Complete afgang in de VN-Veiligheidsraad voor de Palestijns/Jordaanse anti-Israëlresolutie

staat427 april 2009. De ‘tweestatenoplossing’ volgens Mahmoud Abbas (l.) en zijn toponderhandelaar voor vrede met Israël Saeb Erekat (r.) onthuld. Voor de camera’s van de internationale pers tonen zij een ingelijste kaart van ‘Palestina’. Bemerk bovenaan de benaming in het Engels ‘Palestine’. Het werkelijke doel van het Palestijnse leiderschap wordt hier nog maar eens onthuld, met name dat ze in werkelijkheid voor een éénstaatoplossing zijn, met name van een Palestina niet naast Israël maar in de plaats van.

Afgelopen nacht werd in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gestemd over een controversiële ontwerpresolutie die namens het eenheidskabinet Al-Fatah/Hamas in de Palestijnse Autoriteit werd ingediend door Jordanië op instructies van het 22-landenblok van de Arabische Liga, achter de schermen de feitelijke bedenker van dit bedenkelijke diplomatieke offensief tegen de Joodse staat. Echter de stemming over de ontwerpresolutie eindigde op een anti-climax want de benodigde negen JA-stemmen werden niet gehaald en de VS hoefden niet eens hun vetorecht in te zetten.

De truuk van Abbas
De resolutie, waaraan tot op het laatste ogenblik werd geschaafd, behelsde een 12-maanden deadline om onderhandelingen te hervatten over een uiteindelijk statusakkoord.

apartheid-abbas2Daar bovenop komt dan de eis dat Israël (met of zonder vredesakkoord!) zich tegen het einde van 2017 volledig (dwz. burgers en soldaten incluis) zou teruggetrokken hebben achter de pre-1967 lijn, met name uit de gebieden die tijdens de Zesdaagse Oorlog van juni 1967 werden heroverd op de Arabieren: Gaza, Golan, Oost-Jeruzalem en uit Judea & Samaria met inbegrip van de volledige ontruiming van al de ‘nederzettingen’.

Bovendien wordt de vrijlating geëist van alle Palestijnen ongeacht de aard van hun misdrijf die opgesloten zijn in Israëlische gevangenissen en de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen, die volgens Mahmoud Abbas geschat worden op 6 miljoen mensen.

Nigeria heeft het gedaan
Hoewel de Palestijnen tot kort voor de stemming ervan overtuigd waren dat ze de minimaal negen benodigde JA-stemmen op zak hadden, bleek op de valreep Nigeria zich te onthouden aan de stemming waardoor de Palestijnen net één stem tekort kwamen. Sinds 1963 een republiek, was Nigeria tussen 1800 en 1960 een voormalige Britse kolonie.

Het is (nog) niet bekend wie of wat de omslag van Nigeria heeft veroorzaakt en de Palestijnse ontwerpresolutie heeft gekelderd. Nigeria heeft nochtans reeds op 18 november 1988 de Palestijnse ‘staat’ erkend.

De Amerikanen bleken bijzonder opgelucht omdat zij aldus geen gebruik dienden te maken van hun vetorecht, en aldus geen gezichtsverlies moesten lijden in de Arabische wereld waar ze nogal wat bondgenoten hebben in hun oorlog tegen Islamitische Staat (ISIS/ISIL) in Syrië en Irak. Uiteindelijk stemden acht landen voor, twee landen tegen bij vijf onthoudingen:

Stemden VOOR de resolutie:

Frankrijk, G-H Luxemburg, China, Rusland, Argentinië, Tsjaad, Chili en Jordanië

Stemden TEGEN de resolutie:

Verenigde Staten en Australië

Onthielden zich van de stemming:

Nigeria, Verenigd Koninkrijk, Litouwen, Zuid-Korea en Rwanda.

Het verraad van Frankrijk
Aan de stemming namen vier lidstaten van de Europese Unie deel, met name het Verenigd Koninkrijk en Litouwen die zich onthielden en Frankrijk en het G-H Luxemburg die voor de resolutie stemden. Israëlische diplomaten bleken achteraf bijzonder ontgoocheld in Frankrijk omdat het toch voor de resolutie had gestemd ondanks de mislukte poging van Franse diplomaten om de ontwerpresolutie gematigder op te stellen. Dit kan later nog voor een diplomatiek staartje zorgen.

François DelattreDe Franse afgevaardigde aan de Verenigde Naties de socialist François Delattre vertelde aan de Raad dat de Franse regering de resolutie steunde omwille van een “dringende nood om actie te ondernemen”.

Hij drukte zijn ontgoocheling uit over het feit dat de Franse pogingen om de tekst bij te schaven hadden gefaald en voegde eraan toe dat “Onze inspanningen hoeven hier niet te stoppen. Het is onze verantwoordelijkheid om het opnieuw te proberen, vooraleer het te laat is.

Overigens werd op 2 december 2014 in de Assemblée (het Franse parlement) door de Franse parlementsleden gestemd ten gunste van de erkenning van de Palestijnse ‘staat’ hoewel er nog geen officiële erkenning is gevolgd. Zweden bv. deed dat al wel op 30 oktober jongstleden.

Het wordt thans afwachten welke de volgende stappen zullen zijn van de Arabische Liga die achter de schermen aan de touwtjes trekt van dit diplomatieke offensief tegen de Joodse staat.

Abbas verklaarde eerder dat indien de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het door de Arabische Liga gesteunde Palestijnse voorstel zou verwerpen, hij “de samenwerking inzake veiligheid met Israël zal beëindigen of zich terugtrekken en de verantwoordelijkheid over de door de Palestijnse Autoriteit gecontroleerde gebieden, zou teruggeven aan Israël.”

Hieronder volgt de volledige tekst (in het Engels) van de Jordaanse ontwerpresolutie:

Jordan: draft resolution

Reaffirming its previous resolutions, in particular resolutions 242 (1967); 338 (1973), 1397 (2002), 1515 (2003), 1544 (2004), 1850 (2008), 1860 (2009) and the Madrid Principles,

Reiterating its vision of a region where two democratic states, Israel and Palestine, live side by side in peace within secure and recognized borders,

Reaffirming the right of the Palestinian people to self-determination and to independence in their State of Palestine, with East Jerusalem as its capital,

Recalling General Assembly resolution 181 (II) of 29 November 1947,

Reaffirming the principle of the inadmissibility of the acquisition of territory by force and recalling its resolutions 446 (1979), 452 (1979) and 465 (1980), determining, inter alia, that the policies and practices of Israel in establishing settlements in the territories occupied since 1967, including East Jerusalem, have no legal validity and constitute a serious obstruction to achieving a comprehensive, just and lasting peace in the Middle East,

Recalling also its relevant resolutions regarding the status of Jerusalem, including resolution 478 (1980) of 20 August 1980, and bearing in mind that the annexation of East Jerusalem is not recognized by the international community,

Affirming the imperative of resolving the problem of the Palestine refugees on the basis of international law and relevant resolutions, including resolution 194 (III), as stipulated in the Arab Peace Initiative,

Recalling the advisory opinion of the International Court of Justice of 9 July 2004 on the legal consequences of the construction of a wall in the Occupied Palestinian Territory,

Underlining that the Gaza Strip constitutes an integral part of the Palestinian territory occupied in 1967, and calling for a sustainable solution to the situation in the Gaza Strip, including the sustained and regular opening of its border crossings for normal flow of persons and goods, in accordance with international humanitarian law,

Welcoming the important progress in Palestinian state-building efforts recognized by the World Bank and the IMF in 2012, and reiterating its call to all States and international organizations to contribute to the Palestinian institution building program in preparation for independence,

Reaffirming that a just, lasting and peaceful settlement of the Israeli-Palestinian conflict can only be achieved by peaceful means, based on an enduring commitment to mutual recognition, freedom from violence, incitement and terror, and the two-State solution, building on previous agreements and obligations and stressing that the only viable solution to the Israeli-Palestinian conflict is an agreement that ends the occupation that began in 1967, resolves all permanent status issues as previously defined by the parties, and fulfills the legitimate aspirations of both parties,

Condemning all violence and hostilities directed against civilians and all acts of terrorism, and reminding all States of their obligations under resolution 1373 (2001),

Recalling the obligation to ensure the safety and well-being of civilians and ensure their protection in situations of armed conflict,

Reaffirming the right of all States in the region to live in peace within secure and internationally recognized borders,

Noting with appreciation the efforts of the United States in 2013/14 to facilitate and advance negotiations between the parties aimed at achieving a final peace settlement,

Aware of its responsibilities to help secure a long-term solution to the conflict,

1. Affirms the urgent need to attain, no later than 12 months after the adoption of this resolution, a just, lasting and comprehensive peaceful solution that brings an end to the Israeli occupation since 1967 and fulfills the vision of two independent, democratic and prosperous states, Israel and a sovereign, contiguous and viable State of Palestine, living side by side in peace and security within mutually and internationally recognized borders;

2. Decides that the negotiated solution will be based on the following parameters:

– borders based on 4 June 1967 lines with mutually agreed, limited, equivalent land swaps;

– security arrangements, including through a third-party presence, that guarantee and respect the sovereignty of a State of Palestine, including through a full and phased withdrawal of the Israeli occupying forces, which will end the occupation that began in 1967 over an agreed transition period in a reasonable time frame, not to exceed the end of 2017, and that ensure the security of both Israel and Palestine through effective border security and by preventing the resurgence of terrorism and effectively addressing security threats, including emerging and vital threats in the region;

– a just and agreed solution to the Palestine refugee question on the basis of Arab Peace Initiative, international law and relevant United Nations resolutions, including resolution 194 (III);

– a just resolution of the status of Jerusalem as the capital of the two States which fulfills the legitimate aspirations of both parties and protects freedom of worship;

– the just settlement of all other outstanding issues, including water and prisoners;

3. Recognizes that the final status agreement shall put an end to the occupation and an end to all claims and lead to immediate mutual recognition;

4. Affirms that the definition of a plan and schedule for implementing the security arrangements shall be placed at the center of the negotiations within the framework established by this resolution;

5. Looks forward to welcoming Palestine as a full Member State of the United Nations within the time frame defined in the present resolution;

6. Urges both parties to engage seriously in the work of building trust and to act together in the pursuit of peace by negotiating in good faith and refraining from all acts of incitement and provocative acts or statements, and also calls upon all States and international organizations to support the parties in confidence-building measures and to contribute to an atmosphere conducive to negotiations;

7. Calls upon all parties to abide by their obligations under international humanitarian law, including the Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War of 12 August 1949;

8. Encourages concurrent efforts to achieve a comprehensive peace in the region, which would unlock the full potential of neighborly relations in the Middle East and reaffirms in this regard the importance of the full implementation of the Arab Peace Initiative;

9. Calls for a renewed negotiation framework that ensures the close involvement, alongside the parties, of major stakeholders to help the parties reach an agreement within the established time frame and implement all aspects of the final status, including through the provision of political support as well as tangible support for post-conflict and peace-building arrangements, and welcomes the proposition to hold an international conference that would launch the negotiations;

10. Calls upon both parties to abstain from any unilateral and illegal actions, as well as all provocations and incitement, that could escalate tensions and undermine the viability and attainability of a two-State solution on the basis of the parameters defined in this resolution;

10bis. Reiterates its demand in this regard for the complete cessation of all Israeli settlement activities in the Palestinian territory occupied since 1967, including East Jerusalem;

11. Calls for immediate efforts to redress the unsustainable situation in the Gaza Strip, including through the provision of expanded humanitarian assistance to the Palestinian civilian population via the United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East and other United Nations agencies and through serious efforts to address the underlying issues of the crisis, including consolidation of the ceasefire between the parties;

12. Requests the Secretary-General to report on the implementation of this resolution every three months;

13. Decides to remain seized of the matter.

Advertenties

2 gedachtes over “Complete afgang in de VN-Veiligheidsraad voor de Palestijns/Jordaanse anti-Israëlresolutie

  1. Shame on France: boycott this country in every possible way; a Judasfigure like, calls itself civilised, while it is barbaric, not peaceloving, but dictator like. It will get its “reward” soon.

    Like

Reacties zijn gesloten.