Waarom anti-Zionisme in wezen antisemitisme is [Eylon Aslan-Levy ]

burning-flag2Wanneer anti-Zionisten een Israëlische vlag verbranden,
welk lot wensen zij dan zijn burgers toe?

Op 10 november 1975 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Resolutie 3379 aan die was ingediend door de 22 moslim lidstaten van de Arabische Liga en verklaarde: “Zionisme is een vorm van racisme en rassendiscriminatie” [‘Zionism is a form of racism and racial discrimination’]. Aldus werd het anti-Zionisme verder uitgebreid in de sfeer van internationale niet-gouvermentele organisaties (ngo’s) en sloeg vrijwel meteen over naar de landen van de Derde Wereld. Dit was het resultaat van de samenwerking tussen Arabieren en de Sovjet-Unie die het anti-Zionisme wettigden en officieël erkenden.

hugo3De beschamende anti-Zionisme Resolutie 3379 van 1975 werd zestien jaar later herroepen door Resolutie 46/86 van 16 december 1991: “The general assembly decides to revoke the determination contained in its resolution 3379 (XXX) of 10 November 1975“, maar het vergift had dan al zijn slopend werk verricht. De grote massa weet niet eens dat die veroordeling van het Zionisme door de VN jaren later weer herroepen werd. Wat kan het hen tenslotte schelen?

Dat ze met hun strijd tegen en veroordeling van het Zionisme de flinterdunne grens naar puur antisemitisme overschrijden, hebben ze niet eens in de gaten. Het volgende artikel “Why anti-Zionism is inherently anti-Semitic” geschreven Eylon Aslan-Levy, licht toe waarom anti-Zionisme in wezen antisemitisme is. Ook het Joodse anti-Zionisme komt aan bod. Ik heb voor u de eerste 1000 woorden vertaald (= éénderde van de tekst), de rest van het artikel loopt verder in de oorspronkelijke Engelse taal.

Anti-zionisme is een inherent antisemitische doctrine. Om te pleiten voor de val van de Joodse staat, zijn anti-Zionisten betrokken bij een racistische onderneming. Joden moeten dan ook geen seconde aarzelen om diegenen die het bestaansrecht van Israël betwisten als antisemieten te kapittelen, met inbegrip van al de te verwachten consequenties.

Niets van dit alles hoeft controversieel te zijn. “Het ontkennen van het Joodse volk op het recht op zelfbeschikking” is onderdeel van de werkdefinitie van het antisemitisme van de Europese Unie (of was dat toch totdat de EU deze om een onverklaarbare oorzaak liet vallen). Dit artikel houdt zich bezig met het onder woorden brengen van de intellectuele basis voor deze stelling, in plaats van op de een of andere wijze een nieuw idee te presenteren.

Zionisme is, kernachtig samengebald, het geloof dat het Joodse volk het recht heeft om zelf zijn lot te bepalen in het Land van Israël.

Zionisme vereist niet strikt genomen het geloof in een Groot-Israël, noch het dulden van enige mate van burgerlijke en politieke ongelijkheid tussen Joden en anderen in de Joodse staat. Kritiek op de praktische uitingen van het Zionisme die niet logisch voortvloeit uit het Zionistische ideaal (bijv. de bezetting) is niet per se antisemitisch, al was het maar omdat het niet gericht is op het principe van het Zionisme op zich als het eenvoudige geloof in de zelfbeschikking van het Joodse volk in Israël.

Anti-zionisme is dan strikt genomen, de ontkenning van het recht van het Joodse volk om zelf zijn lot te bepalen in Israël. Dit kan een ontkenning inhouden dat Joden helemaal geen recht hebben om zelf hun lot te bepalen, zodanig dat a fortiori dat recht niet kan bestaan in Israël, of dat een ontkenning van dat dit recht zou kunnen gelden voor politieke associatie in Israël in het bijzonder: anti-Zionisten zouden volhouden dat dit recht elders moet worden uitgeoefend.

Het anti-Zionistische credo kan twee vormen aannemen. Wat ik aanduid als Filosofisch Anti-Zionisme is het standpunt dat Israël nooit had mogen worden gecreëerd, maar omdat het nu toch al bestaat, heeft het recht om verder te bestaan. Het Programmatisch Anti-Zionisme, daarentegen, dringt erop aan dat de stichting van de staat Israël een historische onrechtvaardigheid was en omdat onrecht altijd moet worden rechtgezet, meet de onwettige Israëlische staat worden ontbonden of onverwijld vernietigd.

Het Programmatisch anti-Zionisme roept op tot de vernietiging van Israël.

Deze laatste vorm is de meest voorkomende in het anti-Israël discours, zeker in het Midden-Oosten, en verzamelt steun door degenen die het eufemistisch één-staat-oplossing noemen, of zelfs meer omzichtiger oproepen voor een terugkeer van de nakomelingen van de Palestijnse vluchtelingen naar hun voormalige huizen in Israël, ‘terugkeer’ die Israël in een Arabisch-meerderheidstaat zou omkeren en de Joodse zelfbeschikking zou beëindigen door overmacht.

John Mearsheimer is het er voor een keer mee eens dat de een-staat-oplossing ‘nationale zelfmoord’ voor Israël zou betekenen. De Palestine Solidarity Campaign en de BDS beweging vallen beide in dit Programmatische kamp, dat Israël onder druk tracht te zetten door nationale zelfmoord te plegen: het enige verschil met bijvoorbeeld Hamas en Hezbollah, is dat deze groepen bereid zijn om zèlf de trekker over te halen.

Als rechtvaardigheid kan worden hersteld door de omkering van onrecht, en als de campagne van delegitimatie naar verwachting een historisch onrecht zal terugdraaien door de Joodse staat ten val te brengen, dan is het niet verwonderlijk dat het Programmatisch Anti-Zionisme het meest dominante paradigma is in het anti-Israël discours.

Het is om deze hegemoniale positie die ik nu onder mijn aandacht breng: deze kritiek is op maat gesneden tegen degenen die geloven dat een onrechtvaardig status quo alleen kan worden verholpen door het doen verdwijnen van Israël van de kaart, en dat het enige wat Israël kan doen om het te verbeteren is door zelf te verdwijnen.

Of het Filosofisch anti-Zionisme, in de marge van het mainstream anti-Zionistische discours, inherent antisemitisch is, is een vraag voor een andere keer. Omwille van de beknoptheid, zal het ‘anti-Zionisme’ verder worden gebruikt als afkorting voor de Programmatische soort.

Waarom is anti-Zionisme antisemitisch?

Er zijn drie belangrijke redenen waarom het anti-Zionisme inherent antisemitisch is.

Ten eerste is het anti-Zionisme de positie waarvan het Joodse volk zou moeten beroofd worden tegen hun eigen wil in, van een grondrecht dat ze momenteel genieten, met name het recht op zelfbeschikking. Wat men ook mag denken over de vraag of het Joodse volk een moreel recht had om in 1948 zelfbeschikking te bepalen, dit recht is thans een feit van het internationaal recht, dat stelt dat ‘alle volkeren het recht om vrijelijk deel [zelf] hun lot te bepalen’, erkent dat het Joodse Volk een volk vormen en, hoewel de wet niet vereist dat zelfbeschikking zich zou manifesteren door middel van politieke onafhankelijkheid (waarvan meer anon), aanvaardt het de oprichting van de staat Israël als een geldige manifestatie van dit recht.

Anti-zionisten kunnen dan wel beweren dat de internationale gemeenschap verkeerd was om de Joden een wettelijk recht hadden verleend waarvoor geen morele basis bestond, maar het anti-Zionisme van vandaag eist dat het Joodse Volk moeten worden beroofd van hun internationaal erkende wettelijke recht op zelfbeschikking, en dat Joden wereldwijd moet worden ontdaan van een recht dat zij reeds rechtmatig bezitten als Joden.

Anti-zionisten zullen beweren dat het Zionisme de Palestijnen heeft beroofd van hun politieke rechten, en dat zelfbeschikking uitgeoefend in een repressieve vorm geen juridische of morele basis heeft: Israël is een racistisch regime en heeft net zomin het recht om te bestaan als destijds het blanke suprematie Apartheidsregime in Zuid-Afrika.

Het dunne onderscheid, echter, is tussen diegenen die recht zoeken door de Joodse en Palestijnse aanspraken op zelfbeschikking mogelijk te maken door een pragmatische herverdeling van het land, behulpzaam suggererend dat aanpassingen aan de praktijk van Joodse zelfbeschikking dichter ligt bij de liberale idealen, en tussen deze die geloven dat rechtvaardigheid alleen kan worden bereikt indien de rechten van een gemeenschap die van een andere mogen opheffen: fiat justitia, ruat caelum, zoals het oude gezegde luidt.

De selectieve ontneming van grondrechten is de essentie van discriminatie. Er is gewoon geen enkele aanvaardbare uitleg mogelijk waarin pogingen om met terugwerkende kracht de Joden te strippen – en alléén de Joden – van hun basisrechten, dat dit ook maar iets anders kan zijn dan antisemitisme.

De tekst loopt hierna verder in het Engels.

Secondly, anti-Zionism is a stance that necessarily fails to treat Jews as political equals. It is the insistence that Jews should return to being permanent minorities, restored to an irreversibly weaker and more vulnerable position vis-à-vis other groups. It is the demand that Jews, and only Jews, should be forcibly subordinated against their will to other majorities, having already been given their freedom.

Anti-Zionism may be accompanied by a caveat that Jews should have full and equal civil rights wherever they live, but this operates against the implicit understanding that the majority will determine the cultural fabric of the state: the flag, the anthem and its dominant values. In denying Israel’s legitimacy, anti-Zionists tell Jews that they wish to treat them as equals, but only on their terms. Jews have rights only as individuals, but not as a collective. For those anti-Zionists who are members of national majorities in their respective states, the claim is that while they may enjoy individual and collective rights, Jews may only entertain the former.

There is no way that this assertion of political supremacy over Jews can fail to constitute anti-Semitism.

Thirdly, and most gravely, anti-Zionism is complacent with exposing Jews to dangers for which the anti-Zionists have no answer. Zionism was first conceived as an answer to the Jewish Question: the controversy around the political status of Jews as an anomalous, transnational, religious-cum-national minority. Zionism is, at its core, the belief that self-determination in Israel is the answer to this Jewish Question and to millennia of persecution. Anti-Zionism not only rejects as irrelevant Jews’ desires for the determination of their own fate, but crucially fails to articulate a better alternative.

Waarheen wilt u dat de Joden dan naar toegaan?

Anti-Zionists are simply not bothered with formulating an answer to the Jewish Question that takes into account the agency, aspirations or basic security of Jews who either live in Israel or depend on it as a safe haven. They implicitly recognise that if Israel were to disappear, Jews would face a problem as Jews, but this is none of their concern. Anti-Zionists may promise that Jews will be safe as minorities in other countries, but Israel exists precisely because Jews learnt that they could never trust these promises. The anti-Zionists’ insensitivity to Jewish existential fears is, ironically, part of the problem that Zionism is meant to address!

Anti-Zionism logically requires that anti-Semitism – an acute problem for vulnerable Jewish minorities – will have to be solved in a context in which Jews are once more vulnerable minorities. If Israel were forced to swallow a one-state solution, it would have an Arab majority either immediately or very shortly after. Those who chant, with venom in their eyes, that from the river to the sea, Palestine must be free, either simply presume that Jews would be safe as Jews in such a state, or they just do not care.

If Israel were to cease to exist, the question of how to protect Jews from anti-Semitism the day after is not the anti-Zionists’ problem. The outburst of late White House correspondent Helen Thomas that Jews should “get the hell out of Palestine” and “go home” to Germany or Poland, is just one such example.

In a post-Israel world, anti-Semitism would continue. Anti-Zionists refuse to elaborate a vision of how this should be combatted, while rejecting point blank the Jewish people’s preferred solution to anti-Semitism: self-determination in Israel. Anti-Zionists are content to throw Jews under a bus, and only then turn their attention to how to stop the bus running them over.

This callous insensitivity to Jews’ concerns for their own basic security as Jews, given the dangers they would face in a post-Israel world as Jews, and the willingness to put Jews in this precarious position, is unambiguously anti-Semitic.
Answering Objections to “Anti-Zionism is Racism”

Anti-Zionism often draws on classical anti-Semitic tropes, but this is mere embellishment for an inherently anti-Semitic agenda. The problem is with the political position more than simply its presentation.

Critics will no doubt say that the equation of anti-Zionism with anti-Semitism is a sinister attempt to silence legitimate political discourse. It should be self-evident, however, that there is no room in civilised debate for singling out Jews for the deprivation of fundamental, internationally recognised rights.

It may be objected that there are many nations without corresponding nation-states, so to deny the Jewish nation a right to its own state is not to single it out: the Kurds, Basques and Tibetans lack their own states too. If the denial of Kurdish statehood is not expressive of anti-Kurdish prejudice, the argument might go, then the denial of the Jewish statehood cannot be anti-Semitic.

This objection, however, overlooks the uniquely retroactive nature of anti-Zionism, which is a demand to revoke certain rights, rather than a refusal to grant them. As indicated in the above distinction between Philosophical and Programmatic varieties of anti-Zionism, the question is not whether it is racist to deny a certain people the right to self-determine as a nation-state. The answer to that is probably ‘no’: international law, at least, does not recognise a right for minorities to secede “because it is their wish… [as this] would be to destroy order and stability within States and inaugurate anarchy in international life”.

Anti-Zionism, however, is not rooted in this reluctance to destabilise the international order, for it represents an explicit challenge to the norm of sovereignty and the present order. Whether the Jewish right to self-determination should have been recognised in 1947 is a different matter from whether this right, once recognised, should be revoked. The fact that the international community refuses to entertain certain further claims to statehood is no defence for those who want to retroactively revoke a right to statehood once exercised.

You forgot to add the word ‘anti’.

Far from Zionism being a form of racism, anti-Zionism is racist to boot. Advocates of the Palestinian cause too often couple a defence of Palestinian rights with a denial of Jewish rights, as if the two are in zero-sum competition: justice for Palestinians must come at the expense of injustice for Jews, but since the Jews never had any legitimate rights to self-determine in the first place, nobody’s rights would be violated by the elimination of Israel anyway. Israel’s detractors are not interested in reconciling Jewish and Palestinian right where they appear to clash, instead treating the latter as a trump card. Zionism is reconcilable with Palestinian statehood: but anti-Zionism, of the kind I describe, is not reconcilable with Jewish statehood.

The tragedy of the situation is that Zionism gets routinely denounced as racist by the very states whose racism against Jews generated this demand for Jewish self-determination in the first place. The irony is that in denouncing this ideal as necessarily racist, rather than merely attacking what has been done in its name, these detractors are engaging in racist discourse themselves.


Antwerpen, donderdag 10 mei 2012. Op de speelplaats van de Satmar Cheider school in de Van Leriusstraat te Antwerpen, verbranden ultra-orthodoxe anti-Zionistische Joden in het publiek een Israëlische vlag [bron].

Is Joods anti-Zionisme eveneens antisemitisch?

This framework raises the curious question of Jewish anti-Zionism: are Jews who oppose the existence of the State of Israel also anti-Semites? Well, yes and no. There is certainly no logical contradiction in the idea of a Jewish anti-Semite: the self-hating Jew is well-rehearsed trope. But whereas non-Jewish anti-Zionists demand that Jews be stripped of their rights, Jewish anti-Zionists seek to decline to exercise rights they already have. Jewish anti-Zionists do indeed want to deprive fellow Jews of their right to self-determine, but the fact that they also wish to surrender their own rights should somewhat blunt allegations that they are singling out other people for discriminatory treatment.

The proposition that anti-Zionism is inherently anti-Semitic does not mean that anti-Zionists necessarily hold classically anti-Semitic beliefs: anti-Zionism is a variant of anti-Semitism, even if it sometimes also manifests itself as a cover for a more traditional variety of anti-Semitism. Many anti-Zionists are probably sincere, therefore, when they deny accusations of anti-Semitism. That is irrelevant, however, because their agenda can be anti-Semitic in deed if not in intent. The bearer of prejudiced views may still be prejudiced even while ignorant of the nature of his offence: one need not be a wife-beater to be a misogynist, if one also believes that a woman’s place is in the home.

Once one accepts that anti-Zionism is inherently anti-Semitic, the world presents itself as a much darker and more sinister place. It means that people to whom we were previously willing to give the benefit of the doubt should now be taken to task. It requires the sober realisation that colleagues whose anti-Israel prejudice we could previously isolate as a merely political difference, are part of a malicious historical trend of treating Jews as politically inferior, whether they know it or not.

There is no reason to tolerate the illusion that challenges to Israel’s existence are only anti-Israel rather than clearly anti-Semitic. It’s time to call a racist spade a racist spade, and to refuse to be beaten with it.

door Eylon Aslan-Levy

Eylon Aslan-Levy is an international debating champion and a student of International Relations at the University of Cambridge. He holds a BA in Philosophy, Politics and Economics from the University of Oxford. He is writing his MPhil thesis on Israel’s foreign policy regarding the exodus of Jews from Arab lands in the 1950s.


Bronnen:

  1. The Times of Israel:
    ♦ Why anti-Zionism is inherently anti-Semitic; door Eylon Aslan-Levy [lezen]