Ondanks winst op het slagveld heeft Israël andermaal de mediaoorlog verloren van Hamas

dollPallywood doet het weer. Journalisten en fotografen weten wel hoe een en ander in beeld te brengen in Gaza. Een foto van alleen maar een puinhoop verkoopt niet maar leg een nieuwe poppetje bovenop de berg rommel en het oogt opeens heel wat beter en spreekt tot eenieders verbeelding.

Het ministerie voor de Media van Hamas heeft tijdelijk zijn kwartieren ondergebracht in dat hospitaal, wetende dat daar de westerse journalisten massaal naartoe trekken en het daar is dat de oorlog tegen Israël gewonnen of verloren wordt en niét op het slagveld.

Oorlog in Gaza is goed voor de zaken
Aan die propagandaslag van Hamas tegen Israël nemen naar aanleiding van Operation Protective Edge zowat 705 extra journalisten afkomstig uit 42 landen deel, die voor de gelegenheid speciaal naar Israël zijn afgereisd, volgens gegevens van het Persagentschap van Israël’s regering.

pres-warZij vervoegen er de 750 journalisten die op regelmatige basis zijn gestationeerd in Israël. Dat was meer dan het dubbele ten tijde van Operation Pillar of Defense van november 2012 toen ‘slechts’ 303 extra journalisten naar Israël waren afgereisd.

Israël is altijd hot news. Tenslotte wat kan het de massa verdommen wat er elders in de wereld gebeurt? Niemandal. Gaza is the place to be, waar het allemaal om draait, altijd goed voor extra stevige krantenoplages en buitensporig veel extra TV-journaals, flashberichten, praatprogramma’s en actualiteitenmagazines allerhande.

Gegarandeerd altijd goed voor uitstekende kijk- en leescijfers altijd en extra meeropbrengst in harde valuta. Zeker in de zomermaanden wanneer het tradioneel komkommertijd is voor de media. Het offensief van het IDF is commercieel gezien een absoluut groot succes voor de internationale media die haast zoveel kranten verkochten als in een doordeweekse maand, met dank aan .. eh.. het IDF en het “heldhaftige verzet van Hamas,” nou ja… niet echt dus.

Hamas bedreigt journalisten
Volgend op het staakt-het-vuren dat disndagochtend van kracht werd, heeft het perskantoor getuigenissen verzameld van buitenlandse journalisten die lastig- en/of aangevallen werden door activisten van Hamas terwijl ze trachten hun job als verslaggevers trachten uit te voeren.

Een verklaring van het persbureau leest:

“Journalisten vertelden dat zij tijdens het berichten over de gevechten, zij bedreigingen kregen en – in verscheidene gevallen – slachtoffers van geweld werden met inbegrip van vernietiging van hun materiaal, omdat zij over de criminele activiteiten van Hamas hadden gedocumenteerd zoals het lanceren van raketten uit de kern van dicht bevokte gebieden.”

Het dagblad Haaretz voegt eraan toe:

“Tweederden van de bezoekende mediateams hebben niet bericht van binnen Israël maar hebben hun weg gebaand naar Gaza via de grensovergang van Erez.”

Dat betekent concreet dat van de meer dan 450 journalisten die in Gaza waren, er nagenoeg geen enkele van hen erin geslaagd is om het lanceren van een raket door Hamas te filmen, en dus ook geeneen de schade heeft gezien van een raket die te vroeg neerstortte op Gazaans grondgebied en niet eens een Hamaslid heeft gezien, tot aan het staakt-het-vuren.

Geen van allen berichtte over Hamas die vermeende “collaborateurs” vermoordde en het deden lijken alsof ze door Israël waren gedood. Geen van hen berichtte hoe Hamas de oorlog gebruikte om zijn politieke rivalen te verwonden en te elimineren, iets wat ze overigens voordien ook al deden.

Hun beeld- en woordverslagen bestonden voor het grootste deel uit het napraten van de standpunten van Hamas en het kritiekloos overnemen van de leugenachtige, stevig verdraaide en gemanipuleerde informatie die hen werd toegespeeld door de Palestijnse propagandamachine Pallywood. Meer konden ze niet en dùrfden ze ook niet aan.

Honderden correspondenten waren of te lui en te gemakzuchtig om te berichten over de verhalen aan beide zijden of waren te bang om te weerstaan aan de bedreigingen van Hamas en te laf om hun publiek en lezers over die verwerpelijke intimidatiepraktijken te berichten en in te lichten.

Achter deze veelal lafhartige en dikwijls bevooroordeelde en/of misleide journalisten stonden grote aantallen nieuwsagentschappen die weigerden, tot op helemaal het einde, te erkennen dat er raketten werden afgevuurd vanuit dichtbevolkte gebieden. Zij blijven nog steeds ontkennen dat iemand van hun reporters werden bedreigd, zelfs nadat vele van hun artikels en tweets werden verwijderd na uitgesproken dreigementen.

Gezocht: èchte journalisten
Slechts nu, onder druk gezet door bloggers (zoals bv. ondergetekende) en tweeters en Israëlische regeringsleden, zijn er zogenaamde “journalisten” begonnen om behoedzaam te vermelden wat ze zolang hebben verzwegen. Geen mea culpas, uiteraard – proberen zij het thans te doen voorkomen alsof ze de moed hebben gehad om toch maar vooral niét te tonen toen het er nog werkelijk iets toe deed, nàdat de publieke mening zich reeds een (verkeerd) beeld had gevormd van wat er aan de gang is.

Echte journalisten zouden wat beter achter het verhaal hebben gekeken en de waarheid ontdekt hebben. Echte journalisten zouden hun uiterste best hebben gedaan om de waarheid te openbaren, zelfs als die niet rechtstreeks van hen kwam. Echte journalisten zouden niet met de stroom zijn meegevaren (go with the flow). Echte journalisten hebben gevoel voor ethiek.

In feite waren onder die 450 reporters ter plaatse maar bijzonder èchte journalisten bij. Eén van de weinigen, die pas nàdat hij uit was Gaza teruggekeerd en wat meer over de problemen durfde te schrijven die internationale journalisten ter plekke hadden ondervonden, maar te laat inzagen dat zij de speelbal waren geworden van de propagandaoorlog van Hamas, is  journalist Sudarsan Raghavan van The Washington Post.

Gisteren beschreef hij in The Washington Post een scène in het Shifa Hospitaal in Gaza Stad, waar gewonden en doden haastig naar binnen werden gebracht. De journalist realiseerde zich snel dat hij zich toch een ietsiepietsie beetgenomen voelde door wat hij daar allemaal zag. Een fragment uit zijn verslag:

In het Shifa Hospitaal zag ik een meisje, niet ouder dan zeven jaar, gekleed in een geelblauw kleedje, dat voor een televisiecamera sprak.

kind03“Breng mijn vader en mijn broer terug,” schreeuwde het meisje, zichtbaar boos.

Haar moeder, die naast haar op de bank zat, fluisterde wat in haar oor en porde haar weer aan.

“Het waren kinderen,” ging het meisje door, luisterend naar de coachingtips van haar moeder. “Ze waren enkel aan het spelen. Wat hebben ze misdaan dat Israël hen als doelwit neemt? Het waren gewoon maar kinderen.”

Journalist Sudarsan Raghavan vervolgt verder zijn verslag:

Ik kwam net toe buiten op de verspreide brokstukken van wat de resten waren van een grote moskee in het centrum  van Gaza Stad de vorige week. Die werd volkomen verpulverd door een Istraëlische luchtaanval. Er lag overal rommel, glas en metaalstukken. Maar op een lapje op de grond dat lag op de voorgrond van de structuur, goed zichtbaar voor iedereen, lag een klein stoffig carpetje.

Bovenop lag een stapel verbrande ne gescheurde kopijen van de Koran, het heilig boek van de Islam. De symoboliek ervan lag voor de hand, bijna te perfect om waar te zijn. Het was duidelijk dat iemand dat er zo had geplaatst om aldus de aandacht te trekken voor de Palestijnse zaak. Een passerende televisieploeg merkte de stapel op en filmden het. Opdracht volbracht.

…Neem nu de aanval in de Beach Camp wijk van Gaza Stad de voorbije week. Hamas militanten legden de schuld daarvoor bij een Israëlische aanval; Israël verklaarde dat Hamas per ongeluk een mortiergranaat had afgevuurd op die woonwijk. Kinderen waren gestorven.

In het midden van de weg, waar de kinderen waren gedood, lag een kleine plas bloed. In een eerste opwelling wekte het een gevoel van droefenis en verontwaardiging op.  Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik dat een slipje van een kind lag temidden van het bloed. Het slipje was intact. Er waren geen bloedspatten op te zien. En naast het slipje lag een plastiek speelgoedgeweer.

Opnieuw merkte ik een cameraman op van een televisiezender die dit pakkend beeld op film vastlegde. Ik liep verder.

Een Palestijn bukt zich om een poppetje op te rapen dat ‘toevallig’ in een waaier van gebroken glas ligt, in een huis dat werd beschadigd na een luchtaanval van het IDF. Dat is het soort plaatjes die goed verkopen in het Westen en waar veel geld voor wordt geboden dat duizenden euros kan belopen, welteverstaan: voor één plaatje dus. Zonder dat poppetje was het nulkommanul euros waard geweest.

Kortom: walgelijke praktijken 😦

door Brabosh.com

met dank aan EoZ voor de hint.