De nieuwe gedaante van het hedendaags antisemitisme: ‘Israëlofobia’ [Fiamma Nirenstein]

allah-ennemiesHet is bijna Kerstmis, een tijd van verzoening, goede intenties, peis ende vree. Eh, dat hopen we toch. Maar in het Midden-Oosten maakt de islamisering van het antisemitisme dezer dagen weer volop overuren. Niks vree maar vooral veel geweld. Kijk maar bv. naar Syrië. Hierboven doet de religieuze leider van de Egyptische islamistische Moslim Broederschap, Yusuf al-Qaradawi, er nog een flinke schep bovenop en geeft met zijn uitspraken tegenover zijn volgelingen het politiek correcte ‘vredevolle voorbeeld’.

Tijdens zijn razend populaire TV-show op de satellietzender Al-Jazeera, die wereldwijd wordt ontvangen en druk bekeken, bedreigt hij in duidelijke taal het Joodse Volk: “Ik zal de Joden, de vijanden van Allah, doodschieten.” Wat hier opvalt is dat het woord “Israël” hier al lang onder de mat werd geschoven. Dat was maar een drogreden, een sinister Arabisch ‘grapje’ bedoeld om het Westen te misleiden.

In het Midden-Oosten draait het enkel om de Joden. De eeuwige oorlog tegen het Jodendom. De Joden, door de radicale Islam vogelvrij verklaard, waar ze zich ook maar bevinden; van in Brussel tot in Katmandoe, van Moembai tot Amsterdam en van New York tot in Teheran. Op het gebied van de bestrijding van het antisemitisme, moet ik helaas erkennen dat de voorbije 2000 jaar geen noemenswaardige vooruitgang werd geboekt. En dan druk ik mij nog vriendelijk uit.:(

Het volgende artikel verschenen onder de titel “Israelophobia“, werd geschreven door het Italiaanse parlementslid Fiamma Nirenstein (plaatje rechts.) Het is een nogal uitvoerig artikel, zowat 4000 woorden, waarin dieper wordt ingegaan op de nieuwe vorm van antisemitisme dat tijdelijk opereert onder de noemer ‘Israël’. Eeuwenoud antisemitisme durft namelijk al eens van naam te veranderen of onder een andere vorm op te duiken. Ik heb voor u de eerste ca. 1100 woorden vertaald, de rest van de tekst werd vertaald door Henk & Wachteres voor E.J. Bron.

Het probleem van de Joden van vandaag, over de hele wereld, is niet het antisemitisme, maar een nieuwe tak daarvan: ‘Israëlofobia’ De meest productieve strijd voor het wereld Jodendom en zijn bondgenoten op dit moment zou niet tegen antisemitisme moeten gestrden worden, ook al is Israelofobia daar een onderdeel van, maar tegen Israelofobia zèlves.

Fiamma Nirenstein, Italiaans parlementslid

De vieringen die in Europa plaatsvonden om de Kristallnacht te herdenken, die op 9 november 1938 plaatsvond, waren overvloedig: geen Jood zou ongelukkig mogen zijn over de omliggende sympathie, de openbare verklaringen van de noodzaak om te herinneren, de absolute verwerping van elk antisemitisme en zelfs nog wat meer: de afwijzing van een genocidale ijver tegen de Joden.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel, een van de vele vastberaden sprekers, zei dat de Duitsers ‘hun sterk karakter moeten tonen en beloven dat antisemitisme niet getolereerd zal worden in welke vorm dan ook.’ Het was een standpunt dat door alle Europese leiders werd gedeeld en het was leuk om te horen.

Helaas zijn deze woorden slechts een goedkope manier om het probleem aan te pakken. Ze omvatten niet al die andere beloften om te checken met name al diegenen die de Joodse wereld bezweren te vernietigen, te beginnen bij Israël. Als de strijd tegen het antisemitisme werkelijk zou dienen te worden bestreden vanuit het geheugen en de geschiedenis, dan zouden veel programma’s zoals bv. de Holocaust studies in scholen, films op TV, reizen naar Auschwitz, interreligieuze dialoog en de historische schande van raciale wetten, een veel diepere weerklank gehad hebben in de Europese ziel.

Zelfs de Iraanse Opperste Leider Ali Hosseini Khamenei, omhelst af en toe een of andere lokale Jood en legt uit dat hij niets tegen Joden heeft. In de islamitische wereld heeft de belofte om Joden te doden een speciaal religieus karakter, zoals blijkt uit het handvest van Hamas – waarin Joden worden beschuldigd van het veroorzaken van alle oorlogen en beloftes werden gemaakt om ze allemaal te doden, een voor een, tot de laatste Jood – en andere standpunten van Hamas’ moederorganisatie, de Moslimbroederschap. In andere landen, zoals Turkije, luidt het discours anders: de doodstraf slaat eerst op Israël en pas in tweede instantie op de Joden. Hoe dan ook, haat tegen Israël, of Israelofobia, lijkt een fundamenteel element te zijn in de islamitische ideologie vandaag, maar stopt daar niet mee.

De term Israelofobia lijkt voort te vloeien uit een vooroordeel en irrationele haat tegen Israël. Het woord werd voor de eerste keer gebruikt, voor zover ik weet, door Richard Prasquier, voorzitter van CRIF (de overkoepelende organisatie van de Joodse gemeenschappen in Frankrijk), en was vermoedelijk het omgekeerde van ‘islamofobie’, een term die gebruikt wordt om de enorme culturele vooroordelen te definiëren met een racistisch karakter naar de religie van de profeet, terwijl de legers van mensenrechtenverdedigers klaarstaan om elk element van discriminatie van mensen van het islamitische geloof te bewaken.

‘Israelofobia,’ aan de andere kant, is gedrenkt in eeuwenoude antisemitische stereotypen, maar het is thans een eigen leven beginnen leiden, vaak rijk aan hedendaagse verzinsels zoals bijvoorbeeld dat de Joden historisch nooit in Jeruzalem hebben geleefd; dat IDF soldaten de organen van de Palestijnen plunderen, dat de ‘scheidingsmuur’ die gebouwd werd om terroristen buiten te houden een vorm van apartheid is – en door middel van deze onwaarheden gutst weer een haat voor de Joden. Israelofobia is een blok van haat gekristalliseerd rond een stuk grond, rond een idee. Anti-Zionisme vandaag, van Malmö tot Qom, ontstaat en vermenigvuldigt zich geheel rondom vooroordelen tegen Israël: veel van zijn meest wrede critici hebben hebben zelfs nog nooit een voet gezet in de staat.

Deze aanvallen op Israël uiten zich maar al te vaak in verwoestende klassieke antisemitische projecties, leugens en verdraaiingen om Israël te delegitimeren – het bloedsprookje dat Joden niet-joodse kinderen doden om hun bloed te gebruiken om paasbrood van te bakken, bodemloze hebzucht, onverschilligheid en woeste wreedheid tegenover iedereen die niet Joods is. Zelfs legitieme geopolitieke beslissingen – zoals het recht op zelfverdediging, of niet wordt verwacht dat het grondgebied tot in de eeuwigheid wordt behouden totdat je gezworen vijanden eindelijk zouden ophouden om het te bedreigen met totale vernietiging, kosten noch moeite gespaard; of het negeren van andere landen die worden beschuldigd van ‘bezetting’, zoals Turkije in Cyprus, Pakistan in Kasjmir of China in Tibet, terwijl alleen Israël er wordt uitgepikt om te besmeuren. Deze beschuldigingen worden vaak niet alleen vertaald in het veroordelen van Israël, maar gaan dan viraal tegen elke Jood.

Dergelijke leugens hebben niet enkel enig succes geoogst, ze zijn mainstream geworden. Er komt daar geen enkel protest tegen van politieke partijen op enkele uitzonderingen na, noch van de meeste culturele groepen. Bovendien is het tegengaan van deze leugens of het eren van historische waarheden allemaal een maat voor niets: feiten verdwijnen gewoon. Dus, terwijl de politieke correctheid niet van toepassing is voor regelrecht antisemitisme – en alle tv-presentatoren klaarstaan om een vriendelijk woord voor de Joden te zeggen als een ‘andere religie’ en dat ze worden gewaardeerd als een’ minderheid, zit het anti-Israëlisme niet alleen in de lift, het klinkt modieus en snobistisch. Om ernaar te verwijzen naar ‘dat stinkend kleine landje’ (that shitty little country) zoals de Franse ambassadeur het uitdrukte in Londen, Daniel Bernard, is gemeengoed geworden.

Zoals Daniel Schwammenthal heeft geschreven in de Wall Street Journal, vooraleer er sprake was van antisemitisme zonder joden, bestaat er thans antisemitisme zonder antisemieten. Niemand – zelfs niet het grootste deel van de Joodse leiders – durft publiekelijk het antisemitisme toeschrijven aan om het even wie, behalve misschien af en toe aan een of andere neo-nazi groep.

Terwijl aldoor geloften worden gemaakt om te vechten het antisemitisme, wordt het bestaan ervan vaak niet eens toegelaten waar het gevonden wordt in zijn meest voorkomende en voor de hand liggende vormen: tussen universiteits en media ‘intellectuelen;’ in bepaalde NGO’s, in internationale instellingen zoals de Verenigde Naties en haar uitlopers, binnen de Europese Unie, in ‘liberale’ verenigingen die ogenschijnlijk de mensenrechten bevorderen – en zowel als een manier van leven, maar ook om de identiteit te versterken in de islamitische wereld.

Onlangs, tijdens een diner op met een hoge diplomaat, tijdens de bespreking van het toenemende antisemitisme in Europa, reageerde hij met absolute verbazing. “Ik heb nog nooit in mijn leven een antisemiet ontmoet,” zei hij en zijn vrouw verzekerde me: “Ik weet zeker dat veel van mijn beste vrienden hetzelfde zou zeggen: dit soort uitingen komen sporadisch voor, bedreven door extremistische groeperingen vooral aan de rechterzijde.” Dat is echter niet het geval.

Niemand, noch aan de rechter noch aan de linker zijde, gelooft dat Israëlfobie een schending van de mensenrechten is, of verdedigt het Joodse volk tegen dit allesomvattende vooroordeel, waardoor de geschiedenis en het karakter van het Joodse volk met leugens worden bedekt. Een aanval op Israël wordt eerder gezien als legitieme kritiek op een soeverein land; de heropleving van het antisemitisme (want dat is het) tegen het Joodse volk wordt daarom niet van belang geacht.

Europese Joden, en zelfs een groot aantal Amerikaanse Joden, hebben – mogelijk in de hoop te voorkomen dat zij het doel worden van een dergelijke kilte en misschien in de hoop dat zij, als ze met de massa meedoen, een betere aansluiting vinden bij hun niet-joodse buren – de situatie ontweken om Israël volledig te steunen en in plaats daarvan lijken ze terughoudend en opportunistisch te zijn. Tijdens een bijeenkomst met de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, kort na de eenzijdige erkenning van Palestina door Italië bij de VN, durfde geen van de vertegenwoordigers op de bijeenkomst van internationale Joodse leiders, afgezien van deze auteur, te vragen om verantwoording af te leggen voor die gebeurtenis.

Elke evidente leugen kan over Israël worden verteld; die zal altijd een enorme echo van instemming krijgen. De realiteit en de feiten worden altijd uitgewist. In zijn laatste boek ‘The Devil That Never Dies: The Rise and Threat of Global Antisemitism’, [De opkomst en de dreiging van het wereldwijde Antisemitisme] maakt Daniel Goldhagen een lijst van lasterlijke opmerkingen die anderen hebben gemaakt over Israël, zoals: Israël is een bron van wanorde voor de buurlanden, is de oorzaak van de dictaturen in het Midden-Oosten, is de grootste bedreiging voor de wereldvrede, is de nazi van onze tijd, het inspireerde de oorlog tegen Irak, het controleert het Amerikaanse beleid; het wakkert de haat tegen de Amerikanen en het Westen aan, het pleegt genocide op de Palestijnen, het wil de Al Aqsa Moskee vernietigen, het vermoordt Palestijnse kinderen, het vergiftigt waterbronnen en mensen, enzovoort … Het Israëlische beleid inzake seksuele non-discriminatie is “pinkwashing” [pink and whitewashing – iets goeds doen, zodat datgene wat slecht aan je is wordt bedekt] met de motivering dat de houding van respect tegenover homo’s, in tegenstelling tot de islamitische landen waar zij worden vervolgd, alleen maar dient voor propagandadoeleinden.

Er is ook veel werk gedaan om het geboorterecht van de Joden in Israël af te breken, door te beweren dat hun relatie met het land niet bestaat, dat deze indirect is of heel wisselend. Een andere opvatting waarin Israëlfobie is verpakt is ‘illegaal’, waarbij vaak verwezen wordt naar de bezetting van gebieden, maar ook naar zelfs het bestaan [op zich] ​​van een land dat nooit door zijn buren werd aanvaard, vanaf dag één, toen vijf Arabische legers het aanvielen in de hoop het uit te roeien voordat het zelfs maar kon beginnen.

Van alle Aziatische of Afrikaanse democratieën is, volgens Goldhagen, Israël de meest solide en de oudste; en, als het 57ste lidstaat van de VN – vóór Spanje, Italië, Duitsland – is er geen moment verstreken zonder dat haar bestaan bedreigd werd door het terrorisme en door de religieuze en tribale haat van de islamitische wereld, vaak in gezelschap van Europa.

Terwijl het zich verdedigde, heeft Israël 30.000 man verloren, wat verhoudingsgewijs gelijk staat aan 1.180.000 Amerikanen. Het heeft 4000 mensen verloren aan het terrorisme, het equivalent van 157.000 Amerikanen. Toen, na weer een defensieve oorlog, Israël Jordanië uiteindelijk terugdrong en de Westelijke Jordaanoever, die Jordanië had bezet, veroverde, bood het onmiddellijk aan om het land terug te geven – alleen maar om te zien dat het aanbod werd afgewezen door de Arabische Liga in de vorm van de drie ‘Nee’s’ van Khartoem: “Geen vrede, geen erkenning, geen onderhandelingen”.

Toen Israël vrede met Egypte sloot, had het er geen probleem mee om het Sinaï-schiereiland terug te geven, tot op de laatste centimeter van het land. Maar de verantwoordelijkheid voor de problemen om de vrede met Egypte te handhaven wordt altijd alleen maar aan Israël toegeschreven, dat nooit iets heeft gezegd of gedaan dat ook maar enigszins lijkt op de agressie van zijn buren. Toch wordt het beschuldigd van de ergst mogelijke misdaden en van morele verachtelijkheid – beschuldigingen, die landen zoals Zuid-Afrika bijvoorbeeld onderschrijven, zonder ook maar moeite te doen om na te gaan of die waar zijn, terwijl er wordt beweerd dat Israël een land is waar Apartheid wordt beoefend en het ministers wordt verboden om er naartoe te reizen. Het maakt niet uit of zijn democratische instellingen en mensenrechten de hoogste waarderingscijfers krijgen van het ‘Freedom House’. Het is onverklaarbaar dat de VN onlangs Israël veroordeelde voor misstanden op de Golanhoogten, terwijl Israël in feite gewonde Syriërs aanneemt en hen zelf verzorgt in ziekenhuizen, terwijl hun eigen leider, Bashar Assad, hen aan stukken scheurt.

Het gevolg van Israëlfobie is, niet verrassend, dat het antisemitisme dat gekoppeld wordt aan Israël, toeneemt. Volgens een studie van de Duitse Friedrich Ebert Stichting uit 2011 denkt 63% van de Polen en 48% van de Duitsers dat ‘Israël bezig is met een uitroeiingsoorlog tegen de Palestijnen’. Ondertussen denkt 41% van de Britten en 42% van de Hongaren hetzelfde, evenals 38% van de Italianen. In de enquête reageerden 55% procent van de Polen en 36% van de Duitsers als volgt: “Gezien het beleid van Israël kan ik begrijpen waarom mensen Israël niet graag mogen”. Geënquêteerden in de andere onderzochte landen waren het eens met deze percentages, die variëren van 30-40%. Volgens een enquête van het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten (FRA) heeft 48% van de geïnterviewde Europese Joden gehoord of gelezen over de beschuldiging dat ‘Israëli’s zich ten opzichte van de Palestijnen gedragen zoals de nazi’s dat ten opzichte van de Joden deden’. In Italië, net als in België en Frankrijk, meldde 60% procent hetzelfde.

De algemeen erkende ‘lezing’, zoals die nu luidt, hoewel die onwaar is, zegt dat er een ‘historisch Palestina’ was, dat de perfide Joodse ‘kolonisten’ bezetten en van waaruit zij de lijdende bevolking verdreven, maar deze ‘lezing’ ligt aan de basis van de haat die leidt tot de giftige mythen van de apartheidsmuur, het slopen van huizen [zou Londen toestaan dat er huizen werden gebouwd in Hyde Park; of Parijs in het Bois de Bologne; of Berlijn in de Tiergarten]? [En wat te denken van] de vervolging van de Palestijnen en hun kinderen, die werden geslagen en gedood, de zionistische cipier die Gaza in een kooi opsluit en, omgekeerd, de verheerlijking van terroristen, de wijdverbreide rechtvaardiging van aanslagen en raketten die op Israël regenden; het corrupte gebruik van Europese publieke middelen, de afwijzing van het bestaan van een staat voor het Joodse volk, ondanks de aanvaarding van een aantal zelfverklaarde islamitische ‘republieken’ zoals Pakistan en Iran; en Israël dat beschouwd wordt als een archeologisch overblijfsel van het kolonialisme, het imperialisme en een reïncarnatie van alle kwade krachten, vooral van het nazisme.

Daniel Schwammenthal noemt ook Jack Straw, de voormalige Britse minister van Buitenlandse Zaken, die de vorige maand in het Lagerhuis zei dat AIPAC, de pro-Israël lobby in Amerika, “ervoor gezorgd heeft dat zijn ongelimiteerde fondsen een van de grootste obstakels voor vrede tussen de Israëli’s en de Palestijnen zijn” – opnieuw een valse verklaring, maar, zegt Schwammenthal, de veronderstelling dat een grote groep Amerikanen Israël kan ondersteunen, volgens Straw, is beslist zo onaannemelijk dat de gevolgen onmogelijk zo rampzalig kunnen zijn als eraan wordt toegeschreven. Wat werkelijk ongelooflijk lijkt, is dat mensen zoals de Griekse componist Michael Theodorakis of Jose Saramago, een Portugese schrijver, Israëls behandeling van de Palestijnen vergeleken met de behandeling van Joden in Auschwitz en dat zij, tezamen met zoveel andere intellectuelen en notabelen, volledig konden worden aangeworven voor de Israël-fobische strijd.

Bij een andere ongelooflijke gelegenheid publiceerde in Duitsland de ‘Badische Zeitung’, tijdens de herdenking van de Kristalnacht, een cartoon van Horst Haitzinger, waarin een slak met het hoofd van een duif naar de vredesbesprekingen met Iran gaat. Dit is een klassiek geval van antisemitische verdachtmakingen, waarin Joden worden afgebeeld als gifmengers, saboteurs en oorlogshitsers en de premier van Israël, Benjamin Netanyahu, wordt weergegeven terwijl hij telefoneert en zegt: “Ik heb gif voor duiven en slakken nodig”.

Er lijken drie belangrijke redenen te zijn waarom Israëlfobie bestaat :

Zo’n wereldwijde verspreiding van de aanwezigheid van moslims die wij nooit eerder hebben gezien, met inbegrip van de globalisering van de islam op het internet, de verspreiding van zijn anti-Israël propaganda en de macht die zij uitoefenen via instellingen. De verspreiding van de cultuur van ‘mensenrechten’, waarin iedereen die een underdog lijkt te zijn ‘goed’ is en iedereen die geen underdog of slachtoffer is, moet daarom wel ‘slecht’ zijn.

De huidige Amerikaanse regering heeft oprecht geijverd voor een positieve relatie tussen Amerika en de islam die, naast het feit dat die politiek twijfelachtig is , ruimte in de wereld schept voor het meest brute antisemitisme. De afname van de Amerikaanse invloed heeft een vacuüm achtergelaten dat wordt opgevuld door allerlei soorten alternatieven voor de democratie – ideologisch en anderszins- van de al-Nusra Beweging tot aan de Moslimbroederschap, alsmede Rusland, China en Afghanistan.

De huidige regering heeft waarschijnlijk deze rampzalige neveneffecten niet voorzien, maar het lijkt duidelijk dat bij het ontwerpen van het beleid dat het gebruik van het woord ‘jihad’ in officiële Amerikaanse documenten verbood, niemand stil heeft gestaan bij de gedachte hoe vaak die term werd gebruikt om het terrorisme te verklaren tegen, bijvoorbeeld, Israël. En als het gaat om het internationale beleid van deze president, ziet kennelijk niemand hoe relevant dit punt is. Haat tegen de Joodse staat, zelfs in de meest extreme vorm, werd blijkbaar niet geacht van enige politieke betekenis te zijn, en werd daarom, in de afgelopen jaren, niet onderworpen aan een ideologische of morele sanctie.

Wat betreft de betrekkingen met Iran is het duidelijk dat president Obama en de minister van Buitenlandse Zaken John Kerry de wereld naar de acceptatie van een militair nucleair programma voeren, van een land dat zich in het openbaar herhaaldelijk heeft uitgesproken over genocidale bedoelingen. De Amerikaanse onderhandelaars lijken gemakkelijk een overeenkomst te hebben geaccepteerd die elke beïnvloeding bij toekomstige onderhandelingen teniet doet. De overeenkomst had alleen maar voordeel voor Iran en feitelijk geen voordeel voor het Westen, dat ​​Iran bijstond in zijn zoektocht naar nucleaire wapens, in plaats dat het de [nucleaire] verrijking stopte, in overeenstemming met de zes VN-resoluties. Die resoluties bevatten geen verbetering van de mensenrechtensituatie voor Iraanse burgers en die gingen niet in op de Iraanse dreigingen om een mede lidstaat, Israël, uit te wissen, wat volgens het VN-handvest illegaal is.

Ook uit de soennitische wereld komen voortdurend bedreigingen tegen Israël. In Egypte zei Mohamed Badie, de geestelijke leider van de Moslimbroederschap: “We zullen doorgaan met de vlag van de jihad tegen de Joden te zwaaien, onze eerste en grootste vijanden”. Sheikh Yusuf al – Qaradawi zei: “Allah heeft de Joden een aanhoudende straf voor hun corruptie opgelegd. De laatste vond plaats onder leiding van Hitler. Er is alleen maar een dialoog met hen mogelijk door het zwaard en het geweer. We bidden tot Allah dat hij elke laatste van hen doodt”. Nieuw is het totale gebrek aan reactie op deze standpunten.

In het verleden hebben Amerikaanse presidenten altijd ofwel gezinspeeld op een verbod op de meest racistische en gevaarlijke aspecten van de islam met betrekking tot Israël, de Joden en de christenen of ze hebben dit duidelijk uitgesproken. Dit is niet het geval met de huidige Amerikaanse regering. Niemand in die regering heeft ooit tegen Iran, waarmee die op het punt staat om een overeenkomst te ondertekenen, gezegd dat de islam Israël niet kan beschouwen als ‘een rotte wortel die vernietigd moet worden’.

Niemand in die regering heeft ooit de Palestijnen verteld dat het ‘niet bevorderlijk’ is om elke dag, vooral tijdens de onderhandelingen, te herhalen dat Israël een moorddadig, racistisch, genocidaal land is – een beschuldiging die onlangs door Sa’eb Erekat, de hoofdonderhandelaar van de Palestijnse delegatie werd geuit.

Kortom, door schijnbaar de islam de vrije hand te geven, waar men niets voor terug krijgt, heeft de huidige Amerikaanse regering het mogelijk gemaakt de meest ernstige vijandige berichten, zowel Israël-fobische als anders soortige, te verspreiden zonder de nodige voorzichtigheid. Zonder Amerika als permanente bewaker worden alle niet-islamitische landen een levende prooi voor hun tegenstanders.

En over mensenrechten gesproken, de organisaties die daar, ironisch genoeg, ogenschijnlijk voor opkomen hebben geen middel geschuwd om Israël aan te vallen. Israël, een van de landen die het meest nauwgezet waakt over de handhaving van mensenrechten, ondanks de bijna onmogelijke omstandigheden waarin een klein land zich onder militaire, economische en diplomatieke aanvallen bevindt – vaak onder alle drie en vrijwel elke dag sinds haar geboorte. De aanval van mensenrechtengroeperingen kan niet het gevolg zijn van het observeren van feiten. Als pure feiten werden waargenomen, zou Israël of in of in de buurt van de top van een lijst van landen die de mensenrechten belichamen, moeten staan. Antiwesterse landen echter, die de meerderheid vormen in de Verenigde Naties, begonnen in 1975 het zionisme met het racisme te associëren – waarmee feitelijk ‘Westers imperialisme’ werd bedoeld. De aanklachten werden destijds naar voren gebracht en gefinancierd door antisemitische NGO ‘s, wat culmineerde in de Durban conferenties van de VN. Op dat moment werden de mensenrechten inhoudelijk omgevormd om te worden gebruikt als een schild waarachter men de aanvallen tegen Israël kon laten escaleren en ook om VN-‘vredestroepen’ in Afrika te beschermen tegen het ‘voedsel voor seks’ schandaal, waar ze kinderen, die zij zouden moeten beschermen, seksueel misbruikten.

De structurele ziekte met betrekking tot het ‘anti-imperialisme’ ontstond in de geschiedenis van een politieke vleugel, die, in een tijd waarin het communisme totalitarisme bleek te zijn, ervoor heeft gekozen om er niet over te klagen, maar om aan zijn kant te vechten tegen het kapitalisme, het imperialisme en tegen wat toen ook maar op ‘onrechtvaardigheid’ leek.

De Joden echter, met hun geschiedenis van lijden en dood, komen niet langer overeen met dat beeld en zij zijn, meer dan enig ander welgesteld blank persoon in het Westen, ammunitie voor de oorlog tegen een ‘bourgeoisie’ of middenklasse maatschappij. De marxistische economische visie van de klassenstrijd kan worden gezien als een ‘win –lose’ situatie – wat betekent dat als ik ‘win’, dan moet dat zijn gebeurd doordat ik iemand anders, die ‘verloor’, heb uitgebuit. De kapitalistische economische visie kan daarentegen worden gezien als denken in een ‘win-win’ situatie: als jij wint, wint iedereen: in de opkomende vloed liften alle boten mee. Het is deze kapitalistische opvatting die samenlevingen heeft opgestuwd naar onvermoede successen. Vanuit het marxistische model van winnaars versus verliezers – populair in het begin van de 20e eeuw, totdat werd bewezen dat dit in landen zoals Rusland en Cuba catastrofaal was, waar de enige winnaars de weinige mannen waren die verantwoordelijk waren voor de revolutie – ontstond het gebruik van de kwestie van de mensenrechten, vaak als een tactisch en politiek wapen tegen iedereen die maar even welgesteld leek – vooral tegen Israël, waarschijnlijk als de belichaming van een natie van meestal blanke mensen die, ondanks zoveel voortdurende inspanningen om ze uit te wissen, zelfs niet afgeremd werden.

De jaren 1960 luidde ‘radicaal–chic’ verbale agressie in, die nog steeds in gebruik is, waarbij de wereld plotseling wordt gevuld met ‘fascisten’. Als zodanig werden Margaret Thatcher, George Bush, Silvio Berlusconi en Ronald Reagan beschouwd, gevolgd door schrijvers en zangers – simpelweg omdat ze geen communisten waren. En dus ook Israël, een vriend van Amerika, maar die veroorzaakte kennelijk het lijden van de Palestijnen (een arme Arabische Derde Wereld moslimbevolking die, hoewel niemand daar ooit over spreekt, gewend is aan wreed en autoritair leiderschap naar zijn eigen volk toe), werd een ‘fascistisch’, ‘imperialistisch’ land: omdat het zich niet in het ‘juiste’ kamp bevond, dat van de ‘volksdemocratieën’ – die allemaal in feite dictaturen zijn, toen en nu.

Het ontbreken van een duidelijke veroordeling van het Europese terrorisme, dat op allerlei manieren werd goed gepraat – bijvoorbeeld door te spreken over kameraden die een paar fouten hadden gemaakt – werd vergezeld door het internationale terrorisme tegen Israël: van de aanval tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München tot de verheerlijking van de terroristen die onlangs door Israël werden vrijgelaten en voor wie Mahmoud Abbas de rode loper uitlegde, en ze werden door de Palestijnse Autoriteit beloond met een cheque voor 50.000 dollar elk, plus een maandelijkse toelage. Een van deze onlangs vrijgelaten terroristen had een vader die met zijn dochtertje naast hem, in de auto reed, gedood; een ander had een overlevende van de Holocaust met een pikhouweel vermoord en nog een ander viel een man aan die in Gaza werkte op een kantoor dat hulp gaf aan de Palestijnen en scheurde hem in stukken.

Deze gebeurtenissen zijn een onderdeel van Israëlfobie in een wereld die wetten aanneemt om een rookvrije omgeving te hebben, maar geen wetten tegen kinderhuwelijken of eerwraak of vrouwenbesnijdenis en die nooit de behoefte heeft gevoeld om het terrorisme tegen Israël onder handen te nemen, of de mensenrechten waarvoor de Israëli’s in aanmerking zouden moeten komen.

Een paar maanden geleden maakte Catherine Ashton zich publiekelijk erg kwaad over de toestand van een Palestijnse gevangene die voor een hongerstaking had gekozen, maar ze nam geen standpunt in over de moordpartijen in Syrië, zelfs niet over die op de Palestijnen in het Yarmouk vluchtelingenkamp, waar veel Palestijnen werden afgeslacht door de luchtaanvallen van het Assad-regime.

Ondertussen weten de Joden dat zij, als ze binnen de vastgestelde grens van ‘Never Again’ blijven, zij sympathie, begrip en bescherming ondervinden. Anderzijds is Israël ’terra incognita’, waar elke kritiek, zo lijkt het, wordt beschouwd als ‘legitiem’.

Maar Israëlfobie heeft niets te maken met legitieme kritiek op de staat Israël: deze is niet gebaseerd op welke waarneming van de werkelijkheid dan ook. Het is een obsessie, de duidelijkste uitingen van de VN-resolutie ‘zionisme is racisme’ van 1975; de woede waarmee onlangs negen moties tegen Israël werden aangenomen in de Algemene Vergadering van de VN, die zelfs werden becommentarieerd door een vertaler, die per ongeluk in een open microfoon sprak; terwijl de Algemene Vergadering van de VN een totaal van 23 soortgelijke resoluties aannam, waarin alle wettige zelfverdediging tot wreedheid van een ‘racistisch’ en moorddadig land wordt.

Er moet een strategie komen die de gevolgen van de Israëlfobie in ogenschouw neemt. Die zou de geschiedenis van Israël, haar waarden, haar optreden/handelingen, haar recht om zich te verdedigen moeten bevatten. Net als het verbale en fysieke geweld waaraan het voortdurend wordt blootgesteld. Het is ook noodzakelijk om te blijven vechten tegen het antisemitisme. Elke andere optie zal het terrorisme – tegen zowel de Joden als de niet-Joden – in de gelegenheid stellen om te groeien.

door Fiamma Nirenstein


Bronnen:

  1. The Gatestone Institute:
    ♦ Israelophobia – The problem of the Jews today, the world over, is not anti-Semitism but a new branch of it: “Israelophobia.” The most productive fight for world Jewry and its allies at the moment would be not against anti-Semitism, even though Israelophobia is a part of it, but against Israelopbia itself; door Fiamma Nirenstein [lezen]
    ♦ Het tweede deel van de vertaling werd verzorgd door Henk en Wachteres voor E.J. Bron als “Israëlfobie” [lezen].
Advertenties

Een gedachte over “De nieuwe gedaante van het hedendaags antisemitisme: ‘Israëlofobia’ [Fiamma Nirenstein]

  1. Ik wil bij dit bericht verdergaan met mijn commentaar op het bericht “Antisemitisme en Jodenhaat nemen onrustbarend toe in Nederland en België” van Barry Rubin.

    Wij moeten niet vergeten dat deze malloot een club aanhangt die zeshonderd jaar later is opgericht dan degene genoemd in mijn commentaar op het bericht van Barry Rubin. Als wij eens kijken naar wat er toen met onze voorouders is gebeurd in de naam van de Christelijke god wordt je meer dan ziek.
    En dat allemaal omdat zij de Joodse religie aanhingen. Ze werden levend verbrand of opgehangen met hun hoofd naar beneden, tussen honden, varkens en katten, tot hun hart of hersenen het begaven.
    Nu denkt deze malloot Yusuf al-Qaradawi, media- en fatwa-gek, die iedere realiteitszin heeft verloren, “wat de christen hebben geflikt mag ik als theologisch leider (dit is hij niet, maar hij heeft zichzelf zo benoemd) van en met mijn Moslimbroederschap nog eens dunnetjes overdoen.
    Maar als deze geweldige leider, zoals hij zichzelf noemt, het dossier “malloot Ahmad Ismail Yassin” had ingezien en begrepen had hij moeten weten dat zelfs het riool van Cairo hem nu geen veiligheid meer biedt.

    Like

Reacties zijn gesloten.