De Turkse flottielje: Waar ging het eigenlijk écht om? [Burak Bekdil]

mavi-marmara

Vorige week vijf jaar geleden, op 31 mei 2010, voer een Turkse flottielje met aan boord honderden pro-Palestijnse activisten richting Gaza om de Israëlische zeeblokkade te doorbreken. Israël had de blokkade ingesteld om de levering van wapens aan de terreurorganisatie Hamas te verhinderen, die heerst in de Gazastrook en openlijk oproept tot de vernietiging van Israël.

Voordat men de kust van de Gazastrook bereikte, werd het Turkse schip “Mavi Marmara” echter door Israëlische speciale eenheden geënterd en werden 10 activisten gedood, wat leidde tot de grootste diplomatieke crisis aller tijden tussen Turkije en Israël. Later zou een door de VN gesteund onderzoek naar het Mavi Marmara-incident Israëlische soldaten er van beschuldigen buitensporig geweld te hebben toegepast, maar de blokkade door Israël werd legaal verklaard.

mavi006Turkse “vredesactivisten” in actie aan boord van de m/s Mavi Marmara op 31 mei 2010

Met de Mavi Marmara wilde de Turkse regering Israël provoceren en een “incident” veroorzaken. Toen kreeg de hele wereld te horen “wie daarvan profiteerde”.

De Turkse regering wilde met het discrete aanmoedigen van de flottielje en de mogelijkerwijs ingecalculeerde gevolgen twee dingen bereiken: de populariteit van de toenmalige minister-president (en huidige president) Recep Tayyip Erdoğan bij het Arabische volk in de straat te bevorderen en de stemmen van de conservatieve massa´s van Turkije te consolideren. Het eerste doel werd, met uitzondering van de Palestijnse gebieden en Qatar, dramatisch gemist; maar het tweede werd bereikt.

De Palestijnen en radicaalislamitische Turken herdachten hun “martelaren” vijf jaar na de Mavi Marmara-affaire zonder te zien hoezeer ze met de “show” van de politieke islam dwepen, terwijl ze plichtbewust feiten negeren. “We groeten jou, Turks volk”, stond er op spandoeken in Gaza-Stad, waar Palestijnen een krans neerlegden bij een voor de slachtoffers opgericht monument. “Vandaag zijn we hier bijeengekomen om diegenen te eren die het grootste offer gebracht hebben en voor Palestina gestorven zijn”, zei Jamal al-Hudari, president van het volkscomité tegen de belegering. “We sturen onze groeten aan de familieleden van de martelaren en aan president Recep Tayyip Erdoğan.” Bassem Naim, officieel vertegenwoordiger van Hamas, omschreef het incident met de Mavi Marmara als “baanbrekend” in de geschiedenis van de Palestijnen en eiste dat Israël wegens het doden van activisten voor het gerecht wordt gedaagd.

Zoals altijd was de show in Turkije meer pro-Palestijns dan welke show in de Palestijnse gebieden dan ook. Een groep vertrok uit de stad Konya in centraal Anatolië en stopte in Ankara om ter herinnering aan het incident het ochtendgebed voor de Israëlische ambassade te houden. Daarna ging het verder naar Istanbul om deel te nemen aan een grotere manifestatie.

In Istanbul kwamen tienduizenden mensen bijeen voor de Fatih-moskee ter herinnering aan de Mavi Marmara. Ze droegen Palestijnse vlaggen en spandoeken met Arabische teksten. Een ingestudeerde show plaatste de woorden “Vrijheid voor Quds” (Jeruzalem) op de voorgrond. Bent u ook nog steeds verbaasd wat Jeruzalem met een incident voor de kust van de Gazastrook te maken heeft? De vooraanstaande radicaalislamitische columnist Abdurrahman Dilipak verklaarde het in zijn toespraak: “De bevrijding van Quds (Jeruzalem) is de bevrijding van Mekka en Medina. De bevrijding van Mekka en Medina is de bevrijding van onze moskeeën.”

Zoals gebruikelijk argumenteerde Dilipak dat de dood van tien activisten aan boord van de Mavi Marmara een “blijde gebeurtenis” zou zijn, omdat zij “martelaren” zouden zijn geworden. En Bülent Yildirim, de leider van de Stichting Humanitaire Hulp (IHH), die de Mavi Marmara-flottielje had georganiseerd, beweerde in een toespraak: “als we gewild hadden, zouden we minstens 100 Israëli´s hebben kunnen doden.”

Als je kijkt naar de scènes in Gaza en Turkije, dan zou je kunnen geloven dat de Turken de eeuwige redders van hun Palestijnse broeders zouden zijn of dat Turkije de grootste weldoener voor de Palestijnse gebieden zou zijn. Op zekere dag zullen de Palestijnen – misschien – begrijpen dat voor hun Turkse broeders hun “zaak” alleen maar een ideologisch motief is om zichzelf goed te vinden en een instrument in het streven van veel Turken naar consolidering van de macht thuis en in de Arabische wereld.

Ironisch genoeg werd Turkije ongeveer een week voor de Mavi Marmara-herdenking overvallen door hysterie: een rapport van de Wereldbank onthulde dat de Turkse regering het verzuimd had een groot deel van haar financiële hulp over te maken, die het tijdens een internationale donorconferentie voor de wederopbouw van de Gazastrook vorig jaar had toegezegd. In het rapport stond dat Turkije tot nu toe nog maar 0,26% van de op de donorconferentie in oktober in Cairo beloofde hulp had overgemaakt. Alles wat 77 miljoen Turken aan schenkingen voor Gaza konden inzamelen, waren $ 32 miljoen ofwel ongeveer 40 cent per persoon. Met andere woorden: de Turkse gulheid voor “onze Palestijnse broeders” bedroeg slechts 0,004% van het nationaal inkomen van het land.

“Dat is een duidelijk beeld, dat het ware gezicht van de partij AKP laat zien. Ze maakte van Gaza een politieke pion om het te gebruiken en om daarna haar belofte niet na te komen… Dat is tragisch. Hoe kun je je nu niet aan een belofte aan Gaza houden?”, vroeg Mehmet Günal, een lid van de oppositie in het Turkse parlement, zich af.

De Turken houden ervan om de royale weldoener van de Palestijnen en de hoeder van de Palestijnse zaak te spelen. Achter hun “pro-Palestijnse” instelling heeft de Turkse solidariteit met de Palestijnen minder met de zaak van de Palestijnen te maken, dan veel meer met de toewijding van de radicale islamieten aan de droom van “verovering”.

door Burak Bekdil


In een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel op The Gatestone Institute van 4 juni 2015.
bron-logo