Het onvermijdelijke einde van de Joden in de Diaspora komt steeds dichterbij

Joodse buurt Antwerpen“Wat zegt u? Israël? Nee, bedankt!”

(Antwerpen, hoek Belgiëlei/Lange Leemstraat)

De geleidelijke verwijdering tussen de Israël aan de ene kant en de Europese linkerzijde met inbegrip van de Joden in de Diaspora aan de andere kant, is in feite begonnen na de succesvolle overwinning van Israël op Egypte, Syrië en Jordanië tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967.

Tot dan leefde in het Westen het imago over een fragiel Israël dat tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog 1947-1949 ei-zo-na van de kaart was geveegd en de zwakke prestatie tijdens de Suezoorlog van 1956 waarbij vooral Frankrijk en Groot-Brittannië met de pluimen gingen lopen.

wassermanEen heldere kijk hoe een ander is geëvolueerd is het volgende stukje uit een artikel (blz. 93-99) van de Amerikaanse auteur en universiteitsprofessor Bernard Wasserstein die in 1996 zijn boek uitbracht “Het einde van een Diaspora – Joden in Europa sinds 1945.”

In dat boek, dat bijna twintig jaar geleden werd geschreven [!], voorspelt hij het einde van de aanwezigheid van Joden in de Diaspora in de loop van de eenentwintigste eeuw.

Toen was er nog geen sprake van een uitgesproken islamitisch antisemitisme dat sinds het boek van Wasserman uit 1996, in onze tijd zo duidelijk en gewelddadig de kop heeft opgestoken, niet enkel in (West- en Oost-) Europa maar ook in Noord-en Zuid-Amerika.

Het negeren, ontkennen of wegkijken van het bestaan van dat snel opkomend islamitisch antisemitisme door zowel de Joden in de Diaspora als door de linkerzijde in het algemeen, ligt aan de basis van het succes van deze nieuwe vorm van antisemitisme die onder het mom van Israëlkritiek en/of ronduit anti-Israëlisme, zich in werkelijkheid uitsluitend richt tot de Joden, om dezelfde argumenten die al 2000 jaar van tel zijn, met name “omdat het Joden zijn.”

door Brabosh.com

blueline3

Het effect van Israël
Tijdens de crisis van mei 1967 trad Israël opnieuw op als een David die bedreigd werd door een aantal Goliaths. De grote militaire overmacht van Israël tegenover de Arabische landen had men niet algemeen begrepen – behalve onder Israëlische militaire strategen. De indrukwekkende prestatie van het Israëlische leger tijdens de Sinaï-campagne van 1956 had het imago van Israël niet definitief veranderd, aangezien de overwinning op de Egyptenaren grotendeels op rekening werd geschreven van de Franse en Britse steun vooral de Franse luchtdekking voor Israëlische steden.

De reacties op de crisis van 1967 van joden in de Diaspora, van de publieke opinie in het Westen en tot op zekere hoogte van de regeringen, waren geconditioneerd door dit beeld van Israël’s zwakheid. In de weken nadat president Nasser de strijdkrachten van de Verenigde Naties uit de Sinaï had verdreven en verklaard had dat de Straat van Tiran (de enige scheepvaartroute vanuit de Israëlische haven Eilat aan de Rode Zee) gesloten was voor Israëlische schepen, leek Israël in gevaar te verkeren: het land kon elk moment worden aangevallen en wellicht vernietigd worden.

Oe Thant, secretaris-generaal van de VNDe beslissing van Oe Thant, secretaris-generaal van de VN, om onmiddellijk in te stemmen met Nassers eis om de VN-troepenmacht terug te trekken, leek een vernederende capitulatie voor brute kracht, hoewel men erop wees dat Oe Thant juridisch niet anders had kunnen doen dan toegeven. Toen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië er in de weken daarna niet in slaagden een omstreden multinationale vloot te formeren om Nassers blokkade op de proef te stellen en uit te dagen, leek Israël alleen en kwetsbaar achter te blijven. Men trok parallellen met het lot van Tsjechoslowakije in München, en van de joden in Europa tijdens de oorlog.­­­­

In die weken hebben de diasporajoden iets ondergaan wat neerkwam op een collectief trauma. Het leek erop dat ze, voor de tweede keer binnen één generatie, getuige zouden worden van een massale vernietiging van een groot deel van het joodse volk. Half begraven angsten voor ‘een tweede Auschwitz’ en argwaan aangaande de plannen van niet-joden staken de kop weer op. Een aantal van de recente joodse immigranten uit Noord-Afrika in Frankrijk steunde Israël op grond van hun anti-Arabische gevoelens, maar de identificatie met Israël bleef niet tot deze groep beperkt. Zelfs joden die ver van het zionisme af stonden, en zelfs ver van elke vorm van joodse identificatie, religieus dan wel seculier, voelden zich gedrongen enige vorm van solidariteit uit te spreken.

Richard Marienstras, een seculiere, niet-zionistische Frans-joodse intellectueel, noemde de noodsituatie van Israël méér dan een politieke bedreiging: het was, zo zei hij, ‘een ontologische bedreiging die zich richtte tegen het fysieke en culturele bestaan van Israël, bedoeld ter vernietiging van de inwoners, de staat, de maatschappij. Kortom: wat wij vreesden was een culturele genocide en een genocide tout court.

Een andere Frans-joodse intellectueel, Alex Derezansky, een zionist, vergeleek de solidariteit die de joden op dat moment voelden met de ‘union sacrée’ in Frankrijk in 1914. Raymond Aron, voorvechter van de centrum-rechtse intellectuelen, noemde zichzelf ‘wat men een “geassimileerde jood” noemt. Als kind huilde ik om het ongeluk van Frankrijk bij Waterloo of Sedan, maar niet als ik luisterde naar het verhaal over de verwoesting van de Tempel.’ Hij was gewoonlijk een zeer koel, onemotioneel analyticus, en hij is nooit zionist geweest, maar in de Figaro Littéraire van 12 juni 1967 schreef hij dat ook in hém een onweerstaanbaar solidariteitsgevoel opkwam: “Peu importe d’ où il vient. Si les grandes puissances, selon le calcul froid de leurs intérêts, laissent détruire le petit État qui n’est pas le mien, le crime, modeste à I’échelle du nombre, m’ enlèverait la force de vivre, et je crois que des millions et des millions d’ hommes auraient honte de l’humanité.”

De meeste marxistische joden handhaafden hun kritische houding tegenover Israël. De beroemde Frans-joodse oriëntalist Maxime Rodinson schreef een indrukwekkend artikel over de Arabische bezwaren tegen Israël in een speciaal nummer van het blad Les Temps Modernes, verschenen aan de vooravond van de oorlog. Aron schreef met subtiele ironie dat hij zijn ‘eenzaamheid’ respecteerde: ‘de Joden wijzen hem af, de Arabieren weigeren hem in hun gelederen op te nemen, en de Fransen, pro- dan wel anti-Israëli, bekijken hem argwanend: ‘Christus of Judas?’ Ander Joden reageerden minder tolerant Rodinsons­­ ‘verraad’. En daarop antwoordde Rodinson: ‘Een klein aantal joden van mijn soort heeft het gevoel dat zij een speciale verplichting hebben aan dat volk [de Arabieren], dat geplunderd wordt door sommige joden, en aan het gedeelte daarvan dat rechtstreeks onderdrukt wordt door sommige joden. Ik geef er de voorkeur aan me op deze wijze aan het jodendom te hechten, in plaats van op een andere manier. Andere joodse communisten kostte het echter moeite de principiële belangeloosheid van Rodinson te evenaren.­­­

Op veel joden maakte de crisis van 1967 een diepere indruk dan die van 1948 en 1956. Anders dan de beide eerdere conflicten in het Midden-Oosten werd de Zesdaagse Oorlog gevolgd op tv-toestellen in de meeste joodse huiskamers van Europa. In 1967 stond Israël alleen, anders dan in 1956. In de grote steden overal in West-Europa vonden protestbijeenkomsten plaats: de pas benoemde Britse opperrabbijn, Immanuel Jakobovits, sprak op een enorme demonstratie in de Royal Albert Hall in Londen. Grote sommen gelds werden ingezameld voor Israël: de Engelse joden brachten twee miljoen pond bijeen (heel veel geld, vóór de grote inflatie van de jaren zeventig). Duizenden jonge joden meldden zich vrijwillig in Israël om tijdelijk het werk op de velden en in de fabrieken over te nemen, nu de arbeiders gemobiliseerd waren. Enkele van deze joden hebben zich later in Israël gevestigd. Velen zijn permanent door deze ervaring beïnvloed.­­

De snelle en overduidelijke overwinning die Israël in de tweede week van juni behaalde op Egypte, Syrië en Jordanië, leidde tot een collectieve katharsis. De solidariteit die gebaseerd was geweest op een zeker schaamtegevoel, werd nu getransformeerd tot solidariteit op grond van trots. ‘Wat de Zesdaagse Oorlog heeft aangetoond [zo schreef de Britse politicoloog Samuel Finer korte tijd later], was dat gemeenschappen die hun religieuze gebruiken grotendeels hadden losgelaten, althans voor het moment een joodse identiteit voelden, bovenal omdat ze de staat Israël beschouwden als het embleem van hun jood-zijn, als hun ereteken. De Israëlische zege heeft ook een blijvende wijziging veroorzaakt in het beeld dat het Westen van het land had – het beeld veranderde van dat van een kleine, kwetsbare staat, voor zijn overleving afhankelijk van steun van grote mogendheden en geld van buiten, in dat van een overheersende militaire macht in dat gebied.­­­­

President Charles De GaulleTijdens de crisis had zich ook een plotselinge verandering voorgedaan in de diplomatieke relaties van Israël, een verandering die niet alleen blijvend effect zou hebben voor de politiek in het Midden-Oosten, maar ook voor de joden in Europa. Sinds de Suez-oorlog was Israël hoofdzakelijk beschermd door Frankrijk. Op 2 juni 1967 echter, vóór het begin van de Zesdaagse Oorlog, had president Charles De Gaulle (plaatje rechts) aangegeven dat het standpunt van Frankrijk was veranderd toen hij een wapenembargo voor het Midden-Oosten uitvaardigde en verklaarde dat Frankrijk zich zou verzetten tegen elk land dat als eerste aanviel.­­­

Het effect van dat wapenembargo was bijzonder ongunstig voor Israël aangezien Frankrijk tot die tijd de belangrijkste wapenleverancier van het land was geweest. Het is paradoxaal maar waar: deze beslissing heeft vrijwel zeker Israëls besluit om ten strijde te trekken versneld, aangezien de militaire positie van het land alleen maar zou kunnen verslechteren in het geval van een langdurig verbod van wapenexporten uit Frankrijk.

De Gaulle voelde zich persoonlijk beledigd toen de Israëli’s zijn advies naast zich neerlegden en op 5 juni een oorlog begonnen, waarbij ze binnen enkele uren schitterende resultaten boekten met hun in Frankrijk gebouwde vliegtuigen. Bij een gedenkwaardige persconferentie in november van dat jaar probeerde de Gaulle zijn beleid te rechtvaardigen, waarbij hij over de joden zei dat ze ‘een elitair volk waren, zelfverzekerd en overheersend’ (‘peuple d’ élite, sûr de lui-même et dominateur’). De Gaulle was geen antisemiet, en hij heeft duidelijk spijt gekregen van de verkeerde beoordeling die hem tot deze beledigende woorden had gebracht. Later, in een poging gekwetste gemoederen te sussen, probeerde hij aan opperrabbijn Jacob Kaplan uit te leggen dat hij die opmerking had bedoeld als compliment aan het joodse volk. In sommige oren hadden zijn woorden heel anders geklonken.

Veel Franse joden die in de tien jaar daarvoor een groot deel van hun intellectuele, emotionele en liefdadige kapitaal in Israël hadden geïnvesteerd, voelden zich beledigd en klaagden verontwaardigd dat hun loyaliteit als Franse staatsburgers in twijfel was getrokken. Opeens leek een pro-Israëlische houding als antipatriottisch te worden beschouwd. Raymond Aron, tot die tijd de belangrijkste en meest toegewijde voorvechter van De Gaulle in de pers, schreef een welsprekende repliek waarin hij de ‘giftige, diabolische stelling’ van de president analyseerde. Deze kritiek op de Gaulle was vooral zo veelbetekenend omdat ze à contre-coeur geschreven was door een politieke discipel. ‘Hoeveel joden, in Frankrijk en in het buitenland, hebben gehuild na die persconferentie, niet uit vrees voor vervolging, maar om het verlies van een held!’ De ‘petite phrase’ van De Gaulle is in het politieke woordenboek van de Franse jodendom opgenomen en werd nog jaren later geciteerd (of verkeerd geciteerd). Deze ene opmerking en de woedende reactie daarop hebben het zelfbewustzijn van de Franse joden versterkt, evenals hun sterk toegenomen collectieve assertiviteit in de Franse maatschappij gedurende de volgende twee decennia.

De crisis van 1967 heeft ook een diepgaande invloed gehad op de joden in Oost-Europa. De Sovjetunie en haar satellietstaten hadden niet alleen Egypte en Syrië gesteund tijdens de oorlog, maar ook de diplomatieke relaties met Israël verbroken. Grote hoeveelheden tanks en vliegtuigen werden door de Sovjetunie naar Egypte en Syrië gezonden ter vervanging van het wapentuig dat tijdens de oorlog door Israël was vernietigd of buitgemaakt. In de daaropvolgende ‘Slijtageslag’ tussen Israël en Egypte in 1969-’70 bestuurden Russische piloten Egyptische vliegtuigen die luchtgevechten voerden met de Israëli’s. Dat alles had ernstige repercussies voor de positie van joden in communistisch Europa. Velen kwamen onder druk te staan om Israël openlijk te veroordelen.

Het propagandaoffensief tegen Israël naar buiten toe werd weerspiegeld in de binnenlandse indoctrinatie van de bevolking. In Bulgarije bijvoorbeeld werden in de maand november 1968 in elke joodse club in het land lezingen gehouden over ‘De reactionaire aard van het zionisme’. In Polen leidde de oorlog tot een dramatisch einde van negenhonderd jaar joodse geschiedenis in dat land. In Rusland leidde de oorlog tot een buitengewone beweging van joodse herleving en joods verzet.

Golda MeirNa 1967 genoot Israël van de gevolgen van zijn militaire overwinning. De door socialisten overheerste regeringen van Levi Eshkol en Golda Meir namen echter niet het diplomatiek initiatief, maar zochten hun toevlucht bij een beleid van attentisme, ze wachtten op een ‘telefoontje’ uit Kairo of Amman, waarbij de Egyptische president of de koning van Jordanië zou instemmen met de ondertekening van een vredesverdrag. Zo’n telefoontje kwam niet. De Israëlische regering geloofde niet echt in annexatie van de gebieden die in 1967 waren bezet, maar wilde ze tijdelijk houden bij wijze van onderpand voor de uiteindelijke vredesonderhandelingen. De nadelen van dit beleid werden pas later zichtbaar.

Voorlopig leken de Palestijnse Arabieren in de bezette gebieden gedwee en inschikkelijk. Intussen voorzagen de Verenigde Staten in militaire en politieke bijstand: de economie bloeide en groeide in een tempo van 8% per jaar, mede door de aanwezigheid van goedkope Arabische arbeidskrachten; en voor het eerst sinds de stichting van de staat bereikte de immigratie van joden uit Noord-Amerika en West-Europa indrukwekkende cijfers. In 1972 kwamen 3000 joden uit Frankrijk en 1381 uit Groot-Brittannië naar Israël. Eindelijk leek Israël in staat immigranten aan te trekken die voor dat land hadden gekozen, in plaats van uitsluitend vluchtelingen.

Israël werd niet meer beschouwd als een ‘experiment’, en de Israëli’s voelden zich tegenover joodse bezoekers uit het buitenland minder als arme familieleden. De joodse bevolking van het land bleef groeien, terwijl die in de diaspora stagneerde. In 1945 hadden de joden in het land Israël een kleine Levantijnse buitenpost van een half miljoen gevormd, maar in de jaren zeventig had Israël de op één na grootste joodse gemeenschap ter wereld binnen zijn grenzen. Bovendien werd Israël steeds meer erkend als het geestelijk centrum van het jodendom overal ter wereld. Een klein symbool daarvan was de aanvaarding van de Israëlische, sefardische uitspraak van het Hebreeuws als standaardvorm voor gebeden in de synagogen, zelfs in asjkenazische synagogen en scholen in het merendeel van de diaspora – zij het ook niet in communistisch Europa. In sommige gemeenten, vooral in Groot-Brittannië, speelden zich felle conflicten af over deze wijziging, maar de Israëlische vorm heeft ten slotte gewonnen.

Steun voor Israël onder de joden in de diaspora werd na 1967 een soort burgrlijke religie. In een periode van afnemende spiritualiteit voorzag pro-Israëlische activiteit, met name het inzamelen van gelden, in een seculiere vorm van joodse identificatie, en voor sommigen vulde dit de leegte die was ontstaan nadat ze hun religieuze praktijken hadden losgelaten. De leiders van inzamelingsorganisaties werden in veel Westeuropese landen de machtigste figuren op het gebied van joodse aangelegenheden. Omdat deze mensen steeds tot de rijksten van de gemeenschap behoorden, week de democratie in veel gemeenteorganisaties voor een nieuwe plutocratie. Wie kritiek had op het Israëlische beleid of op ‘chequeboek-zionisme’, werd terzijde geschoven en vaak uitgescholden voor ketter of afvallige.

Een afwijkende visie is in het begin van de jaren zeventig op welsprekende wijze onder woorden gebracht door Richard Marienstras, een aanhanger van een neo-Bundistische ideologie die de nadruk legde op de aanhoudende noodzaak en potentiële levenskracht van het joodse leven in de diaspora. De ‘centrale positie’ van Israël in het joodse leven, zo beweerde hij, was ‘een onhoudbare ideologische constructie’, een ‘mythe’ die ‘joden in de diaspora aanmoedigt om het probleem van hun eigen identiteit en hun instellingen aan een fictieve kleerhanger te hangen: deze politieke mythe correspondeert niet met enig belangrijk punt in hun tradities, tot enige diepe gedachte in hun wezen’. De ideologie van de centrale positie van Israël, zo redeneerde hij, veroordeelde de diaspora tot een secundaire rol. Deze ideologie eiste van de diaspora dat ze haar eigen bestaan verloochende, en in laatste instantie dat ze zichzelf vernietigde. Destijds was hij een roepende in de woestijn. In de loop van de twintig jaar daarna echter zouden veel leiders van het jodendom in de diaspora – evenals enkele Israëli’s gaan accepteren dat de relatie Israël-diaspora ziek was en nodig behandeld moest worden.

door Bernard Wasserstein

ambiBernard Wasserstein, geb. 22 januari 1948, was onder meer hoogleraar geschiedenis aan de Brandeis University van Massachusetts en doceert tegenwoordig aan de Universiteit van Chicago. Zijn laatste boek ‘The Ambiguity of Virtue: Gertrude van Tijn and the Fate of the Dutch Jews’ behandelt het lot van de Nederlandse Joden en werd in 2014 uitgegeven bij Harvard University Press.


Bronnen:

  1. ♦ Uit ‘Het einde van een Diaspora – Joden in Europa sinds 1945’ (oorspr. ‘Vanishing Diaspora’) door Bernard Wasserstein; Ambo BV, Baarn verspreiding voor België door Kritak, Antwerpen; ISBN 9063036523

4 gedachtes over “Het onvermijdelijke einde van de Joden in de Diaspora komt steeds dichterbij

  1. Het onderstaande plaatje (volgende artikel) laat ons het pure geluk zien van het toekomstige, vooruitstrevende Europa zonder Joden.

    In EU daalt het geboortecijfer, stijgen het emigranten quota en worden de leerprogramma’s op school derhalve aangepast om de nieuwkomers van dienst te zijn.

    M.a.w. een fantastisch toekomstbeeld, maar volkomen verdient.

    Like

  2. Ik interviewde Wasserstein toetertijd voor Radio 3. Hij was tijdens ons gesprek absoluut niet tegen het zionisme gekant, al erkende hij de vele problemen die met de verhouding diaspora-Israël gepaard gingen. Maar in laatste instantie bleef hij een fan van Israël, en terecht.

    Like

  3. De schrijver van dit artikel heeft volkomen gelijk. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de Joden (de meeste van hen) wat wijzer geworden. Het is niet aan te nemen, dat zij zouden wachten tot de “Armageddon” in Europa zal beginnen. Tot het moment dat de islamitische vijand samen met zijn handlangers, uit de linksige multiculturele kerk, West- en Noord Europa in een “Rivers of Blood” zal veranderen. (Enoch Powel 1968). Dat hoeven de Joden niet te doen. In tegenovergesteld tot WOII hebben zij hun eigen land. Ze hebben ook eigen leger die prima in staat is te vechten tegen dezelfde islamitisch vijand voor wie Europa zo schijtig bang is. Het zou mooi zijn als deze Joden niet horen bij de club die God als een soort ‘Lamp van Alladin’ beschouwt. Mensen die denken dat ze op hun krent kunnen zitten en niet hoeven te vechten. Met paar goedkope praatjes (sorry gebeden) kunnen ze God niet op commando dwingen, wonderen te verrichten. Uitgangspunt is: God is geen dienstmeisje en hij is niemand wat schuldig. Voor Israël als voor Europa geldt het gezegde: “met vijanden spreekt men door een loop van een geweer”.
    Echter voor de Europeanen kan het slecht aflopen als ze niet op tijd wakker worden. Door de onophoudelijke tsunami-golven van drek (vooral islamitisch) uit de Derde Wereld en de hulp die de moderne Quislingen hen bieden, staat de toekomst van Europa op het spel.

    Like

Reacties zijn gesloten.