De dubbelzinnige houding van de EU in de strijd tegen het opkomende antisemitisme in Europa

wikström2Brussel, 14 april 2015. Links ondervoorzitter van de bijzondere Commissie de Zweedse Cecilia Wikström en rechts de voorzitter van de commissie het Spaanse parlementslid Juan Fernando López Aguillar [beeldbron: European Parliament Working Group On Antisemitism -EPWG]

De Europese Parlementaire Werkgroep omtrent Antisemitisme (EPWG) reproduceerde in 2015 op haar website de ‘Working Definition of Antisemitism‘. De werkdefinitie van de EUMC uit 2005 staat ook hier op de website van het European Forum on Antisemitism.

Deze werd in 2005 opgesteld door het Militair Comité van de Europese Unie (EUMC), het hoogste militaire orgaan binnen de Raad van de Europese Unie. De EUMC werd op 1 maart 2007 opgevolgd door de European Union Agency for Fundamental Rights (FRA).

Het doel van dit document was om te voorzien in een praktische gids voor het identificeren van incidenten, het verzamelen van gegevens en ondersteuning van de tenuitvoerlegging en handhaving van de wetgeving inzake antisemitisme.

Werkdefinitie omtrent AntisemitismeEchter, deze werkdefinitie werd in 2013 verwijderd van de EUMC site met haar woordvoerster Blanca Tapia van de FRA (EU Fundamental Rights Agency) die argumenteerde dat de bewuste werkdefinitie nooit meer dan slechts een ontwerptekst was geweest die destijds ter discussie werd voorgelegd. Tapia verklaarde dat “het document nooit beschouwd werd als een geldige definitie en ook nooit door de EU werd goedgekeurd als een werkdefinitie” en tevens dat “wij [de FRA dus] geen kennis hebben van om het even welke officiële definitie.

Shimon Samuels van het Simon Wiesenthal Centrum (SWC) toonde zich destijds erg geschokt door de verwijdering van de EU werkdefinitie omtrent antisemitisme en schreef op 6 november 2013 een boze brief aan Catherine Ashton dat “het verloochenen door het agentschap van haar eigen definitie verbazingwekkend is” en dat “degenen die tegen het antisemitisme een belangrijk wapen hebben verloren”. Hij zei ook dat de “omslag door de UNIE omtrent haar definitie schade haar geloofwaardigheid beschadigd.”

Opmerkelijk in het document was o.a. het gegeven dat anti-Israëlisme in bepaalde omstandigheden door de EU commissie eveneens beschouwd werd als een uiting van antisemitisme: “Het Joodse volk het recht op zelfbeschikking ontzeggen, door o.m. te beweren dat het bestaan van de Staat Israël een racistische inspanning is.”

Het leggen van het reëele verband tussen het hedendaagse antisemitisme met het anti-Israëlisme [lees: anti-Zionisme], gezien in de context van de huidige anti-Israëlcampagne van de Europese Unie, is wellicht de werkelijke reden waarom deze werkdefinitie officieel werd afgevoerd door de Europese Commissie(s) in kwestie. De EU zou met het officieel aanvaarden van deze werkdefinitie het risico gelopen hebben om zichzelf de facto als antisemitisch  te verklaren.

EUMC Werkdefinitie omtrent Antisemitisme

Werkdefinitie: “Antisemitisme is een bepaalde perceptie omtrent Joden, die kan worden uitgedrukt als haat tegen Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom, tegen instellingen van Joodse gemeenschappen en religieuze faciliteiten.”

Daarnaast kunnen dergelijke manifestaties kunnen ook gericht zijn tegen de staat Israël, opgevat als een Joodse collectiviteit. Antisemitisme beschuldigt Joden regelmatig van het samenzweren om de mensheid schade te berokken en wordt vaak gebruikt om Joden te beschuldigen “waarom dingen fout lopen.” Het wordt uitgedrukt in spraak, schrift, visuele vormen en daden en maakt gebruik van sinistere stereotypen en negatieve karaktertrekken.

Hedendaagse voorbeelden van antisemitisme in het openbare leven, de media, scholen, de werkplek en in de religieuze sfeer kunnen, rekening houdend met de algemene context, omvatten, maar zijn niet beperkt tot:

♦ Oproepen tot, medewerking verlenen aan, of het rechtvaardigen van het doden of verwonden van Joden in naam van een radicale ideologie of een extremistische zienswijze omtrent religie.

♦ Het uiten van leugenachtige, ontmenselijkende, demoniserende of stereotype beschuldigingen over Joden als zodanig of de macht van de Joden als een collectief – zoals, meer bepaald maar niet uitsluitend, de mythe over een wereldwijde Joodse samenzwering of van Joden die de media beheersen, de economie, regering of andere maatschappelijke instellingen.

♦ Het collectief beschuldigen van Joden als volk dat verantwoordelijk zou zijn voor werkelijke of ingebeelde wandaden begaan door een enkele Joodse persoon of groep, of zelfs voor feiten die werden gepleegd door niet-Joden.

♦ Het ontkennen van het feit, de omvang of de mechanismen (bijvoorbeeld gaskamers) van de intentionaliteit van de genocide op het Joodse volk door toedoen van het Nationaal Socialistische Duitsland en haar aanhangers en medeplichtigen tijdens de Tweede Wereldoorlog (de Holocaust).

♦ Het beschuldigen van de Joden als een volk, of Israël als een staat, van uitvinden of het overdrijven van de Holocaust.

♦ Het beschuldigen van Joodse burgers van meer loyaal te staan tegenover Israël of jegens vermeende prioriteiten van Joden wereldwijd, dan tegenover de belangen van hun eigen landen.

Voorbeelden van de manieren waarop het antisemitisme zich manifesteert ten aanzien van de staat Israël, rekening houdend met de algemene context, kan met inbegrip van:

♦ Het Joodse volk het recht op zelfbeschikking ontzeggen, door o.m. te beweren dat het bestaan van de Staat Israël een racistische inspanning is.

♦ Het meten met twee verschillende maten en gewichten door [van Israël] een bepaald gedrag te verwachten dat niet verwacht en of noch geëist wordt van om het even welke andere democratische natie.

♦ Het gebruiken van symbolen en afbeeldingen die geassocieerd worden met het klassieke antisemitisme (bijvoorbeeld beweringen zoals dat Joden Jezus hebben gedood of het bloedsprookje) om Israël of Israëliërs te karakteriseren.

♦ Vergelijkingen trekken tussen het hedendaagse Israëlische beleid met dat van de Nazi ‘s.

♦ De Joden collectief verantwoordelijk houden voor de daden van de Staat Israël.

Echter kritiek op Israël, die op vergelijkbare wijze wordt aangewend ten aanzien van andere landen, wordt niet beschouwd als antisemitisme.

Antisemitische handelingen zijn misdadig wanneer zij als dusdanig werden vastgelegd in wet (bijvoorbeeld het ontkennen van de Holocaust) of de verdeling van antisemitische materialen in sommige landen).

Misdadige handelingen zijn antisemitisch wanneer het doelwit van aanvallen, of dat nu mensen of eigendommen zijn (zoals gebouwen, scholen, gebedsplaatsen en begraafplaatsen) die geselecteerd werden, omdat ze als dusdanig gekoppeld of waargenomen worden als zijnde Joods of verbonden met Joden.

Antisemitische discriminatie is het recht ontzeggen aan Joden op kansen en diensten die wel beschikbaar zijn voor anderen en dat is in vele landen illegaal.

Advertenties