Waarom de Palestijnen geen tweestatenoplossing willen (Palestijnse fabel nr. 116)

Aan de vooravond van de Zesdaagse Oorlog 1967 nog vóór Israël één schot had gelost, draaide de oorlogsretoriek in de Arabische landen op volle toeren. De Joodse staat zou op enkele dagen verpulverd worden. De Libanese cartoonist Al-Farida, liet Nasser de ‘Jood’ van Israël in zee schoppen, met rechts op de achtergrond de legers van Libanon, Syrië en Irak die hem steunden. Echter, een en ander verliep niet helemaal zoals verwacht…

Het idee van een tweestatenoplossing is een mogelijke oplossing voor het conflict. Het idee is daarom aloud. Een Britse commissie concludeerde al in 1937 – na het Arabische geweld in de tien jaar ervoor – dat dit de enig denkbare oplossing was voor de verschillende wensen van de Joden en Arabieren. Er werd een voorstel gemaakt, voor een minieme Joodse staat en een Arabische staat. De Joden zeiden ja, de Arabieren wezen het echter af.

De Arabische leiders zeiden dat er niet zoiets bestond als Palestina en ook nooit bestaan had. Wat de Engelsen Palestina noemden, was volgens hen Zuid-Syrië. Het gebied moest helemaal niet zelfstandig worden, maar weer tot Syrië gaan behoren.

In een verklaring stelde de toenmalige Palestijnse leider Al-Hoesseini (zie de fabel: Nazisme) dat volgens de islam er geen centimeter ‘islamitisch’ land afgestaan mocht worden. Ook kon er geen overeenkomst gesloten worden met Joden, omdat “De Koran en Hadith bewijzen dat de Joden de bitterste vijanden van de Islam zijn, die zij willen vernietigen.” Hierdoor kwam er toen geen Palestijnse staat.

Het idee werd daarna opgepakt door de Verenigde Naties met het Delingsplan van 1947. Ook dit vredesplan werd echter door de Arabieren afgewezen, waardoor er weer geen Palestijnse staat kwam. De Arabieren begonnen vervolgens een oorlog om de net opgerichte Joodse staat Israël te vernietigen.

In die oorlog veroverden Egypte en Jordanië de Westbank en de Gazastrook. De Joden die daar al drieduizend jaar woonden werden verdreven. Het Arabische Egypte en Jordanië hadden toen, in 1948, de mogelijkheid om de Palestijnse Arabieren deze twee gebieden te geven, zoals de Verenigde Naties hadden voorgesteld in het Delingsplan. Als dat was gebeurd dan was er al in 1948 een Palestijnse staat geweest. Jordanië annexeerde echter de volledige Westbank met al haar Palestijnse inwoners en Egypte hield de Gazastrook. De Palestijnse Arabieren kregen hierdoor niets en werden inwoners van deze twee Arabische landen. In 1949 vroeg Israël in het kader van de wapenstilstandsbesprekingen aan de Arabische landen waarom de Palestijnse Arabieren geen zelfbeschikkingsrecht kregen. Er werd niet op ingegaan.

Na de oorlog van 1956 vroeg Israël opnieuw om vredesbesprekingen. Het werd geweigerd door de Arabische landen. In 1964 werd de PLO opgericht, met als doel om Israël te vernietigen.

In 1967 begonnen Egypte, Jordanië en Syrië weer een oorlog tegen Israël. Israël won deze oorlog en veroverde naast de Sinai-woestijn ook de Westbank en de Gazastrook die 19 jaar daarvoor door Jordanië en Egypte waren bezet. Israël wilde – conform de VN-resolutie 242 – deze gebieden teruggeven in ruil voor vrede met de Arabische landen. Dat werd echter direct afgewezen door de Arabische landen met de drie nee’s van Khartoem: “Nee tegen erkenning van Israël, nee tegen onderhandelingen met Israël en nee tegen vrede met Israël”. Weer was de kans op een Palestijnse staat verkeken en weer werd dit veroorzaakt door de Arabieren zelf.

Na de oorlog van 1973 vroeg Israël opnieuw om vredesbesprekingen. Het werd weer geweigerd door de Arabische landen.

In 1979 kwam het, na ruim vijftig jaar van Arabisch geweld, voor het eerst tot vredesbesprekingen. Deze zijn echter alleen met Egypte. In ruil voor vrede gaf Israël de in 1967 veroverde Sinai-woestijn terug. De toenmalige Israëlische Likoed-premier Menachem Begin kreeg hier de Nobelprijs voor de Vrede voor. In het verdrag was ook autonomie voor de Palestijnen voorzien. Die kwam echter niet van de grond, omdat Palestijnen die daar aan mee wilden werken door de PLO van Jasser Arafat met de dood werden bedreigd.

In 1993 werden de Oslo-akkoorden gesloten, weer op basis van het principe land voor vrede. Dit zou een opmaat kunnen zijn voor een Palestijnse staat. Deze akkoorden hielden in dat Israël zelfbestuur zou geven aan gebieden met een grotendeels Palestijns-Arabische bevolking en dat de Palestijnen voor eens en altijd geweld zouden afzweren. Zo moest de Palestijnse leiding terreur actief gaan bestrijden en de Palestijnse bevolking duidelijk maken dat vreedzaam samenleven nu het doel was. Dat gebeurde niet.

In het jaar 2000 probeer de Amerikaanse president Clinton het opnieuw. Hij legde een compromisvoorstel neer dat door premier Barak van Israël was aanvaard. Het hield in dat de Palestijnen een Palestijnse staat zouden krijgen in de Gazastrook en het overgrote deel van de Westbank, met Oost-Jeruzalem als Palestijnse hoofdstad. Arafat wees het af. Weer kwam er geen Palestijnse staat en weer waren het de Arabieren zelf die dit tegenhielden. Hetzelfde gebeurde met een vergelijkbaar voorstel in 2001. Een Palestijnse staat lag voor het grijpen, maar werd geweigerd.

In 2003 werd de ‘Routekaart voor vrede’ voorgesteld. De Palestijnse leiders ondertekenden die wel, maar gaven direct daarop aan de eerste, belangrijkste stap niet te zullen uitvoeren: het beëindigen van terreur en de ontmanteling van terroristische organisaties. Er kwam dus niets van. Overigens waren zij het stoppen met terreur al tien jaar verplicht, op basis van de Oslo-akkoorden.

In 2005 trok Israël zich geheel terug uit de Gazastrook. Ook dit had een nieuwe opstap naar de tweestatenoplossing kunnen zijn. Israël was daar echter nog maar net weg of de Palestijnen begonnen Israëlische grensdorpen met duizenden raketten te bestoken.

In 2008 probeerde de Israëlische premier Olmert het opnieuw, met een vergelijkbaar voorstel als in 2000 en 2001; een Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Nu is het de Palestijnse president Abbas die dit afwijst.

In 2009 probeerde Likoed premier Netanjahoe de Palestijnen tot een tweestatenoplossing te bewegen. Hij sprak zich als eerste Likeed-leider uit voor de tweestatenoplossing: twee staten voor twee volkeren; het Joodse en het Palestijnse: “Het zal een grote dag zijn wanneer een Palestijnse leider – ik hoop de heer Abbas – dezelfde stap zou durven nemen.”

On de onderhandelingen te stimuleren kondigde Israël 2010 een bouwstop af voor tien maanden in de ‘nederzettingen’. Desalniettemin sleepten de onderhandelingen zich echter jarenlang voort, omdat president Abbas steeds weer nieuwe eisen of blokkades neerlegde voordat hij zelfs maar wilde beginnen met serieus onderhandelen.

In 2013/2014 probeerde de Amerikaanse president Obama het. Israël liet ‘als gebaar van goede wil’ maar liefst 76 Palestijnse moordenaars vrij. Maar het door Obama geformuleerde compromis wordt ook weer door de Palestijnse president Abbas afgewezen. Dat is dus de zestiende keer dat de Arabieren de tweestatenoplossing en/of vrede weigeren!

Abbas verwierp in 2014 zowel vrede als de tweestatenoplossing, wat uiteraard de twee meest essentiële elementen van het voorstel zijn. De tweestatenoplossing is gebaseerd op het principe van twee staten, een voor de Palestijnen en een voor de Joden. President Abbas weigert altijd om een Joodse staat te erkennen: “Ik zal een Joodse staat nooit erkennen. “(Egyptische televisie, 23 oktober 2011).

Ook weigerde hij te aanvaarden dat de Palestijnen na een getekend vredesverdrag het conflict daarna als beëindigd moeten beschouwen en af zullen moeten zien van nieuwe claims en strijd tegen Israël. Terwijl dit uiteraard de essentie is¬ van elk vredesverdrag!

“De Palestijnen missen nooit de kans om een kans te missen.”
(de voormalige Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Abba Eban)

door Tom S. Van Bemmelen


Uit: 150 Palestijnse fabels pag. 290 t/m 293

150-Palestijnse-fabels-omslag

150 Palestijnse fabels
Uitgeverij Aspekt
377 pagina’s
150 illustraties
€ 19,95
ISBN 9789461538321

Boek kan hier besteld worden

Advertenties