De geesten van etnische zuivering achtervolgen ons nog steeds [Lyn Julius]

ethnisch-zuiverenIn Israël is ’30 November’ de nationale herdenkingsdag van de ca. 750.000 Joden die werden verdreven uit de Arabische wereld. Een etnische zuivering die tot op heden wordt ontkend in de Arabische landen en doodgezwegen in het Westen.

Amper drie jaar nadat de [omvang van] de Holocaust door de Nazi’s aan het licht kwam, werden de Joden etnisch gezuiverd uit de Arabische wereld. En de geesten van het nazisme achtervolgen ons nog steeds, stelt Lyn Julius in de ‘Times of Israel’:

Op 30 november zullen scholen, ministeries en organisaties in Israël en over de hele wereld een nieuwe dag op de kalender instellen – een dag om de vlucht van de Joodse vluchtelingen uit Arabische landen en de vernietiging van hun oude gemeenschappen te herdenken.

Er wordt vaak gezegd dat deze Joden de prijs hebben betaald voor de stichting van Israël. Uit wraak voor de massale uittocht van de Palestijns-Arabische vluchtelingen keerden Arabische bendes en overheden zich tegen hun weerloze Joodse burgers. Maar in werkelijkheid zijn er harde bewijzen dat zelfs vóór de oprichting van Israël en voordat de grote massa van Arabische vluchtelingen er vandoor was gegaan, Arabische regeringen samenspanden om hun Joden tot slachtoffers te maken en hun land en bezit te onteigenen.

Deze week, 67 jaar geleden, bereikten anti-Joodse spanningen nieuwe hoogtepunten in Palestina en de Arabische wereld, toen Arabische afgevaardigden hun retoriek bij de VN opvoerden als gevolg van de stemming over de verdeling van Palestina. Volgens VN-rapporten had de Egyptische afgevaardigde, Heykal Pasha, op 24 november 1947 al gewaarschuwd voor de gevolgen van de oprichting van een Joodse staat in Palestina:

“De Verenigde Naties … moeten niet het feit uit het oog verliezen dat de voorgestelde oplossing een miljoen Joden in islamitische landen in gevaar zouden kunnen brengen… er zou antisemitisme in die landen kunnen worden gecreëerd, die nog moeilijker zal zijn te vernietigen dan het antisemitisme dat de Geallieerden in Duitsland probeerden uit te roeien… en dat zou de VN … verantwoordelijk maken voor de zeer ernstige ordeverstoringen en voor de afslachting van een groot aantal Joden”.

Vóór Heykal Pasha’s woorden was er al gesproken over ‘bloedbaden’, ‘rellen’ en ‘oorlog tussen twee rassen’. Volgens Yaakov Meron beperkten Pasha’s bedreigingen zich niet tot Egypte, maar noemden al herhaaldelijk de Joden in andere islamitische landen. Die woorden werden niet op initiatief van Egypte uitgesproken, maar waren “de uitkomst van voorafgaande coördinatie tussen de Arabische staten die toen vertegenwoordigd waren in de VN en in de Arabische Liga”.

De Palestijnse afgevaardigde, Jamal Al-Hussayni, zei dat de situatie van de Joden in de Arabische wereld “zeer precair zal worden. Overheden in het algemeen zijn nooit in staat geweest om de opwinding en het geweld van herrie schoppende menigtes te voorkomen”.

De Syrische VN-vertegenwoordiger Faris Al-Khuri wordt al op 19 februari 1947 geciteerd in de New York Times, waarin hij stelt: “Als het Palestijnse probleem niet wordt opgelost, zullen we de Joden in de Arabische wereld moeilijk kunnen beschermen”. Een Joodse publicatie meldde: “Aangezien de hele Arabische pers tekeergaat tegen de verraderlijke handelingen van het zionisme en de Arabische politici hun ondervoede en verzwakte massa’s tot een gevaarlijke mate van hysterie ophitsen, waren de bedreigingen zeker niet loos”.

In Irak werden de bedreigingen openlijk gedaan en diens minister van Buitenlandse Zaken, Fadel Jamali, verklaarde voor de VN:

“De massa’s in de Arabische wereld kunnen niet in de hand worden gehouden. De Arabisch-Joodse relatie in de Arabische wereld zal sterk verslechteren. Er zijn meer Joden in de Arabische wereld buiten Palestina dan in Palestina. In Irak hebben we alleen al ongeveer 150.000 Joden die met moslims en christenen van alle voordelen van de politieke en economische rechten genieten. Maar elk onrecht dat de Arabieren van Palestina wordt aangedaan, zal de harmonie tussen Joden en niet-Joden in Irak verstoren.Het zal interreligieuze vooroordelen en haat kweken”.

Slechts twee dagen nadat de staat Israël werd uitgeroepen, verklaarde een New York Times krantenkop op 16 mei 1948: “De Joden zijn in alle islamitische landen in groot gevaar. Negen honderdduizend Joden moeten in Afrika en Azië de woede van hun vijanden onder ogen zien”. Een artikel, geschreven door Mallory Browne, deed verslag van een reeks discriminerende maatregelen van de Arabische Liga tegen de Joodse inwoners van de lidstaten van de Arabische Liga (op dat moment waren dat: Egypte, Irak, Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië, Syrië en Jemen).

Het artikel maakte melding van een “Tekst van een wet die door het Politiek Comité van de Arabische Liga was opgesteld en die bedoeld was om de juridische status van de Joodse inwoners van de landen van de Arabische Liga te regelen. Het bepaalt dat vanaf het moment van een nog nader te bepalen datum alle Joden, behalve burgers van niet-Arabische staten, zouden worden beschouwd als ‘leden van de Joodse minderheid in de staat Palestina’. Hun bankrekeningen zouden worden bevroren en worden gebruikt om het verzet tegen ‘zionistische ambities in Palestina’ te financieren. Joden van wie werd verondersteld dat zij actieve zionisten waren, zouden worden geïnterneerd en hun bezittingen zouden in beslag worden genomen”.

De tekst van het wetsontwerp *:

1. Ingaande (datum) zullen alle Joodse burgers van (naam van het land) worden beschouwd als leden van de joodse minderheid van Palestina en zij zullen zich moeten registreren bij de autoriteiten van de regio waarin zij wonen, onder vermelding van hun naam, het exacte aantal van de gezinsleden, hun adressen, de namen van hun banken en de bedragen van hun deposito’s bij de banken. Deze formaliteit moet binnen zeven dagen worden afgehandeld.

2. Ingaande (datum) zullen de bankrekeningen van de Joden worden bevroren. Deze middelen zullen in hun geheel of gedeeltelijk worden gebruikt om de verzetsbeweging tegen de zionistische ambities in Palestina te financieren.

3. Ingaande (datum) zullen alleen Joden die onderdaan zijn van buitenlandse mogendheden worden beschouwd als ‘neutraal’. Zij zullen worden gedwongen om ofwel zo snel mogelijk terug te keren naar hun land, of ze zullen worden beschouwd als Arabieren en verplicht worden om in actieve dienst te gaan bij het Arabische leger.

4. Joden die in actieve dienst zullen gaan bij de Arabische legers of zichzelf ter beschikking stellen van deze legers, zullen worden beschouwd als ‘Arabieren’.

5. Iedere Jood van wie de activiteiten onthullen dat hij een actieve zionist is, zal worden beschouwd als een politieke gevangene en zal worden geïnterneerd in plaatsen die speciaal daartoe zijn aangewezen door de politie of door de regering. Zijn financiële middelen zullen, in plaats van dat die worden bevroren, in beslag worden genomen.

6. Iedere Jood die kan aantonen dat zijn activiteiten antizionistisch zijn, is vrij om te doen wat hij wil, op voorwaarde dat hij verklaart dat hij bereid is om in de Arabische legers te dienen.

7. Het voorgaande (punt 6) betekent niet dat de Joden niet aan paragraaf 1 en 2 van deze wet zullen worden onderworpen.

* Bron: JJAC

Kort gezegd was het wetsontwerp een voorspelling van wat er zou gebeuren met bijna een miljoen Joden in de Arabische landen. Land na land nam die blauwdruk over, voor wetten die uiteindelijk in deze landen zouden worden uitgevaardigd tegen Joden, voor de acties die de Joodse gemeenschappen in Arabische landen verwoestten; en voor de gedwongen exodus die daarop zou volgen.

Op 19 januari 1948 stuurde het World Jewish Congress een memorandum dat als bijlage diende voor het wetsontwerp van de Arabische Liga aan de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties om er tegen te protesteren en om de anti-joodse onrust die het in de Arabische wereld had teweeg gebracht. Helaas, het lot van deze notitie rustte in de handen van de voorzitter van de Raad, Dr. Charles H. Malik, de vertegenwoordiger van Libanon bij de Verenigde Naties, die door de Arabische staten was aangewezen als hun vertegenwoordiger van de Raad. Libanon was één van de grondvesters van de Arabische Liga, een van de staten die had beraadslaagd over het antisemitische wetsontwerp. De heer Malik gebruikte een procedurele manoeuvre om ervoor te zorgen dat er niets werd gedaan in antwoord op het memorandum van het World Jewish Congress.

Jaren later, in 1984, daagde de Israëlische columnist Dr. Guy Bechorer, terwijl hij in de tuin van zijn huis zat met andere journalisten die gespecialiseerd waren in Arabische zaken, Charles Malik uit. Waarom had hij niets gedaan om antizionistische, ja zelfs antisemitische plannen te blokkeren?

“Libanon had geen andere keuze dan de Arabische lijn te volgen”, antwoordde Malik. Als christen moest hij zijn trouw bewijzen aan de Arabische/Palestijnse zaak en was hij zelfs verplicht om meer anti-Israël dan de moslims te zijn.

Het is schokkend dat 856.000 Joden door wetten in Neurenberg-stijl uit hun huizen werden verdreven, slechts drie jaar nadat de verschrikkingen van de nazi-Holocaust van zes miljoen Europese Joden aan het licht waren gekomen. Het Nazisme had een grote achterban in de Arabische wereld en beïnvloedde reactionaire bewegingen zoals de Moslimbroederschap, die opgericht was in 1928. Arabische collaborateurs met de nazi’s, zoals de grootmoefti van Jeruzalem, werden in 1945 nooit berecht voor oorlogsmisdaden. In plaats daarvan is het antisemitisme in de Arabische landen, veelvuldig gebruik makend van nazi-stijlfiguren en uiterlijke vormen, gestegen tot duizelingwekkende hoogten.

De geesten van de door de Nazi’s geïnspireerde genocide en etnische zuivering zijn nog steeds onder ons. De slachtoffers zijn nog steeds dezelfde slachtoffers: de Joden en hun staat, afvallige moslims, Koerden, niet-islamitische minderheden. We kunnen een begin maken met het uitbannen van deze geesten door te leren van fouten uit het verleden – te beginnen op 30 november.

door Lyn Julius

jewishrefugees1Verdrijving in 1948/1949 van de oorspronkelijke Joodse bevolking uit Judea & Samaria, nadat de Arabische legers Oost-Jeruzalem en de Westbank veroverden en Jordanië de historisch Joodse gebieden zal bezetten en in 1950 annexeren. Pas nà het einde van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 zullen de Joden druppelsgewijze terugkeren naar hun heimat. Parallel aan die etnische zuivering zullen tussen 1948 en begin jaren 1970 nog eens ca. 750.000 Joden, die in de Arabische landen geboren en getogen waren, hun gehele hebben en houden moeten achterlaten en, op de vlucht voor vervolging, gedwongen emigreren naar het buitenland waarvan ruim tweederden hun heil zullen zoeken en vinden in de Joodse Staat Israël.


In een vertaling uit het Engels door Wachteres & Henk V. voor E.J. Bron blog als “De geesten van etnische zuivering achtervolgen ons nog steeds” [lezen]

Een gedachte over “De geesten van etnische zuivering achtervolgen ons nog steeds [Lyn Julius]

  1. Geachte Vlaamse vrienden van Israël,

    Onder de ‘tekst van het wetsontwerp’ moeten de nummers gewoon doorlopen: dus 5,6 en 7 i.p.v, 5, 7,8,

    Groetjes, en dank voor het plaatsen van het artikel

    Wachteres

    Like

Reacties zijn gesloten.