De Arabieren van Israël: Een verhaal van verraad [Khaled Abu Toameh]

Israëlisch-Arabische leden van de Knesset Jamal Zahalka, Haneen Zoabi en Basel Ghattas (aan het hoofd van de tafel, gezicht naar de camera). De bijeenkomst opende met een minuut stilte voor de gedode aanvallers. (Foto: Palestijnse Media Watch).

De ophef die ontstond rond een recente bijeenkomst tussen drie Israëlisch-Arabische leden van de Knesset – het Israëlische parlement – met families van Palestijnen die aanvallen tegen de Israëlische staat hebben uitgevoerd, is niet alleen verontwaardiging over het verraad van hun eigen land, Israël. Het is ook een verraad van hun eigen kiezers: de anderhalf miljoen Arabische burgers van Israël.

Knesset-leden Haneen Zoabi, Basel Ghattas en Jamal Zahalka kregen het voor elkaar verschillende dingen tegelijk te veroorzaken met hun controversiële ontmoeting. Zo hebben ze heel stellig de toorn van veel joods Israëli’s over zich afgeroepen. Misschien hebben ze ook de gelofte gebroken die ze uitspraken toen ze ingezworen werden in het parlement: “Ik zweer trouw aan de staat Israël en beloof om aan mijn mandaat te voldoen in de Knesset.”

Eén ding hebben zij zonder twijfel bereikt: ze hebben gehandeld tegen de belangen van de Israëlische Arabieren.

Zoabi, Ghattas en Zahalka hadden een ontmoeting met Palestijnse families die geen Israëlische burgers zijn en die niet stemmen voor de Knesset. Geen van deze families heeft dus gestemd op de drie Knesset-leden van de partij Arabische Lijst, waartoe de drie politici behoren. Uiteraard is natuurlijk ieder lid van de Knesset, als onderdeel van een democratisch gekozen bestuur, vrij om om het even welke Palestijn van de Westbank, Gazastrook of Jeruzalem te ontmoeten.

Het is belangrijk om op te merken dat niet alle Arabische Knesset-leden betrokken zijn bij felle retoriek en provocatieve acties tegen Israël. Er is echter voldoende reden om aan te nemen dat sommige Arabische leden met opzet daden verrichten en zich bedienen van retoriek die als enige doel heeft om niet alleen het Israëlische establishment, maar ook het joodse publiek tot woede te bewegen.

De ontmoeting was de meest recente in een serie acties door Arabische Knesset-leden die geleid hebben tot beschadigde relaties tussen joden en Arabieren in Israël. Deze acties hebben één glashelder gevolg: ze brengen enorme schade toe aan de inspanningen van Arabische burgers om volledige gelijkwaardigheid te bewerkstelligen.

Gedurende de afgelopen twee decennia werkten sommige democratisch gekozen Israëlisch-Arabische vertegenwoordigers en leiders harder voor de Palestijnen op de Westbank en in de Gazastrook dan voor hun eigen Israëlische kiezers.

Deze parlementariërs deden mee aan verkiezingen op de belofte dat ze zouden toewerken naar betere leefomstandigheden voor Israëlische Arabieren, en om volledige gelijkwaardigheid op alle gebieden te bewerkstelligen. Ze wijdden na hun verkiezing echter hun waardevolle tijd en energie aan de Palestijnen, die geen burgers van Israël zijn. Zij wedijveren dus om met zo veel mogelijk vitriool te provoceren tegen hun land.

Door tegen de belangen van de Palestijnen te handelen, door zich te gedragen alsof ze in een Palestijns parlement zaten en niet in de Knesset, kunnen er ook alternatieve scenario’s voor hun gedrag zijn. Deze Arabische Knesset-leden zouden als brug kunnen dienen tussen Israël en Palestijnen die leven onder jurisdictie van Hamas in de Gazastrook, en onder de Palestijnse Autoriteit in de Westbank.

Besluiten, zoals het aanmonsteren op een flotilla “hulp”-schip richting de Gazastrook, hetgeen meer een vinger in het oog van Israël is dan een daadwerkelijke poging om de Palestijnen te helpen, keren het joodse publiek tegen de Arabisch-Israëlische burgers, die daardoor worden gezien als “Vijfde Colonne” of een “vijand van binnen uit”.

Zulke provocaties maken het moeilijk voor Arabische afgestudeerden om banen te vinden in zowel de private als de publieke sector in Israël. De woorden en daden van deze Knesset-leden zorgen ervoor dat de kloof tussen Arabieren en joden binnen Israël blijft bestaan.

Dankzij sommige Arabische Knesset-leden zien veel joden geen verschil meer tussen een Arabische burger die loyaal is aan Israël, en een radicale Palestijn uit de Gazastrip of de Westbank die er op uit is om Israël te vernietigen.

Natuurlijk hebben Arabische Knesset-leden het recht om het beleid en de daden van de Israëlische regering te bekritiseren. Maar dergelijke kritiek moet bedreven worden vanuit het spreekgestoelte van het parlement, niet vanuit Ramallah, Gaza of vanaf het dek van een schip vol Israël-haters en activisten.

Voor alle duidelijkheid: dit is geen oproep voor een verbod op ontmoetingen tussen Arabische Knesset-leden en hun Palestijnse broeders op de Westbank, in de Gazastrook of in Jeruzalem. Dit is een oproep aan Knesset-leden om hun doelen en de toon die ze daarbij hanteren zorgvuldig te overwegen.

De recente ontmoeting begon met een minuut stilte voor een aantal specifieke doden, namelijk enkele Palestijnse aanvallers die meerdere mensen hebben vermoord en verwond. Joodse Israëli’s hebben vermoedelijk bepaalde gevoelens bij de keus voor een dergelijke opening.

De verhoudingen hadden heel anders kunnen zijn. Arabische Knesset-leden hadden de bijeenkomst kunnen aangrijpen om een oproep te doen om de huidige golf steekpartijen, aanvallen met voertuigen en schietpartijen, die begonnen in oktober 2015, een halt toe te roepen. Ze hadden kunnen eisen dat Palestijnse leiders, facties en media zouden stoppen met het hersenspoelen van jonge mannen en vrouwen, en stoppen met het aandringen op het doden van joden.

De Palestijnse families die met de drie Arabische Knesset-leden afspraken, hebben niets te verliezen, net als de Palestijnen die op de Westbank of in de Gazastrook wonen. For hen doen deze Knesset-leden waarschijnlijk meer goed dan de Palestijnse Autoriteit of Hamas doen.

De grote verliezers zijn de Arabische burgers van Israël, die er wederom aan herinnerd worden dat hun gekozen volksvertegenwoordigers meer geven om niet-Israëlische Palestijnen dan om hen.

Tot dusver heeft slechts een handjevol Arabisch-Israëlische burgers de moed gehad om zich kritisch uit te spreken tegen hun vertegenwoordigers in de Knesset. Toch zijn het wel deze burgers die hun falende Knesset-leden moeten afstraffen, niet de Israëlische regering, een parlementaire commissie of een rechtbank. De macht ligt absoluut in hun eigen handen.

Als de Israëlisch-Arabische meerderheid er naast blijft kletsen, staat het haar leiders toe om vrijuit door te rommelen en daardoor zullen Arabische Knesset-leden hun achterban helemaal nergens naartoe leiden.

door Khaled Abu Toameh


in een vertaling uit het Engels door W.J. Jongman en H. Sleijster van een artikel op de website van The Gatestone Institute van 11 februari 2016

gatestone-logo

Advertenties