Israël investeert 3,6 miljard dollar in Arabische gemeenschappen [Stuart Winer]

Kfar_Kama_moskeeDe moskee van Kfar Kama in Neder-Galilea, Israël. De stad wordt exclusief bewoond door islamitische Circassiërs, een bergvolk afkomstig uit de Kaukasus. De bevolking van ca. 2900 mensen zijn nazaten van een 1000-tal immigranten die tijdens de periode van het Ottomaanse Rijk door de Turken uit hun gebied werden verdreven en zich in 1876 in Kfar Kama vestigden en 1100 andere Circassiërs bewonen sinds 1873 het dorp Rehaniya. [beeldbron: Wikimedia].

De Israëlische regering keurde een plan goed om de volgende vijf jaar 15 miljard shekel (omgerekend 3,6 miljard euro) te investeren in Arabische gemeenschap en in andere minderheden in Israël. Het project wil de levenskwaliteit van de doelgroepen serieus verbeteren.

Het plan werd uitgewerkt door premier Benjamin Netanyahu, minister van Financiën Moshe Kahlon en minister van Sociale gelijkheid Gila Gamliel. Volgens een persbericht van de eerste minister willen zij “een systematisch en structureel economisch ontwikkelingsplan voor de minderheden introduceren”.

“Met dit belangrijke signaal willen we aantonen dat we de minderheden willen helpen en dat we de sociale kloof in ons land willen verkleinen’; vertelde Netanyahu. “Dit plan zal er toe leiden dat er geen eengezinswoningen meer gebouwd zullen worden en dat we overstappen naar hoogbouw, zoals dat elders in het land al gebruikelijk is. Tegelijkertijd focust dit plan op een sterkere ordehandhaving in de desbetreffende gebieden, met de klemtoon op illegale constructies.”

circasBoekHet voorstel concentreert zich vooral op de gemeenschappen van moslims, druzen, christenen en Circassiërs. Die laatsten behoren tot een bevolkingsgroep die oorspronkelijk in de Kaukasus leefde, maar nu verspreid over het Midden-Oosten woont.

Ongeveer 4.000 Circassiërs wonen in Israël. Vertegenwoordigers van deze minderheden werkten samen met het kabinet van de eerste minister en met de beide andere ministeries om de details van het programma vast te leggen.

Moslims, druzen en christelijke Arabieren vertegenwoordigen sar bijna twee miljoen mensen, net geen kwart van de Israëlische bevolking. Vooraleer het akkoord werd goedgekeurd, kwam het tot een fikse omdat enkele Likoedministers vonden dat ook de gemengde Joods-Arabische gemeenschappen een beroep moesten kunnen doen op de financiële middelen. Die opmerking werd uiteindelijk niet behouden in het uiteindelijke plan.

Een stevige financiële injectie in de onderwijssector van de Arabische gemeenschap en subsidies voor het openbaar vervoer zijn andere langrijke onderdelen van het project. President Reuven Rivlin, een voorvechter van de rechten voor de minderheden, belde meteen naar Netanyahu en Kahlon om hen te feliciteren met de goedkeuring van het plan.

“Ik feliciteer u en de volledige regering met deze moedige en be1 nisvolle beslissing’; vertelde de president aan Netanyahu. “Dit is een belangrijke en vitale stap op het pad om de kloof die al jarenlang bestaat in onze maatschappij weg te werken. Er is uiteraard nog een lange weg te gaan maar onder uw leiding heeft deze regering voor een keerpunt gezorgd. Deze maatregel zorgt voor een nooit geziene boost aan wederzijds vertrouwen.”

Gamliel verzekerde dat het voorziene geld de Arabische gemeenschap eindelijk een rechtvaardig deel van de regeringsbegroting zal bezorgen.

“Dit is een belangrijke en historische stap op de weg die uiteindelijk zal leiden tot het verkleinen van de maatschappelijke kloof en tot het bevorderen van de sociale gelijkheid in Israël’: zei Gamliel.”Dit is echt baanbrekend nieuws: voor de allereerste keer past de Israëlische regering de allocatiemechanismes voor de ministeries aan, waardoor de Israëlische Arabieren hun respectieve deel van het staatsbudget zullen ontvangen.”

Knessetlid Ayman Odeh, leider van de Joint (Arab) List, verwelkomde het akkoord, maar waarschuwde meteen ook dat er nog heel veel meer moet gebeuren voor de Arabische gemeenschap.

“Het plan dat nu werd goedgekeurd is het resultaat van een jarenlange publieke campagne, maar is nog lang niet voltooid”, liet hij noteren. “We zullen de implementatie van het plan van nabij opvolgen. In het verleden liepen we al heel wat ontgoochelingen op en ook vandaag hebben we geen illusies over het racistische beleid van deze regering maar toch hopen we op een volledige realisatie van dit programma.”

Volgens de eerste minister zal een delegatie, onder leiding van de plaatsvervangende gouverneur-generaal, het kabinet een lijst van aanbevelingen bezorgen,”die voor een upgrade van de plannings- en bouwverordeningen moeten zorgen”.

door Stuart Winer


Bron: Joods Actueel magazine; februari 2016, nummer 107, pag. 20-21

joodsactueel2

Advertenties