De Palestijnse Autoriteit en de ‘misdaden van hoogverraad’ [Khaled Abu Toameh]

aida-refugeecamp03De partijdige rol van de Verenigde Naties in de kwestie van de Palestijnse vluchtelingen wordt overduidelijk geïllustreerd door deze inkompoort van het Palestijnse vluchtelingenkamp AIDA van de UNRWA (de aparte hulporganisatie voor Palestijnen van de Verenigde Naties) ten noorden van Bethlehem in Judea op de West Bank. De poort heeft de vorm van een sleutelgat met een grote sleutel er bovenop, symbool van de Palestijnse “terugkeer naar Israël”. Links het kantoortje van de UNRWA/VN die de sleutelpoort bekostigde en de bouw ervan op zich nam en deel uitmaakt van haar kantoor.

De sleutelpoort houdt de UNRWA haast letterlijk overeind en is daarmee de materialisering geworden van het zogenaamde Palestijnse ‘recht op terugkeer’ naar een land waar ze nooit één voet aan de grond hebben gezet, vermits het voor meer dan 95 % om nakomelingen van vluchtelingen gaat. De UNRWA heeft dan ook niet tot doel om de Palestijnse vluchtelingenkwestie op te lossen, maar om het ‘probleem’ in stand te houden net zolang totdat de Palestijnen kunnen ‘terugkeren.’

De Palestijnse Autoriteit (PA) geeft – net zoals de regeringen van de meeste Arabische landen – de “Palestijnen” nog steeds valse hoop op een “recht op terugkeer” naar hun voormalige dorpen en steden in Israël. Dat hebben de Arabische en Palestijnse leiders sinds de oprichting van Israël in 1948 altijd gedaan – en dat is de reden waarom miljoenen “Palestijnen” op de “Westelijke Jordaanoever”, in de Gazastrook, in Libanon, in Jordanië en in Syrië nog steeds in vluchtelingenkampen wonen.

In plaats van de vluchtelingen te helpen en ze er toe aan te moedigen een nieuw leven te beginnen, blijven de Arabische en Palestijnse leiders hen ertoe oproepen om daar te blijven waar ze zijn – want op zekere dag, zo vertelt men hen, zullen zij terugkeren naar de huizen van hun grootvaders en overgrootvaders in Israël.

Deze leiders zijn bang om na 67 jaar de vluchtelingen eindelijk met de waarheid te confronteren: dat de meeste van hen, zo niet allemaal, nooit meer naar hun – niet meer bestaande – steden en dorpen binnen Israël zullen terugkeren.

Toen de president van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas, in 2012 de “fout” beging door te zeggen dat hij geen recht op terugkeer naar zijn geboorteplaats Safed in het noorden van Israël zou begeren, werd hij er door “Palestijnen” van alle partijen ervoor veroordeeld het “recht op terugkeer” te hebben opgegeven en velen noemden hem een “verrader”.

De sleutels worden elk jaar wat groterDe sleutels, symbool voor het Palestijnse recht op terugkeer, worden elk jaar wat groter. Iemand zal deze mensen toch eens ooit moeten vertellen dat ze nooit zullen ‘terug’ keren naar iets dat niet (meer) bestaat en waar ze zelf nooit zijn geweest….

In zeker opzicht kan Abbas de schuld voor de woede, die hij met zijn uitlating in zijn volk veroorzaakte, alleen maar bij zichzelf zoeken.

Per slot van rekening had hij zelf jarenlang tegen de “Palestijnen” gezegd dat het “recht op terugkeer” “heilig” zou zijn en nooit zou mogen worden opgegeven. Zijn media-apparaat, vooral de tv- en radiozenders, spreekt van steden zoals Akko, Haifa en Jaffa altijd als “Palestijnse steden aan deze kant van de Groene Lijn”.

De harde veroordelingen die zijn opmerking over Safed veroorzaakte, dwongen hem terug te wijken; hij moest ontkennen dat hij er ooit mee had ingestemd om af te zien van het “recht op terugkeer”.

“Mijn woorden over Safed waren een persoonlijke opvatting en betekenen geen herroeping van het ´recht op terugkeer´, omdat het voor niemand mogelijk is het ´recht op terugkeer´ op te geven. De tekst van alle internationale, Arabische en islamitische resoluties zegt dat er een rechtvaardige en overeengekomen oplossing van het vluchtelingenprobleem op basis van VN-resolutie 194 zou moeten komen, waarbij het woord ´overeengekomen´ betekent, overeengekomen met Israëlische zijde”, verklaarde Abbas.

Om verdere kritiek te vermijden, hebben Abbas en andere Palestijnse leiders er sindsdien van afgezien te praten over het gevoelige punt  van het “recht op terugkeer”. Ze noemen het slechts zo nu en dan wanneer ze op de dag van de Israëlische staatsoprichting de Palestijnen ertoe oproepen om de “Nakba-dag” (“Dag van de Catastrofe”) te herdenken.

Deze wordt op de “Westelijke Jordaanoever” en in de Gazastrook ieder jaar met demonstraties en optochten herdacht, waarbij de sprekers en deelnemers benadrukken dat zij de droom van de terugkeer naar de dorpen en steden in Israël nooit zullen opgeven. Veel “Palestijnen” houden dan een sleutel in de lucht, het symbool van het “recht op terugkeer”. Anderen op hun beurt, zoals Hamas, gaan verder en herhalen hun oproep om Israël te vernietigen.

De Palestijnse Autoriteit is verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van de manifestaties ter gelegenheid van de “Nakba-dag”, die vaak in anti-Israëlische protesten en botsingen met het Israëlische leger en de Israëlische politie uitmonden.

Op 7 mei besloot de PA dat de Palestijnen ook dit jaar de “Nakba-dag” weer met talrijke optochten zullen vieren. Ze stelde de 15e mei als datum voor de manifestaties vast en benoemde de dag tot “landelijke nationale dag”. De regering dringt er bij alle “Palestijnen” op aan deel te nemen aan de demonstraties, waarbij 67 seconden lang een sirene van “verdriet” zal klinken – het aantal jaren sinds de oprichting van Israël. De kerken worden ertoe opgeroepen om hun klokken te laden luiden als teken van “verdriet” over de oprichting van Israël.

De PA heeft het ministerie van Onderwijs opdracht gegeven om het eerste leerjaar ervoor te gebruiken de kinderen kennis te laten maken met het “recht op terugkeer”voor vluchtelingen en de Palestijnse “Nakba”. Alle predikers in de moskeeën kregen opdracht hun preken tijdens de vrijdagsgebeden te besteden aan de “Nakba”. Bovendien plant de Palestijnse regering deze dag een grote demonstratie in Ramallah.

Hamas is in de Gazastrook al een serie manifestaties van “verdriet” over de oprichting van Israël gestart. Een daarvan was dat “Palestijnen” ertoe worden uitgenodigd naar de grens met Israël te gaan en door speciale verrekijkers het “bezette Palestina” te bekijken.

Tijdens deze manifestatie verkondigde Hamas-leider Ahmed Bahr dat zijn beweging 100.000 strijders zou voorbereiden om “Palestina te bevrijden”. Hij voegde er aan toe: “De verzetsgroepen zullen wapens blijven dragen en wij zullen ons land en onze heilige plaatsen niet opgeven. De Israëlische bezetting moet verdwijnen. Niemand heeft het recht om het ´recht op terugkeer´ op te geven of welke concessie dan ook te doen. Iedereen die dit zou overtreden, zou de misdaad van hoogverraad plegen.”

Hamas is in ieder geval eerlijk wat betreft haar bedoelingen Israël te vernietigen en te vervangen door een islamitische staat. De Palestijnse Autoriteit op de “Westelijke Jordaanoever” bedreigt met het oog op het vluchtelingenprobleem nog steeds niet alleen haar eigen volk, maar ook de internationale gemeenschap.

Abbas en zijn regeringsambtenaren in Ramallah zijn niet eerlijk tegenover hun volk door het te stimuleren, te financieren en ertoe aan te moedigen dat de “Palestijnen” de straat opgaan om de oprichting van Israël te “betreuren” en nog steeds het “recht op terugkeer” te huldigen.

Zonder twijfel zijn ze bang om tegen hun mensen te zeggen dat Israël het nooit zal toestaan dat miljoenen “Palestijnen” over zijn grenzen komen. Nog banger zijn ze ervoor om tegenover de vluchtelingen toe te geven dat de Arabische en Palestijnse leiders sinds 1948 tegen hen hebben gelogen door hen ertoe op te roepen in hun kampen te blijven, omdat zij op zekere dag naar hun niet bestaande dorpen en huizen zouden terugkeren.

Mochten de Israëlisch-Palestijnse vredesgesprekken ooit voortgezet worden, dan zullen de leiders van de PA er niet toe in staat zijn bij het onderwerp van de vluchtelingen ook maar enige concessie te doen, omdat ze weten dat hun volk dat niet zou accepteren.

Eens te meer moeten de leiders van de PA de schuld alleen maar bij zichzelf zoeken: zij waren diegenen die hun volk in de loop der jaren geradicaliseerd hebben, tot het punt waarop “Palestijnen” iedere concessie aan Israël als “misdaad van hoogverraad” beschouwen.

Dit standpunt bepaalt niet alleen dit thema, maar ook andere zoals de twee-staten-oplossing, de status van Jeruzalem en de toekomstige grenzen van een Palestijnse staat. Noch Abbas noch welke andere toekomstige Palestijnse leider dan ook zal ooit een compromis met Israël kunnen bereiken wanneer de Palestijnse Autoriteit zelf zulke anti-Israëlische emoties blijft aanwakkeren.

door Khaled Abu Toameh


In een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel van Khaled Abu Toameh op The Gatestone Institute van 12 mei 2015.

bron-logo

Een gedachte over “De Palestijnse Autoriteit en de ‘misdaden van hoogverraad’ [Khaled Abu Toameh]

  1. Bij toeval stuitte ik op een toepasselijke passage uit een oud stuk van mezelf (november 2012) onder de titel: “Israël onder dubbelchantage van Hamas en Media”: http://bit.ly/1PVMDrC :

    “Als ze [de Palmaffia’s] vandaag met terreur ophouden is het vandaag vrede en kan men eindelijk aan gewoon leven beginnen. Maar dat is voor een Palmaffia als Hamas onmogelijk: een maffia leeft bij roof, geweld, afpersing en corruptie. Bovendien is dit een maffia met een “religie”, namelijk de islam, een “geloof” dat het recht van de sterkste mannen verbindt met seksuele gratificatie. Deze ideologie haalt het aller slechtste in de foutste mannen naar boven met de sterkste van motivaties: seks. Deze ideologie kan alleen vernietigd worden, niet hervormd.”

    Like

Reacties zijn gesloten.