Moslimterreur tegen Joden en Israëlis is voor het Westen geen antisemitisme

hypercacher5

Hoewel het antisemitische gehalte van radicaalislamitische terreuraanslagen niet over het hoofd is te zien, worden deze aanvallen in Europa meestal niet als antisemitisch beschouwd. Aanvallen in Israël worden in de media vaak zelfs niet eens terreur genoemd. De consideratie met de Joden-vijandige daders is groot, ook al is men het niet eens met de middelen die zij gebruiken.

Het is nu een ruim jaar geleden dat de terreuraanslag op de joodse supermarkt “Hyper Cacher” in Parijs plaatsvond. Op 9 januari 2015, twee dagen na de moorddadige aanval op redacteurs en medewerkers van het tijdschrift “Charlie Hebdo”, stormde de radicale islamiet Amedy Coulibaly tegen 13.00 uur de winkel binnen, schoot vier Joden dood en nam anderen als gijzelaars. Tijdens zijn daad voerde de moordenaar een telefoongesprek met een Franse tv-zender, waarin hij zijn antisemitische motiveringen voor zijn daad duidelijk maakte. Op de vraag of hij de winkel met een speciale reden had uitgezocht, antwoordde hij: “Ja. De Joden. Vanwege de onderdrukking, vooral van de Islamitische Staat, maar overal. Het is voor alle gebieden waar moslims onderdrukt worden. Palestina hoort daarbij.” Toen hij de “Hyper Cacher”binnenkwam, riep Coulibaly: “Jullie zijn Joden, jullie zullen vandaag allemaal sterven!”

Deze moordaanslag was lang niet de eerste antisemitische aanval in Frankrijk. In de jaren daarvoor hadden al aanvallen plaatsgevonden, enkele daarvan met dodelijke afloop. In januari 2006 bijvoorbeeld werd Ilan Halimi in Parijs door islamitische immigranten ontvoerd en gedurende een periode van meer dan drie weken dood gefolterd, omdat hij Jood was. In maart 2012 vermoordde de radicale islamiet Mohamed Merah drie Joodse kinderen en een rabbi voor een Joodse school in Toulouse – om “Palestijnse kinderen te wreken”, zoals hij zei. In mei 2014 werden in een voorstad van Parijs twee Joden bruut in elkaar geslagen voor een synagoge. In december 2014 overvielen, eveneens in een voorstad van de Franse hoofdstad, meerdere gewapende mannen een jong joods stel in zijn woning, beroofden het en verkrachtten de vrouw. Haar levenspartner zei dat de daders hun overval ermee zouden hebben gemotiveerd dat Joden geld zouden hebben en het niet naar de bank zouden brengen, maar thuis zouden bewaren.

Exodus van de Franse Joden

“We bevinden ons in een oorlogssituatie”, verklaarde Roger Cukierman, de voorzitter van de Representatieve Raad van de Joodse Instellingen van Frankrijk (Crif), kort na de aanval op de joodse supermarkt. Hij zou daarom iedereen respecteren, die na langere vijandigheden en geweld zouden willen vertrekken en naar Israël zouden emigreren. De Franse regering probeert daarentegen de joodse burgers in het land te houden. “Zonder zijn Joden zou Frankrijk Frankrijk niet meer zijn”, zei minister-president Manuel Valls. De politiebescherming voor joodse instellingen werd opgevoerd. Maar de massa-emigratie van Franse joden ging en gaat gewoon door: in 2015 vertrokken 7.900 van hen naar Israël, 10% meer dan het jaar daarvoor – een nieuw record. De Fransen vormen daarmee de grootste groep onder de nieuwkomers in de Joodse staat.

Dat is geen wonder, want het antisemitisme in Frankrijk – vooral het radicaalislamitisch gemotiveerde – neemt al jarenlang dramatisch toe. Volgens informatie van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken is van alle als racistisch gekwalificeerde daden bijna de helft tegen Joden gericht. Wie een keppeltje of een halsketting met een Davidsster draagt, moet er rekening mee houden openlijk op straat uitgescholden of bespuugd te worden. In de Joodse gemeenschap van Marseille discussieert men er op dit moment, na meerdere aanvallen, over of het raadzaam is om af te zien van het dragen van een keppeltje. Tijdens de militaire aanvallen tegen Hamas in de zomer van 2014 verwoestten radicaalislamitische daders joodse winkels en instellingen of staken deze zelfs in brand. Door extreemrechtse politici werd inmiddels geëist om het Franse staatsburgerschap af te pakken van Joodse emigranten en de dienstplicht in het Israëlische leger te vergelijken met de “Jihad” van de terroristen van de “Islamitische Staat.

Desondanks hebben de vier moorden in de joodse supermarkt in de publieke reacties een eerder ondergeschikte rol gespeeld. Een bekentenis zoals “Je suis aussi Juif” (“Ik ben ook Jood”) was slechts zelden te zien. “Het is bijna net alsof terrorisme tegen Joden als normaliteit wordt waargenomen en, erger nog, als reactie op het Midden-Oostenconflict wordt gerationaliseerd”, becommentarieert Bernhard Torsch treffend in een blog met de titel “”Ze zijn allemaal Charlie, geen een is Jood”. “Dat men het schandaal van de voortdurende bedreiging van Joods leven in Europa heeft geaccepteerd, is echter een van de wortels van de nachtschade terrorisme”, aldus Torsch verder. “Nauwelijks iemand scheen te begrijpen dat het er niet alleen om gaat om Joodse mensen en instellingen met politiepatrouilles te beschermen, maar dat de noodzakelijkheid voor deze bescherming het eigenlijke probleem is. Net zoals het eigenlijke probleem aan het islamitische terrorisme niet de kwaliteit van de verdedigingsmaatregelen hiertegen is, maar dat deze maatregelen nodig zijn.”

Bagatellisering van de terreur tegen de Joden

Maar in Europa spreekt men niet graag over de haat tegen Joden. Radicaalislamitische terreuraanslagen worden ook dán niet als antisemitisch gekwalificeerd als hun antisemitische bedoeling overduidelijk is. Aanvallen in Israël op hun beurt worden vaak genoeg niet eens als terreur beschouwd (en sowieso niet als antisemitisch). Toen bijvoorbeeld het Duitse parlement eind november de slachtoffers van de jongste aanvallen herdacht, vond de voorzitter van het parlement, Norbert Lammert, het belangrijk om bij het treuren met het oog op de gebeurtenissen in de Franse hoofdstad niet diegenen te vergeten die in andere terreuraanvallen vermoord werden. Lammert zei: “”De terreur gaat ons allen aan, hij kent geen grenzen. We denken niet alleen aan de slachtoffers in Parijs, maar evengoed aan de meer dan 200 Russische passagiers, die zich op de terugreis van hun vakantieplaats in Egypte bevonden, aan de hotelgasten in Bamako en Mogadishu, aan de mensen in Sarajevo, Bagdad en Beroet, die allemaal in de afgelopen drie weken bij terreuraanslagen hun leven verloren.”

Dat er sinds begin oktober in Israël een soort mes-intifada woedt, waarbij Palestijnen vooral met steekwapens, maar ook met brandbommen en vuurwapens Joodse Israëli´s vermoorden en verwonden, verzweeg de voorzitter van het parlement gewoon. Ook in de fotoseries met voorbeelden van terroristische aanvallen sinds 11 september 2001, die talrijke Duitstalige online-media na de aanslagen van Parijs op 13 november 2015 publiceerden, ontbrak de joodse staat bijna zo goed als altijd. Terwijl Israël zich als nauwelijks een ander land in het vizier bevindt van radicaalislamitische terroristen. Sinds het millennium zijn daar 1.292 burgers het slachtoffer geworden van Palestijnse terreurdaden. Als je dit aantal zou omrekenen naar de Duitse bevolking, dan zouden dat 12.000 doden in 15 jaar zijn.

Maar zoals zo vaak werd er tijdens de tweede intifada gezegd dat de zelfmoordaanslagen – waarbij het om niets anders ging dan volkomen willekeurig zoveel mogelijk Joden te doden – weliswaar betreurenswaardig en overtrokken zouden zijn, maar op een bepaalde manier toch begrijpelijke reacties op de “Israëlische bezetting”. Dat de Palestijnse terreurorganisaties hun activiteiten geenszins als wanhoopsdaden beschouwen, maar als offensieve, militaire middelen ter “bevrijding van Palestina” van de Joden, en dat zij de moordenaars bejubelen als “martelaars” en hun families voorzien van royale pensioenen, wordt daarbij bewust vergeten. Want dan zou het verhaal van de onderdrukte, gefrustreerde Palestijnen, die geen andere uitweg zouden hebben dan willekeurige aanvallen op Israëlische burgers, in onbruik geraken. In ieder geval is men bereid een vermeende dubbelzinnig positie in te nemen en te spreken van de “geweldsspiraal” en de “radicalen aan beide klanten”- dus de democratische staat Israël en de vernietigingszuchtige antisemitische bendes op hetzelfde niveau te plaatsen. Dat gebeurt vaak ook in de verslaggeving over de huidige aanvallen van Palestijnen met messen, machetes en Molotovcocktails.

Consideratie met de daders

Radicaalislamitische daders zoals Amedy Coulibaly, die in Europa aanslagen plegen, motiveren hun daden er vaak mee de “zionistische misdaden op de Palestijnen” te willen wreken. Dat doen ze door middel van aanvallen op doelen die Joods zijn (of die zij als Joods beschouwen) – en dus niet “slechts” Israëlisch. Dat veroordeelt men in Europa weliswaar meestal beleefdheidshalve, maar in deze veroordeling zit ook vaak een zeker begrip verwerkt, een verneembaar “maar”, omdat men zelf de overtuiging heeft dat Israël minstens medeverantwoordelijk is voor zulke daden. Dat betekent dat er iets wordt gerationaliseerd dat eigenlijk irrationeel is. In het antisemitisme wordt niet het paranoïde, het wereld-aanschouwelijke, het ideologische, het irrationele gezien, veelmeer beschouwt men het – als men het überhaupt bij de naam noemt – alleen maar als een in verkeerde banen geleid, maar toch ergens begrijpelijk, in de kern rationeel antwoord op geleden onrecht.

De afwijzende houding van veel Europeanen tegenover Israël leidt ertoe dat men niet wil zien dat men in principe met de Israëli´s in hetzelfde schuitje zit. De vijandverklaring van de radicale islamieten tegenover het Westen gaat samen met de vijandverklaring tegenover de Joodse staat. Dat zou eigenlijk solidariteit tot gevolg moeten hebben, maar precies die wil men niet voltrekken. Dienovereenkomstig wordt het antisemitische gehalte van veel radicaalislamitische terreuraanvallen in Europa net zo verzwegen, gebagatelliseerd of betwist als het antisemitische gehalte die iedere radicaalislamitische terreuraanval in Israël heeft. Men begrijpt in Duitsland en Europa de antisemitische kern van de radicale islam niet en wil deze ook niet begrijpen. Dat heeft veel te maken met het feit dat de zogenaamde Israëlkritiek bij ons zelf antisemitische trekken heeft en men daarom delen van de logica van de radicale islamieten wel degelijk kan begrijpen. Zelfs wanneer het men niet eens is met de door hen gebruikte middelen, de consideratie is groot. Absurd groot.

door Alex Feuerherdt


In een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel op Audiatur Online van 15 januari 2016.
bron-logo

Advertenties