Israëlische schrijfster Zeruya Shalev in nieuw boek ‘Pijn’ over hoe ze een zelfmoordaanslag overleefde

jerusalem-egged-bus-19Jeruzalem, 29 januari 2004. Zelfmoordaanslag op Lijnbus 19 gekend als de ‘Gaza Street bus bombing‘. Eén van de zwaar gewonden is de schrijfster Zeruya Shalev die niet eens in de bus zat maar toevallig voorbij de bus wandelde toen die explodeerde. De balans was zwaar: 11 doden en meer van 50 gewonden [beeldbron: IMFA/©2004 Reuters/Nili Bassan]

Kan je het trauma van een terroristische aanslag ooit te boven komen? Tien jaar nadat ze een van de slachtoffers werd van een zelfmoordterrorist in Jeruzalem, is de Israëlische schrijfster Zeruya Shalev er nog steeds niet van bekomen. Het is ook een hoofdthema in haar nieuwe boek ‘Pijn’. ‘Het beheerst mijn leven niet meer’, vertelt ze. ‘Maar elke nieuwe aanslag rijt de oude wonden weer open’.

Op 29 januari 2004 raakte de schrijfster zwaar gewond toen zij in Gazastraat in Jeruzalem Lijnbus 19 voorbij liep net op het ogenblik dat een Palestijnse terrorist zichzelf opblies  in de bus. In de explosie kwamen 11 Israëliërs om het leven en werden meer dan 50 anderen gewond waarvan 13 ernstig. De aanslag werd later opgeëist door zowel Hamas als door de Al Aqsa Brigades (Al Fatah). De dader bleek Ali Yusuf Jaara te zijn, een 24-jarige politieagent afkomstig uit Bethlehem in Judea.

De thans 57-jarige Zeruya Shalev werd in 1959 geboren in een kibboets in Galilea maar verhuisde na haar huwelijk met haar man Ayal Megged naar de hoofdstad Jeruzalem. In Israël is Zeruya Shalev de enige schrijfster die kan leven van het schrijven. Haar romans werden vertaald in 21 talen. “Ik sta erg kritisch tegenover het Israëlische beleid maar ik ben er heilig van overtuigd dat het Joodse volk een eigen staat moet hebben,” vertelde zij een tijd geleden in het weekblad L’Obs.

‘Die bomaanslag staat in mijn ziel gebrand’
Bij de aanslagen in Parijs en Brussel verloren zo’n 270 mensen het leven en nog eens een veelvoud belandde in het ziekenhuis. Die mensen – over wie achteraf dikwijls nog amper gesproken wordt – werden verbrand en verminkt, moeten een lange revalidatie doorstaan en zijn veelal veroordeeld tot een leven vol beperkingen en pijn.

zeruyaHet pas verschenen boek “Pijn” van Zeruya Shalev gaat over zo’n slachtoffer, een vrouw die na de aanslag van een zelfmoordterrorist in Jeruzalem een leven van pijn leidt en de feiten ook tien jaar later nog niet verwerkt heeft.

De Israëlische succesauteur combineert haar verhaal met een ingewikkelde gezinsproblematiek en de confrontatie met haar grote jeugdliefde. Een vernuftig amalgaam van emoties en situaties die het hoofdpersonage tot moeilijke keuzes en fundamentele inzichten dwingt. Die laatste elementen zijn ontsproten aan de fantasie van de schrijfster, maar de gevolgen van een terroristische aanslag heeft ze zelf ondervonden.

Dik tien jaar geleden had Zeruya net een van haar kinderen aan school afgezet toen vlak voor haar een bus ontplofte. De explosie was zo enorm dat ook Shalevs auto tot schroot herleid werd. Ze werd uit de auto geslingerd en kwam middenin een groep andere slachtoffers terecht. ‘Het was een inferno van verminkte lichamen, overal bloed en brokstukken van de bus, auto’s, onherkenbare voorwerpen’, zegt ze. ‘Het is een verschrikking die voor altijd in mijn geheugen gegrift staat.’

♦ Waren de fysieke gevolgen voor jou even erg als voor Iris, het hoofdpersonage in je boek ‘Pijn’?

Zeruya Shalev: De eerste maanden was ik enkel bezig met fysiek overleven, maar op termijn was ik er minder erg aan toe dan zij. Het heeft een half jaar geduurd¬ vooraleer ik met iets anders bezig kon zijn dan met fundamenteel herstel. Mijn entourage heeft er op een gezonde manier op gereageerd, in die zin dat ze mij de tijd gegund hebben. Dat er geen sprake was van misplaatste schuldgevoelens of een negatieve invloed op mijn relatie en mijn gezin.

Bij Iris verloopt het helemaal anders en dat is heus niet uit de lucht gegrepen. Ik heb veel contacten gehad met overlevenden van aanslagen en velen zagen niet enkel hun persoonlijke leven vernietigd, kregen niet alleen af te rekenen met gezondheidsproblemen, maar vonden thuis niet altijd de essentiële steun. Je partner moet sterk genoeg zijn om aan je zijde te blijven staan. Om te willen en kunnen verder leven met iemand wiens gezond-heid zwaar ondermijnd is – dikwijls zelfs levenslang – en die heel andere behoeften heeft dan voor de aanslag.

Die mensen verliezen in de nasleep van zo’n aanslag ook nog eens hun partner, hun gezin, ze kunnen niet meer aan het werk, krijgen financiële problemen en worden afhankelijk van derden. Dat zijn drama’s waarbij er niet genoeg stilgestaan wordt. Heel wat overlevers lijden aan chronische angst en het is uitputtend om daarmee te leven. Uiteraard zijn dodelijke slachtoffers erger. En in eerste instantie dienen daders daarop te worden afgerekend. Maar men zou het ook weleens mogen hebben over de langetermijngevolgen voor de overlevers.

♦ In Israël is men het gewend om te le-ven tussen mensen die je als een vijand beschouwen. Dat is voor Europeanen nieuw. Kan zo’n samenleving overeind blijven?

Ik was geschokt door de aanslagen in Brussel. Ik leef met jullie mee, want ik weet wat het betekent om het gevoel van veiligheid kwijt te zijn. Ik hoop dat jullie de sterkte vinden om jullie te beschermen tegen die zieke krachten die mensen oproepen om anderen¬ te doden in naam van god. We mogen echter niet iedereen over dezelfde¬ kam scheren. Ben ik boos op de terrorist die de bus opgeblazen heeft? Uiteraard. Maar ik ben niet razend op alle Palestijnen of Arabieren. Het is belangrijk om een onderscheid te blijven maken tussen onschuldige mensen en de ware vijand: de extremisten die het iedereen onmogelijk maken, ook hun medegelovigen.

Hoe je zoiets aanpakt, is een overweging van elke dag. Een gevoelige evenwichtsoefening. Ik denk dat we daar ook in Israël na jaren van terreur geen sluitend antwoord op hebben. Dat ook wij onze aanpak constant moeten herevalueren, maar we hebben onze veiligheidsdiensten wel sterk uitgebouwd. Of je het daar nu mee eens bent of niet, zonder goed functionerende veiligheidsdiensten zouden er nog veel meer aanslagen gepleegd worden. Ik ben zelf ook voortdurend in verwarring, weet je. Als ik beelden zie van Syrische vluchtelingen op zoek naar een veiliger bestaan, spreekt mijn moederhart en voel ik medelijden. Maar aan de andere kant mag je niet naïef zijn en beseffen dat extremisten daar misbruik van maken om Europa te infiltreren. Je moet dat niet ontkennen, maar aanpakken.

Ik droom van één grote coalitie van gematigden, over alle grenzen van politieke partijen en religies heen, één gemeenschappelijk front waardoor de extremisten geïsoleerd en afgeblokt worden. Maar hoe bereik je zoiets? Ik weet het ook niet. Vorige zomer steunde ik in Israël de beweging Women Wage Peace waarin joodse en Palestijnse vrouwen samenkwamen in hun bezorgdheid om hun kinderen. Allemaal moeders die het beu zijn dat hun kinderen geofferd worden en hen vredevol willen grootbrengen. Een mooie gedachte. De wereld zou een betere plaats zijn indien vrouwen het voor het zeggen zouden hebben.


Bron: enkele passages uit artikel van Dominique Trachet in een interview met de Israëlische schrijfster Zeruya Shalev over haar boek ‘Pijn’ in het Primo weekblad nummer 1616 van 19 april 2016; blz. 100-103.

Advertenties