Antisemitisme behoort in Europa weer tot de gewone dagelijkse routines [Deb. Lipstadt]

nie-wiederTübingen, Duitsland, donderdag 31 juli 2014: Duitsers manifesteren tegen de Israëlisering van het antisemitisme en roepen slogans zoals: “Nie wieder Antisemitismus und Judenhass! Solidarität mit Israel!” en “Gleichgültigkeit hinter sich zulassen – das Schweigen zu zerbrechen!” [bron]

Tien jaar geleden heeft de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa [OSCE] een conferentie bijeengeroepen omtrent het Europese antisemitisme, de zogeheten Berlin Declaration on Anti-Semitism van 29 april 2014. Vorige week [13 november 2014 in Berlijn] is deze opnieuw samengekomen om te bespreken wat er tijdens het afgelopen decennium was gebeurd. De tekenen zijn niet goed.

Terwijl een groot deel van de bijeenkomst was gewijd aan officiële presentaties door de deelnemende naties, was wat men hoorde in de gang bij de koffie veruit het belangrijkste. Op een gegeven moment ogenblik had de Witte Huis delegatie waarvan ik deel uitmaakte, een ontmoeting met vertegenwoordigers van een matrix van Europese joodse gemeenschappen. Wat we toen hoorden bracht me aan het wankelen.

Ilan Halimi werd 24 dagen gemarteldDe jonge Ilan Halimi werd vermoord na 24 dagen van marteling op het ritme van lezingen van de Koran, enkel en alleen omdat hij Joods was; dit gebeurde in het beschaafde Parijs.

We wisten over de moorden in het Joods Museum van België te Brussel, de kinderen die werden neergeschoten op het schoolplein in Toulouse, het lot van Ilan Halimi, een jonge Franse Jood die hem door een groep van moslims werd weggelokt, hem vervolgens gevangen namen, martelden en hem uiteindelijk vermoordden.

We waren op de hoogte van de gewelddadige betogingen, aanvallen op synagogen en de agressieve retoriek — met inbegrip van ‘Joden aan het gas’ — die hadden plaatsgevonden in verschillende Europese steden. We verwachten dat dit de grootste zorg zou zijn van onze informanten.

Terwijl ze zeer zeker bezorgd waren over deze vorm van geweld, was wat op hen gewogen had neerkwam op een ‘gewijzigde dagelijkse routine’ dat hen achterliet met een gevoel van een voortdurende ‘dreiging.’ Scholen en Joodse instellingen worden zwaar bewaakt. Terwijl dit sommige mensen mag geruststellen, beschreven andere ouders hoe, wanneer zij hun kinderen afzetten aan de Joodse scholen en de zichtbaar gewapende bewakers zien die de plaats beschermen, hen in plaats van een gevoel van geruststelling, die hen telkens herinnerde aan de vermoorde kinderen op het schoolplein in Toulouse.

Maar naast de fysieke aanval vond nog een andere aanslag plaats. Maar omwille van het feit dat het geen mensenlevens eist noch botten of benen breekt (geen kleinigheid dus), kunnen de gevolgen op lange termijn veel diepgaander zijn. Joden worden geconfronteerd met een innerlijke spirituele en psychologische aanslag. Jonge mensen die als Joods worden beschreven worden als negatief beschouwd en zijn tot een last geworden.

“We zijn voortdurend in het defensief. Het is deprimerend.” Guy, een jonge Nederlander, herinnert eraan dat nog niet zo lang geleden een groep van zijn Joodse vrienden samenkwamen om zijn verjaardag te vieren. “Waarover,” vroeg hij ons met een ironische glimlach, “praat een groep jonge mannen wanneer ze samenkomen om bier te drinken en zich te vermaken? Over de Holocaust, antisemitisme en onveiligheid.”

In sommige landen worden schoolgaande kinderen gewaarschuwd – als het al niet ‘verboden’ wordt – om ook maar iets te dragen dat op hun Joodse entiteit zou kunnen wijzen. Geen [Joodse] tekens op school op hun boekentassen, geen [Joodse] symbolen op school op hun jassen of kleren, geen keppeltje. Niets.

Veel joden voelen zich in de steek gelaten door hun voormalige bondgenoten. Joodse groepen, zowel op de campus als in de bredere samenleving, hebben lang deelgenomen aan coalities van mensenrechtenorganisaties. “Het probleem is,” had een jonge Belgische Jood waargenomen, “dat deze mensenrechtengroepen de Joden niet beschouwen als zijnde ‘slachtoffers’. We mogen niet geconfronteerd worden met discriminatie op het werk. Maar we worden wel geconfronteerd met geweld.”

Zelfs nadat vier Joden werden vermoord in het Joodse Museum te Brussel, doen sommige Europese mensenrechtenactivisten het antisemitisme af als ‘enkel woorden’ en dus niet echt van belang. Sommige van hun collega’s suggereerden zelfs dat dit alles gebeurde ‘vanwege Israël,’ dat wil zeggen dat het gerechtvaardigd was. “Kortom,” constateerde een jonge Joodse vrouw, “we hebben geen bondgenoten [meer].”

Waarom gebeurt dit allemaal? Er zijn meerdere redenen. Veel van de openlijke uitingen van vijandigheid zijn afkomstig van een groeiende moslim bevolking. Hun vijandigheid tegenover Joden is direct gekoppeld aan hun vijandigheid jegens Israël. Voor hen zijn Joden, Israëli’s en Zionisten allemaal hetzelfden. Hun vijandigheid dateert reeds lang van vóór het Gaza-conflict. Maar het is niet de enige bron. Er zijn rechtse nationale partijen, zoals de Golden Dawn in Griekenland, die op traditionele vijandigheid tegenover joden terugvallen.

Maar er zijn ook de Europese culturele elites, van wie de meesten besloten om te zwijgen terwijl deze plaag gestaag uitdeinde. Gestitueerd ter politieke linkerzijde, staan ze kritisch ten aanzien van Israël en hebben hun anti-Israël houding gekoppeld aan antisemitische vijandigheid. Ze lijken zich geen zorgen te maken dat segmenten in Europa op weg zijn om andermaal Judenrein te worden. Men zou denken dat slechts zeventig jaar na de Holocaust de mogelijkheid ervan hen zou doen gruwelen.

Sommige Joden tijfelen of ze nog wel een ‘toekomst’ in Europa hebben en verlaten de landen waar generaties van hun families hebben geleefd. Ze zetten koers naar Israël, Londen, de Verenigde Staten en Canada. Hun vrienden voorspellen: “Zij zullen nooit terugkeren.” Velen zullen waarschijnlijk blijven zitten waar ze zijn — emigreren is geen eenvoudige taak — maar zullen “onzichtbare Joden” worden. Jonge Joden spreken herhaaldelijk over hun tijdgenoten die “ondergronds zijn gegaan.” Studenten voelen het steeds moeilijker om te zeggen “Ik ben Joods.” Zij keren zich af van het Joods leven op de campussen.

In de afgelopen twee decennia is er een opleving van het Joodse leven in grote delen van Europa. Joodse culturele vieringen, scholen, kleuterscholen, kampen en leer festivals hebben zich vermenigvuldigd. Velen bleien maar zoals één Amerikaan die meer dan dertig jaar in Duitsland heeft gewoond opmerkte, “als deze sfeer zo blijft voortduren zal het al die goede dingen ongedaan maken.”

Onlangs zag haar elf-jaar oude dochter een man staan aan een bushalte. Uit zijn kledij bleek duidelijk dat hij een Jood was. Zich richtend tot haar moeder verklaarde het meisje: “Hij kan op die manier toch zo niet rondlopen?” Wanneer haar moeder haar verzekerde dat het zijn recht was om te dragen wat hij wilde, drong haar dochterje erop aan dat hij dat niet moet doen omdat “het niet veilig is.”

Wanneer uw jonge kinderen begrijpen dat het niet veilig is voor hen om uit te drukken wie ze zijn, ziet de toekomst er [voor hen] niet bepaald rooskleurig uit.

door Deborah E. Lipstadt

in een vertaling van Brabosh.com


Bron: Forward.com; een artikel van 21.11.2014

Met dank aan AJW voor de hint.

De auteur is Dorot Professor of Modern Jewish and Holocaust Studies at Emory University. She chairs the US Holocaust Museum’s Committee on Anti-Semitism and State Sponsored Holocaust Denial. She was a member of the Presidential delegation to the OSCE Conference last week in Berlin.