Op 3 juni aanstaande begint het overleg van de laatste kans op een tweestatenoplossing

abbasarabMahmoud Abbas, het Klein Duimpje van de Arabische Liga, voert slaafs uit wat zijn bazen in Caïro, Riyad en Doha hem dicteren

Volgende week op vrijdag 3 juni 2016, gaat in Parijs de vergadering van het Franse Vredesinitiatief van start waaraan de ministers van Buitenlandse Zaken van een 20-tal landen zullen deelnemen, onder hen ook de Amerikaanse minister van BuZa John Kerry, maar wel zonder de Israëliërs (en zonder de PA-Palestijnen en zonder Hamas/Gaza). Een besluit dat in Israël uiteraard niet in goede aard viel en door de Joodse staat meteen naar de prullenmand werd verwezen.

Naar verluidt zou later op het jaar een internationale conferentie worden gehouden waarvoor de Israëliërs en de helft van de Palestijnse Autoriteit (dus zonder Hamas/Gaza) wel op zouden uitgenodigd worden. Het doel van het Franse Initiatief is een eventuele heropstart van de onderhandelingen te forceren die zouden moeten leiden naar de stichting van een soevereine staat Palestina.

De onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen liggen stil sinds het door de Amerikanen geleide vredesproces in april 2014 faalde, omwille van het feit dat enkele weken vóór het einde van die onderhandelingen Mahmoud Abbas een eenheidsakkoord met Hamas sloot en prompt een nieuwe regering voorstelde en tegelijk een diplomatiek offensief begon tegen Israël via diverse nevenorganisaties van de Verenigde Naties waardoor Israël niets anders overbleef dan de onderhandelingen op te schorten.

Arabische Liga
Het Franse initiatief neemt als uitgangspunt voor de onderhandelingen het (Saoedi-)Arabisch Vredesinitiatief van 2002 van de Arabische Liga dat voorziet in de terugtrekking van Israël uit al de gebieden die het heroverde tijdens de Zesdaagse Oorlog, binnen de zogeheten ‘pre-1967 lijnen’; een oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem met eventueel de “terugkeer” of compensatie van ca. 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen; en Jeruzalem als gedeelde hoofdstad van Israël en ‘Palestina’… in ruil voor normalisering van de betrekkingen tussen Israël en de 22 landen van de Arabische Liga. Voorstel van Frankrijk dat onmiddellijk werd afgewezen door Israël.

Nabil al-Arabi, de voorzitter van de islamitische Arabische Liga, haalde op 28 mei 2016 andermaal zwaar uit naar Israël en noemde de Joodse staat een bastion van “fascisme en raciale discriminatie”,. Tijdens een ontmoeting met buitenlandse ministers die op zaterdag bijeen waren om het Franse initiatief te bespreken, zei al-Arabi in zijn toespraak tot de ministers dat Israël “vandaag het laatste bastion in de wereld is geworden van het fascisme, kolonialisme en raciale discriminatie“.

PLO-chef Abu Mazen
Abu Mazen, nom de guerre van PA-president Mahmoud Abbas die tevens voorzitter is van al-Fatah en van de PLO, verwierp eerder het aanbod van Israël om directe onderhandelingen te starten ipv de resultaten van het eenzijdige Franse initiatief af te wachten, dat eerder door Israël was verworpen.

Ook op zaterdag 28 mei beschuldigde hij Israël voor de het stilvallen van de onderhandelingen. “We hebben bij de Israëlische regering hard aangedrongen om de ondertekende verdragen te implementeren en respect te vragen voor de door hun en onze gemaakte toezeggingen, maar ze weigerden,” zei Abbas.

Helemaal dol werd het toen PA-president Mahmoud Abbas op zaterdag opriep om de soldaten van het Israëlische leger (IDF) in Judea &, Samaria, de Golan en Jeruzalem te vervangen door soldaten van de NATO, als deel van om het even welk vredesakkoord dat zou leiden tot de implementatie van een tweestatenoplossing.

In de Egyptische hoofdstad Caïro ten overstaan van de Arabische Liga verwierp Mahmoud Abbas tevens het idee om Israël te erkennen als de natiestaat van het Joodse Volk. Abbas zei dat onderhandelingen moeten gebaseerd zijn op het begrip van een tweestatenoplossing gebaseerd op de pre-1967 ‘grenzen’ met Jeruzalem als hoofdstad van Palestina:

“Nu spreken we over het Franse initiatief… Het doel ervan moet zijn om de visies van beide staten te implementeren, gebaseerd op het grenzenakkoord van 1967 en de hoofdstad van de Palestijnse staat die oostelijk Jeruzalem zal zijn, zodat beide landen naast elkaar kunnen leven, in veiligheid, stabiliteit en vrede – indien Israël op zoek naar vrede is.”

“Er zou eventueel”, verklaarde hij “een kleine landruil van gelijke waarde kunnen plaatsvinden”, eraan toevoegend dat er een tijdlijn moet gezet worden voor een Israëlische terugtrekking uit Judea & Samaria en Jeruzalem. Met dat laatste verwees hij naar zijn voorstel van 17 december 2014 toen Jordanië in de VN-Veiligheidsraad een door de Palestijnen opgestelde resolutie indiende, die een “einde moet maken aan de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden tegen het einde van 2017 en een vredesakkoord dat binnen een jaar moet afgerond zijn.”

Resolutie 194 en de kwestie van de “terugkeer”
Er moet ook een eerlijke en overeengekomen oplossing komen voor de Palestijnse vluchtelingen op basis van Resolutie 194 van 1948 van de Verenigde Naties en hij zei:

“Wij nemen tevens in overweging een kwestie die in het initiatief ter sprake komt met betrekking tot de Palestijnse vluchtelingen, die [voor ons] erg belangrijk is  – daarin staat een kristalhelder artikel waarin een eerlijke en overeengekomen oplossing wordt gestipuleerd voor het probleem van de Palestijnse vluchtelingen, in  overeenstemming met Resolutie 194.”

Wanneer Mahmoud Abbas refereert naar de uitvoering van VN Resolutie 194 van 11 december 1948 bedoelt hij natuurlijk enkel en alléén Artikel 11 omtrent de vluchtelingenkwestie (Resolutie 194 werd in haar geheel verworpen door de Arabieren) waarin wordt voorgesteld dat de vluchtelingen die “terug naar huis” willen keren en “in vrede willen leven met hun buren”, dat ook moet worden toegestaan en dat diegenen die niet wensen terug te keren vergoed moet worden voor het geleden verlies of schade aan eigendommen.

Uiteraard werd in Artikel 11 van Res. 194 enkel het ca. half miljoen Arabieren bedoeld dat tussen 1 juni 1946 en 15 mei 1948  (toen Israël op 14 mei de onafhankelijkheid uitriep en de Arabieren daags nadien een oorlog begonnen) in ‘Palestina’ woonden maar door de oorlog naar de buurlanden (en verder) waren gevlucht.

Overigens werden die Arabische vluchtelingen van toen nooit ‘Palestijnse’ vluchtelingen genoemd. Die foutieve aanduiding kregen ze pas na de oprichting van de PLO in 1964 en werd door Yasser Arafat veralgemeend na het einde van de Zesdaagse Oorlog van 1967.

Resolutie 194 werd destijds met een grote meerderheid goedgekeurd door onder meer de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en tevens door Nederland en België. Echter de landen van het toenmalige Sovjetblok (o.a. Rusland en Oekraïne) alsook de moslimlanden stemden tegen de resolutie waaronder Afghanistan, Egypte, Irak, Libanon, Pakistan, Saoedi-Arabië, Syrië en Jemen. Iran onthield zich aan de stemming.

Net zoals ze eerder in november 1947 tegen de tweestatenoplossing hadden gestemd (Resolutie 181, het Verdeelplan van de VN) en op 15 mei 1948 een militair offensief begonnen  tegen Israël èn verloren tegen april 1949.

200.000 Arabieren vluchten in 1948
In een rapport van de VN van 23 oktober 1950 werd  door het kersverse UNRWA agentschap het cijfer van 711.000 Arabische vluchtelingen vooropgesteld. Echter in een rapport van Ralph Bunch, de Mediator on Palestine van de Verenigde Naties in 1950, wordt door hem een veel lager cijfer geciteert met name 472.000 Arabische vluchtelingen.

En volgens een rapport van 16 september 1948 van VN Mediator on Palestine Graaf Folke Bernadotte waren het er nog veel minder namelijk ca. 360.000. Sir Raphael Cilento, directeur van het UN Disaster Relief Project (DRP, de directe voorloper van de UNRWA) vermeldde in augustus 1948 tussen 300.000 en 350.000 vluchtelingen en volgens een onderzoek van Samuel Katz in 1973 waren er in mei 1948 ongeveer 200.000 Arabieren op de vlucht.

De eeuwige vluchteling
Het politiek gesjoemel met de aantallen Arabische vluchtelingen die er zouden zijn (geweest), loopt nog door tot op vandaag. Van al die Arabische vluchtelingen van toen zijn er tegenwoordig nog een 25.000 (bejaarde) in leven, waarvan de jongste geborene in mei 1948 vandaag 68 jaar zou zijn en iemand die meerderjarig en 21 jaar oud was op 1 juni 1946 vandaag reeds 91 jaar zou zijn.

Echter volgens de UNRWA, die in 1951 om politieke redenen de status van de Arabische vluchtelingen erfbaar maakte, zijn er tegenwoordig ca. 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen, die volgens Mahoud Abbas allemaal moeten kunnen “terugkeren en of vergoed” moeten worden. Geen enkel ander volk van ‘vluchtelingen’ in de geschiedenis in de wereld, heeft ooit een dergelijke vluchtelingenstatus gehad die tot in der eeuwigheid wordt doorgegeven van vader op zoon, behalve dan de Palestijnen…

Ongeveer 160.000 andere Arabieren waren niet gevlucht en werden staatsburgers van de Joodse staat. Hun aantal is sindsdien meer dan vertienvoudigd en Israëlische Arabieren maken meer dan 20 procent van Israël ’s huidige bevolking.

Over de ca. 820.000 Joodse vluchtelingen die uit de Arabische wereld werden verdreven (waarvan 586.000 zich in Israël vestigden) tijdens diezelfde periode werd met geen woord over gerept noch over compensatie gesproken voor het geleden verlies of schade aan eigendommen.

door Brabosh.com

Advertenties