RIP Shimon Peres (3): Over zijn historische bijdrage aan de Joodse herbewoning van Judea en Samaria

levinger6Treinstation van Sebastia, Samaria, 8 december 1975. De Israëlische rabbijn Moshe Levinger (links) en rabbijn Hanan Porat (rechts) vieren met hun aanhangers het feit dat de Israëlische overheid voor het eerst het bestaansrecht erkende van een ‘nederzetting’ (Kedumim nabij Nabloes), dankzij de ondertekening van het Sebastia Akkoord door premier Yitzhak Rabin en Shimon Peres, toenmalig minister van Defensie [beeldbron: Moshe Milner/GPO]

Tijdens de Zesdaagse Oorlog van juni 1967 heroverde het Israëlische Leger (IDF/Tsahal) Oud-Jeruzalem, Judea & Samaria en de Golan Hoogte op de Arabieren. Na die overwinning begonnen de Joden, die in 1948 door de Arabieren waren verdreven uit de dorpen en gemeenten waar ze generatieslang hadden gewoond, langzaam terug te keren naar hun heimat voornamelijk in Judea in Hebron en ten zuiden van Bethlehem (Gush Etzion). Daarnaast doken sporadisch de eerste ‘nederzettingen’  op. De Jom Kipoer oorlog van oktober 1973 toen Israël bijna van de kaart werd geveegd in een verrassingsoffensief van Egypte, Syrië, Libanon en Jordanië, gaf een enorme impuls aan de nederzettingenbeweging.

peres-1975Shimon Peres, die van 3 juni 1974 tot 20 juni 1977 minister  van Defensie was onder wijlen premier Yitzhak Rabin, gaf in december 1975 een belangrijke impuls aan de nederzettingenbeweging met zijn ondertekening van het Sebastia Akkoord, waardoor permanente bewoning van de ‘nederzetting’ Kedumim nabij Nabloes in Samaria  door Israël officieel werd toegestaan. Dit akkoord zette meteen het licht op groen voor een enorme expansie van de ‘nederzettingen’ voorbij de Groene Lijn.

De voormalige burgemeester van Kedumim, een Joodse gemeente in Samaria nabij Nabloes,  Daniela Weiss, heeft naar aanleiding van het overlijden van Shimon Peres op woensdag herinnerd aan diens belangrijke bijdrage aan de nederzettingenonderneming in Judea en Samaria. Weiss, een leidster van de Nachala nederzettingenbeweging, vertelde in een gesprek met Arutz Sheva:

weiss“De linkerzijde praat over de zonde van Peres, het begin van de massieve Joodse herbewoning in de gebieden die werden bevrijd tijdens de Zesdaagse Oorlog.

Hoewel de doorbraak gebeurde [in Judea] in Gush Etzion en in Hebron met rabbijn Hanan Porat en rabbijn Moshe Levinger, betekende het ondertekenen van het Sebastia Akkoord door Shimon Peres het feitelijke begin van de massieve herbewoning van [zowel] Judea als Samaria.

Het is niet voor niets dat de linkerzijde verwijst naar het Sebastia Akkoord als de oude zonde van Shimon Peres. Ik herinner me nog hoe we hem een bos bloemen schonken. Hij zette deze historische stap hoewel hij in weze niet instemde met onze aanwezigheid in Judea en Samaria.”

Sebastia Akkoord
Op het einde van 1974 begon een groep Joden van de organisatie Garin Elon Moreh die verbonden was met Gush Emunim, onder leiding van rabbijn Menachem Felix en Benny Katzover, met hun pogingen om een ‘nederzetting’ op te richten op de ruïnes van het treinstation van het Arabisch dorp Sebastia (voorheen de antieke stad Shomrom/Samaria) dat dateerde uit de periode van de Ottomaanse bezetting van het heilig land. Zeven keren beklommen ze de heuveltoppen, stelden er tenten op en trachtten een permanente Joodse bewoning te creëren in Samaria. En zeven keren beval de Israëlische regering het Israëlische Leger (IDF) om hen te verjagen. Een Israëlische resolutie die werd goedgekeurd met 17 tegen 2 stemmen en 3 onthoudingen verklaarde de ‘nederzetting’ illegaal.

Echter tijdens hun achtste poging tijdens Chanoeka in december 1975 keerde opeens het tij in het voordeel van nederzettingenbeweging. De Israëlische regering, geleid door premier Yitzhak Rabin en minister van Defensie Shimon Peres, haalde bakzeil en stemde met het Sebastia Akkoord (zogenoemd naar het treinstation uit de Ottomaanse periode) in om een tijdelijke gemeenschap te vestigen op de site van de militaire basis van Kadum, 11 kilometers ten zuidwesten van Nabloes. Duizenden Joden van over het hele land verzamelden aan het verlaten treinstation van Sebastia om hun overwinning te vieren (plaatje bovenaan). Vijfentwintig Joodse gezinnen werden toegelaten om zich te vestigen in Kadum en ondanks dat het leven er toen extreem moeilijk was en onder primitieve omstandigheden verliep, hielden ze dapper stand.

Het Sebastia Akkoord betekende een keerpunt en opende het noordelijke gebied op de Westelijke Jordaanoever aka Samaria, voor Joodse herbewoning van het land. Van 1977 af, onder de regering van premier Menachim Begin, werd de ‘nederzetting’ van Kedumim stevig geruggesteund. Premier Begin bezocht op 17 mei 1977 Kedumim en verklaarde “Wij staan hier op de grond van het bevrijde Israël.” In juli 1977 verleende Begin volledige legale status aan Kedumim dan toen nauwelijks 100 Joodse bewoners telde. Langzaam veranderde Kadum, dat toen vrijwel uit mobilhomes en stacaravans bestond, in een heuse stad onder de naam Kedumim.  Veertig jaar later telt de stad vandaag ca. 4.510 inwoners en de huidige burgemeester is Hananel Dorani.

Het begin van de Joodse gemeente Kedumim omstreeks 1974. In feite niet meer dan een verzameling stacaravans nabij Nabloes in Samaria
kedumim2

De blunder van Peres
Tezelfdertijd beging minister Shimon Peres (Arbeidspartij) twintig jaar later een reusachtige blunder door het ondertekenen van de Oslo Akkoorden, waar ik rreds gisteren hier naar verwees en die aan de Palestijnen beperkte autonomie verleende in Judea en Samaria.

Daniela Weiss herinnerde aan Peres’ grote blunder en zei hierover gisteren:

“[Peres] droomde van een nieuw Midden-Oosten maar exact het tegenovergestelde gebeurde en Peres maakte een grote blunder. Peres’s bijdrage aan de doorbraak in Samaria, vergeleken tot de schade die werd aangericht met Oslo en de illusie van een nieuw Midden-Oosten, is een historische bijdrage en ik ben gelukkig dat er een nederzetting bestond temidden van de verschrikkelijke chaos van Oslo.

Oslo was een ramp met al de terreur die daarna volgde, maar ik wil niet oordelen op een dag zoals vandaag [nav het overlijden van Peres; Brabosh].  Dank G’d dat de nederzettingenbeweging 40 jaar geleden is begonnen en wij zullen van hieruit enkel maar kunnen groeien.”

Shimon Peres, die van 14 juli 1992 tot 22 november 1995 minister van Buitenlandse Zaken was tijdens de 2de regeringsperiode van premier Yitzhak Rabin (Arbeidspartij), ondertekende in Washington D.C. in 1993 het Oslo I Akkoord en in Taba in 1995 het Oslo II Akkoord. Tussenin, op 26 oktober 1994 ondertekenden beide leiders van de Arbeidspartij het Vredesakkoord tussen Jordanië en Israël, na het akkoord met Egypte, het tweede en voorlopig laatste vredesakkoord dat Israël heeft met een Arabisch land.

nobel-jpgIn december 1994 ontvingen Yitzhak Rabin en Shimon Peres de Nobelprijs voor de Vrede 1994 voor hun vredesinspanningen.

Yitzak Rabin betaalde voor het ondertekenen van de Oslo Akkoorden de zwaarste prijs. Nog geen zes weken na de ondertekening van Oslo II werd hij op 4 november 1995 door de Israëlische ultranationalist Yigal Amir in Tel Aviv op straat doodgeschoten.

Hij werd meteen opgevolgd door Shimon Peres als premier van Israël tot aan de parlementsverkiezingen van 18 juni 1996. Die werden een zware verkiezingingsnederlaag voor zijn Arbeidspartij als gevolg van de ondertekening. Peres werd in 1996 opgevolgd door Benjamin Netanyahu (Likoed).

door Brabosh

Advertenties