Internationaal Strafhof: geen onderzoek naar incident met Mavi Marmara

Nacht van 30 op 31 mei 2010 op de Mavi Marmara voor de kust van Gaza. Turkse ‘vredesactivisten’, gewapend met ijzeren staven, bijlen en messen, bereiden zich voor op een gewapende confrontatie met de soldaten van het IDF…

Het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC) heeft gisteren 5 november 2014 besloten om geen onderzoek in te stellen naar vermeende oorlogsmisdaden van Israël die zouden gepleegd zijn op het Turkse schip de Mavi Marmara van 30/31 mei 2010 toen dat de legale blokkade van de Gazastrook trachtte te doorbreken. 9 Turkse terroristen van de IHH kamen hierbij om het leven. De Mavi Marmara zou zogezegd hulpgoederen brengen naar de Gazaanse bevolking, maar achteraf werd het bedrog snel duidelijk. Nadat het schip door de Israëlische marine werd geënterd en in de haven van Ashdod aan de ketting werd gelegd, bleek dat behalve het lunchpakket van de kapitein, zich totaal geen hulpgoederen aan boord bevonden.

Het verhaal van de Marmara is intussen genoegzaam bekend. In de nacht van 30 op 31 mei 2010 bereidden ‘vredesactivisten’ van de Turkse IHH, die banden heeft met Al Qaeda, zich voor de kust van Gaza op de m/s Mavi Marmara voor op een gewelddadige confrontatie met het IDF. Hun doel: onder het mom van een hulpactie de legale Israëlische zeeblokkade van de Gazastrook doorbreken en de overzeese aanvoerroute van wapens en munitie voor de terreurgroep Hamas en randorganisaties in Gaza weer vrij maken. Echter, de aanval wordt door het IDF afgeslagen en negen Turkse militanten van de islamistische IHH schoten er het leven bij in tijdens de bewuste Israëlische militaire zelfverdedigingsactie.

De Verenigde Naties stelden een commissie aan om het incident te onderzoeken en publiceerde op 1 september het Palmer Rapport, geleid door de Nieuw-Zeelandse Sir Geoffrey Palmer, dat zijn conclusies bekend maakte die elke ondubbelzinnigheid uitschakelde en de zeeblokkade door Israël van Gaza legaal verklaarde:

“Israël wordt geconfronteerd met een feitelijke bedreiging voor haar veiligheid door militante groepen in Gaza. De zeeblokkade werd opgelegd als wettige veiligheidsmaatregel om te verhinderen dat wapens overzee de Gazastrook binnen geraken en wordt toegepast conform de vereisten van de internationale wet.”

Het incident en vooral het VN-rapport was een regelrechte klap in het gezicht van de Turkse premier Erdogan en leidde meteen tot een ernstige verkilling van de betrekkingen tussen Israël en Turkije. Erdogan heeft de afgelopen jaren tegen Israël een internationale campagne geleid, de Joodse Staat ‘piraten’ en ‘terroristen’ genoemd en excuses en compensaties geëist.

In maart 2013, zwichtte Israël uiteindelijk onder de druk die werd uitgeoefend door Obama tijdens diens bezoek aan Israël, en bood premier Netanjahoe alsnog zijn verontschuldigingen aan bij de Turkse premier Recip Erdogan, voor de negen doden op de Mavi Marmara te wijten aan “operationele fouten die zouden gemaakt zijn” tijdens het enteren van het schip door het IDF.

door Brabosh.com