Amerikaans Congres wil van UNRWA het werkelijke aantal Palestijnse vluchtelingen kennen

unrwa head
De langdurige Amerikaanse steun voor de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA), een apart hulpagentschap van de Verenigde Naties enkel voorbehouden aan Palestijnen en “al hun nakomelingen vanaf 1948 tot in der eeuwigheid“,  wordt deze week geconfronteerd met nieuwe vragen, sinds beide kamers van het Amerikaanse Congres de financiering van de UNRWA kritisch willen doorlichten en eventueel wijzigen om alzo de legitimiteit van de activiteiten van het agentschap vast te stellen.

Voor de eerste maal, bevatten ontwerpen van beide buitenlandse operaties secties waarin onder meer van het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt geëist om in het openbaar de term ‘vluchteling’ te definiëren als het gaat om het Israëlisch-Palestijnse conflict en deze definitie voortaan te gebruiken om te bepalen hoeveel Palestijnen volgens deze criteria in aanmerking komen voor het ontvangen van steun van de UNRWA.

De fundamentele vraag van het Congres is het idee dat veel van de Palestijnen – misschien wel een meerderheid – permanent gevestigd is in de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem en dus niet onder de jurisdictie van een vluchtelingenagentschap horen te sorteren. Een dergelijke vaststelling zou het verhaal van het decennia oude conflict fundamenteel veranderen.

Ismail HaniyehHamasleider Ismail Haniyeh in Gaza: “Meer is beter!”

In 2014 verklaarde de UNRWA dat er vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen zijn geregistreerd in deze Palestijnse gebieden, maar daarnaast ook in Jordanië, Syrië en Libanon. De VS doneert jaarlijks honderden miljoenen dollars aan de UNRWA ter ondersteuning van haar programma’s inzake onderwijs, gezondheidszorg en sociale diensten.

Vier jaar geleden gebruikte de Senaat soortgelijke taal in haar eigen voorstel tot financiering van buitenlandse activiteiten, waarin het ministerie van Buitenlandse Zaken eiste om rekening te houden met het aantal Palestijnen die steun ontvangen en gekwalificeerd staan als vluchtelingen uit het conflict van de jaren 1940, in tegenstelling tot degenen die louter nakomelingen zijn. In februari van vorig jaar voltooide dit departement haar verslag, maar had het meteen weer weg geklassificeerd.

Thans heeft de Senaat gevraagd aan de minister van Buitenlandse Zaken om ofwel een niet-geclassificeerde versie van het verslag af te leveren of, bij wijze van alternatief, een toelichting te produceren waarom de overheid deze cijfers niet kan (of niet wil?) vrijgeven in een geclassificeerde context.

“UNRWA heeft een programma dat een soort eigen leven is gaan leiden in het Midden-Oosten en de wens is om de transparantie te verhogen omtrent wie daadwerkelijk vluchtelingen zijn en relevant tot het conflict,” zei een belangrijke ambtenaar in de Senaat en hij voegde eraan toe: “Het wetsvoorstel gaat tot de kern van het debat omtrent de financiering van de UNRWA.”

Republikeinen hebben een parallelle inspanning gelanceerd in de Tweede Kamer om het ministerie van Buitenlandse Zaken te dwingen om te bepalen wie ‘vluchteling’ is, vermits de term betrekking heeft op de Palestijnse kwestie. Het gewijzigde taalgebruik werd de voorbije week gesteund door het Republikeinse Congreslid Chris Stewart om de versie van het wetsvoorstel in de Kamer in de juiste banen te leiden.

De minister van Buitenlandse Zaken zou door de wet worden geregisseerd om te waken over “een verantwoording waarom het in het nationaal belang van de Verenigde Staten is om fondsen te verstrekken aan de UNRWA,” indien het wetsvoorstel in de Kamer zou aangenomen worden.

“Een dergelijke rechtvaardiging zal een analyse bevatten van de huidige definitie van de Palestijnse vluchtelingen die wordt gebruikt door UNRWA, hoe die definitie daarmee overeenkomt of verschilt met zoals deze die gebruikt wordt door de UNHCR, met andere VN-organisaties en de Amerikaanse regering, en of deze definitie de vooruitzichten voor een duurzame vrede in de regio bevordert,” vervolgt de tekst eraan toevoegend “De commissie vaardigt uit dat een dergelijk verslag worden geplaatst op de voor iedereen toegankelijke website van het ministerie van Buitenlandse Zaken.”

De druk die wordt gezet op het ministerie van Buitenlandse Zaken om een dergelijk bericht publiek kenbaar te maken, lijkt een poging te zijn om te voorkomen dat het document andermaal weg geklassificeerd zou worden.

door Michael Wilner


Bron: in een vertaling van Brabosh.com naar een artikel van 15 juli 2016 in The Jerusalem Post

Met dank aan Tiki S. voor de hint.

Advertisements