Turkije en Israël: Samen gelukkig? [Burak Bekdil]

De ups en downs van de betrekkingen tussen Turkije en Israël — wat komt daarna? Links: De Turkse President Recep Tayyip Erdogan (toen de Premier) schudt de handen van de toenmalige Israëlische premier Ariel Sharon, op 1 mei 2005. Rechts: Erdogan schudt de hand van Hamas-leider Ismail Haniyeh op 3 januari 2012.

Ogenschijnlijk is bijna iedereen blij. Na zes jaar en talloze geheime en publieke onderhandelingsrondes hebben Turkije en Israël eindelijk een mijlpaal-deal bereikt om hun lagere diplomatieke betrekkingen te normaliseren met het beëindigden van de koude oorlog. De ontspanning is een regionale noodzaak op basis van convergerende belangen: er zijn uiteenlopende belangen die kunnen wachten tot de volgende crisis.

VN-chef Ban Ki-moon verwelkomde de deal, noemde het een “hoopvol signaal voor de stabiliteit van de regio.” Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, is ook ingenomen met de overeenkomst. “In onze regering zijn we natuurlijk blij. Dit is een stap die we wilden zien gaan gebeuren,” zei hij.

En Israëlische premier Benjamin Netanyahu vindt dat de overeenkomst van het normaliseren van de betrekkingen een positief effect zal hebben op Israëls economie. “Het heeft ook enorme gevolgen voor de Israëlische economie, en ik gebruik dat woord opzettelijk,” zei Netanyahu, in een waarschijnlijke verwijzing naar de mogelijke deals met Turkije voor het onderzoek en het transport van aardgas vanaf de Israëlische kust.

Een paar jaar geleden, volgens het officiële Turkse verhaal, “was Israël een terroristische staat en haar daden, terroristische daden.” Vandaag, in de woorden van Turkije’s Minister van Economie, Nihat Zeybekci: “is Israël voor ons een belangrijke bondgenoot.”

Turkije heeft lang beweerd zich niet te zullen verzoenen met Israël, tenzij aan haar drie eisen stevig zou worden voldaan door de Joodse staat: een officiële verontschuldiging voor de moord op negen islamisten aan boord van het Turkse flottielje onder leiding van de Mavi Marmara die in 2010 probeerde om de marine-blokkade van Gaza te breken; schadevergoeding voor de families van de slachtoffers; en een volledige verwijdering van de blokkade. In 2013 verontschuldigde Netanyahu zich onder druk van President Barack Obama voor de operationele fouten tijdens de raid op de Mavi Marmara. Beide partijen hebben dan ook een compensatie afgesproken ter waarde van $ 20 miljoen. Nu de deal is bereikt en wacht op de goedkeuringen van de Israëlische overheid en het Turkse parlement, ziet het verhaal over de derde Turkse voorwaarde er lastig uit.

In de aankondiging van de deal zei de Turkse premier Binali Yildirim, dat een eerste schip met meer dan 10.000 ton aan humanitaire hulp uit Turkije naar Gaza gaat, als onderdeel van de deal tussen Turkije en Israël. Het zal naar de Ashdod-haven varen op 1 juli. Een 200 bedden tellend Turks-Palestijns “vriendschapsziekenhuis” zal zo spoedig mogelijk worden opgezet. Turkije’s huisvestingsagentschap zal ook deelnemen aan een ontwikkelingsproject in Gaza. En dat is prima.

Maar vervolgens beweerde Yildirim dat het embargo op Gaza grotendeels onder leiding van Turkije zal worden opgeheven. Dat is helemaal fout en gewoon een poging om te bedriegen, gericht op Turkije’s binnenlandse consumptie. Een buitengewone manier om aan de islamitische Turkse stemmassa te vertellen: “Sorry, we hebben verzuimd de blokkade van Gaza te verwijderen, maar proberen het te verkopen alsof we het wel deden.” Zelfs al vóór de deal, was Turkije, net als andere landen, vrij om humanitaire hulp te sturen naar Gaza via de door Israël aangewezen haven Ashdod. Nu stuurt het deze hulp via deze zelfde haven, en dus niet rechtstreeks naar de Gaza-kusten. Vandaar dat Netanyahu stelde dat “de Israëlische marine-blokkade van Gaza overeind zou blijven na de deal.”

Na zes vermoeiende jarenlange gezamenlijke inspanningen om Israël internationaal te isoleren, tenzij Jeruzalem de marine-blokkade van de Gazastrook zou opheffen, moest Turkije terug naar waar het eerst stond. En uit verlegenheid probeert het om de deal als een belangrijke diplomatieke overwinning te verkopen. Eén pro-regerings-columnist schreef flagrant: “Ankara opende een humanitair corridor naar Gaza en bereikte de historische missie van het vrijheidsflottielje.”

Hoe dan ook, de propagandamachine van de regering werkt niet altijd goed met de nu verspreide boodschap dat de grote macht van Turkije Israël op zijn knieën kreeg.

“Het lijkt erop dat de regering de beginselen en waarden heeft opgegeven. Het zal dientengevolge steun verliezen,” zei Ismail Bilgen, wiens vader een van degenen was die is gedood op de Mavi Marmara. “De Rechtvaardigheid en Ontwikkeling Partij [AKP] geniet grote steun vanwege haar vastberaden principiële standpunt inzake deze kwesties, maar deze stap is in totale tegenspraak daarmee.”

Hij voegde eraan toe:

“Het herstel van de banden is op deze manier onaanvaardbaar. De Israëli’s handelen alsof de vergoeding een daad van mededogen is, in plaats van een straf voor hun misdaden… Mijn vader en zijn vrienden stierven bij het proberen internationale aandacht te krijgen voor het opgeheven krijgen van de onmenselijke blokkade die opgelegd is op Gaza. Nu lijkt het alsof hun martelaarschap tevergeefs zal zijn geweest.”

CIGDEM Topcuoglu, wiens echtgenoot aan boord van de Mavi Marmara sneuvelde, zei:

“Onze strijd zal blijven ondanks alles. Ik ben er volledig tegen [de normalisatie-deal]… Op geen enkele wijze mag er een akkoord worden bereikt of vriendschap worden opgericht met de Zionisten die zichzelf Israël noemen, en bloed aan hun handen hebben… Onze President [Recep Tayyip Erdogan] vertelde ons, toen hij een ontmoeting had met ons, dat het bloed van de martelaren van de Mavi Marmara heilig was. Ik hoop dat onze President niet zal toegeven aan Israël op enigerlei wijze en een deal sluiten.”

Te laat, en fout. De deal gaat door, en dat onder het goedkeurende toezicht van Erdogan. Ironisch genoeg loopt de vergeefse Turkse poging om een einde te maken aan de Marine-blokkade van Gaza nu in een heel andere richting: aangezien Turkije heeft ingestemd met het sturen van humanitaire hulp via de haven van Ashdod, heeft zij daarmee de legitimiteit van de blokkade aanvaard.

door Burak Bekdil

De auteur is gevestigd in Ankara, is een Turkse columnist voor de krant Hürriyet en een medewerker aan het Midden-Oosten-Forum.


in een vertaling uit het Engels door W.J. Jongman en H. Sleijster van een artikel op de website van The Gatestone Institute van 29 juni 2016

gatestone-logo

Advertisements