Waarom de Joden ‘de kanarie in de koolmijn’ worden genoemd

kanarie

“Wanneer tirannen de Joden onder vuur nemen is het werkelijke doelwit de vrijheid van iedereen.”
[J. P. Golbert, 15 juli 2015 – bron]

Joden worden de ‘kanarie in de kolenmijn’ genoemd. Mijnwerkers namen kanaries mee in de mijnen omdat kanaries zouden sterven van de gassen die uit de kolen ontsnapten nog vooraleer het niveau van de gassen dermate zou toenemen dat het de mannen zou doden of de gassen zou exploderen. Wanneer de kanarie stopt met zingen was het een waarschuwing voor de mannen om snel de mijn te verlaten. Hoe is dit een gepaste metafoor voor de Joden geworden? Aan de basis van de metafoor ligt het besef dat wat er met de Joden gebeurt dra iedereen overkomen zal.

Zolang er Joden zijn – hartstochtelijk ijverend voor de idealen van vrijheid, gelijkheid en de heiligheid van het menselijk leven – zullen tirannen nooit veilig zijn. In hun ogen moeten zowel de Joden als hun opruiende Bijbel volkomen verdwijnen. Voor tirannen is de Islam de perfecte oplossing, overwegende dat het christendom beweert de vervulling te zijn van wat in de Hebreeuwse Bijbel wordt uiteengezet en de geldigheid ervan daarom moet worden uitgedragen. Voor de Islam is de Hebreeuwse Bijbel een creatie van de mens en niet van Allah; vandaar dat het geen geldigheid heeft en dus valt er ook niets te confronteren. Islam is de perfecte religie om de wereld veilig te maken voor tirannie.

Zelfs op het gebied van ‘slavernij,’ werkt de Thora naar de natuurlijke en ideale toestand van elk individu, die vrijheid heet. In het systeem van de Torah, als een meester zijn slaaf mishandelt en verwondt, wordt de slaaf vrijgelaten. Als een meester slechts voedsel heeft voor één persoon, is hij verplicht dat aan de slaaf te geven. Indien hij slechts één deken heeft, slaapt de slaaf eronder, niet de meester. Dit is precies waarom de westerse heersende klassen altijd de Joden hebben vervolgd en gewone heidenen hebben onderwezen hen te haten, opdat gewone mensen van de Joden zouden leren dat zij het recht hebben om te leven in vrijheid en gelijkheid. De notie van de mens die ‘door zijn Schepper wordt begiftigd met bepaalde onvervreemdbare rechten’ komt uit Joodse geschriften, en zeker niet uit de Griekse of Romeinse politieke filosofie.

Vraag een ‘progressieveling’ wat het is dat ons ‘progressie’ of vooruitgang brengt. Het antwoord is meestal een blik gericht op oneindig. Is het een wonder dat ‘progressieve’ westerse leiders en gevestigde journalisten consequent zwichten voor islamitische eisen om de vrijheid te beperken en dat zij de Islam een speciale status onder de religies hebben gegeven? Zij beschermen deze tegen kritiek, belasteren zijn tegenstanders en dienen voortdurend ter promotie van de Islam: zij blijven voortdurend uitleggen dat de ontluikende mondiale jihad en zijn groeiende verschrikkingen “niets te maken hebben met de Islam.” Men kan met veel grotere rechtvaardiging, beweren dat de Inquisitie niets te maken had met het christendom. Men kan beweren dat de Inquisitie eigenlijk anti-christelijk was, gepleegd door mensen die een loopje namen met de doctrines van het christendom. Niemand die zoiets zinloos en belachelijk beweert, behalve dan ter verdediging van de Islam.

Wanneer tirannen de Joden onder vuur nemen is het werkelijke doelwit de vrijheid van iedereen.

Deze scholen van het denken, overgenomen door hun ‘progressieve’ volgelingen en die ogenschijnlijk de verlichting omarmen, lijken er enkel in geslaagd te zijn om de westerse beschaving los te rukken van de bijbelse bron van gelijkheid en vrijheid, zoals we de toenemende pogingen kunnen vaststellen om de vrijheid van meningsuiting te onderdrukken aan de universiteitscampussen, in de media en, met name in Europa, door juridische vervolging.

Lees hier het volledige artikel.


Vertaling van een inleiding door Brabosh.com tot een uitgebreid artikel van de hand van J. P. Golbert “Why the Jews Are the Canary in the Coal Mine” in The Gatestone Institute van 15 juli 2015