Volgens het internationaal recht is Jeruzalem geen ‘bezet gebied’ [Eli E. Hertz]

controlHoeveel grondgebied Israël reeds heeft weggegeven – in ruil voor vrede

De Resolutie 242 werd op 22 november 1967 door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aangenomen in de nasleep van de Zesdaagse Oorlog (ook wel ‘Juni Oorlog van 1967’ genoemd) toen Israël werd aangevallen door – en gebieden veroverde op – Egypte, Jordanië en Syrië.

Twee maanden eerder, 1 september 1967, hielden de 22 landen van de Arabische Liga een Conferentie in Khartoem (Soedan), waarin de beruchtte ‘3 Neen’s van Khartoem‘ uit voortvloeiden: Geen erkenning van Israël; geen onderhandelingen met Israël; geen vrede met Israël. Dat cordon sanitaire rond Israël door de Arabische landen geldt tot op vandaag [!], hoewel het sindsdien 2 x werd doorbroken met name door het vredesakkoord met Egypte (1979) en het vredesakkoord met Jordanië (1994).

In VN Resolutie 242 wordt nergens Jeruzalem genoemd noch wordt om een volledige terugtrekking gevraagd uit gebied dat veroverd werd, maar wordt slechts amper een terugtrekking gevraagd achter “veilige en erkende grenzen” die moeten vastgelegd worden door de betrokken partijen. Palestijnse Arabieren waren geen betrokken partij in deze resolutie.

Arthur Goldberg, in 1967 de toenmalige ambassadeur voor de VS aan de Verenigde Naties, die had geholpen bij de opstelling van de resolutie,  getuigde in verband met het weglaten van Jeruzalem uit Resolutie 242: “Ik heb Jeruzalem nooit beschreven als bezet gebied. Op geen enkele wijze verwijst Resolutie 242 naar Jeruzalem en dit verzuim gebeurde opzettelijk en in overleg.”

Tot slot omtrent de rol van de Verenigde Naties en het internationaal recht die hebben gespeeld  bij het bepalen van de toekomst van Jeruzalem, zouden we opnieuw Sir Hersch Lauterpacht kunnen citeren:

(i) De rol van de Verenigde Naties met betrekking tot de toekomst van Jeruzalem en de Heilige Plaatsen is beperkt. Meer in het bijzonder heeft de Algemene Vergadering geen macht om dispositie in te nemen tegenover Jeruzalem en heeft het geen recht om te oordelen omtrent de gemaakte afspraken mbt. de Heilige Plaatsen. Natuurlijk behoudt de Veiligheidsraad haar macht conform Hoofdstuk VII van het Charter met betrekking tot bedreigingen voor de vrede, schendingen van vrede en daden van agressie, maar deze machten strekken zich niet uit tot het innemen van om het even welk algemeen standpunt ten aanzien van  Jeruzalem en de Heilige Plaatsen.

(ii) Israëls overheidsmaatregelen met betrekking tot Jeruzalem – zowel nieuwe als oude – zijn geoorloofd en geldig.

(iii) De toekomstige regeling van de Heilige Plaatsen is een kwestie die apart behandeld moet worden en staat los van de politieke administratie van Jeruzalem. De territoriale internationalisering van Jeruzalem is dood – maar de mogelijkheid van een functionele internationalisering is dat niet. Dat laatste betekent in feite de erkenning van het universele belang omtrent de Heilige Plaatsen die in Jeruzalem zijn gelegen en de aanneming van de banden tussen Israël en de wereldgemeenschap om formele uitdrukking geven aan dat belang.  

Bron: naar een artikel van Eli E. Hertz van 9 maart 2016 op de website Myths and Facts – “Know the facts. Follow the Truth!” (Ken de feiten. Volg de waarheid!)

jeruzalem-hoofdstad

Advertenties