Vervolging van de Europese Joden en de relatie tussen waanzin en jodenhaat

french jews toulouseFranse Joden leven in angst sinds de aanslag van 19 maart 2012 in Toulouse waarbij vier Joden, drie kindjes en een rabbijn,  koelbloedig werden geëxecuteerd door jihadist Mohammed Merah, en dat enkel en alleen omdat zij Joden waren…

Voor West-Europa lijkt het een sociologische wetmatigheid. Zodra joden in de verdrukking komen wordt dit opgevolgd door massale sociale ontwrichting of interstatelijke oorlog. “Joden zijn de kanarie in de kolenmijn”, klinkt het vaak. Maar wat zou het werkende mechanisme achter deze waarheid kunnen zijn?

Europa’s joden leefden eeuwenlang bij de genade van de vorsten van hun (gast)land. In die zin was het een weerloos volk. Maar de joodse weerbaarheid die Israel heden vertaalt heeft wel degelijk een precedent. In het oude testament valt uit meerdere passages op te maken dat de Israëlieten die Egypte verlieten, de Sinaï doorkruisten, het land van Kanaän veroverden en vervolgens het koninkrijk van David stichtten over een minstens zo hoge strijdbereidheid en een zelfs grotere strijdkundigheid beschikten dan omringende volkeren (p. 472).

Deze traditie werd voortgezet tot 37 v.c., toen er na 103 jaar een einde kwam aan de onafhankelijke Hasmonese dynastie. Tijdens deze periode hadden zelfs Egyptische koningen joodse huurlingen in dienst. Daarbij waren het ook de joden die tot twee maal toe (66-70 n.c. & 132 – 135 n.c.) de grootste opstand tegen het Romeinse rijk ooit startten.

Dit kwam de Romeinen duur te staan, maar de joden delfden het onderspit. Generaal Vespasianus en zijn zoon Titus verwoestten Judea. Zie hier voor een mooie BBC docu vanuit zowel Romeins als joods perspectief. Keizer Hadrianus hernoemde het gebied vervolgens tot de Syrische provincie Palestina, naar een oude vijand van de Israëlieten, de Filistijnen.

Deze semantische trap na gold als wraak en een verdere poging de joodse connectie met de regio ongedaan te maken. Honderdduizenden joden stierven tijdens deze oorlog en de overlevenden raakten verspreid over heel west-Europa, oost-Europa en noord-Afrika. Enkele joodse soldaten dienden nog in de Romeinse strijdkrachten totdat ze hieruit in 410 n.c. en 439 n.c. werden verwijderd door de christelijke keizer Theodosius II.

Tijdens dit proces zei het joodse volk haar strijderstraditie tot 1948 vaarwel, en geef ze eens ongelijk. Ze leefden verspreid, zonder politieke structuur, gemarginaliseerd en bij de genade van hun vorsten. Het etaleren van strijdbaarheid zou hen alleen maar nog minder gewild maken. Laag blijven werd hun devies. De bestudering en beoefening van hun godsdienst hun sociologische bindmiddel.

Geassimileerde joden dienden tijdens de tweede helft van de 19e en eerste helft van de 20ste eeuw wel in de legers van Europese natiestaten, maar deden dit altijd nadrukkelijk als geassimileerde landgenoten, niet als joden. Dit nam de eeuwenoude wantrouw jegens hen overigens niet weg; zie bijvoorbeeld de Franse Dreyfus affaire.

De verdrijving van Europese joden
Sinds hun verdrijving door de Romeinen uit het joodse thuisland Judea, zijn joden ook meermaals uit hun nieuwe samenlevingen geknikkerd. Vanaf de tweede helft van de middeleeuwen zagen deze verdrijvingen er ongeveer als volgt uit (*).

expulsion

In het Britse geval waren de valse aanklachten die tot de uitzettingen leidden vaak die van rituele kindermoord, het vergiftigen van waterbronnen, het verspreiden van de Plaag en het misbruiken van hosties. Deze aanklachten waren dus redelijk indicatief voor de waanzin die destijds de norm was. Aanklachten tijdens andere verdrijvingen weken hier weinig vanaf.

Iets dat tijdens deze, maar ook tijdens alle andere perioden bijdroeg aan het anti-joodse sentiment was hun veronderstelde reputatie als woekeraars. De joodse traditie staat, in tegenstelling tot de christelijke en islamitische, renteheffing toe. Aangezien joden werden buitengesloten van de meeste andere gilden, werden geldzaken hun professie.

Hier werd inderdaad geld aan verdiend, maar wat nog altijd vaak over het hoofd gezien wordt is dat joden overgeleverd waren aan de belastingheffende willekeur van hun vorsten. Koning Edward bijvoorbeeld, die de Britse uitzetting initieerde, hief zonder toestemming van zijn parlement gigantische belastingen over de inkomsten van joden. De “onheilige” rente, geheven door joden, hield de vrome vorst rijk.

De Spaanse uitzetting van joden in 1492 luidde de inquisitie in, en daarmee een van de meest bloedige en waanzinnige periodes uit de christelijke geschiedenis. Ook de nationaal-socialistische jodenhaat van de jaren 30 ging, zoals bekend, gepaard met algehele waanzin.

Lees hier verder het artikel van Spartacus dat op 22 januari 2015 werd gepubliceerd op de Nederlandse blog Geen Stijl.

met dank aan A & B voor de hint.