Nieuw onderzoek bevestigt de obsessieve fixatie van de Verenigde Naties voor Israël

vn-protestGenève, Zwitserland, 29 juni 2015. Zowat 1.200 Joden en niet-Joden demonstreren aan de hoofdzetel van de Raad voor Mensenrechten van de Verenigde Naties [OHCHR]. Ze eisten dat de Raad haar ‘obsessie’ met Israël zouden laten varen en de Joodse Staat voortaan eerlijk en onpartijdig zou behandelen [beeldbron: Haaretz]

“Onze toekomst hangt niet af van wat de goyim [aka de naties] zullen zeggen, maar eerder wat de Joden [aka de Israëliërs] zullen doen.” [David Ben-Goerion op 27 april 1955, Israël’s 7de Onafhankelijkheidsdag]

De Verenigde Naties zijn deze week begonnen aan hun jaarlijkse sessie en Israël zal prominent op de agenda staan. Velen vrezen dat de VN-Veiligheidsraad een resolutie zal aannemen die de definitieve grenzen van ‘Palestina’ zal bepalen en een deadline afkondigen voor de creatie van een Palestijnse staat. President Barack Obama liet onlangs verstaan dat hij het traditionele beleid van het inzetten van het Amerikaanse vetorecht tegen anti-Israël resoluties in de Veiligheidsraad zou laten varen.

Intussen zal de Algemene Vergadering van de VN wellicht in koor optreden in dit drama en haar jaarlijkse litanie herhalen van resoluties die Israël bekritiseren. “Wat de VN betreft is Israël blijkbaar de enige bezettingsmacht in de wereld“, schreef Dr. Eugene Kontorovich ebkele dagen geleden in The Wall Street Journal en hij vervolgde: “Geen woord over Rusland dat de Krim bezet, Armenië dat delen van Azerbeidjan bezet en ook niet wat Vietnam in Cambodja heeft gedaan. Vanwaar toch die obsessie van de VN met Israël?

“Um-Schmum”

[Een gekende Hebreeuwse verhaspelde uitdrukking voor de U.N. die het algemene gevoel van afkeer, minachting of ironie weergeven van de Israëliërs ten aanzien van de Verenigde Naties. ‘Um-Schmum’ werd door oud-premier wijlen David Ben-Goerion op 29 maart 1955 gebruikt tijdens een kabinetsvergadering omtrent zijn plan om de Gazastrook af te nemen van Egypte in antwoord op de toenemende terreuraanslagen van de fedajien tegen de Joodse Staat en het unaniem verzet van de VN tegen dat voornemen]

Op een recente presentatie van de Palestijnse mensenrechtenactivist Bassem Eid, werd hem gevraagd om de belangrijkste obstakels te noemen die vrede tussen Palestijnen en Israëliërs in de weg staan. Hij antwoordde met het citeren van twee instituten: de UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East) en de U.N. (Verenigde Naties).

Nieuw onderzoek dat werd uitgevoerd door zowel professor Eugene Kontorovich van het internationaal juridisch departement aan het Kohelet Policy Forum [KPF], en van de onderzoekster Penny Grunseid, ondersteunen de bewering van Bassem Eid, die het gebruik bevestigen van dubbele standaarden en algemene vooringenomendheid van de Verenigde Naties in de wijze waarop wordt omgegaan met Israël, vergeleken met alle andere naties in de wereld samen.

In Israël, zijn alle regeringen en het publiek in het algemeen het allen over een ding eens met name de bevooroordeeldheid van de Verenigde Naties ten aanzien van Israël. In het begin van de geschiedenis van de Joodse Staat noemde de eerste premier van Israël de V.N. “um Shmum”, een denigrerende term bedoeld om het gebrek aan eerlijkheid en objectiviteit te omschrijven van de V.N. Los van het feit dat de staat door alle V.N. agentschappen tot eeuwige zondebok werd ‘gedumpt’, is Israël de enige V.N.-lidstaat die nooit verkozen werd om te zetelen in de VN-Veiligheidsraad. Israël is vandaag onmiskenbaar de ‘Jood onder de naties van de wereld’ in zijn slechtst denkbare historische connotatie.

Het onderzoek van professor Kontorovich bevestigt de obsessie van de Verenigde Naties voor Israël. In een opinieartikel in The Wall Street Journal wijzen op het gegeven

“dat 530 keren naar Israël wordt verwezen als de ‘bezettende macht’ in de resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties [UNGA].  Nochtans wordt in zeven belangrijke instanties in het verleden of in het heden voortgezette militaire bezetting – Indonesië in Oost-Timor, Turkije in het noorden van Cyprus, Rusland in de Georgische provincies Abchazië en Zuid-Ossetië, Marokko in de Westelijke Sahara, Vietnam in Cambodja, Armenië in Azerbeidjan en Rusland in de Oekraïense Krim – is het resultaat zero. De UNGA heeft geen enkel van deze landen een ‘bezettende macht’ genoemd. Niet één enkele keer.

Sinds 1967 heeft de Algemene Vergadering [GA] 2.342 keren verwezen naar de gebieden die door Israël worden gecontroleerd als ‘bezet’, terwijl naar de gebieden die hierboven werden vermeld nauwelijks 16 keren en in combinatie als ‘bezet’ werd verwezen. De term komt voor in 90 procent van de resoluties die Israël betreffen en slechts in 14 procent van het aanzienlijk kleiner aantal resoluties die worden gebruikt in al de andere situaties. Ook in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties [UNSC] wordt 31 keren naar de betwiste gebieden (Judea & Samaria) in het Arabisch-Israëlisch conflict als zijnde ‘bezet’ terwijl daarentegen slechts vijf keer voor al de andere zeven conflicten gecombineerd”

shai-phantomShai ben-Tekoa, auteur van het boek uit 2014 “Phantom Nation: Inventing the ‘Palestinians’ as the Obstacle to Peace” (boekomslag rechts) benadrukt in het categoriseren van 870 UNSC en GA resoluties over Israël sinds de oprichting van de Verenigde Naties in 1945 (tot 1989), dat 42 procent neutraal waren terwijl van de resterende 58 procent ruim 96 procent ervan Israël bekritiseerden terwijl slechts 4 procent overbleef die zich kritisch uitlieten over een Arabische staat of staten. Zo bijvoorbeeld was de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie [PLO] van wijlen Yasser Arafat nooit het voorwerp van kritiek.

In het midden van de jaren 1970, richten de Arabisch/islamitische wereld en het Sovjetblok samen een pro-PLO lobby op binnen de Verenigde Naties. In die tijd deed een grap de ronde dat “indien een Arabische staat een resolutie zou indienen bij de Verenigde Naties dat de aarde plat was, deze met een meerderheid van de stemmen in de Algemene Vergadering zouden worden aangenomen.” De bonte verzameling van Arabische dictaturen, Derde Wereld autocratieën en de autoritaire regimes van het Sovjetblok, namen resoluties aan waarin Israël werd aangevallen en de PLO werd ondersteund, een terroristische organisatie met het bloed van onschuldige burgers aan haar handen.

arafat-vnOp 14 oktober 1974 nodigde de Algemene Vergadering van de VN met Resolutie 3210 XXIX de PLO uit in de VN als zijnde de wettige vertegenwoordiger van het ‘Palestijnse’ volk. Nauwelijks een maand later, 13 november 1974, sprak PLO-leider Yasser Arafat de Verenigde Naties toe (plaatje rechts). Arafat droeg tijdens zijn toespraak in de VN een revolver en een olijftak (om het theater te completeren). Een jaar later beloonde de UNGA de PLO met de status van permanente vertegenwoordiger in de VN.

Datzelfde jaar, 10 november 1975, en op instignatie van het Arabische moslimblok en het Sovjetblok, nam de UNGA Resolutie 3379 aan waarin het Zionisme werd beschouwd als een vorm van racisme. De Amerikaanse afgevaardigde aan de VN Daniel Patrick Moynihan noemde de resolutie een “obscene daad” terwijl de toenmalige Israëlische afgevaardigde, Chaim Herzog, zijn collega-afgevaardigden berispte en hen vertelde dat de resolutie gebaseerd was op haat, leugens en onwetendheid. “Hitler,” zo verklaarde hij “zou zich hier thuis gevoeld hebben als hij geluisterd had naar de debatten in de VN over deze maatregel”.

Pas zestien jaar later, in december 1991, herriep de UNGA deze beschamende resolutie 3379 met een stemming van 111 tegen 25.  De Arabische staten daarentegen onthielden zich of stemden tegen en de PLO veroordeelde de resolutie. Geen enkel Arabisch land stemde voor de resolutie. Onder de tegenstemmers o.a. Algerije, Iran, Irak, Jordanië, Libanon, Libië, Saoedi-Arabië, Syrië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Jemen.

In 1977 trokken de Verenigde Staten zich voor twee jaar terug uit de International Labor Organization [ILO], een andere agentschap van de VN, omwille van haar anti-Israël standpunten. De regering van president Ronald Reagan trok zich in 1984 terug uit UNESCO, eveneens een VN-agentschap, voor een deel omtrent haar bevooroordeeldheid jegens de Joodse Staat. Op 11 april 2016 nam de UNESCO opnieuw een omstreden resolutie aan genaamd “Bezet Palestina“. De titel onthulde haar duidelijke vooringenomenheid, maar opnieuw namen alle teksten die werden aangenomen in de UNESCO een anti-Israël bevooroordeeldheid aan. De UNESCO resolutie van april 2016 was, uitgedrukt in de woorden van Guy Millière:de giftige, frauduleuze resolutie is niet alleen bevooroordeeld: ze is negationistisch. Zij elimineert met één enkele pennestreek alle sporen van Joodse aanwezigheid in het antieke Jeruzalem en Judea.

In januari 2006 zond de Amerikaanse ambassadeur John Bolton een brief aan secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan waarin hij in scherpe bewoordingen dreigde om de Amerikaanse financiering aan de Verenigde Naties te beknotten indien deze doorgaat met het promoten van anti-Israël evenementen. Dit kwam in antwoord op de jaarlijkse viering in de Verenigde Naties op 29 november van de “Internationale Dag van Solidariteit met het Palestijnse volk” [aka UN Palestinian Day].  Het evenement werd bijgewoond door Annan en andere diplomaten. Een kaart die “Israël uitvaagde” was door ambassadeur Bolton bij de brief toegevoegd (plaatje rechts).

In maart 2013 zonden de Verenigde Staten een brief aan de president van de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties [UNHRC) waarin de Verenigde Staten klaagden over wat zijals blatante anti-Israël vooringenomendheid beschouwden binnen de VN-Raad. De brief van de Amerikaanse ambassadeur Eileen Chamberlain Donahoe stipuleerde:

“De wettigheid van deze Raad blijft in vraag gesteld zolang als het een land oneerlijk behandelt en er als enige een apart agendapunt aan wordt besteed.  De absurditeit en hypocrisie van dit agendapunt wordt verder uitgewerkt door de resoluties die er worden in ondergebracht met inbegrip van, andermaal, een resolutie omtrent de ‘mensenrechten in de bezette Syrische Golan’ gemotiveerd door het Syrische regime, op een ogenblik dat dit regime haar eigen bevolking met tienduizenden uitmoord (thans honderdduizenden dixit J-Post).”

De bovenstaande geciteerde voorbeelden vormen slechts een fractie van de bevooroordeelde anti-Israël resoluties in de Verenigde Naties. In zijn onderzoek heeft professor Kontorovich het eveneens over de uitdrukking “nederzettingen”. In zijn nieuw artikel getiteld Unsettled: A Global Study of Settlements in Occupied Territories, toont professor Kontorovich dat de nederzettingen van andere staten in elk opzicht deze van Israël ver overstijgen. Toch wordt de uitdrukking “nederzettingen” door de Verenigde Naties enkel gebezigd inrelatie tot de burgergemeenschappen in Judea en Samaria. Die term werd door de UNGA 256 keren genoemd mbt. Israël en 17 keren in de UNSC.  Geen enkele organisatie heeft ooit diezelfde benaming gebruikt in relatie tot om het even welk ander land dat kolonisten heeft in bezet territorium.

flag_raisingIn 2015 werd voor het eerst de vlag van Palestina (in feite de vlag van de Palestijnse terreurgroep PLO) gehesen aan het hoofdkwartier en kantoren van de Verenigde Naties in New York

Het onderzoek van professor Kontorovich laat duidelijk zien dat de Verenigde Naties een dubbele standaard hanteren in relatie met de Joodse Staat. Hij ontkent ook de bewering van de Verenigde Naties mondiale rechtvaardigheid zouden vertegenwoordigen, een bewering die in werkelijkheid nergens op gebaseerd is.

De Verenigde Naties hebben in feite weinig gedaan om oorlogen te voorkomen, honger te beëindigen of het uitoefenen van justitie – noch in Syrië, Darfoer, Bosnië en Rwanda. Het zit opgesloten in corruptie schema’s en het bevorderde antisemitisme en anti-zionisme. Diezelfde Verenigde Naties hebben geen interesse in het oplossen van conflicten, met name het Israëlisch-Palestijnse conflict, in plaats van, zoals Bassem Eid zei: “Het bestendigt dit, omdat het er winst uit kan putten.” De Verenigde Naties schieten enkel wakker om mee te doen alleen wanneer het Israël ergens de schuld kan van geven.

Bij wijze van besluit schrijft professor Kontorovich:

“In een tijd van ernstige wereldwijde crisis – van een desintegrerend Midden-Oosten naar een grondoorlog en strijdlustige bezetting in Europa – kunnen de leiders van de vrije wereld zich niet veroorloven om van de V.N. te eisen dat zij hun obsessies ten aazien van Israël zouden temperen. Vooral wanneer blijkbaar het gevolg van een dergelijk tot zondebok maken (van Israël) is, dat de Verenigde Naties situaties in andere plaatsen en landen negeert en mensen die wanhopig hunkeren naar aandacht in de kou blijven staan.


Bronnen: bewerkt, aangevuld en vertaald door Brabosh.com van een artikel van 19 september 2016 van Joseph Puder op de site van Frontpage Magazine

Advertenties