Opmerkelijk: Familie van terreurslachtoffer Dafne Meir schreef open brief aan VN baas Ban Ki-moon

meirDafne en Natan Meir [beeldbron: screenshot Facebook]

Natan Meir, de weduwnaar van Dafna Meir, die op 28 in januari ll. door een Palestijnse terrorist in haar huis werd aangevallen en vermoord enkel omdat ze Joods was, beschuldigde de Verenigde Naties ervan zijn trieste lot en dat van zijn kinderen, te negeren in een brief die hij schreef aan secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon.

Op zondag 17 januari 2016 werd de 38-jarige Dafna Meir (plaatje rechts) in haar woning in Otniel, ten zuiden van Hebron in Judea, doodgestoken door de 16-jarige Palestijnse terrorist Morad Bader Abdullah Adais. Dat gebeurde onder het oog van drie van haar zes kinderen, waaronder ook de 17-jarige Renana.

Dafna MeirMeir verwees in zijn brief naar zijn bezoek aan het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York van twee weken geleden dat mogelijk werd gemaakt onder de auspiciën van Israël ’s ambassadeur aan de Verenigde Naties Danny Danon en One Family, een Israëlische NGO die zich bekommert om de nabestaanden van slachtoffers van de terreur.

Ook de 17-jarige dochter van het slachtoffer, Renana Meir kreeg de kans om de Verenigde Naties toe te spreken.

Meir verweet VN secretaris-generaal Ban Ki-moon dat hij niet eens de moeite had genomen om hem of zijn dochter te troosten en schreef:

“‘Geen enkele ambassadeur van de naties van de wereld heeft de moeite genomen om naar mijn 17-jarige dochter te komen en haar te troosten  Niemand kwam naar voren om onze hand te schudden. Niemand heeft ons gebeld of een ontmoeting gehad met ons ervoor of erna. Niemand schreef een brief. Zelfs u, meneer de secretaris-generaal, terwijl u toch aan het hoofd van die vergadering zat, heeft niet naar ons om gekeken noch onze gekwelde gezichten opgemerkt.”

Verwijzend naar zich zelve als zijnde een “wereldburger”, raakte Meir ook de controverse aan met betrekking tot zijn woonplaats in de stad Otniel, gelegen in het zuiden van Judea. De Israëlische woningbouw in de regio’s van Judea en Samaria, die in de Zesdaagse Oorlog van 1967 door Israël werden heroverd, wordt door velen in de internationale gemeenschap gezien als illegaal. Meir schreef:

“Sterker nog, ik weet dat mijn woonplaats voor u niet aanvaardbaar is en dus vraag ik u niet om ermee in te stemmen, maar om te begrijpen. U moet weten dat veel van mijn buren die worden beschouwd als Palestijnse Arabieren, mij hun blijken van medeleven hebben betuigd, mij recht in de ogen keken en naar mijn huis zijn gekomen. Zij weten en ik weet dat ware vrede bereikt zal worden door ons, het gewone volk.”

Meir nam ook de gelegenheid te baat om bezwaar te maken tegen de huidige inspanningen binnen de VN-kringen om een tweestatenoplossing af te dwingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit. Hij beschreef een dergelijk plan, dat vrijwel zeker zou leiden tot de evacuatie van duizenden Israëli’s die in Judea en Samaria leven, als racistisch en een schending van de democratische beginselen en normen.

“De Verenigde Naties eisen van Israël dat het de visie van politieke scheiding door hekken en grenzen zal uitvoeren. In deze oplossing, zijn er geen mensenrechten en geen democratie. Het is gebaseerd op een schokkend element van racisme.”

Meir stelde aan de VN-secretaris-generaal voor dat de inspanningen in plaats daarvan moeten worden geconcentreerd op wederzijdse initiatieven voor de opbouw van vrede tussen Israëli’s en Palestijnen aan de grond:

“Vrede is het resultaat van samen een leven op te bouwen, erkenning en waardering van gedeelde overtuigingen, wederzijdse kennismaking, eindeloos geduld en eindeloze liefde. Al deze dingen hebben tijd nodig, tientallen of zelfs honderden jaren. Het geduld van  generaties maakt wederzijdse vergeving en het samen een leven opbouwen mogelijk, ondanks de pijn. Dit is de manier waarop echte gelijkheid voortkomt uit gedeeld innerlijk verlangen.”

In die geest, riep Natan Meir de secretaris-generaal op om een dergelijke visie aan te nemen en deel te nemen aan de uitvoering van een dergelijk plan en Meir vroeg hem:

“Maken het voor ons mogelijk om geduldig vooruit te gaan met onze gedeelde levens voor het nageslacht. Alsjeblieft, help ons met bruggen en banden te bouwen tussen mensen, in plaats van grenzen en hekken.”

door Jonathan Benedek


Bron: naar een artikel van 8 mei 2016 op de site van United With Israel

Advertenties