Dhimmitude: Waarom de Joden een lage koepel bouwen bovenop hun synagoges

Hurva_Synagogue_(before_1899AEen plaatje van het Joodse Kwartier in het oude stadsdeel van Jeruzalem (door het Westen schamper ‘Oost-Jeruzalem’ genoemd) dat dateert van vóór 1899. Vooraan de Hurva synagoge (1856) die gebouwd werd op ruïnes van de vorige. Daaraan werd reeds begonnen in 1700. Echter, de synagoge werd nog voor de voltooing in 1721 door de Arabieren in brand gestoken en compleet verwoest. Vandaar dat Hurva ‘ruïne’ betekent. Achteraan is vaag de beroemde Tiferet Jisrael synagoge te zien die in 1871 werd voltooid. Beide synagogen werden in 1948 door het Jordaanse leger gedynamiteerd nadat de Oude Stad in Arabische handen was gevallen en meteen begonnen werd met de islamisering van Jeruzalem. Veel jaren later werd de Hurva synagoge heropgebouwd en op 15 maart 2010 ingehuldigd. Ook de heropbouw van de Tiferet synagoge is momenteel aan de gang. Op 27 mei 2014 werd de eerste steen gelegd. De werken zullen nog enkele jaren in beslag nemen.

Verhalen over de mishandeling in het door Islam gedomineerde Midden-Oosten van de 19de eeuw van de Joden als dhimmies, zijn er helaas in overvloed. Echter, zo nu en dan schijnt het heldere licht van tolerantie doorheen de duisternis, schreef Elder of Ziyon (EoZ) op zijn blog.

Het regime van Muhammad Ali van Egypte [1805–1849], een Ottomaans-Albanese commandant die o.a. de Levant controleerde (met inbegrip van Jeruzalem) stond veel meer toleranter tegenover dhimmies (soms ‘rayahs‘ genoemd), dan het voorgaande Ottomaanse regime in Israël – of dan het voorgaande Mamelukken regime [onder Ottomaanse suzereiniteit] in Egypte – was geweest.  Deze tolerantie strekte zich zelfs uit tot de Joden die tot dan de minste man was aan de totempaal, het zwartste schaap onder de zwarte schapen, vóór zijn tijd. Deze beschrijving van de vorige status van de Joden werd bevestigd door Chateaubriand (een gezant van Napoleon Bonaparte) na zijn bezoek aan het Heilig Land in 1806.

annalsDe Grieks-Cypriotische monnik Neophytos die in de geciteerde periode in Jeruzalem woonde, berichtte [in zijn ‘Annals of Palestine 1821-1841‘] dat na de opstand van 1834, Christenen opnieuw vrijuit vergunningen werden verleend om hun gebouwen te herstellen en nieuwe structuren op te trekken. Dit observerende, merkte hij op, dat ook de Joden gevraagd hadden om vergunningen voor reparaties. Zoals hij verder de situatie beschrijft, ontvingen de Joden een vergunning om te bouwen. In sommige gevallen bouwden Christenen nieuwe structuren zonder specifieke toestemming, sinds zij dat in de praktijk reeds deden.

“Als we bij de vraag om herstellingen zijn aangekomen, moeten we iets zeggen omtrent de Joodse Synagoge. Nog maar een jaar geleden, bij het zien van de liberale houdingen van Mehemet Ali Pasha [Muhammad Ali] en Ibrahim Pasha [zijn zoon, generaal en plaatsvervanger], wagen zij het thans om te spreken over hun Synagoge. Zij vroegen dat hun Gebedshuis, dat zich in een geruïniseerde conditie bevond en gevaarlijk dreigde in te storten, mag hersteld worden.

Aldus kregen ze gedaan dat zij, die het ooit niet eens aandurfden om één enkele steen op het dak van hun Synagoge te verleggen, thans een vergunning en een decreet verkregen om te [ver-]bouwen. Ze voltooiden deze werken eind augustus.

Zij bouwden een Synagoge geheel uit steen en in plaats van een houten dak legden zij er een koepel (Cupola) op. Het gebouw was groot en ruim en er konden ongeveer 1000 personen plaatsnemen. Het was lang maar slechts enkele meters hoog. De koepel was eveneens heel erg laag niet alleen omdat ze vreesden voor de stabiliteit van het gebouw maar wel degelijk de regering [vreesden].”*

Een van de bepalingen voor de dhimmie was dat niet-Islamitische structuren niet hoger mochten zijn dan moslim structuren. Vandaar, dat de Joden een lage koepel [of ‘dome’] bouwden omdat zij vreesden dat, indien ooit het regime van Muhammad Ali werd omvergeworpen of verdreven [zoals gebeurde in 1840], het dan gerestaureerde Ottomaanse regime of een ander nieuw regime, de structuur zou vernietigen als die hoger was dan een moslim structuur.

Merk op dat NeoPhytos de Joden beschrijft als de meest verworpen, vernederde en geïntimideerde van alle dhimmies, meer nog dan de Christenen. Hij schrijft dat pas nadat de Christenen hun vergunningen hadden verkregen “zij het waagden om over hun Synagoge te spreken“. Meer to the point vervolgt hij: “zij die ooit niet eens durfden om een steen op het dak te verleggen [onder de vorige regeling], ontvangen nu een vergunning.”

* Uittreksel uit de Annals of Palestine 1821-1841 (Jerusalem, Ariel publishering house, 1979; gecompileerd door Eli Schiller) p 78. Oorspronkelijk gepubliceerd in het Journal of the Palestine Oriental Society, vol. XVIII, 1938


Bron: in een vrije vertaling door Brabosh.com van een artikel van 7 februari 2016 op de blog van “Point of No Return: Jewish Refugees from Arab Countries”.

Advertenties