Mensenrechtenexpert: het door de overheid gesponsorde Palestijnse haatzaaien moet stoppen

wafa-al-bassWafa al Bass (°1984), een lid van de Al Aqsa Martelarenbrigade (Al Fatah/Abbas), over haar mislukte zelfmoordbomaanslag van 20 juni 2005 aan de Erez grensovergang tussen Gaza en Israël:

“Mijn droom was om martelares te worden. Ik geloof in de dood. Ik wilde mezelf opblazen in een hospitaal, misschien wel in datgene waar ik zelf behandeld werd [het Soroka Medisch Centrum in Beersjeba; Brabosh.com]. Maar, sinds veel Arabieren daar worden behandeld, besloot ik om naar een ander te gaan… Ik wilde 20, 50 Joden vermoorden… ja, zelfs babies en kinderen.”

hugo3Wafa al Bass werd veroordeeld tot 12 jaar opsluiting in een Israëlische gevangenis. Echter, op 18 oktober 2011 kwam zij vervroegd vrij als deel van het gevangenenakkoord tussen de PA en Israël waardoor 1027 Palestijnse terroristen werden geruild voor 1 Israëlische soldaat, korporaal Gilad Shalit.

Terug in de Gazastrook kreeg Wafa al Bass een eigen televisieprogramma op de openbare omroep van Hamas waar zij de Gazaanse kinderen leert om haar ‘goede’ voorbeeld te volgen en schuimt met haar haatspraak ook de scholen in de Strook af: “I hope you will walk the same path we took and God willing, we will see some of you as martyrs.”

Irwin Cotler kijkt terug op zijn levenslange inzet voor het bestrijden van het zaaien en aanzetten tot haat vergeleken met de fundamentele Joodse waarden die hij meekreeg van zijn ouders. “Mijn moeder zei altijd tegen mij dat ‘het leven en de dood op het puntje van de tong ligt.”

Terwijl ik dit van thuis uit meekreeg, ging ik naar school waar het refrein luidde “stokken en stenen kunnen mijn botten breken, maar woorden zullen mij nooit raken,” vertelde de voormalige Canadese minister van Justitie en procureur-generaal aan The Times of Israel tijdens een bezoek aan Jeruzalem.

Irwin Cotler“Ik heb geleerd dat dit niet waar was. Dat woorden kunnen kwetsen.”

Een week nadat het Israëlische kabinet het grootste deel van haar wekelijkse vergadering had gewijd aan de Palestijnse opruiing, heeft de Canadese parlementariër spijt dat hij niet explicieter was geweest in het benadrukken van wat hij gelooft wijdverbreide, door de staat gesanctioneerde Palestijnse haatophitsing wel is.

“Ik moet toegeven dat ik mij waarschijnlijk niet zo sterk uitgesproken heb zoals het verdiende om tegen te worden uitgesproken. Misschien dat ik, net zoals anderen die wilden zien dat het vredesproces verder en vooruit zou gaan, heb ik niet zo sterk tegen het [Palestijnse] haatzaaien positie genomen zoals ik had moeten nemen… Ik erken dit als een mislukking van mijn kant.”

Cotler begon in 1965 te werken aan het fenomeen van het haatzaaien als student in de rechten aan de McGill Universiteit, waar zijn decaan Maxwell Cohen de eerste en enige Canadese commissie leidde inzake haatpropaganda. Als jonge advocaat, diende hij als speciale assistent van minister van Justitie John Turner, die in 1968 de eerste Canadese anti-haat wetgeving opstelde die de bevordering van haat en minachting verbiedt jegens een identificeerbare groep. Als academicus, koos hij ervoor om zich te specialiseren in haatzaaien.

“Terwijl ik hoogleraar in de rechtsgeleerdheid was, heb ik jurisprudentie geprocedeerd omtrent de drie belangrijkste zaken in haatzaaien in Canada voor het Hooggerechtshof,” zei hij. “De grondwettigheid van onze anti-haat-wetgeving werd uitgedaagd, en de rechtbank bevestigde de grondwettigheid in alle drie gevallen. ‘Pervasieve’ haatspraak is bijzonder ernstig, omdat het door de staat wordt gesanctioneerd en afkomstig is vanuit de officiële media, de televisie en het religieuze discours in moskeeën,” zei Cotler. “Ook in Israël bestaat het haatzaaien,” erkende hij, “maar het komt niet voort uit de staat, noch wordt het er door gesanctioneerd. Er zijn wetten tegen opruiing.”

Cotler meet zijn tekortkoming aan het Palestijnse front in vergelijking met Iran, evenals een aantal andere niet-democratische staten waarmee was hij betrokken als voorvechter van de mensenrechten. In de afgelopen jaren heeft hetberale parlementslid veel van zijn tijd besteed aan het Iraanse haatzaaien tegen Israël en de Joden onder de voormalige Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad. “Ik geloof dat Ahmadinejad en de met hem verbonden personen voor de rechter moeten worden gebracht voor hun permanente overtreding van het verbod van de Genocide Conventie tegen direct en publiekelijk aanzetten tot geweld.”

Het Verdrag van Genève, benadrukt hij, acht niet dat genocide daadwerkelijk moet plaatsvinden om als aanzetten tot haat te worden beschouwd als een misdaad. Zo werden, tijdens zijn ambtstermijn als minister van Justitie, uit Canada verdreven de Rwandese asielzoeker Leon Mugesera nadat het Hooggerechtshof hem veroordeelde tot het aanzetten tot genocide in Rwanda. “Het was een zeer interessante zaak, omdat zijn opruiing plaatsvond in 1992, en hij Rwanda had verlaten vooraleer de genocide begon in 1994… het Hooggerechtshof vond dat hij niet-ontvankelijk was voor de vluchtelingenstatus en dat zijn haatspraak aanzetten tot genocide bevorderde. De zaak was zo belangrijk omdat zijn verdediging was ‘Ik was er niet voor de genocide.’ De rechtbank vond echter dat het aanzetten alleen al de misdaad vormde en hij werd terug naar Rwanda gestuurd.”

Als minister van Justitie en procureur-generaal van 2003 tot 2006, zei Cotler dat een van zijn eerste stappen was het Nationale Justitie Initiatief tegen Racisme en Haat. Zo recent als 2010, bracht Cotler de kwestie van haatzaaien te berde in zijn ontmoetingen met PA president Mahmoud Abbas. “Zijn antwoord was tegen mij: ‘Ik ga niet zeggen dat er geen haatzaaien is, het is er. Ik ben niet van plan om te zeggen dat er ook in Israël haatspraak is. Maar ik heb ingestemd met een tripartite commissie die de kwestie van haatspraak zal bekijken.'”

Abbas stelde toen voor dat Cotler zou proberen om de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe ervan te overtuigen om de activiteiten van de Israëlisch-Palestijns-Amerikaanse comitées die in 1998 werden opgericht te doen herleven om de haatspraak aan beide zijden te definiëren en te bestrijden. De Israëlische positie, zei Cotler, was dat ‘we een comité hadden die niet echt werkte. We weten wat er gedaan moet worden, zodat we verder moeten gaan en er een einde aan maken,” een houding die hij redelijk vond.

Cotler keerde later terug naar Abbas en probeerde hem te overtuigen om het haatzaaien tegen Israël te beëindigen om binnenlandse redenen, ongeacht de onderhandelingen met Israël. “Afgezien van de Israëlisch-Palestijnse component, vertelde ik Abbas: ‘Moet je ophouden met haatzaaien want het is niet enkel een bedreiging voor de Israëlisch-Palestijnse vrede, maar het is een bedreiging voor uw eigen samenleving. Je wilt je kinderen toch groot brengen in een cultuur van haat, maar in een cultuur van respect voor de ander, voor de inherente waardigheid van alle mensen.'”

Niet-democratieën waar de vrijheid van meningsuiting verboden is, zoals Iran of de Palestijnse Autoriteit, hebben een nog grotere verplichting om haatzaaien te voorkomen dan vrije samenlevingen zoals de VS, waar vrijheid van meningsuiting wordt beschermd, zei Cotler. “Als het een non-democratie is waar er geen plaats is voor democratische vrijheid van meningsuiting, dan heeft die staat een bijzondere verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat haatzaaien niet gaat inbedden. Wat er gebeurt in de Palestijnse Autoriteit is precies het tegenovergestelde, det haatspraak wordt niet alleen toegestaan, maar wordt aangemoedigd.”

Israël heeft de kwestie van de haatspraak pas laat ter sprake gebracht, klaagde Cotler. Minister voor Inlichtingendiensten Yuval Steinitz is pas onlangs begonnen zich uit te spreken in het openbaar over het fenomeen, en premier Netanjahoe bracht het ter sprake in zijn recente besprekingen met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry.

“Het spijt me dat het zo laat kwam. Ik vind dat het moet deel uitmaken van het vredesproces. Ik ben zelfs teleurgesteld dat de NGO’s die spreken over de kwestie van de vrede en de mensenrechten dit nog niet ter sprake brachten. Het zou moeten ter sprake worden gebracht door mensen die om Palestijnse zelfbeschikking geven. “[Stoppen met haatspraak] is een voorwaarde voor vrede tussen volkeren en tussen staten. Ik denk dat we moeten kijken naar wat het beste is voor een dergelijke relatie… met name onderwijs voor vrede.”

door Elhanan Miller


Bronnen:

  1. The Times of Israel:
    ♦ PA state-sponsored hate speech must stop, human rights expert says – Incitement should be combated by peace-seeking NGOs, Canada’s former justice minister Irwin Cotler believes; door Elhanan Miller [lezen]
  2. Ahram Online:
    ♦ Freed Wafa al-Biss tells Gaza children to follow her example – Failing to detonate a bomb at an Israeli checkpoint in 2005, freed Palestinian Wafa al-Biss says arrests will not stop Palestine fighters from confronting “Zionist arrogance” [lezen]
  3. Israeli Ministry of Foreign Affairs (IMFA):
    ♦ Attack by female suicide bomber thwarted at Erez crossing, 20 Jun 2005 – Would-be suicide bomber is caught and the charge detonated by IDF sappers [lezen]
  4. Department of Justice – Canada:
    ♦ An Exploration of the Needs of Victims of Hate Crimes [lezen]

2 gedachtes over “Mensenrechtenexpert: het door de overheid gesponsorde Palestijnse haatzaaien moet stoppen

  1. Als je het handvest van de V.N. leest hoef je geen academische opleiding te hebben gehad om te weten wat hier allemaal fout is, dat is niet alleen het haatzaaien maar ook het financieren van dit soort organisaties.

    http://www.unric.org/nl/handvest

    HANDVEST VAN DE VERENIGDE NATIES
    WIJ, DE VOLKEN VAN DE VERENIGDE NATIES,

    VASTBESLOTEN
    komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog, die tweemaal in ons leven onnoemelijk leed over de mensheid heeft gebracht, en opnieuw ons vertrouwen te bevestigen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de menselijke persoon, in gelijke rechten voor mannen en vrouwen, alsmede voor grote en kleine naties, en omstandigheden te scheppen waaronder gerechtigheid, alsmede eerbied voor de uit verdragen en andere bronnen van internationaal recht voortvloeiende verplichtingen kunnen worden gehandhaafd, en sociale vooruitgang en hogere levensstandaarden in grotere vrijheid te bevorderen.

    EN TE DIEN EINDE
    verdraagzaamheid te betrachten en in vrede met elkander te leven als goede naburen, en
    onze krachten te bundelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid, en
    door het aanvaarden van beginselen en het invoeren van methodes te verzekeren, dat wapengeweld niet zal worden gebruikt behalve in het algemeen belang, en
    gebruik te maken van internationale instellingen voor de bevordering van de economische en sociale vooruitgang van alle volken,

    Like

  2. Het probleem is dat politici niet doen wat juist is maar doen wat populair is!

    Pas wanneer politici leiders worden zal er iets worden gedaan zoals het hoort!

    Tot dan is het op de wereld een zootje onder leiding van een stelletje politiek correcte angsthazen!

    Like

Reacties zijn gesloten.