Opmerkelijk rapport: PA onderzoekt details elke terreurdaad alvorens salarissen worden betaald aan terroristen

martelaren-brigade1Leden van de Al-Aqsa Martelaren Brigades, de gewapende vleugel van Al Fatah, tijdens een militaire parade in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever van 10 september 2013. Fatah is de politieke factie van PA-president Mahmoud Abbas [foto bron: EPA/STR]

Leden van het Amerikaanse Congres waren vorig jaar verbijsterd toen ze vernamen dat de Palestijnse Autoriteit maandelijks tussen 3 en 7 miljoen dollars uitgeeft aan salarissen en andere financiële beloningen specifiek aan terroristen en hun families. Het geld werd voor een deel gekanaliseerd via het Ministerie van Gevangenen conform de Wet op de Gevangene.

De wet volgt een wel bepaalde schaalverdeling, koppelt het uit te betalen bedrag aan de duur van de straf in een Israëlische gevangenis, die in het algemeen de ernst van het misdrijf weerspiegelt en het aantal mensen dat werd gedood en/of gewond.

Palestijnse terreur: het Westen betaalt
Duizenden documenten, die recent werden verkregen door deze verslaggever via een rechtszaak omtrent niet-verzegelde gegevens van de Rechtbank, tonen aan dat deze uitbetalingen geen blind geautomatiseerde betalingen zijn. Integendeel.

Topambtenaren van de Palestijnse Autoriteit tot zo hoog als President Mahmoud Abbas, onderzoeken de details van elk apart geval, het specifieke bloedbad dat werd veroorzaakt en de persoonlijke details van elke daad van de terrorist, vóóraleer goedkeuring wordt gegeven aan de omvang van het bedrag en de uit te keren salarissen en toekenning van ere-rangen in de PA-regering of in het leger.

Amr Nasser, woordvoerder van het Palestijnse Ministerie voor Gevangenen lichtte het beleid als volgt toe: “We zijn erg trots op dit programma en we hebben niets te verbergen.” Niettemin, in reactie op de internationale commotie omtrent deze betalingen, kondigde de Palestijnse Autoriteit vorig jaar aan dat het het Ministerie van Gevangenen zou vervangen door een buiten de PLO staande commissie gekend als de Hogere Nationale Commissie voor Gevangenen en Gedetineerden Zaken.

De Palestijnse Autoriteit is voor het grootste deel van zijn jaarlijks budget afhankelijk van hulpgelden van buitenlandse donoren, financiële hulp die tegenwoordig jaarlijks oploopt tot meer dan 4,2 miljard dollars. Ongeveer 10 procent van het budget van de Palestijnse Autoriteit, meer dan 400 miljoen dollars, wordt jaarlijks bijgedragen door USAID, het kantoor voor buitenlandse hulp van de Verenigde Staten.

Zowel de Verenigde Staten als vele andere landen hebben wetten uitgevaardigd die verbieden dat de gedoneerde hulpfondsen direct of indirect worden aangewend om het terrorisme te steunen of aan te moedigen.

Het geval Ahmed Barghouti
salimDe interdepartementele bureaucratische notities van de Palestijnse Autoriteit heeft elke door hen financieel gesteunde terrorist apart doorgelicht vooraleer de hoogte en duur van de gesalieerde compensatie werd toegekend.

Zo wordt bijvoorbeeld het geval belicht van Ahmed Talab Mustafa Barghouti, een beruchte Palestijnse terrorist, die persoonlijke talloze terreuraanslagen heeft gecoördineerd en 13 keer levenslange gevangenisstraf uitzit in een Israëlische gevangenis.

Yosef AbeyTerreuraanslagen waaronder deze van januari 2002 toen tijdens een vuurgevecht in de Jaffastraat in Jeruzalem twee mensen werden gedood en 37 gewond (lees verder de zaak Sa’id Ramadan).

Tijdens de aanval van 5 maart 2002 op een restaurant in Tel Aviv werden tijdens een vuurgevecht drie mensen gedood: Politieofficier Salim Barkat (33 j.), Yosef Abey (52 j.) en Eli Dahan (53 j.) (plaatjes rechts). Nog eens 31 anderen werden gewond.

Eli DahanTot slot op 27 maart 2002 een poging om in een ambulance [!] een zelfmoordbommengordel te smokkelen met het doel om een aanslag te plegen.

De Israel Defense Forces (IDF) slaagden erin om Barghouti te grijpen en op te sluiten. Op 30 juli 2002, oordeelde een militaire rechtbank Barghouti schuldig voor de moord op 12 Israëliërs en werd hij veroordeeld tot 13 keer levenslange opsluiting.

Salaris in sjekels uitgedrukt van Mustafa Barghouti; hieronder het jaar 2002 [bron]:
payment-2002a

Volgens de regelmatig bijgewerkte interne verslagen van de Palestijnse Autoriteit die dateren van 3 februari 2009 en 6 juli 2009 werd de speciale compensatie van Barghouti retroactief in werking gesteld van 1 juli 2002, de eerste van de maand dat de 13 keer levenslange straf werd opgelegd. Ten tijde van zijn arrestatie was Barghouti een sergeant bij de Palestijnse Politie.

Als beloning terwijl hij in een Israëlische cel zat, werd het jaarlijkse salaris ten bedrage van 12.953 sjekels * (plaatje hierboven) gewoon doorbetaald en geleidelijk aangepast toen hij werd gepromoveerd tot 1ste Sergeant. Nog steeds in de gevangenis werd Barghouti opnieuw gepromoveerd, deze keer tot Hogere Onderofficier, ten gevolge van een presidentieel besluit 15999/3 van 13 november 2008 volgens Palestijnse interne veiligheidsdocumenten. Een document vermeldt Barghouti’s bankrekeningnummer 36079 bij de Housing Bank for Trade and Finance in Ramallah.

* sjekels: 1 sjekel = 0,23 euro / 1 euro = 4,42 sjekel / 1 dollar = 3,86 sjekel

Een verwant document toont extra maandelijkse toewijzingen voor twee benoemde begunstigden van Barghouti en tonen dat zij gezamenlijk 900 sjekels ontvingen in 2002, vanaf het begin van de maand dat hij werd veroordeeld. De maandelijkse vergoeding steeg tot 1.000 sjekels in januari 2004. De begunstigde betalingen werden gestort op rekeningnummer 628134 van de Arabische Bank al Bireh Branch 9030, zoals de documenten bewijzen.

Het geval Sa’id Ramadan
In een andere zaak toog de Palestijnse terrorist Sa’id Ibrahim Sa’id Ramadan op 22 januari 2002 omstreeks halfdrie in de namiddag naar een drukke straat in Jeruzalem en opende willekeurig het vuur op voorbijgangers. Ramadan handelde in opdracht van de hierboven geciteerde Ahmed Barghouti.

Sarah HamburgerTwee mensen werden vermoord: Sarah Hamburger, 79 jaar oud en Orna Sandler, 56 j. (plaatjes rechts). Dozijnen anderen werden gewond. Politieagenten openden het vuur en doodden Sa’id Ramadan ter plaatse.

Slechts vijf dagen later op 27 januari 2002 werd de zaak van Ramadan door het Palestijnse Ministerie van Sociale Zaken behandeld inzake zijn status van martelaar en om de financiële begunstigingen te bepalen die zouden worden uitbetaald aan de nabestaanden van de omgekomen terrorist.

Orna SandlerDie herziening werd uitgevoerd door het Martelaren Families en Gewonden Zorg Etablissement, een weinig gekende organisatie die in 1969 werd opgericht door de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) om de financiële compensaties te systematiseren voor diegenen die gewond of gedood werden in terroristische aanvallen en die in aanmerking komen voor het “martelarenschap”.

De compensatie van het “Martelarenschap Etablissement” wordt wereldwijd uitgekeerd waar ook maar ter wereld de terreuraanslag plaatsvond, volgens een rapport uit 2010 van het Ministerie voor Soaciale Zaken van de Palestijnse Autoriteit. Het rapport stipuleert dat sinds 2009 meer dan 288 miljoen sjekels door het programma werden uitbetaald, van wie meer dan 97 miljoen sjekels buiten Israël en de Palestijnse Gebieden om aldus het internationale terrorisme te begunstigen.

Terreur is een nationale plicht
In het geval van Sa’id Ramadan, werd in het bestand opgemerkt dat zijn lichaam nog steeds in Israëlische bewaring was. Het beroep van de Koeweit-geboren Ramadan werd vermeld als een sergeant in de Palestijnse Zeevaartpolitie. Het incident omtrent diens kwalificatie mbt. het martelaarschap werd in een sectie routinematig beschreven met als kop: “Datum en plaats van gebeurtenis,” die simpel vermeldde: “22 januari 2002, West-Jeruzalem.”

In de volgende sectie volgt “Beschrijving van de gebeurtenis,” stipuleert het formulier verder dat “hij martelaar werd tijdens het uitvoeren van een martelaren operatie in West-Jeruzalem. De operatie heeft geleid tot de dood en letsel van een aantal Israëliërs.” In een korte biografische schets wordt Ramadan in de volgende bewoordingen beschreven: “Hij stond bekend als een rustig persoon en trouw aan zijn land. Onder zijn uitspraken stond o.a. “O martelaar! U hebt mijn ziel getest’.”

“Hij werd martelaar tijdens het uitvoeren van zijn nationale plicht,” waarna de directeur van het Etablissement vervolgens oordeelde: “Wij raden aan dat hij wordt beschouwd als een van de al-Aqsa Martelaren” [= de gewapende militie van Al Fatah, de politieke factie die sinds de dood van Yasser Arafat in 2004 geleid wordt door PA-president Mahmoud Abbas; Brabosh.com]

Enkele weken later toont een document van de binnenlandse veiligheid van de Palestijnse Autoriteit de goedkeuring van de aanbeveling, beluitende dat “Sergeant Sa’id Ibrahim Sa’id Ramadan, van de Zeevaartpolitie / Noordelijke Bestuursgebieden, wordt goedgekeurd als een martelaar van de Palestijnse Autoriteit op 23 januari 2002, door rang en salaris, zoals hij martelaar werd tijdens het uitvoeren van zijn nationale plicht.”

Het geld dient “te worden overgedragen door het Algemene Hoofdkwartier / Noordelijke Bestuursgebieden / Martelaren Roster.” Kopieën van het betalingsbevel werden doorgestuurd naar de dienst financiële administratie van de Palestijnse Autoriteit, de Zeevaartpolitie, Sociale Zaken, Medische Diensten, Levering en Apparatuur en Computer departementen naast anderen.

Hoeveel zou hij krijgen? De falmilie van een gehuwde martelaar krijgt maandelijks ongeveer 1.300 sjekels uitbetaald. Echter de familie van een ongehuwde martelaar zou slechts recht hebben op maandelijks 400 sjekels. Het geld zou dan naar de vader gaan, maar toen de oudere Ramadan overleed, werd zijn martelarenvergoeding overgeplaatst op naam van de moeder van Ramadan, vemlden aldus de documenten.

In een postume herziening van augustus 2006 werd verklaard: “De martelaar is alleenstaande. Zijn moeder leeft. De vader van de martelaar overleed op 5 mei 2006. Ik beveel aan om de overdracht toe te kennen aan de moeder van de martelaar,” eraan toevoegend “Haar bankrekeningnummer is bij de Cairo Amman Bank nr. 349834. De Islamitische Ontwikkelingsbank [eerder gebruikt door de vader] worden op de hoogte gebracht van de situatie.”

De gevallen Mustafa Barghouti en Sa’id Ramadan zijn slechts twee van honderden van terroristen die worden beloond voor hun daden — niet in een blind en/of anoniem programma, maar in een nauwgezet, veeleisend officieel proces dat nog vele jaren kan blijven draaien. Het geld wordt door de donorlanden in eigen land verantwoord en vertaald als “regerings salarissen.”

door Edwin Black

in een vertaling van Brabosh.com naar een artikel in The Time of Israel van 6 februari 2015


Edwin Black is de auteur van onder andere het vele malen onderscheiden boek ‘IBM and the Holocaust‘ (2001) evenals zijn meest recente bestseller ‘Financing the Flames‘ (2013) waarin hij het verhaal verteld van hoe de salarissen van terroristen worden betaald door de westerse belastingbetalers.