Vergeten door de wereld: Toen Israël één groot vluchtelingenkamp was

MaabarahJoodse kinderen spelen in een ma’abara (transitkamp) anno 1952 [beeldbron]

De huidige vluchtelingencrisis in Europa heeft met name herinneringen opgeroepen onder de Joden. Vaker wel dan niet, wordt de vergelijking gemaakt met Joden die wanhopig op de vlucht waren voor de Holocaust.

Over het hoofd gezien is het feit dat in de vroege jaren van Israël haar bewoners in aantal ruimschoots werd overtroffen door vluchtelingen. In de jaren 1950 en 1960 was Israël zelf één groot vluchtelingenkamp. De aanblik van talloze tenten rij na rij vullen thans onze TV-schermen herinnerend aan de ma’abarot, haastig gebouwde ‘doorvoer’ kampen  gebouwd met stoffen tenten, houten of tinnen hutten. Deze werden bedacht door Levi Eshkol van het Joodse Agentschap om te zorgen voor tijdelijke huisvesting en werkgelegenheid. De eerste ma’abara werd opgericht in mei 1950 in Kesalon in Judea.

sallahIn 1964 trokken 1,3 miljoen Israëliërs naar de bioscoop om de kaskraker Sallah Shabati te zien (plaatje rechts) — een satire over een baardige Jemenitische immigrant die net in het beloofde land was toegekomen samen met zijn zeven kinderen en zijn zwangere vrouw.

Sallah — rol vertolkt door Topol die later wereldwijde bekendheid verwierf als Tevye in Fiddler on the Roof — gebruikt al zijn truken om te trachten geld te verdienen om naar een betere huisvesting te kunnen verhuizen. Zijn naam is een woordspeling op de woorden: “Sorry dat ik [naar hier] gekomen ben“.

De EU als geheel, met een bevolking van meer dan 300 miljoen, heeft vandaag net zoveel immigranten geabsorbeerd als Israël in de vroege jaren 1950, destijds een land met een half miljoen inwoners. Naast de opname van 100.000 overlevenden van de Holocaust nam de piepkleine kersverse Joodse staat ruim 580.000 Joodse vluchtelingen op afkomstig uit de Arabische landen. Tijdens de jaren 1960, had de vluchtelingenpopulatie zich reeds verdrievoudigd.

Deze Joden waren berooid, gevlucht voor geweld en vervolging in de Arabische landen en hadden niet meer bij zich dan een haastig gepakte kleine koffer en de kleren die zij aanhadden. De meesten werden hun inkomen en waardevolle bezittingen ontnomen en hun eigendommen verbeurd verklaard. Zij lieten in hun landen van herkomst vaak bloeiende bedrijven en comfortabele huizen achter.

Er was ook geen sprake van een “recht op terugkeer” naar de landen van herkomst waar gewelddadige bendes de straten in dorpen en steden afschuimden luidkeels roepende “Itbach al-Yahud” (“Maak alle Joden kapot!”), al hun geld werd afgenomen en zij konden gearresteerd worden op de kleinste verdenking van een Zionistische spion te zijn. De Verenigde Naties staken geen vinger uit om hun lot te verzachten en tot op vandaag zwijgt de wereld over het bestaan van deze omvangrijke groep.

Brabosh: Waarom verzwijgt de wereld dit? Omdat het om Joden ging. De gevluchte groep van Palestijns-Arabische vluchtelingen die het strijdtoneel ontvluchtten, ging het beter voor de wind. Zij kregen door de VN meteen een aparte vluchtelingenorganisatie aangemeten, UNRWA genaamd. Bovendien werd hun vluchtelingenstatus erfbaar gemaakt en aldus doorgegeven van vader op zoon tot in der eeuwigheid. Die unieke status zal pas opgeheven worden van zodra Israël zich bereid toont om deze inmiddels van ca. een half miljoen oorspronkelijke “vluchtelingen” die thans is aangegroeid tot ca. vijf miljoen (!), in de kleine Joodse staat op te nemen en te huisvesten. Met als resultaat de facto een demografische zelfmoord.

De omvang van Israëls inspanning was onthutsend. Een natie van 650.000 absorbeerde 685.000 nieuwkomers, sommige leden aan trachoom en tuberculose. Tijdens de eerste jaren na de onafhankelijkheid kwam ongeveer twee-derde van de Joods-Arabische vluchtelingen uit islamitische landen. De leefomstandigheden waren weinig benijdenswaardig. Te warm in de zomer, te koud in de winter, blootgesteld aan de wind en de regen. Alles, van voedsel tot een wasmiddel, was gerantsoeneerd. Vluchtelingen moesten voor water dagelijks in lange rijen aanschuiven aan centrale kranen. Het water moest gekookt worden vooraleer het kon gedronken worden. De openbare douches en toiletten waren rudimentair.

In de jaren 1950 huisden zowat een kwartmiljoen mensen in de 113 transitkampen (ma’abarot) die over het hele land verspreid waren. Langzaamaan veranderden de ma’abarot in permanente steden. Sommige bewoners verbleven soms meer dan 13 jaren in de kampen. Dikwijls werd aan de nieuwkomers niet verteld waar ze zouden hervestigd worden. Grote aantallen, in het bijzonder immigranten uit Noord-Afrika, eindigden in ’s lands periferie in stoffige ontwikkelingsdorpen in de Negev-woestijn of nabij de Libanese grens.

melkVerdeling van melk onder de vluchtelingen, een ma’abara in 1952 [bron]

Westerse immigranten betrokken beveiligde woningen in de steden aan de kustvlakte, voedsel en werkgelegenheid door middel van persoonlijke contacten met immigranten afkomstig uit moslimlanden ontbraken. Jiddische woordvoerders  gaven de voorkeur aan de Oosterlingen als het ging om werkgelegenheid. Zoals het tekort aan banen dat sommige Marokkaanse vluchtelingen te beurt viel en hen niets anders overbleef dan “het gras van naburige kibboetsen af te rijden tot aan het strand van Ashdod” (Simon Skira in de documentaire Les Destins Contraries).

Ondanks de aanhoudende wrok, is de opname van een van de grootste aantallen vluchtelingen in verhouding tot de gastbevolking een verbazingwekkend succes geweest. Later, brachten Ethiopische vluchtelingen en een miljoen Sovjet-Joden hun eigen uitdagingen. Tegen die tijd, echter, was het land veel welvarender en werden (en worden nog) de vluchtelingen rechtstreeks naar absorptie centra gezonden. Ze werden aangepord om een totale onderdompeling in cursussen Hebreeuws te ondergaan bij te wonen en kregen geld om hen te helpen bij het verwerven van een permanente woonst.

Sallah Shabati beeldt de culturele clash uit tussen de kleinburgerlijke Ashkenazische (westerse) bureaucraten en de Oosterse vluchtelingen. Politieke partijen bezochten de ma’abara om mensen te beoordelen die nooit in een democratie hadden geleefd, om stemmen te winnen voor hun specifieke partijen. Sallah zelf had nog veel te leren. De vluchtelingen herpakten zich en bouwden voor zichzelf een nieuw leven op. Sallah’s kinderen werden verliefd en verloofden zich met de naburige Ashkenazische kibbutzniks, een aanloop naar het aantal van 25 procent gemengde huwelijken in het tegenwoordige Israël. Het is een verhaal met een gelukkig einde: ondanks al de strubbelingen moet Sallah geen sorry zeggen omdat hij gekomen is [naar de Jodenstaat].

door Lynn Julius

vertaald en bewerkt door Brabosh.com; bron: een artikel in Huff Post van 21 september 2015

Advertenties

Een gedachte over “Vergeten door de wereld: Toen Israël één groot vluchtelingenkamp was

Reacties zijn gesloten.