Het antisemitisch geheim van de Brusselse Sint-Michiels en Sint-Goedele kathedraal

Hostiewonder_S_GoedeleDe geboorte van een christen antisemitische legende in Brussel, België. Detail uit het glasraam in de rechterzijbeuk van de kathedraal. Dit glasraam werd in 1861 geschonken door de deken van Sint-Goedele, Louis Verhoustraten, in herinnering aan zijn ouders. Het glasraam werd gemaakt door de Brusselse glazenier Jean-Baptiste Capronnier (1814–1891), ter voorbereiding van de viering van de 500ste verjaardag in 1870 van Het Sacrament van Mirakel. Op het glasraam wordt afgebeeld hoe de Joden in 1370 in de Brusselse synagoge de H. Hostie ontwijdden door hosties met dolken te doorprikken waarop de hosties spontaan beginnen te bloeden. Dit wordt vanaf dan – en dat 500 jaar lang! – door de katholieken het ‘Mirakel van het H. Sacrament’ genoemd.

De Brusselse Sint-Michiels en Sint-Goedele kathedraal is het toneel van de halve Belgische geschiedenis. Hier werden koningen geboren, gekroond en begraven. Voor de Vorsten die regeerden over de Lage Landen maakte een bezoek aan de kathedraal deel uit van hun Blijde Intredes te Brussel. Traditioneel vinden in Belgiës beroemdste kerk, koninklijke huwelijken en begrafenissen plaats in de kathedraal.

Echter, deze kathedraal heeft ook een donker christen antisemitisch kantje dat tot op vandaag zichtbaar is in haar glasramen en het behouden van die omstreden glasramen heeft al tot vele disputen geleid met en binnen de Belgische Joodse en christelijke gemeenschap.

sacramentMei 1370. Een zestal Joden sterft op de brandstapel te Brussel. Zij zouden gestolen hosties met messen doorboord hebben. De hosties zouden gebloed hebben, een mirakel is geschied! Zo wordt een hardnekkige cultuslegende geboren. Vijfhonderd jaar lang wordt met het Sacrament van Mirakel de miraculeus bloedende hosties vereerd in de Brusselse Sint-Michiels en Sint-Goedele kathedraal.

De glasramen, schilderijen en wandtapijten in de historische kathedraal vertellen tot op vandaag het verhaal van de hostieschennis. De Joden werden hier ten onrechte van deze schennis beschuldigd en betaalden die christen waanzin met de dood.

Het eucharistisch wonder van de bloedende hosties heeft natuurlijk nooit plaatsgevonden. Lichtgelovigheid en godsdienstijver joegen de Joden de dood in. Of waren het financiële belangen van de clerus, geënt op sluimerende anti-joodse gevoelens? Een vreselijk getuigenis van misplaatste geloofsijver.

Beknopte geschiedenis van de kathedraal
Die begint ergens diep in de Middeleeuwen. In 1047 laat Hertog Lambert II op de Molenberg een kerk in Romaanse stijl laten bouwen ter ere van Sint-Michiel, de aartsengel die ook patroonheilige van Brussel was (en nog steeds is). Op 16 november 1047, de dag waarop de romaanse kerk werd ingewijd, liet de hertog echter ook de relikwieën van Sinte-Goedele naar de kerk overbrengen. Sindsdien heette de kerk officieel ‘de collegiale van de heiligen Michiel en Goedele’. Maar in de volksmond haalde Sinte-Goedele het op de aartsengel, en wordt kerk nog steeds ‘de Sinte-Goedelekerk’ genoemd. Vreemd genoeg heet de kathedraal officieel ‘Sint-Michielskathedraal’.

In deze beroemde kathedraal wordt vanaf dan de halve Belgische geschiedenis geschreven. In de kathedraal werden vele vorsten begraven, zo onder meer Hertog Jan II van Brabant (+1312) en de aartshertogen Albrecht (+1621) en Isabella (+1633). Ook de Gouverneurs-Generaal tijdens het Spaans bewind vonden hier hun laatste rustplaats. Daarnaast hield het Kapittel van de Orde van het Gulden Vlies drie vergaderingen in de Kathedraal. In 1516 werd Karel V hier uitgeroepen tot Koning van Spanje. In 1803 werd in aanwezigheid van Napoleon Bonaparte een ‘Te Deum’ gezongen, evenals in juli 1815, na de overwinning te Waterloo.

Voor de Vorsten die regeerden over de Lage Landen maakte een bezoek aan de kathedraal deel uit van hun Blijde Intredes te Brussel. Traditioneel vinden koninklijke huwelijken en begrafenissen plaats in de kathedraal. Dit was het geval voor het huwelijk van Koning Boudewijn met Koningin Fabiola (1960), van Koning (toen nog Prins) Albert met Koningin (toen Prinses) Paola (1959).

In 1967, bij de promotie van de kerk tot kathedraal van het nieuwe aartsbisdom Mechelen-Brussel, moest Sint-Goedele het onderspit delven. De toenmalige kardinaal Leo Jozef Suenens (1904-1996), schrapte haar, omdat zij als heilige niet officieel door het Vaticaan erkend was. Kardinaal Suenens werd na zijn dood opgevolgd door de huidige kardinaal Godfried Danneels (º1933). Bron: Belgium View

De indrukwekkende uitvaartmis van Koning Boudewijn vond hier plaats op 6 augustus 1993. Ook kroonprins van België Filip van Saksen-Coburg(º1960) en Mathilde d’Udekem d’Acoz (º1973) stapten hier in 1999 samen in het huwelijksbootje. Het voorlopig laatste prinselijke huwelijk dateert van 12 april 2003 toen Prins Laurent (º1963), broer van kroonprins Filip, Claire Louise Coombs (º1974) huwde.

sint-goedeleSint-Michiels en Sint-Goedele kathedraal te Brussel

Wat vele mensen niet weten…
Deze beroemde kathedraal was ruim vijfhonderd jaar lang het schouwtoneel van de legende van het Sacrament van het Mirakel. Volgens de legende zouden in 1370 hosties op miraculeuze wijze beginnen bloeden zijn, nadat ze door de Brabantse Joden in de synagoge van Brussel met messteken waren doorboord. De relieken werden vereerd als het Sacrament van Mirakel. In mei 1370 werden een zestal Joden uit Brussel en Leuven op de brandstapel terechtgesteld, beschuldigd van diefstal en profanatie [=heiligschennis] van het H. Sacrament. Men weet dat de Joodse goederen verbeurd verklaard werden en dat van bij de aanvang geloof werd gehecht aan het mirakel van de bloedende hosties.

sacrament2Later, in de 17de en 18de eeuw, werd beweerd dat de Joden in 1370 voor eeuwig uit het hertogdom Brabant werden verbannen. De schuld van de Joden werd nooit bewezen, integendeel. Het materiële feit van de hostieprofanatie werd nooit vastgesteld. Alleen het geloof in het zogenaamde mirakel van de bloedende hosties legitimeerde de terechtstelling. De Joden werden beschuldigd om het mirakel geloofwaardig te maken. Het zogenaamde mirakel bood een welgekomen gelegenheid om zich van de Joden te ontdoen. Tegelijk gold het voor de eenvoudige gelovigen als een materieel bewijs van de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie.

Gelijkaardige eucharistische bloedwonderen, gekoppeld aan de beschuldiging van Joden, kwamen in de Middeleeuwen ook elders voor in Europa. Men interpreteerde schimmelvlekken op hostiebrood als sporen van bloed, het bloed van Christus. De legende van het Sacrament van Mirakel is aan de orde op meerdere kunstwerken van de kathedraal. Zie, onder meer, de 16de eeuwse glasramen in de Sacramentskapel (de huidige schatkamer, waar ook de reliekhouders van het Sacrament van Mirakel uit verschillende periodes worden getoond). Verder de 18de eeuwse wandtapijten in het hoogkoor (deze worden normaal niet meer tentoongesteld), en een reeks van vijftien neogotische glasramen uit de 19de eeuw in de beide zijbeuken van het schip.

De vijf laatste van de neogotische reeks, vooraan in de linkerzijbeuk tegenover de kapel van het Sacrament van Mirakel, handelen over de verering van de reliek van ca 1436 tot 1870. De tien eerste ramen, acht in de rechterzijbeuk (te beginnen vooraan) en twee achteraan in de linkerzijbeuk, illustreren de legende zoals zij in Brussel wordt verteld sinds het midden van de 15de eeuw. Deze luidt als volgt:

“Een vooraanstaande Jood uit Edingen/Enghien neemt in het najaar 1369 het initiatief om tegen betaling hosties te laten stelen door een tot het christendom bekeerde Jood uit Leuven en ze nadien te profaneren. De initiatiefnemer wordt kort daarop vermoord (ramen 1-3). De weduwe bezorgt de hosties aan de Joden in Brussel, die ze op Goede Vrijdag 1370 in hun synagoge met messen doorboren. Uit de hosties stroomt bloed (ramen 4 en 5). Een tot het christendom bekeerde Jodin laat zich betalen om de hosties te gaan verbergen bij de Joden in Keulen, maar vertelt het verhaal van de profanatie aan de pastoor van de Kapellekerk in Brussel, die de hosties in ontvangst neemt (ramen 6-7). De Joden die de misdaad hebben begaan worden op grond van het getuigenis van de bekeerde Jodin (raam 8 ) door de Hertog veroordeeld en in het openbaar terechtgesteld. De anderen worden door de Hertog uit het hertogdom verbannen en hun goederen worden verbeurd verklaard (raam 9). Later worden de miraculeuze hosties overgebracht naar de collegiale kerk van Sint-Goedele (raam 10).”

Het Sacrament van Mirakel speelde een niet onbelangrijke rol als een soort nationaal symbool, teken van de katholieke identiteit van het land. De verering van de relikwie was gericht tegen Joden, protestanten en vrijdenkers. De 16de eeuwse glasramen werden geschonken door Karel V en de Habsburgers. De aartshertogen Albrecht en Isabella (17de eeuw) begiftigden de kapel met rijke gaven en werden er begraven. De Belgische koningen Leopold I en Leopold II schonken de eerste twee ramen in de rechterzijbeuk. De andere ramen werden betaald door de Belgische adel.

Na 1870 verloor de relikwie haar nationale betekenis. De plaatselijke devotie voor het Sacrament van Mirakel bleef evenwel bestaan tot aan de Tweede Wereldoorlog. De glasramen, schilderijen en wandtapijten hielden bovendien het vermeende verhaal van de hostieschennis door de Joden in stand.

Begin jaren dertig, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, was de legende van het Sacrament van het Mirakel nog springlevend. Zo werden in 1930-1931 nieuwe glasramen aangebracht in de Sint-Annakapel van de Rederijkers in de Sint-Niklaaskerk van Edingen (Enghien). Op deze glasramen wordt andermaal het verhaal verteld van Jonathas, de ‘rabbijn’ uit Edingen en de legende van het Brusselse wonderdadige sacrament. Pas na het drama van de Holocaust en onder invloed van de moderne tijdgeest drong het kritische besef met betrekking tot deze antijoodse middeleeuwse legende door in katholieke kringen.

sacrament3De Joden die de misdaad hebben begaan worden op grond van het getuigenis van de bekeerde Jodin door de Hertog veroordeeld en in het openbaar terechtgesteld. De anderen worden door de Hertog uit het hertogdom verbannen en hun goederen worden verbeurd verklaard.

607 jaar later en… 32 jaar na de holocaust…
In juni 1967 kwam er een verzoek tot eerherstel van de Joodse gemeenschap toe bij kardinaal Suenens. De toenmalige voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België, Paul Philippson en Opperrabijn Robert Dreyfus verzochten de kardinaal om de iconografische herinneringen aan de geschiedenis van 1370 te doen verwijderen. De kardinaal weigerde hier op in te gaan.

Na veel gepalaver werd uiteindelijk op 14 november 1977[!] in de Sacramentskapel (nu officieel Schatkamer geheten) door kardinaal Suenens een bronzen plaat aangebracht die de bezoeker aan de Sint-Michielskathedraal moet waarschuwen voor het antisemitische karakter waarvan deze kathedraal vele eeuwen lang het schouwtoneel was. Op deze bronzen plaat staat de volgende tekst gegraveerd:

“De Joodse gemeenschap van Brussel werd in 1370 beschuldigd en gestraft voor de profanatie van het H. Sacrament. Op Goede Vrijdag 1370 zou men in de Synagoge gestolen hosties met een dolk doorboord hebben. Uit de hosties zou bloed gevloeid zijn. De diocesane autoriteiten van het bisdom Mechelen-Brussel hebben in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie en na kennisname van het historisch onderzoek, in 1968 de aandacht gevestigd op het tendentieuze karakter van de beschuldiging en de legendarische voorstelling van het ‘mirakel’.”

Volgens auteur Luc Dequeker konden de Brusselse glasramen, schilderijen en tapijten niet verwijderd worden omdat het “om nationaal kunstbezit gaat”. Men zou geoordeeld hebben dat “de herinneringen aan dit pijnlijke verleden” behouden moesten blijven “als een soort memoriaal, een waarschuwing voor de toekomst. De glasramen, schilderijen en wandtapijten van de kathedraal herinneren eraan dat religieuze vooroordelen en een misplaatste geloofsijver, om niet te gewagen van religieus fanatisme, mede kunnen leiden tot vervolging en moord”.

Rony Boonen hierover in Joods Actueel van 2008:

“Men had toen beter op dit plakkaat geschreven dat de glasramen, schilderijen en wandtapijten binnen de kathedraal vooral herinneren aan schandelijke vooroordelen van de kerk en aan een religieus fanatisme dat toen al geleid heeft tot Jodenvervolging, haat en zelfs tot moord. Een ander meer werelds aspect dat slechts eventjes werd vermeld in het boek van Luc Dequeker, is het feit dat de hertog van Brabant en de Brabantse adel in die tijd heel wat geld hadden geleend bij de Joden. Door de confiscaties van hun bezittingen en de boetes die de Joden werden opgelegd waren de edelen plots van al hun schulden verlost. Een rekenboek uit 1370 registreerde de nuchtere cijfers en dus waarschijnlijk ook een koel berekende moord.”

Advertenties

One thought on “Het antisemitisch geheim van de Brusselse Sint-Michiels en Sint-Goedele kathedraal

  1. Eric Boelen 31 januari 2014 / 07:12

    Gelukwensen voor uw vijfjarig bestaan.
    Bittere discussies leveren zelden positieve resultaten.
    Het lijkt me zeer positief van eenvoudig te verwijzen naar een zeer edele persoon in uw midden:
    Rabbi Yitzak Kaduri zou al jullie bitterheid zonder meer moeten wegnemen.
    Hij kan jullie leven op een nieuw spoor zetten, vernieuwde geestelijke rijkdom, groter dan ooit, en vrede voor Israel, machtiger dan ooit.

    Like

Reacties zijn gesloten.