Franse samenleving bekijkt de Joden doorheen het prisma van de Shoah [Dr. Manfred Gerstenfeld]

tl-betogingToulouse, Frankrijk, zondag 25 maart 2012. Joodse en moslimleiders stappen samen op in een stille mars om de vier Joodse mensen te herdenken, waaronder drie kleine kinderen, die eerder op 19 maart ’12 brutaal werden afgeslacht door Mohammed Merah aan een Joodse school in Toulouse, een stad die tot dan geroemd werd voor haar tolerantie.

Manfred Gerstenfeld interviewt Shmuel Trigano

“De positie van de Joden in een land wordt grotendeels bepaald door de wijze waarop haar bevolking hen ziet.. Dit is vaak veel belangrijker dan het gedrag van de Joden zelf. De Franse samenleving en de Joodse gemeenschap hebben vaak verschillende geestesinstellingen. In de afgelopen jaren, is betrokken zijn in het Joodse leven, synoniem geworden met communautarisme (dat wil zeggen, het zich terugtrekken binnen de eigen gemeenschap, dat wordt beschouwd als een gebrek aan loyaliteit aan de Franse Republiek) – een term met een negatieve connotatie. Dat was voordien niet het geval. De Franse publieke opinie ziet thans de Joodse gemeenschap als ambivalent ten aanzien van het nationale burgerschap.

“De Joden in Frankrijk spelen een symbolische rol – een gevolg van hun lange verleden in de Europese beschaving. Deze rol werd in de vorige eeuw sterk beïnvloed door de Shoah en meer recentelijk door de massale immigratie van moslims.”

Shmuel TriganoShmuel Trigano (plaatje rechts) is professor in Sociologie aan de Universiteit van Parijs, president van het Observatoire du Monde Juif en de auteur van talloze boeken die de Joodse filosofie en de Joodse politieke denkwereld behandelen.

“In Frankrijk in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw verving de Holocaust vrij plotseling vrijwel de gehele geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in het collectieve geheugen. Daarna werd het beeld van de Jood als slachtoffer, de persoon met wie men medelijden moet hebben als een kwestie van principe, dominant. Vandaag echter, bestaat deze rol vrijwel niet meer.

“In de jaren na de oorlog, vond een verdoezeling van de Shoah plaats. Aanvankelijk regeerde het Gaullisme, dat de mythe bevorderde van een ‘resistent Frankrijk,’ alsof de meerderheid van de Fransen zich actief had verzet tegen Vichy. De autoriteiten en elites van het land moesten het feit verdoezelen dat de collaborerende Vichy-regering op democratische wijze aan de macht was gekomen als gevolg van een stemming door het Franse parlement.

“De radicaal veranderde situatie maakte de ‘Joodse kwestie’ uiterst gevoelig. Het begon met een schandaal over uitlatingen van Louis Darquier de Pellepoix. Hij was commissaris voor Joodse Zaken onder het Vichy-regime. Door naar Spanje te vluchten, ontkwam Darquier aan de Franse naoorlogse justitie, die hem ter dood veroordeelde.

“In 1978, vertelde hij aan het weekblad L’Express dat in Auschwitz alleen luizen waren vergast en dat de Joden liegen over wat daar gebeurde. Dankzij dat interview en de reactie die hierdoor werd aangewakkerd, werden de Joden plotseling het onderwerp van zowel de media als in publieke debatten.

Louis Darquier de Pellepoix“Toen Darquier zijn interview gaf, was de nieuwe perceptie van de ‘Jood als slachtoffer’ nog niet uitgekristalliseerd. Dat gebeurde later. Dit beeld werd bevorderd door overheidsinstanties – meer r dan door de Joodse gemeenschap – zoals het Museum van het Shoah Memoriaal en de Stichting voor de Herdenking van de Shoah.

“Wat tegenwoordig in dit ‘slachtoffer beeld’ wordt herinnerd is de menselijke conditie wanneer het zich uit in het Joodse lijden. Dit is een ambivalente rol. Om door de Franse samenleving in het algemeen te worden geaccepteerd, moet het lijden sterk ontJoodst worden. Veel openbare persoonlijkheden en opvoeders zeggen dat voor het doorgeven van de Shoah aan de huidige generatie, het nodig is haar universele aspect te benadrukken en te valoriseren. Het betekent het blootstellen van de barbaarsheid, onmenselijkheid en lijden, in algemene termen.

“Tijdens studentenrellen van 1968 in Parijs, werd de slogan ‘Wij zijn allemaal Duitse Joden’ gebruikt om een van de studentenleiders, Daniel Cohn Bendit, een Duitse Jood te verdedigen. Indirect, betekende het dat men deze identificeerde met de slachtoffers van een nazi-staat. Twintig jaar later, verkreeg deze uitspraak een nieuwe connotatie: ‘We identificeren ons met de universalistische, geassimileerde Duitse Joden, maar niet met Zionisten en Joodse communautarianen.’

“Al in de vorige eeuw, was de rol van het ‘absolute slachtoffer’ in Frankrijk langzaam gemuteerd van de Joden naar de voornamelijk islamitische immigranten, wier situatie vaak publiekelijk wordt vergeleken met die van Joodse slachtoffers in het verleden. In de jaren 1980 hoorde men af en toe dat door de bestrijding van het extreem-rechtse racisme van Jean Marie Le Pen’s Front National partij en het algemene anti-Arabische racisme, een strijd tegen het antisemitisme werd gevoerd.

‘De zogenaamde Debré wetten van 1997 – vernoemd naar minister van Binnenlandse Zaken Jean Louis Debré – regelde de immigratie en de status van vreemdelingen. Bij demonstraties tegen deze wetten hadden sommige deelnemers zich verkleed als gevangenen. Ze droegen gestreepte pyjama’s en droegen zakken op hun rug alsof ze in de richting van de treinen stapten die hen zouden deporteren naar de concentratiekampen. Diegenen die demonstreerden en hun aanhangers verbonden het lot van deze immigranten die lijden onder het Franse racisme, met dat van de Joden als slachtoffers van de Shoah.”

Trigano concludeert: “Er zijn veel meer rollen die Joden vervullen in de Franse samenleving. Zij omvatten dat Joden worden voorgesteld als een positief rolmodel voor islamitische immigranten. Ze zijn ook een instrument voor de overheid om de sociale vrede te behouden, een getuige van de vermeende tolerantie van moslims, of dienen als witwassers voor de Franse problemen zoals antisemitisme. Bovenal worden de Franse Joden in de rol geplaatst van ‘vertegenwoordigers van Israël,’ dat negatief wordt geportretteerd in de Franse media.”

Interview door Dr. Manfred Gerstenfeld

Dr. Manfred Gerstenfeld is lid van de Raad van Bestuur van het Jerusalem Centrum voor Publieke Aangelegenheden (JCPA), die hij 12 jaar heeft voorgezeten. Hij heeft meer dan 20 boeken gepubliceerd. Een aantal behandelt het anti-Israëlisme en het antisemitisme.


Bronnen:

  1. Arutz Sheva:
    ♦ French Society Viewing Jews through the Prism of the Shoah – Manfred Gerstenfeld interviews Shmuel Trigano [lezen]

Gerelateerd op Brabosh.com:

  • François Hollande: ‘Jodendeportatie 70 jaar geleden in Frankrijk uitgevoerd door de Fransen, geen Duitsers’ [lezen]
  • Opperrabbijn van Lyon kreeg antisemitische dreigbrief en concentratiekampfoto’s toegezonden [lezen]
  • Toulouse pogrom: Beschamende oneindig diepe Jodenhaat blootgelegd; door Clemens Wergin [lezen]
  • De Nieuwe Nazi ‘s zijn reeds onder ons; door Daniel Greenfield [lezen]
  • Nieuws van Jodenhaters en terreurbegrijpers; door Henryk M. Broder [lezen]
  • Westerse media rolden rode loper uit voor massacre in Toulouse; door Melanie Phillips [lezen]
  • Moord op Joden in Toulouse gerelateerd aan Israel ‘bashing’ campagne; door Missing Peace [lezen]