Israël reageert boos op het Nederlandse gedoog- en gesubsidieerd boycot-Israëlbeleid

antisem26

Zoals reeds eerder bericht schuimen de voorbije weken zogenaamde “inspectieteams” van de boycot-Israëlgroep DocP, een Nederlandse zijscheut van de antisemitische BDS-beweging, de supermarkten af in grote Nederlandse steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Leiden en Den Haag e.a. op zoek naar door Joden “besmette producten” die “illegaal” te koop worden aangeboden.

Opmerkelijk is bovendien dat de anti-Israëlorganisatie DocP gesubsidieerd wordt door de Nederlandse staat, vermits de groep in Nederland geregistreerd staat als een goed doel en daardoor profiteert van belastingvoordelen bij schenkingen.

rol-stickersDankzij de overheidssteun kunnen de stickers ‘Stop Israeli Apartheid’ betaald worden die door de inspectieteams op “besmette” Joodse producten worden gekleefd die geproduceerd werden in Israël. (plaatje rechts). Gekker kan het blijkbaar niet meer.

Het zal dan ook niemand verbazen dat de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (een boegbeeld van de Nederlandse socialistenpartij PVDA) de Israëlboycotactie in de Tweede Kamer verdedigde als zijnde een uitdrukking van het recht op vrije meningsuiting, op voorwaarde dat ze geen schade toebrengen of intimiderend gedrag vertonen.

Intussen heeft het bericht omtrent de door de staat gesubsieerde Israëlboycotactie ook de Joodse staat bereikt en wordt er geschokt gereageerd op de uitlatingen van minister Koenders.  Op een ogenblik dat in verschillende landen stemmen opgaan om de BDS beweging te verbieden, doet Nederland precies het tegenovergestelde door de BDS (en satelieten zoals DocP) te legaliseren waardoor DocP de facto een vrijgeleide krijgt om op kosten van de Nederlandse staat haatpraat, Israëlhaat (en dus impliciet Jodenhaat) te verspreiden.

Reagerend op de incidenten in Nederland, zei Emmanuel Nachshon,  de  woordvoerder van Israël ’s ministerie van Buitenlandse Zaken op donderdag 26 mei in The Jerusalem Post:

“Van zodra de vrijheid van meningsuiting  een voorwendsel wordt voor het toestaan van haatpraat, dan is deze niet meer legitiem. De verklaring van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken zaait verwarring en valt moeilijk te begrijpen. Hoe kan iemand aan de ene kant tegen haat en boycot zijn, maar aan de andere kant mensen rechtvaardigen die dit beleid van haat bepleiten onder het mom van vrijheid van meningsuiting?”

Advertenties