Jihad in Brussel; wegkijken, minimaliseren en vergoelijken werkt niet meer [Judith Bergman]

aanslag01b

Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, zei op 24 juni 2015, op een conferentie met de toepasselijk naam “Oproep tot Europa V: Islam in Europa”:

“Het idee van een botsing tussen de islam en “het Westen” … heeft ons beleid en ons relaas misleid. Islam heeft een plek in onze westerse samenlevingen gekregen. Islam behoort tot Europa… Ik ben niet bang om te zeggen dat politieke islam deel zal uitmaken van dat beeld.”

Negen maanden later verried Mogherini haar onwetendheid, haar opzettelijke blindheid en de pure onbekwaamheid in betrekking tot zelfs maar de meest elementaire leerstellingen van de islam, in haar verklaring en oogstte opnieuw een dodelijk resultaat. Wat ze zei is zeker representatief voor de openbare weergave zoals die uitgesproken wordt door het Europese politieke en culturele establishment.

Op 22 maart werden in Brussel 31 mensen gedood en ongeveer 300 gewond in de bombardementen op de Brusselse luchthaven en metrostation Maalbeek, in het hart van de Europese Unie zelf. ISIS nam de verantwoordelijkheid voor deze jongste terroristische aanslagen op zich.

Mogherini brak op een officiële persconferentie in Jordanië in tranen uit tijdens haar reacties op de dag van de terroristische aanvallen. Maar de pijn die zij als een van de vertegenwoordigers met het hoogste-profiel van de EU vertoonde, namens de vele doden en gewonden in Europa, heeft ze zichzelf toegebracht. Het is Europa’s immuniteit voor feiten, welke direct terugleidt naar de huidige stand van volslagen chaos in Europese Veiligheidszaken.

Voorspelbaar probeerde ISIS de aanslagen te rechtvaardigen door te beweren dat België was aangevallen, omdat het “een land was dat deelneemt aan de internationale coalitie tegen de islamitische staat” – ondanks dat België slechts beperkte aan bombardementen heeft deelgenomen in Irak, welke negen maanden geleden al waren afgelopen. Natuurlijk had de oorlog in Irak niets te maken met de aanslagen van Brussel, maar diende als een handig excuus omdat dit soort redenering het dominante verhaal in Europa voedt, zoals was uiteengezet door Federica Mogherini.

Het huidige westerse verhaal vertegenwoordigt een persistente niet aflatende weigering om de leerstellingen van de islam te onderzoeken, uit angst voor het beledigen van moslims. Deze weigering is geen Europees fenomeen. Het Witte Huis gaf al reeds vijf jaar geleden opdracht tot een opschoning van opleidingsmateriaal dat geacht wordt islamitische groeperingen te beledigen. In 2013 meldde de Washington Times ook dat talloze deskundigen die zich uitspreken over islamitisch terrorisme werden verbannen om te spreken in alle contraterrorisme conferenties van de Amerikaanse regering, waaronder die van de FBI en de CIA. Agentschappen van de overheid kregen in plaats daarvan de opdracht groepen uit te nodigen die Moslimbroederschap steunden.

Westerse politieke en militaire instellingen, evenals de media en de culturele elites, weigeren de politieke en militaire leerstellingen van de islam te onderzoeken en tot een onderwerp van eerlijk intellectueel onderzoek te maken. Wanneer zij worden geconfronteerd met een vijand die gebruikmaakt van deze strenge doctrines als reden van hun bestaan, kan deze weigering alleen worden beschreven als groot officieel misdrijf en roekeloos gedrag.

De politieke en culturele elites communiceren eveneens regelmatig een diepe angst dat de strijd tegen het terrorisme te ver gaat, en ze weerstaan de zeer democratische waarden en vrijheden waarvoor deze strijd is bedoeld, om ze te behouden. Wat ze negeren is de ironie dat door het afzien van het recht zich vrijelijk te informeren – en te bespreken – de ware aard van de islam, ze daarmee de meest fundamentele democratische waarden te hebben gecompromitteerd: vrijheid van gedachte, uitgedrukt door de vrijheid van meningsuiting.

Politieke islam is inderdaad al een deel groot van het beeld in Europa, maar niet helemaal op de manier waarop Mogherini het heeft gedacht.

De politieke en militaire leerstellingen van de islam – de politieke islam waarnaar Mogherini zo terloops verwijst – is vastgelegd in de islamitische wet, de sharia, zoals gevonden in de Quran en de hadiths. In tegenstelling tot de heersende misvattingen over de islam zijn deze doctrines niet in de reguliere islam, onderwerp voor verzachtende interpretaties, zoals vaak gepredikt en geleerd wordt.

Het islamitische bevel tot het uitvoeren van de jihad, zowel gewelddadig als niet-gewelddadige, lijkt een aspect van de sharia te zijn, dat het westen weigert zich eigen te maken. CIA-directeur John Brennan beschreef jihad in een toespraak in 2010 voor het Center for Strategic and International Studies, toen hij adjunct-nationale veiligheidsadviseur was voor Homeland Security, als was het:

“een heilige strijd, een legitiem principe van de islam, wat betekent dat voor het zuiveren van jezelf of van de Gemeenschap, en er niets heilig of legitiem of islamitisch is in het vermoorden van onschuldige mannen, vrouwen en kinderen.”

Dit is gewoon niet waar. Zoals Dr. Majid Rafizadeh schrijft, staat de Koran niet open voor interpretatie:

“De Koran is neergedaald, woord voor woord, van de Schepper Allah, door middel van Mohammed. Dit is in het totaal van het islamitische woord… aanvaard door een ware moslim, voor wie het de vertegenwoordiging is van de echte islam, en hij moet degene zijn die Allah’s woorden (uit de Koran) volledig volgt en gehoorzaamt. Dientengevolge: hij die sommige van de regels negeert, is en kan ook niet worden beschouwd als een weerspiegeling van de islam, als een goede moslim, of zelfs maar een moslim.”

Sheikh Muhammad Abdullah Nasr, een geleerde van de islamitische wet en afgestudeerd aan de Al-Azhar Universiteit in Egypte, heeft in november 2015 uitgelegd waarom de prestigieuze instelling, die de hoofdstroom van islamitische geleerden onderwijst, weigerde ISIS aan de kaak te stellen als on-islamitisch:

“De islamitische staat is een bijproduct van Al Azhar-programma’s. Hoe zou Al Azhar zichzelf kunnen opzeggen als on-islamitisch? Al Azhar zegt dat er een kalifaat moet komen, en dat dit een verplichting is voor de islamitische wereld. Al Azhar leert de wet van apostasie en het doden van de apostaat. Al Azhar is vijandig ten opzichte van de religieuze minderheden, en leert dingen zoals het niet bouwen van kerken, enz. Al Azhar verdedigt het instituut van jizya (geven van eerbetoon door religieuze minderheden). Al Azhar leert de steniging van mensen. Hoe zou Al Azhar zichzelf als on-islamitisch aan de kaak kunnen stellen?”

Yusuf al-Qaradawi is een zeer invloedrijk islamitisch geestelijke en politicus. Hij is de spirituele leider van de Moslimbroederschap, evenzo de Voorzitter van de Internationale Unie van Moslimgeleerden, voorzitter van de Europese Raad voor Fatwa en onderzoek, en de gastheer van een populair Al-Jazeera TV-programma over de sharia. Qaradawi heeft verklaard:

“De shariah kan niet worden gewijzigd om te voldoen aan veranderende menselijke waarden en normen. Het is eerder de absolute norm waaraan alle menselijke waarden en gedrag moet voldoen.”

De Turkse President Recep Tayyip Erdogan, ook een islamistische leider, heeft herhaaldelijk de westerse pogingen afgewezen om zijn land af te schilderen als een voorbeeld van de “gematigde islam”. Hij stelde dat een dergelijk concept is: “lelijk en beledigend – er is geen gematigde islam. Islam is islam.”

De jihadisten die de terroristische aanslagen in dienst van ISIS verrichten, volgen alleen de opdrachten in Quran 9:5: “strijden en de ongelovigen doden waar je ze ook vindt…” en Quran 8:39: “dus bevecht ze totdat er geen fitna [strijd] meer is en onderwerp allen aan de godsdienst van Allah.”

Natuurlijk, houden niet alle moslims zich aan deze opvatting van de sharia. Veel devote moslims, met inbegrip van Egypte’s President Abdel Fattah el-Sisi, hebben gezegd dat zij het willen hervormen.

Er is echter een aanhoudende weigering door velen in het Westen om te erkennen dat de sharia de doctrine is waarmee de jihadisten zich rechtvaardigen in de oorlog die ze in het Westen voeren. Deze weigering is de meest gevaarlijke vorm van oneerlijkheid. Het heeft misschien al wel honderden levens gekost op zowel Amerikaanse als Europese bodem.

Tenzij de islam zich radicaal hervormd, en de progressieve moslims worden ondersteund op een serieuze manier (in plaats van gepasseerd ten gunste van de voortrekkers van de Moslimbroederschap en andere twijfelachtige organisaties), zal dit soort terroristische aanslagen – en erger – heel goed vaker in het westen voorkomen.

Met de infantiele weigering van veel regeringsleiders, die nu worden geconfronteerd met de harde feiten betreffende de aard van de leerstellingen van de islam, maar zich daarentegen juist overgeven aan de fantasievolle utopische fantasieën, verandert niets aan de plannen van de jihadisten; het zal hen alleen aanmoedigen.

Nu is er de speculatie dat de terroristische aanslagen in Brussel wraak geweest zou kunnen zijn voor de arrestatie van Salah Abdeslam, die vorige week als verdachte in de terroristische aanslagen in Parijs op 13 november 2015 werd aangehouden. Deze speculatie mist elk punt. Deze keer is het excuus de arrestatie van een spraakmakende terrorist; met de volgende aanval zal het excuus iets anders zijn. Er is nooit een tekort aan dingen die de jihadisten beledigen. De kern van de zaak is echter de strafrechtelijk nalatige wijze waarop de Europese en Amerikaanse ambtenaren omgaan met de fundamentele kwestie ten aanzien van de leerstellingen van de islam.

In een onthullend artikel, gepubliceerd op 21 november 2015, publiceerde Teun Voten, een cultureel antropoloog die leefde in de moslimwijk Molenbeek in Brussel van 2005 tot 2014, op de vraag hoe Molenbeek de jihadi-basis werd van Europa. Zijn antwoord:

“…De meest belangrijke factor is de Belgische cultuur van ontkenning. Het politieke debat in het land wordt gedomineerd door een zelfgenoegzame progressieve elite, die ervan overtuigd is dat de samenleving kan worden ontworpen en gepland. Waarnemers die op onaangename waarheden wijzen, zoals de hoge cijfers van criminaliteit onder Marokkaanse jongeren en de gewelddadige neigingen in de radicale Islam worden beschuldigd propagandisten te zijn voor extreem-rechts, en vervolgens genegeerd en verstoten.

“Het debat is verlamd door het paternalistische redeneren waarin radicale moslim-jongeren worden gezien als vooral slachtoffers van een sociale en economische uitsluiting. Zij maken zich op hun beurt dit referentiekader eigen, natuurlijk, omdat het sympathie wekt en hen bevrijdt van het nemen van verantwoordelijkheid voor hun daden. De voormalige socialistische burgemeester Philippe Moureax, die Molenbeek van 1992 tot en met 2012 als zijn privé heerlijkheid regeerde, perfectioneerde deze cultuur van ontkenning en is voor een groot deel verantwoordelijk voor de huidige stand van zaken in die buurt.

“Twee journalisten die de aanwezigheid melden van radicale islamisten in Molenbeek en het gevaar dat zij vormen, zijn beide slachtoffers van karaktermoord geworden.”

Deze cultuur van terreur toestaan door opzettelijke onwetendheid en ontkenning blijft tot vandaag voortduren – en verergerd door het gebrek aan een centrale en uniforme beveiligingsautoriteit in Brussel. De stad heeft 19 burgemeesters, één voor elk samenstel van bestuurlijke gebied – zoals dat wordt ge?llustreerd door de huidige burgemeester van Molenbeek, Françoise Schepmans.

Eén maand vóór de Parijse aanvallen ontving Schepmans een lijst “met de namen en adressen van meer dan 80 mensen die verdacht werden als islamitische militanten, wonend in zijn gebied,” volgens de New York Times. De lijst is gebaseerd op informatie van het Belgische Veiligheidsapparaat. En drie van de terroristen achter de aanslagen van Parijs, met inbegrip van Salah Abdeslam waren daarin opgenomen. “Wat moest ik doen met hen? Het bijhouden van eventuele terroristen is niet mijn taak,” zei burgemeester Schepmans. “Dat is de verantwoordelijkheid van de federale politie.”

mogh
Vanaf het moment dat de minister van Buitenlandse Zaken van de EU (staande links van de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Javad Zarif), Federica Mogherini, die vorig jaar zei: “Islam behoort tot Europa… Ik ben niet bang om te zeggen dat de politieke islam deel zal uitmaken van dat beeld.” Françoise Schepmans (rechts), burgemeester van de wijk Molenbeek in Brussel, ontving een lijst met namen en adressen van meer dan 80 verdachte islamitische militanten die in haar gebied wonen, zei: “Wat moest ik doen met hen? Het is niet mijn taak om eventuele terroristen bij te houden. Dat is de verantwoordelijkheid van de federale politie.”

Dit gebrek aan verantwoordelijkheid kan alleen de reeds hachelijke situatie verergeren. Veel vernietigender volgens verslagen is dat de Belgische autoriteiten vooraf nauwkeurige waarschuwingen kregen dat terroristen aanvallen planden om aanvallen te lanceren op de Brusselse luchthaven en in de metro, maar zij slaagden er niet in om op te treden. Deze uiterst lakse benadering van veiligheid lijkt een wijdverbreid probleem te zijn in het Belgische – en waarschijnlijk het Europese – politieke en veiligheidsapparaat.

Als er enige hoop is tot de bestrijding van de terreurbedreigingen tegen het Westen, en om feitelijk het openbare leven een schijn van normaliteit terug te geven, dan zal de politieke opzettelijke onwetendheid, en politieke correctheid en ontkenning naar een absoluut minimum moeten gaan.

door Judith Bergman


in een vertaling uit het Engels door W.J. Jongman en H. Sleijster van een artikel op de website van The Gatestone Institute van 24 maart 2016

gatestone-logo

Advertenties