige Britse minister van Justitie Michael gove en de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier hebben allemaal de BDS-beweging als antisemitisch veroordeeld.

Een groot deel van de kritiek op BDS benadrukt echter niet haar antisemitische karakter.

Een interessante uitzondering hierop komt uit het studentenparlement van de Universiteit Leipzig in de Duitse deelstaat Sachsen. Het studentenparlement stemde ervoor om “de antisemitische BDS-campagne te veroordelen” en is “tegen antisemitische maatregelen zoals het annuleren van uitnodigingen aan Israëlische academici.” De stemming tegen BDS was een reactie op een manifestatie op de campus, waaraan werd meegewerkt door Lori allen, een professor van de Universiteit van Londen, die academische boycots van Israël ondersteunt en terrorisme tegen de joodse staat rechtvaardigt.

In 2015 verklaarde de Duitse parlementariër Volker Beck van de Groenen: “Er bestaat geen twijfel aan de antisemitische motivatie binnen een spectrum van de BDS-campagne. BDS richt zich alleen maar op joodse Israëli´s en is daarom antisemitisch. Wie goederen en het volk van Israël agressief boycot, zou door de Duitse regering dus als antisemitisch moeten worden beschouwd.” Desondanks wees de Duitse regering het af om dat in dit geval te erkennen; zij beweerde dat er geen definitie van antisemitisme zou bestaan. Sindsien werd de IHRA-definitie aangenomen, waarvoor de instemming van de Duitse regering nodig was. Nu is Beck´s voorstel, dat Duitsland de BDS als antisemitisch zou moeten beschouwen, het waard om nogmaals in overweging te worden genomen.

In een onderzoek analyseert Talia Naamat van het Kantor Center aan de Universiteit van Tel Aviv het BDS-handelen als verdraaiing van het volkerenrecht, van de mensenrechtenprincipes en van het non-discriminatieprincipe van internationale handelsverdragen. Door het aannemen van de IHRA-definitie kan en zou de anti-BDS-beweging zich nu speciaal op twee hoofddoelen moeten concentreren. Het eerste is nieuwe bondgenoten zoeken, die niet alleen maatregelen tegen BDS nemen of haar veroordelen, maar haar ook antisemitisch verklaren. Het tweede bestaat erin om organisaties en individuen frontaal aan te vallen, die BDS als bevorderaar van antisemitisme ondersteunen.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


Bron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel van Dr. Gerstenfeld op de site van Heplev – Abseits von Mainstream van 7 november 2016 bron-logo

Advertenties