De Farhoed in Bagdad, vijfenzeventig jaar geleden: herinner de vernietiging van het Iraakse Jodendom

farhud3Bagdad, Irak, 1 & 2 juni 1941. Met getrokken zwaarden gaat een woeste meute, geleid door de Farhoed, de Joodse bevolking van de hoofdstad te lijf. Honderden Joden worden vermoord, duizenden anderen gewond en verminkt voor het leven. Deze pogroms markeerden het begin van het einde van het Jodendom in Irak, gevolgd door de uittocht tussen 1950 en 1952 van ca. 130.000 Iraakse Joden  (75 % van het totaal) naar Israël [beeldbron: The Jewish Museum]

Vijfenzeventig jaar geleden, op 1 juni 1941, brak een enorme pogrom uit tegen de Joden van Irak. Gepleegd door islamitische bendes, die beïnvloed en opgehitst waren door de nazi-propaganda, blijft deze pogrom, gekend onder de naam Farhoed, tot op vandaag het belangrijkste trauma onder Iraakse Joden. De progrom markeerde tevens het begin van het proces van onderdrukking en geweld die uiteindelijk de oude gemeenschap zal dwingen om massaal te emigreren, voor het grootste deel naar Israël.

De Farhoed vermoordde honderden Joden en verwondden duizenden. De wreedheid bereikte haar hoogtepunt tijdens een bloedbad in Bagdad. Interviews die ik met overlevenden heb uitgevoerd, schetsen een beeld van het onmenselijke geweld. Kinderen werden vermoord en de benen van baby’s werden met zwaarden afgehakt, omdat de Iraakse Joden armbanden met belletjes om de benen van hun kinderen hadden gedaan om boze geesten af te weren en hun bewegingen te kunnen volgen. Zwangere vrouwen werden verkracht in het bijzijn van hun echtgenoten.

irak2Een monument “Gebed” in Ramat Gan, Israël, ter nagedachtenis van de Joden die in Irak werden gedood tijdens de Farhoed pogrom van 1941 en nieuwe pogroms in de jaren 1960

Joodse bezittingen werden geplunderd en Joodse huizen tot de grond afgebrand. “De vernietiging zelf was enorm,” berichtte de toekomstige Israëlische president Yitzhak Ben-Zvi aan het Joodse Agentschap in 1941. “Tussen 2000 tot 3000 [Joden] werden zonder bestaansmiddelen aan hun lot overgelaten. De materiële schade wordt geschat op een miljoen Palestijnse ponden. Dit bedrag is niet overdreven.”

In tegenstelling tot de populaire mythe, brak de Farhoed niet spontaan uit, maar was in feite goed georganiseerd. Ezra Levi, een getuige van de gebeurtenissen, toonde mij fotografisch bewijs waarop te zien is dat enkele dagen voor het begin van de Farhoed, de Joden van Bagdad hadden gemerkt dat Arabische namen werden geschreven op winkels die eigendom waren van Arabieren, om ervoor te zorgen dat alleen de Joodse handelszaken werden geplunderd.

Een regeringscommissie werd aangesteld om de gebeurtenissen te onderzoeken, en haar rapport stelde dat er twee belangrijke bronnen waren van het aanzetten die leidden tot de pogrom: Het werk van Haj Amin al-Husseini, de verbannen Moefti van Jeruzalem; en uitzendingen van de  nazi-propaganda van Radio Berlijn. Deze voortdurende opruiing tegen de Joden had de moorden gelegitimeerd.

husseini21Berlijn, 25 november 1941. Groot-Moefti van Palestina Amin Al-Hoesseini op bezoek bij Adolf Hitler. Al-Hoesseini over die alliance met de Führer: “Onze belangrijkste voorwaarde om samen te werken met Duitsland was vrij spel te verkrijgen zodat we in Palestina en de Arabische wereld de Jood tot en met de laatste konden uitroeien.”

Het rapport van de commissie was redelijk accuraat. Nadat hij naar Irak was gevlucht om aan arrestatie door de Britten te ontkomen, begon de Moefti nazi-propaganda te verspreiden in de naam van de Palestijnse zaak, het Arabisch nationalisme en Islam. Hij oefende een sterke invloed uit op de overheid en militaire functionarissen tot aan het punt dat vanuit zijn huis de orders werden uitgegeven. Zijn entourage verspreidde ook anti-Joodse propaganda op alle niveaus van de Iraakse samenleving. Het geld dat de Moefti had ontvangen om gewonde Palestijnen te helpen werd verspild aan deze propaganda inspanning. Er wordt zelfs beweerd dat hij een geheime code bezat om de communicatie tussen hem en Duitsland te behouden. Samen met dit, bracht hij de Syrische en Palestijnse nationalistische docenten naar Irak om hun studenten te indoctrineren met vernederende propaganda tegen de Joden.

De Mufti was in oktober 1939 aangekomen in Irak. In Bagdad, ageerde hij tegen de pro-Britse Iraakse premier Nuri al-Said. Hij werd uiteindelijk betrokken bij een samenzwering onder leiding van de Iraakse legerofficieren die probeerde al-Said vervangen door ex-premier Rasjid Ali al-Gailani. Zij ijverden ook om de pro-Britse koning Faisal omver te werpen en hem te vervangen door zijn zoon.

De staatsgreep werd in gang gezet in april 1941, nadat de Moefti niets minder dan een heilige oorlog was begonnen tegen de Britten en de Arabieren in het Midden-Oosten had opgeroepen om te rebelleren tegen de Britse heerschappij. De staatsgreep mislukte uiteindelijk nadat de Britten erin slaagden om de gebieden te heroveren die gevallen waren onder het bewind van al-Gaylani en het breken van de belegering van een Britse luchtmachtbasis bij Habbaniyah was geslaagd.

[..]

door Edy Cohen

in een vertaling van Brabosh.com

♦ Lees het vervolg van dit uitgebreide artikel van Edy Cohen hier verder op The Tower Org: “Remembering the Destruction of Iraqi Jewry”; The Tower, Nummer 40, juli 2016.

Advertenties