Oud-president Bill Clinton: ‘Ik zou mijn leven geven om de Palestijnen een eigen staat te geven’

arafat

♦ “Ik zou mijn leven geven om de Palestijnen een eigen staat te geven. Ik had een akkoord [3 januari 2001] dat hen heel Gaza had gegeven maar ze hebben het afgewezen.”

Bill Clinton♦ “Hamas is erg slim. Telkens wanneer ze Israël willen beschieten met raketten, verschuilen ze zich in hospitalen, in scholen en in dichtbevolkte gebieden. [Hamas] zei dat ze de Israëliërs in een positie dwingen om zich of niet te verdedigen of anders onschuldigen te doden. Daar is [Hamas] erg goed in geworden.”

[Oud-president Bill Clinton, 13 mei 2016; bron: J-Post]

De vrede nabij
Tijdens de vredesonderhandelingen in Camp David in de zomer van 2000 en na het falen ervan gevolgd door een nieuwe poging om te onderhandelen in Taba in januari 2001 als de ‘onderhandeling van de laatste kans’, had de toenmalige Israëlische Eerste-minister Ehud Barak een enorm genereus aanbod gedaan aan Yasser Arafat, waarvan toenmalig president Bill Clinton de Israëliërs verzekerde dat Arafat dit niet zou kunnen weigeren.

Het voorstel voorzag onder meer de terugtrekking uit ca. 97 procent van de zogenaamde bezette gebieden, inclusief de terugtrekking uit Oost-Jeruzalem, behoudens dan de Joodse en de Armeense wijken, alsook 30 miljard dollar als compensatie voor de vluchtelingen die wel moesten afzien van hun ‘recht op terugkeer’. Nooit voordien was een Israëlische regering zo ver gegaan met toegevingen.

Achteraf zullen pro-Palestijnse lobbyisten de schuld voor het falen in Camp David en Taba eenzijdig bij Israël leggen of in het ‘beste’ geval bij PA-leider Yasser Arafat en premier Ehud Barak samen. In werkelijkheid stond een vredesakkoord met Israël helemaal niet op de agenda van Arafat en heeft er ook nooit op gestaan.

Het verraad van Arafat
Echter in januari 2001 weigerde de verraderlijke Arafat nog langer deel te nemen aan de onderhandelingen  in Taba en sloeg de deur definitief achter zich dicht. Een blunder van formaat die aan vele duizenden, militairen maar vooral burgers het leven zal kosten.

Ariel SharonEnkele maanden vóór het afspringen van de onderhandelingen in Camp David, greep Arafat een [slecht getimed] bezoek van oud-premier Ariel Sharon – 28 september 2000 – aan de Tempelberg, als excuus aan om in oktober 2000 een Tweede Intifada te beginnen.

In werkelijkheid lag het bezoek van Sharon aan de Tempelberg helemaal niet aan de basis van de ‘Al-Aqsa Intifada’. Volgens het Mitchell Rapport van 30 april 2001 stond de Palestijnse revolte reeds lang voordien in de steigers en was reeds in juli 2000 gepland ruim vier maanden vóóraleer Sharon de Tempelberg zal bezoeken.

Georganiseerd door het PA-leiderschap was de intifada bedoeld om ‘te provoceren en zoveel mogelijk Palestijnse slachtoffers te genereren als een drukkingsmiddel om het diplomatieke initiatief opnieuw in eigen handen te krijgen’“, aldus het Mitchell Rapport.

Het vredesproces was met name reeds dermate ver gevorderd en lag in januari 2001 klaar ter ondertekening door de betrokken partijen. Echter, de Palestijnse revolte stak stokken tussen de wielen en hypothekeerde meteen de uitkomst van de vredesonderhandelingen die in volle Intifada door het Palestijnse geweld werden stilgelegd, wat uiteraard precies de bedoeling was van Arafat.

Liever geen akkoord en geen eigen Palestijnse staat dan een akkoord waarin de Palestijnen geen 101 procent van hun eisen zagen ingewilligd, redeneerde het Palestijnse leiderschap toen. Bovendien impliceerde een vredesakkoord met Israël tegelijk de erkenning ervan als de natiestaat van het Joodse Volk. Dat is voor de Palestijnen en hun leiders altijd al een brug te ver geweest (en is dat nog steeds!).

Vandaar dat Arafat besloten had om het aan de gang zijnde vredesproces voortijdig op te blazen met terreur en geweld omdat vrede met Israël geen optie was, nooit geweest is en enkel de vernietiging van de Joodse staat een bevredigende ‘eindoplossing’ leek voor het Palestijns-Israëlisch conflict voor Yasser Arafat en de zijnen…

De balans
De zogeheten ‘Al-Aqsa Intifada’ zal duren tot Arafat ziek werd en op 11 november 2004 overleed. Uiteindelijk eindigde de intifada vier jaar na het begin ervan officieel op 1 januari 2005. In die ruim  vier woelige jaren kwamen 1.074  Israëliërs om het leven waarvan meer dan tweederde burgers. Daarnaast werden ca. 3000 Palestijnen gedood.

Het eenzijdig afwijzen door Yasser Arafat van het vredesakkoord en een nieuwe volksopstand tegen de Joodse staat te beginnen, kostte uiteindelijk aan wellicht 4.428 mensen het leven (volgens de hoogste schattingen) waarvoor de volle verantwoordelijkheid eenzijdig bij Arafat en het Palestijnse leiderschap moet worden gelegd.

door Brabosh.com

Advertenties