Levensverhaal van Boogie Boy aka Paul Ambach in boek: ‘Veertig jaar achter, naast en op het podium’

boogie-boy

Met John Lee Hooker pinten drinken in Antwerpen. Met Santana kreeft eten in Brussel. Robert Plant en Jimmy Page van Led Zeppelin een lift geven en hopeloos verloren rijden (maar dat niet willen toegeven). Door James Brown uit je bed gebeld worden met de zeer aardse boodschap: ‘Brother, ik heb diarree!’ Bob Marley programmeren in Vorst en het gevoel krijgen dat God geland is. Na een tegenvallend concert een arm om je schouder krijgen van The Rolling Stones: ‘Bon, hoeveel bedraagt het verlies?’

Veertig jaar lang zagen de dagen en nachten van Paul Ambach (68jr.), Boogie Boy voor de vrienden, er net iets anders uit dan die van u en ik. Ambach betekende voor de concertwereld in België wat Edison betekende voor de lamp: hij vond haar uit. De ontmoetingen met een eindeloze stoet legendes maar ook zijn eigen carrière als muzikant lezen als een avonturenroman.

ambach

De aangrijpende geschiedenis van zijn Joodse familie lijkt dan weer eerder op een Hollywoodfilm. Maar voor beide geldt: de realiteit overtreft de fictie. Paul Ambach was concertorganisator. Hij treedt nog steeds op als Boogie Boy. Zijn levensverhaal werd opgetekend door muziekjournalist Dirk Steenhaut die o.a. werkte voor De Morgen en Knack.

Het boek ‘Boogie Business – Veertig jaar achter, naast en op het podium‘ werd in 2016 uitgegeven bij uitgeverij Epo www.epo.be; 188 blz. ISBN 978-94-6267-084-6


Naar aanleiding van zijn 60ste verjaardag (Ambach werd in Wilrijk -Antwerpen geboren op 21 maart 1948) gaf hij acht jaar geleden een interview weg dat een jaar later werd gepubliceerd op de blog van Joods Actueel Magazine.

Hieronder een passage uit dat interview, meer bepaald over zijn ouders. Zijn vader, Jossele ‘Jefke’ Ambach, was omstreeks 1928 vanuit Polen (Galicië) op zijn zestiende naar Antwerpen gevlucht. In 1939 leerde hij er Benvenida ‘Daisy’ Ouziel kennen en huwde haar net twee maanden nadat de nazi’s zijn geboorteland Polen waren binnengevallen:

“Mijn grootvader stuurde mijn vader via een oom naar Antwerpen. Net voor de tweede wereldoorlog liep het in Polen al mis. Mijn vader werd in Antwerpen te werk gesteld in de diamant. Hij leerde hier mijn moeder kennen, een Griekse, die uit Thessaloniki kwam. Van haar leerde ik het ‘Ladino’ de taal van de Sefardische Joden. Een taal die nu praktisch niet meer gesproken wordt. Zij trouwden in 1939.

In de zomer van ’42 woonden mijn ouders in de Bachuslaan in Borgerhout toen zij een tip kregen dat er razzia’s op komst waren in Antwerpen. Toen besloten ze, om veiligheidsredenen, ieder hun eigen weg te gaan. Via via kon mijn moeder, met mijn oudste broer, onderduiken in Comblain-La-Tour. Mijn vader vluchtte naar Frankrijk en hoopte via het vrije Frankrijk door te reizen naar Zwitserland. Hij dook onder in Lyon en nam een valse identiteit aan, nl. Jozef Peeters.

Hij trad er op in de opera als tenor. Hij werd er binnengebracht door de Antwerpenaar André Cluytens, die al voor de oorlog de kwaliteiten van vader had leren kennen. Later kwam hij door een razzia eerst in Fort Montluc terecht, later in Drancy. Hij kwam er gelukkig heelhuids vanaf omdat de geallieerden al in Parijs waren. In Frankrijk trad hij er tussen ’42 en ’45 op als tenor. Mijn vaders idool was de grote Joseph Schmidt, wiens leven na de oorlog zou verfilmd worden. Schmidt wist uit de handen van de nazi’s te blijven maar stierf in een vluchtelingenkamp in Zwitserland. Dat mijn vader gezongen heeft in de gevangenissen van Fort Montluc en in Drancy blijkt duidelijk uit geschriften die nà de oorlog werden gevonden. Maar mijn ouders spraken nooit over die periode. Net zoals zovelen zwegen ook zij! [Voor dat “zwijgen” van Holocaust overlevenden werd zelfs een naam bedacht: resilience‘]

Moeder, en broer Gustave, kregen de bescherming van de bevolking van Comblain-La-Tour. Ik heb enorm veel respect voor mevrouw Piroton, die nu nog leeft, die moeder op de hoogte bracht, wanneer er razzia ’s zouden plaats vinden in Comblain. Ik ben André Cluytens, en mevrouw Piroton dan ook biezonder dankbaar! Zonder het medeleven en de humanistische instelling van deze prachtige ‘gentiles’ hadden mijn ouders nooit de holocaust overleefd!”

JA-logo

Advertisements