De bedenkelijke rol van de media mbt. de Joden, Israël en de Holocaust +video

media-lies

De rol van de media in het verslaan (of het niet of nauwelijks verslaan!) van belangrijke gebeurtenissen wordt dikwijls onderschat. We konden dat zelf vaststellen hoe de media vijf jaar lang nauwelijks aandacht besteedden aan de burgeroorlog in Syrië en  de hoge tol die de burgerbevolking daarvoor moest betalen.

De media nam haar taak als ‘klokkenluider van onrecht‘ pas weer op, toen de vluchtelingen massaal doorheen de Europese grenzen braken en prompt in onze voor- en achtertuin belandden. Echter, deze vluchtelingen zaten reeds jaren te verkommeren in andere vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten.

Maar dat hadden die Europeanen niet geweten (het gekende Wir haben es nicht gewußt). Correctie: ze wisten het wél maar dachten dat door lang genoeg de andere kant op te kijken (naar Israël bv., succes verzekerd) het probleem zich wel vanzelf zou oplossen. Niet dus.

The New York Times en de Holocaust
Eenzelfde scenario speelde zich af in de periode van het Derde Rijk (1933-1945) en de berichtgeving omtrent de Joden, die begon als klassiek antisemitisme in woorden en eindigde in een kolossale gruwelijke genocide, later de Shoah en of Holocaust genoemd. Eén van de hoofdrolspelers in dat minimaliseren en bagatelliseren in het bijzonder wat de Verenigde Staten betrof, was de bedenkelijke rol die The New York Times heeft gespeeld, een befaamde krant die notabene gecontroleerd en uitgegeven werd door een Jood [!?]

Video: The NY Times and the Holocaust

Anna Blech in deze videoclip is de kleindochter van de fysicus Felix Wimpfheimer, die in 1938 wegvluchtte uit nazi-Duitsland en zich in New York City vestigde en aldus ontsnapte aan de Europese judeocide.

Toen zij op een keer haar grootvader vroeg of hij zich tijdens WOII bewust was van wat er was gebeurd met de Joodse gemeenschap die hij toen had achtergelaten, zei hij dat hij van het tragische lot dat de Europese Joden was overkomen, pas had gehoord nadat de kampen bevrijd waren.

Gelijkaardig, toen generaal Eisenhower doorheen het concentratiekamp van Buchenwald marcheerde samen met de meest emeninente parlementsleden en journalisten met het doel te documenteren wat moest gedaan worden, leek de algemene consencus te zijn: “Hoe komt het dat wij van niets wisten, terwijl dit alles plaatsvond?”

Het enige probleem is, we wisten het wel.

nyt-11Een voorbeeld. Een bericht in The New York Times van 2 juli 1942 (plaatje rechts) schrijft over het afslachten van 700.000 Joden “een vijfde van de gehele Joodse bevolking in Polen”. Het artikel vermeldde zelfs concentratiekampen en gaskamers en dat ‘nog maar’ in de zomer van 1942; het ergste moest nog komen!

Het artikel hiernaast leest:

“Kinderen in weeshuizen, ouderen in bejaardentehuizen, de zieken in ziekenhuizen en vrouwen werden afgemaakt in de straten.  In vele plaatsen werden Joden samengedreven en gedeporteerd naar onbekende bestemmingen of afgeslacht in nabijgelegen bossen.”

Het artikel loopt verder met het oplijsten hoeveel Joden er in elke provincie werden gedood en zegt dan dat “de massacre nog steeds doorgaat in Lvov“.

Dit verslag van incidenten was typisch. De informatie was feitelijk, gedetailleerd en zelfs redelijk waarheidsgetrouw. En er waren vele artikels zoals dit (zie onderaan). Tussen 1939 en 1945 heeft historicus Laurel Leff maar liefst 1.186 artikelen omtrent de Holocaust geteld en dat enkel en alleen al in The New York Times. Ook andere Amerikaanse kranten publiceerden gelijkaardige verhalen en verslagen.

En toch was het Amerikaanse publiek grotendeels onwetend. Dat doet twee vragen rijzen. De eerste vraag luidt hoe is dit kunnen gebeuren? En dan volgt de tweede vraag: waarom is dit gebeurd? Dus eerst: hoe? Het antwoord is dat dergelijke artikels ergens werden begraven in het midden van de krant. Het artikel hierboven van 2 juli 1942 verscheen op de zesde bladzijde ergens in een rubriek ‘diversen’ of ‘allerlei’ waar minder belangrijke berichten werden weggemoffeld.

Hoewel The New York Times op haar voorpagina de verklaring van de Geallieerden publiceerde waarin zij de massamoord op Europese Joden veroordeelden, werden meer specifieke details en commentaar die door rabbijn Stephen S. Wise werden aangebracht, ergens weggemoffeld op de tiende pagina, waardoor het belang ervan aanzienlijk werd geminimaliseerd.

Arthur Sulzberger
Ondanks het feit dat The New York Times in die tijd eigendom verrassend genoeg van 1935 tot 1961 werd uitgegeven door een Jood, met name door Arthur Hays Sulzberger (plaatje rechts). Sulzberger was een telg uit een Joodse familie die al sinds de 18de eeuw in de VS leefde en had weinig affiniteit met het Joodse volk.

Arthur Hays SulzbergerEen van de redenen waarom Sulzberger zijn redacteuren en schrijvers beïnvloedde om berichtgeving over de Holocaust naar het achterplan te schuiven dan wel te bagatelliseren, was zijn vrees dat The New York Times misschien zou bekeken worden als een “Joodse krant” en aldus haar geloofwaardigheid zou verliezen.

Een andere oorzaak van zijn vreemde houding tegenover de Europese Joden, lag in het gegeven dat hij was opgevoed in het klassieke Gereformeerde Jodendom.

De Reformisten promoten het idee dat de Joden geen volk zijn, geen natie noch een ras, maar simpelweg volgelingen zijn van een religie. Vanuit dat perspectief zag Sulzberger de situatie van de Europese Joden doorheen het prisma van zijn Gereformeerd Judaïsme.

Omdat hij de Joden niet beschouwde als een ras, weigerde Sulzberger te begrijpen dat Hitler hen in het vizier nam als een ras, in het bijzonder als een inferieur ras zoals ratten zelfs. Dit resulteerde dat Sulzberger zich onpopte als een gedreven anti-Zionist en fel  gekant tegen het idee van een Joodse soevereine staat. Meer hierover in “Buried by the Times” hier, hier, hier en hier.

Tot slot
In het volgende artikel met als titel “Turning Away From the Holocaust” van Max Frankel dat eveneens in The New York Times verscheen op 14 november 2001, wordt door de auteur zware kritiek gelevert op zijn eigen krant en noemde hij dat verzuim de “greatest failure ever in journalism” (de grootste misser ooit in de journalistiek).

door Brabosh.com

The New York Times van 25 november 1942:

jews-dead2

Advertenties

Een gedachte over “De bedenkelijke rol van de media mbt. de Joden, Israël en de Holocaust +video

  1. De meeste Joodse anti Israel ‘critici’ (lees hielenlikkers) werken bij de NYT om allemaal, tegen vette salarissen (zéér steriotiep maar wél waar), Israel te besmeuren waar het maar kan….het liefst dagelijks.

    De NYT heeft niet veel geleerd uit het verleden en is niets veranderd..
    De énige les die zij getrokken hebben is het woord ‘Jood te vervangen door ‘Israel.

    Like

Reacties zijn gesloten.