Palestijnen: Anarchie keert terug naar de Westbank [Khaled Abu Toameh]

palestIn april van dit jaar barstte een hevig vuurgevecht uit tussen veiligheidsbeambten van de Palestijnse Autoriteit en leden van de clan van Jaradat in het vluchtelingenkamp van Jenin. Het conflict begon tijdens een poging een lid van de clan te arresteren [beeldbron: Palestijnse Press Agency]

De Palestijnen vrezen dat hun gemeenschappen zullen worden geconfronteerd met een terugkeer naar anarchie een falatan amni, ofwel “veiligheidschaos.” Recente incidenten zijn er een ander teken van dat de Palestijnse Autoriteit faalt in de handhaving van wet en orde, met name in vluchtelingenkampen zoals Balata (in de buurt van Nablus), Qalandya (in de buurt van Ramallah), en het vluchtelingenkamp in Jenin.

Bovendien zijn deze gebeurtenissen een indicatie van de opbouw van spanningen tussen de rivaliserende kampen binnen Fatah, en ook tussen de vluchtelingen en de Palestijnen die leven in de grote steden rond deze kampen.

Deze kampen zijn broeinesten voor gewapende gangsters en terreurgroepen, en zijn al lange tijd ontoegankelijk voor de veiligheidsdiensten van de Palestijnse Autoriteit (PA). Tienduizenden Palestijnen wonen in deze drie grote vluchtelingenkampen op de Westelijke Jordaanoever. Hoewel de vluchtelingenkampen gevestigd zijn in gebieden die worden gecontroleerd door de PA, doen de Palestijnse veiligheidstroepen duidelijk hun best weg daar te blijven. Pogingen van de Palestijnse veiligheidstroepen om gezochte kampbewoners te arresteren voor verschillende misdrijven hebben vaak geleid tot gewapende confrontaties.

Ontevreden leden van Fatah, de regerende factie van de PA van President Mahmoud Abbas, zijn meestal verantwoordelijk voor de anarchie en de “beveiligingschaos.” Veel van de Fatah-leden hoorden ooit bij Fatah’s gewapende vleugel, de Aqsa Martelaren Brigades, die enkele jaren geleden officieel werd ontmanteld onder druk van Israël en de internationale gemeenschap, meer specifiek de Amerikanen en Europeanen, die de grootste financiers zijn van de Palestijnse Autoriteit.

Deze mannen beschuldigen regelmatig de PA-leiding ervan met de rug naar hen toe te staan en hun vraag naar banen en geld te negeren. Een snelle babbel met jonge Palestijnen, met inbegrip van Fatah-leden, in een vluchtelingenkamp op de Westelijke Jordaanoever zal een heftig gevoel van verraad onthullen. En nee, ze zijn niet bang zich tegenover een vreemdeling uit te spreken tegen President Abbas en de Palestijnse Autoriteit. In deze kampen lijkt de PA net zo veel de vijand te zijn als Israël. Ze spreken over de PA als een corrupt en incompetent orgaan, dat wordt beheerd door “maffia leiders”. Anderen zien de Palestijnse Autoriteit als een pion in de handen van Israël en de VS. Wat nog belangrijker is, veel van de kampactivisten geloven dat het slechts een kwestie van tijd is, voordat de Palestijnen een intifada lanceren tegen de PA.

Vergis je niet: deze personen hebben geen liefde voor Israël. Niet één is bereid het “recht op terugkeer” naar Israël op te geven, zelfs als en wanneer een Palestijnse staat met misschien de pre-1967-lijnen wordt opgericht. En velen zijn volledig bereidt tot een “gewapende strijd” tegen Israël.

Maar de vijandigheid ten aanzien van de Palestijnse Autoriteit lijkt ongekende hoogten te hebben bereikt onder de bewoners van de vluchtelingenkampen. Het gevoel is dat de leiding van de PA vrijwel niets heeft gedaan ter verbetering van hun levensomstandigheden en dat het echte geld naar grote steden gaat zoals Ramallah, Nablus, Betlehem en Hebron.

“De Palestijnse Autoriteit wordt gecontroleerd door dieven die zich geen zorgen maken om ons,” klaagde Hassan Abu Ayyash, een jongeman die zichzelf als een “Fatah-activist” uit het vluchtelingenkamp Al-Amari in de buurt van Ramallah beschrijft.

“Ze krijgen honderden miljoenen dollars van de internationale gemeenschap en verdelen die tussen zichzelf en hun zonen. Kijk naar al de grote gebouwen en chique restaurants en bars in Ramallah. Waar krijgen ze al het geld vandaan voor de aankoop van dure auto’s?”

De kampbewoners zijn zelfs niet bang om hun toorn te ventileren tegen de hooggeplaatste vertegenwoordigers van de Palestijnse Autoriteit.

Eerder deze week onderschepten niet-geïdentificeerde gewapende mannen de auto van de Minister voor Sociaal Welzijn van de Palestijnse Autoriteit, Ibrahim Al Shaer, die onderweg was van Ramallah naar Jeruzalem. Toen de auto op de snelweg van Ramallah-Jeruzalem het vluchtelingenkamp van Qalandya bereikte, stopten enkele schutters de wagen en dwongen de chauffeur uit te stappen. De schutters, waarvan wordt verondersteld dat ze leden van Fatah zijn, vluchtten met de auto. Uren later konden de veiligheidstroepen van de PA het gestolen voertuig van de minister achterhalen. Palestijnen beschreven de carjacking als een zware klap voor het “prestige” van de Palestijnse Autoriteit.

In een ander incident dat soortgelijke gevoelens weerspiegelt, openden niet geïdentificeerde gewapende mannen het vuur op een politiebureau van de Palestijnse Autoriteit in het dorp van Al Yamoun in de noordelijke Westelijke Jordaanoever. Nogmaals, de verdachten worden verondersteld ontevreden Fatah-activisten te zijn. Bewoners van Jenin zeiden dat de schietpartij de groeiende staat van “veiligheidschaos” aantoont in dit gebied, en tevens de zwakte van de PA bij de aanpak van het probleem. De aanval was de tweede in zijn soort tegen het hetzelfde politiebureau in de afgelopen maanden.

In april van dit jaar barstte een hevig vuurgevecht uit tussen veiligheidsbeambten van de Palestijnse Autoriteit en leden van de clan van Jaradat in het vluchtelingenkamp van Jenin. Het conflict begon tijdens een poging een lid van de clan te arresteren. Twee personen raakten gewond.

Vorige maand stalen gemaskerde schutters uit een van de vluchtelingenkampen op klaarlichte dag een Palestijnse politie-auto in het centrum van Ramallah. De gestolen auto werd uren later teruggegeven aan de politie, maar niemand werd gearresteerd, omdat dit nog meer problemen zou geven voor de Palestijnse Autoriteit, wat kon resulteren in een gewelddadige confrontatie met de kampbewoners.

Nablus, de grootste Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever, is een voorbeeld van de toenemende anarchie op de Westelijke Jordaanoever. De stad is omringd door een aantal vluchtelingenkampen die daadwerkelijk worden gecontroleerd door tientallen Fatah-bendes die al langere tijd de rijke clans in de stad terroriseren en hun toonaangevende figuren.

Maar er zijn ook gevallen waarin het lijkt dat rivaliserende Fatah-leiders de weerbarstige schutters van de vluchtelingenkampen inhuren om de onderlinge twisten te regelen. Eerder deze maand bijvoorbeeld openden gewapende mannen het vuur op het huis van Ghassan Shaka’a, de voormalige burgemeester van Nablus en een hoge ambtenaar van de PLO en Fatah. Niemand raakte gewond bij de aanval, die er blijkbaar alleen op gericht was de Shaka’a’s een waarschuwingssignaal te sturen.

Shaka’a maakte later bekend dat de aanval op zijn huis gedaan was in het kader van de “interne rivaliteit” onder de hoogste leiding van het Fatah-leiderschap. Hij zei dat hij geloofde dat de aanval op hem was gericht ten gevolge van het feit dat hij weer meedeed voor het burgemeesterschap van Nablus. Uiting gevend aan zijn diepe frustratie met de wetteloosheid in zijn stad, zei Shaka’a dat de “veiligheidssituatie in de Gazastrook (Hamas-gecontroleerd) beter was dan die op de Westelijke Jordaanoever.” Zijn laatste opmerking wordt gezien als directe kritiek op de Palestijnse Autoriteit voor het niet in toom houden van de schutters uit de vluchtelingenkampen.

Volgens sommige van Mahmoud Abbas’ hoogste assistenten zijn de scènes van wetteloosheid verre van spontaan. Integendeel, ze zeggen dat deze zijn georkestreerd door de afgezette Fatah-medewerker Mohamed Dahlan, die is gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten. De assistenten beweren dat Dahlan vele Fatah-bendes in de vluchtelingenkampen van de Westelijke Jordaanoever betaalt, als onderdeel van een poging om de loyaliteit te kopen en een grondslag van macht voor zichzelf.

Dahlan, zo stellen zij, staat te popelen om President Abbas te verslaan. Dus heeft hij hard gewerkt om de Palestijnse Autoriteit te ondermijnen en anarchie en dissidentie te zaaien op de Westelijke Jordaanoever. Hij wil laten zien dat Abbas de controle verliest en dat alleen een “krachtig” figuur als Dahlan recht en orde zou kunnen herstellen. Dahlan heeft op zijn beurt de beschuldigingen sterk ontkend.

De terugkeer van anarchie in de straten van steden van de Westelijke Jordaanoever en in de vluchtelingenkampen is een slecht voorteken voor President Abbas en zijn regime. Het is ook een natuurlijk gevolg van het falen van de Palestijnse Autoriteit in de afgelopen twee decennia om de bewoners van de vluchtelingenkampen een realistische hoop te bieden op een beter leven.

De PA heeft net als de meeste Arabische landen jarenlang gelogen tegen de kampbewoners, door hen te vertellen dat ze in hun ellende moesten blijven, omdat op een dag ze naar hun families en voormalige huizen binnen Israël zouden terugkeren. Aan deze buitengewoon uitgebreide inspanning om hen te bedriegen heeft de Palestijnse Autoriteit nog toegevoegd dat de vluchtelingenkampbewoners werden gemarginaliseerd en afgesneden uit het proces van staatsvorming. Het lijkt erop dat de inwoners nu genoeg hebben gehad. Abbas’ speken over de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat is moeilijk te verzoenen met de “veiligheidschaos” in de gebieden die onder zijn controle staan. Hamas staat natuurlijk te juichen aan de zijlijn nu ze zien dat de PA-gecontroleerde gebieden naar de hel gaan.

door Khaled Abu Toameh


in een vertaling uit het Engels door W.J. Jongman en H. Sleijster van een artikel op de website van The Gatestone Institute van 16 juni 2016

gatestone-logo

Advertisements