Hoe de Britten tussen 1920-1948 in Palestina kunstmatig Arabische meerderheid trachten te creëren

jewishrefugees11948. Joden worden uit hun heimat verdreven door de Arabische bezetter. Nadat de Joden eerder de Slag om Oost-Jeruzalem hadden verloren volgde spoedig de etnische zuivering en ca. 750.000 Joden in Oost-Jeruzalem, op de West Bank (West-Palestina) en in de landen van de Arabische wereld, werden manu militari verdreven uit hun heimat. Een historisch feit dat door de hele wereld compleet werd genegeerd. In 1950 annexeerde Jordanië (Oost-Palestina) illegaal het hele gebied (Oost-Jeruzalem en de West Bank.) Pas na het einde van de Zesdaagse Oorlog van juni 1967 zullen veel Joden met mondjesmaat kunnen terugkeren naar hun huizen in Jeruzalem waar ze generaties lang hadden gewoond.

hugo3In het volgende stevig onderbouwd artikel van Joseph E. Katz wordt de Britse rol aan de kaak gesteld hoe G-B de massale illegale immigratie van Arabieren promoten naar West-Palestina [=Israël] en tezelfdertijd de Joden met alle macht uit het land weerden en de Britten aldus op kunstmatige wijze tussen 1920 en 1948 een Arabische meerderheid trachten te creëren in Palestina.

Dit compleet in tegenspraak tot de vele akkoorden en beloften die G-B voordien aan het Joodse volk had gemaakt. Slotsom: Antisemitisme en virulente Jodenhaat, woordbreuk, negeren van afspraken en ondertekende akkoorden, permanente misleiding en bedrog, kenmerk(t)en het Britse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten en legden de basis voor het 65 jaar durende Palestijns-Israëlisch conflict.

Voor de velen die niet zo vertrouwd zijn met de achtergrond van de Palestijnse eis van het “Recht op Terugkeer” volgen hier een reeks feiten. De Volkerenbond (de directe voorloper van de Verenigde Naties) riepen het Britse Mandaat voor Palestina in het leven om aan het Joodse volk een woonplaats te geven die in de vroege jaren 1900 geschat werd op een totaal verspreide bevolking van 12 miljoen mensen.[1]

PalestineMap2In “erkenning van de historische band van het Joodse volk met Palestina en op gronden voor het reconstitueren van hun nationaal tehuis in dat land’, werd het land gekozen om een ​​’Joods Nationaal Vaderland’ onder te brengen. Dat land omvatte wat tegenwoordig Israël en Jordanië is (plaatje rechts.)[2]

Het hele gebied van zowel Israël [West-Palestina] en Jordanië [Oost-Palestina] had een relatief stabiele bevolking van ongeveer 600.000 mensen voor de hele duur van het Ottomaanse Rijk (dat ‘Palestina’ bezette van 1517 tot 1917.)[3]

Men dacht toen dat 12.000.000 Joden dit gebied (Oost-en West-Palestina) zouden vullen terwijl ze rekening zouden houden met de gevoelens van de rechten van de 550.000 niet-Joden en 50.000 Joden die er al woonden.[4-5]

Op het einde van de jaren 1880, werden enorme sommen geld geïnvesteerd in het verwerven van land voor nieuwe Joodse nederzettingen langsheen de kust van Israël. Deze nederzettingen waren een uitbreiding van de reeds lang bestaande Joodse gemeenschappen in Jeruzalem, Hebron, Jericho, Tiberias, Safed, en Gaza.[6]

Grote aantallen Syrische, Egyptenaren, Trans-Jordaanse en Iraakse Arabieren migrerende werknemers hadden kampen opgezet rondom de Joodse nederzettingen om te werken in de nieuwe boomgaarden op zoek naar een betere levensstandaard. Op sommige plaatsen (Rishon Letzion bijvoorbeeld) waren er maar liefst 10 Arabische kolonisten op 1 Joodse kolonist.[7-8]

De Britse bezetter publiceerde in 1917 de Verklaring van Balfour en na de val van het Ottomaanse Rijk nam het de verantwoordelijkheid op zich “om Joodse immigratie te faciliteren voor de vestiging van een Joods Nationaal Tehuis” dat onder het toezicht viel van de Raad van het Palestijnse Mandaat.[9]

In 1920 voerde de Britse bezetter quota in voor Joodse immigratie, om de Joodse instroom te bepreken. De Britse bezetter verzocht de Fransen om te STOPPEN met het monitoren van illegale Arabische immigratie langsheen de grens van Libanon en Syrië met West-Palestina (Israël) waardoor vrije immigratie werd gecreëerd van Arabieren naar West-Palestina [Israël].[10] Groot-Brittannië’s eerste Hoge Commissaris voor Palestina, Herbert Samuel meldde: “Er wonen thans [in 1921] in heel Palestina [Israël + Jordanië] bijna 700.000 mensen.” Hij zal ook de correctheid van een “Joodse meerderheid” in Palestina in vraag stellen.

In 1921 informeerde T.E. Lawrence Churchill dat Emir Feisal (Abdullah’s broer en de keuze van Lawrence ‘van Arabië’ om de Arabische opstand te leiden) waren “overeengekomen om af te zien van alle vorderingen van zijn vader op West-Palestina [= Israël], “indien Feisal in ruil Irak en Oost-Palestina [= Jordanië] zou krijgen als Arabische gebieden.[11] In 1922 beperkt Churchill met zijn Witboek [White Paper] de Joodse immigratie naar een “capaciteit om nieuwkomers op te vangen” – absorberende capaciteit.[12]

In 1928 werd Oost-Palestina [Jordanië] gesloten voor Joodse nederzetting en werd het Arabische Legioen de opdracht gegeven om de illegale Arabische immigratie te monitoren vanuit Oost-Palestina [Jordanië] naar West-Palestina [Israël][13]

Vanaf de jaren 1890 tot 1945 vestigden zich ongeveer 500.000 Egyptische, Syrische, Iraakse en Oost-Palestijnse [Jordaanse] Arabieren zich in West-Palestina [Israël], waarover later in 1939 Winston Churchill zal zeggen: “Zover weg van vervolging, hebben de Arabieren massaal het land overrompeld en hun bevolking vermenigvuldigd zodanig dat hun bevolking meer toegenomen is dan zelfs alle Joden in de wereld de Joodse bevolking zouden kunnen doen toenemen.”[14]

In 1929 bevond de Britse Shaw Commissie de Joodse immigratie van 1925-1926 als ‘overdreven’ en beval een beperking van Joodse immigratie aan en de verkoop van grond. Het Passfield Witboek [Passfield White Paper] van 1930 beperkte Joodse immigratie en grondverwerving op basis van ‘absorptiecapaciteit.’ De Grondbewerking Verordening van 1933 verving eerdere wetten, instituten geven gratis land aan de Arabische ‘wettelijk huurders’ van West-Palestina, die Arabische kolonisten of nomadische bedoeïenen zijn die geen “grove verwaarloosde” gebieden hadden van beweiding of incidentele aanwezigheid.[15]

In 1934 gold in regerings instituten regering de praktijk om de verwachte aantallen van illegale Joodse immigranten af te trekken van quota van de Joodse immigratie.[16]. In 1936 publiceerde de Conferentie van Protestantse en Katholieken in Amerika “Het is de stellige overtuiging van Christelijk Amerika dat [de Britse regering] zijn illegale, onrechtvaardige en onverdedigbare verdeling van Palestina weer ongedaan maakt en Trans-Jordanië [Jordanië] herstelt naar zijn vorige staat als onderdeel van het grondgebied van Palestina en de deur opengooit voor Joodse nederzetting.”[17] Ook de Arabische opstanden in 1936 de Arabieren werden met middelen gesteund die door de Nazi’s werden geleverd.[18]

In juli 1937 erkende de Koninklijke Commissie voor Palestina dat de Arabische meerderheid in opbouw was en beval zij een tweede verdeling aan van West-Palestina [=Israël] in twee aparte staten, een Joodse en een Arabische staat. Na de gewelddadige afwijzing door de Arabische leiders van de aanbevelingen in het rapport van de Palestijnse Koninklijke Commissie, streefde de toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Eden, naar een ander plan “dat het gebied niet aan de Joden zou geven uitsluitend voor eigen gebruik.”[19] Er was weinig aandacht voor de inherente ‘rechtvaardigheid’ in de regering in een kunstmatig gecreëerde Arabische meerderheid zoals Eden later schreef aan zijn prive-secretaris: “Als we voorkeuren moeten hebben, laat me dan in je oor mompelen dat ik liever Arabieren heb dan Joden.”[20]

“Ik kan alleen maar hopen en verwachten dat de andere wereld, die zulke diepe sympathie voor deze criminelen [de Joden] heeft, toch minstens genereus genoeg zal zijn om deze sympathie om te zetten in praktische steun. Wij, van onze kant, zijn bereid om al deze criminelen ter beschikking te stellen van deze landen en wil ze voor mijn part zelfs op luxe schepen zetten,”[21] had Adolf Hitler aangeboden om de Joden in 1938 uit Europa te emigreren, als iemand ze al zou willen opnemen.[22]

In 1939 bracht de Britse regering haar Witboek [White Paper] uit dat het nieuwe, uitgesproken pro-Arabische, anti-Mandaat beleid opdrong: beperking van de Joodse immigratie voor een periode van vijf jaar en daarna naar het oordeel van de “Arabieren van Palestina.” In 1939 protesteerde de Permanente Mandaat Commissie van de Volkerenbond tegen het Britse Witboek van augustus. Vier van de zeven leden hadden de bedoeling om het beperkende Witboek neer te halen als een schending van het Mandaat van Palestina. Maar de Tweede Wereldoorlog kwam tussenbeide in de paar dagen vooraleer de Volkerenbond de zaak kon herzien. De bijeenkomst was gepland om plaats te vinden op 8 september; echter Duitsland marcheerde Polen binnen op 1 september en Groot-Brittannië verklaarde op 3 september de oorlog aan Duitsland.[23]

In 1940 verbood Groot-Brittannië de overdracht van de meeste grond in West-Palestina “uitgezonderd aan een Palestijnse Arabier.”[24] Neville Chamberlain, de minister-president van Groot-Brittannië in die meest cruciale periode 1937-1940 van de vormgeving van de Britse politiek, vertelde aan zijn kabinet dat “Als we één kant moeten beledigen, laten we dan eerder de Joden beledigen in plaats van de Arabieren.”[25]

In 1941 verplaatste de Moefti van Jeruzalem (de oom van Arafat[26]) zijn hoofdkwartier naar Berlijn om een nauwere band met de nazi-regering te handhaven.[27] In 1944 zei Henry Morgenthau, de Amerikaanse minister van Financiën onder president Roosevelt, het volgende: “De Britten waren blijkbaar bereid om de waarschijnlijke dood van duizenden Joden op vijandelijk grondgebied te aanvaarden omwille van “de problemen van de verwijdering van een aanzienlijk aantal Joden indien zij gered zouden worden.”[28]

Naarmate de oorlog vorderde nam de Joodse “terughoudendheid” zienderogen af. Terwijl de gedoemde Joden verwoed vochten om in te schepen op boten die heimelijk hun steven richtten op weg naar het Joods Nationaal Thuis, begonnen Palestijnse ambtenaren van aanvullende maatregelen te bedenken om de Joodse vluchtelingen buiten te houden. Joden waren “slechts raciale vluchtelingen,” oordeelde een Britse officier. Het Witboek werd strikt gehandhaafd zonder wijziging, ondanks het nieuws van massale vervolging en slachting van de Joden.[29]

Het Britse Leger importeerde 30.000 buitenlandse Arabische arbeiders om te helpen in de oorlogsinspanning, om te werken en zich uiteindelijk te vestigen in West-Palestina.[30] In 1949 zei Ernest Bevin, toenmalig Britse minister van Buitenlandse Zaken: “De prijs zou te hoog zijn om te betalen voor het in gevaar brengen van de vriendschap voor Israël, door de Arabieren van ons te verreemden, noch de basis in Egypte of de olie in het Midden-Oosten.”[30 e.v.]

return3

Tabel hierboven: Op het einde van de Tweede Wereldoorlog bleek dat zes miljoen Joden werden vermoord.

De situatie op het einde van WOII had kunnen zijn indien toen zoals door de Britten werd beloofd een Joods Nationaal Tehuis was opgericht (figuur links):

  • 12.000.000 Joden die zich vestigden in ‘Palestina’ (wat thans Israël en Jordanië is)
  • samen met ca. 600.000 Arabieren.

Vermits dat niet gebeurde en de Holocaust zijn vernietigend werk deed… kregen de Joden dit (figuur rechts):

  • 6.000.000 Joden vermoord
  • 5.000.000 Joden die buiten Israël leefden
  • 1.200.000 Joden die leefden op 1/3 van het gebied van het oorspronkelijke ‘Joods Nationaal Huis’
  • 1.500.000 Arabieren die in woonden in Jordanië, de West Bank en Gaza (Jordanië vandaag is 60% Palestijns) [32]
  • 600.000 Arabieren vluchtten weg uit de jonge staat [33]

Van de ca. 600.000 Arabieren die wegvluchten uit de jonge staat, verlieten ruim 70 procent van hen het land zonder dat ze één enkele Israëlische soldaat hadden gezien [34,35] omdat ze daarvoor in het gebied niet lang genoeg gewoond hadden, het waren migranten families en velen vluchtten terug naar Oost-Palestina (Jordanië waar ze oorspronkelijk vandaan waren gekomen.

De Arabische Liga verbood elk Arabisch land om deze “vluchtelingen” op te nemen en de Verenigde Naties verklaarden dat om het even welke Arabier die in voor 1948 TWEE JAAR [36] in West-Palestina had gewoond (tussen 1 juni 1946 en 15 mei 1948) “Hij en zijn nakomelingen het recht op terugkeer mochten opeisen.” Volgens cijfers van de UNRWA (de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties speciaal opericht en exclusief voorbehouden aan de Palestijnen) beweren thans ca. 5.000.000 Arabieren, zonder bewijs of document, dat zij afstammelingen zijn van deze oorspronkelijke vluchtelingen en eisen het ‘recht op terugkeer’ op.

door Joseph E. Katz

In een aangepaste vertaling van Brabosh.com, Antwerpen, 6 december 2013.

De auteur Joseph E. Katz is historisch analyst aan het Instituut voor Politieke en Religieuze Geschiedenis van het Midden-Oosten, Brooklyn, New York, VS.


Voetnoten:

1. The Standard Jewish Encyclopedia, (Doubleday & Company, 1959), p. 1754
2. League of Nations, Mandate for Palestine, Preamble, 1922
3. Carl Hermann Voss, Answers on the Palestine Question (Boston: 1949), p. 17.
4. E.C. Blech to Sir Nicholas O’Conor, Jerusalem, 16 November 1907, FO 371/356 No 40321 (No. 62), cited by Farhi, “Documents,” in Ma’oz, Studies, p. 190.
5. Vital, The Origins of Zionism, p. 196.
6. Y. Ben-Zvi, The Land of Israel and Its Settlements During the Turkish Regime, pp. 205-206, cited by David Ben-Gurion, Israel, A Personal History (Tel Aviv, 1971), p. 15.
7. Ketavim, vol. 111, December 18, 1889, p. 66. From letter written by Y. Grazavsky
to Y. Eisenstadt.
8 Simon Schama, Two Rothschilds, p. 156, quoting Emile Meyerson report, La Colonisation Juivre en Palestine, December 13, 1914, p. 4.
9. League of Nations, Mandate for Palestine, Command #1785, Article 6, 1922.
10. Public Record Office, Kew Gardens, Foreign Office, Great Britain 371/20819; see also interview between the officer administering the Government (OAG) and Shertok, October 16, 1937.
11. Letter from Colonial Secretary Winston Churchill from T. E. Lawrence, January 1921
12. Anglo-American Committee, Survey, 1945-1956, vol. I, p. 20
13. Annual report on the Administration for 1936, p. 324.
14. Martin Gilbert, Churchill, vol. 5, p. 1072.
15. Cultivators’ Ordinance of 1933, Drayton, vol. 1, p. 506, cited in Survey, pp. 290-291
16. Report for the year 1934, p. 28; Report for the Year 1.935, p. 13; Report, Department of Migration, 1935, p. 19
17. Conference of Protestant and Catholic Leaders, New York, December 1936, reported in Palestine, January 13, 1937, vol. XII, no. 2.
18. Arab Higher Committee – Its Origins, Personnel and Purposes: The Documentary Record submitted to the United Nations, May 1947 by Nation Associates of New York p. 5; a documentary record of the Mufti’s and other Arab notables’ pro-Nazi activities.
19. Public Record Office, Kew Gardens, Foreign Office, Great Britain 371/20821; Nov. 26, 1937, Eden to Lindsay, British Ambassador to the United States. Cited in Gilbert, Exile, pp. 193-194.
20. Eden to Harvey, 7 September 195 1, BL 56402. Cited in Wasserstein, Britain, p. 34.
21. Speech at Konigsberg, April 1938. Cited in Avriel, Open, p. 21.
22. “Undersecretary of State, Sumner Welles, had devised the idea of an international conference,” believing that the calling of the conference and its related commotion “would in themselves act as an indicator of the American Government’s stand and perhaps influence the Nazis.” Ehud Avriel, Open, pp. 20-2 1; also see Arthur Morse, While Six Million Died (New York: Hart Publishing Co.; 1967), p. 60; also see Joint Hearings before a Subcommittee of the Committee on Immigration, United States Senate, and a Subcommittee of the Committee on Immigration and Naturalization’ House of Representatives, 16th Congress, Ist Session, April 20, 21, and 24, 1939, p. 160ff.
23. Bethell, Palestine Triangle, pp. 69-71.
24. Great Britain, Palestine Land Transfer Regulations, Command Paper 6180, 1940; see Esco-Yale, p. 933 ff.
25. Cabinet Committee Minutes: Cabinet Papers 24/285, April 20, 1939. Cited in Gilbert, Exile, p. 226; also see correspondence to Winston Churchill reporting of British officials who were “strongly anti-Semite” in Bucharest and Prague, despite the “persecution” of Jews there. Cited in Gilbert, Exile, p. 226.
26. The Mufti of Jerusalem, Haj Amin al-Husseini was later the notorious Nazi who mixed Nazi propaganda and Islam. He was wanted for war crimes and the slaughter of Jews in Bosnia by Yugoslavia. His mix of militant propagandizing Islam was an inspriation for both Yasser Arafat and Saddam Husein: He was also a close relative of Yasser Arafat and grandfather of the current Temple Mount Mufti. “Arafat’s actual name was Abd al-Rahman abd al-Bauf Arafat al-Qud al-Husseini. He shortened it to obscure his kinship with the notorious Nazi and ex-Mufti of Jerusalem, Haj Muhammed Amin al-Husseini.” Howard M. Sachar, A HISTORY OF ISRAEL (New York: Knopf, 1976). The Bet Agron International Center in Jerusalem interviewed Arafat’s brother and sister, who described the Mufti as a cousin (family member) with tremendous influence on young Yassir after the Mufti returned from Berlin to Cairo. Yasser Arafat himself keeps his exact lineage and birthplace secret. Saddam Hussein was raised in the house of his uncle Khayrallah Tulfah, who was a leader in the Mufti’s pro-Nazi coup in Iraq in May 1941.
27. Arab Higher Committee, p. 7; Diary of Major General Erwin LaHousen, of German Abwehr, September 3, 1941: “. . . Mufti … is currently in connection with Abwehr II [Sabotage division of Nazi intelligence]”; June 2, 1942: “. . . utilization of the connections with the Grand Mufti for the purpose of Abwehr “… to demonstrate the solidarity of the Axis powers”; July 13, 1942: “I took part in discussion” with the Mufti and Hitler’s representative-“chief of the Abwehr” Canaris concerning “Arabian Freedom Movement … .. The Mufti made an offer … that followers of the … movement led by him, as well as the followers of former Iraq Prime Minister, Kailani [leader of Iraqi revolt against Britain] were to be used for purposes of sabotage and sedition in the Near East in accordance with purposes of the Abwehr Il.” Secret Diary, cited in The Arab Higher Committee. Among many documents included are photocopies of originals and translations of Hitler’s “secret pledges to the Mufti for Revolt against British”; of Italy’s “promise” to the Mufti to “aid in revolt against British”; “of Mufti’s handwritten diary entries recording Hitler’s “words of the Fuehrer on Nov. 21, 1941, Berlin, Friday from 4:30 P.m. till a few minutes after 6.” The following is an extract of the November 1941 meeting between Hitler and the Mufti, with the Mufti quoting Hitler: “. . . It is clear that the Jews have accomplished nothing in Palestine and their claims are lies. All the accomplishments in Palestine are due to the Arabs and not to the Jews. I am resolved to find a solution for the Jewish problem, progressing step by step without cessation.” In reply to the Mufti’s demand for an “Axis declaration to the Arabs,” Hitler assured that, “Only if we win the war will the hour of deliverance also be the hour of fulfillment of Arab aspirations…. If the declaration is issued now, difficulties will arise …. Now I am going to tell you something I would like you to keep secret. First, I will … fight until the complete destruction of the Judeo-Bolshevik rule has been accomplished. Second … we will reach the Southern Caucasus. Third, then I would like to issue a declaration; for then the hour of liberation of the Arabs will have arrived. Germany has no ambitions in this area but cares only to annihilate the power which produces the Jews. Fourth, I am happy that you have escaped and that you are now with the Axis powers … You will be the man to direct the Arab force. … I understand the Arab desire for this (declaration-Ed.) but his Excellency the Mufti must understand that only five years after I became President of the German Government and Fuehrer of the German people, was I able to get such a declaration (the Austrian Union-Ed.) … you can rely on my word. “We were troubled about you. I know your life history … I am happy that you are with us now … to add your strength to the common cause.” The full text of Mufti’s diary entries paraphrasing Hitler are found in Arab Higher Committee
28. Morgenthau to Roosevelt, January 16, 1944, in Michael Mashberg, “Documents,” cited in Wasserstein, Britain, p. 248.
29. Palestine Statement of Policy, Command #6019, The White Paper of May 1939, para. 14.
30. Anglo-American Committee, Survey, vol. 1, p. 212.
31. Cabinet Middle East Policy Note by Secretary of State for Foreign Affairs Ernest Bevin, on Israel: Bevin’s report reviewing meetings with England’s representatives in the Middle East, to Cabinet, August 25, 1949, PRO CAB 129/2 (CP/49 183).
32. Palestinian Central Bureau of Statistics for Palestinians in WB/Gaza. The Jordanian Governenment has never allowed publication of the number of Palestinians in Jordan
33. According to various estimates, the accurate number of Arab refugees who left Israel in 1948 was somewhere between 430,000 and 650,000. An oft-cited study that used official records of the League of Nations’ mandate and Arab census figures determined that there were 539,000 Arab refugees in May 1948.
34. Peter Dodd and Halim Barakat, River Without Bridges.- A Study of the Exodus of the 1967Arab Palestinian Refugees (Beirut: Institute for Palestine Studies, 1969), p. 43; on April 27, 1950, the Arab National Committee of Haifa stated in a memorandum to the Arab States: “The removal of the Arab inhabitants … was voluntary and was carried out at our request … The Arab delegation proudly asked for the evacuation of the Arabs and their removal to the neighboring Arab countries…. We are very glad to state that the Arabs guarded their honour and traditions with pride and greatness.” Cited by J.B. Schechtman, The Arab Refugee Problem (New York: Philosophical Library, 1952), pp. 8-9; also see Al-Zaman, Baghdad journal, April 27, 1950.
35. Near East Arabic Radio, April 3, 1948: “It must not be forgotten that the Arab Higher Committee encouraged the refugees to flee from their homes in Jaffa, Haifa and Jerusalem, and that certain leaders . . . make political capital out of their miserable situation . . .” Cited by Anderson et al., “The Arab Refugee Problem and How It Can Be Solved,” p. 22; for more regarding Arab responsibility, see Sir Alexander Cadogan, Ambassador of Great Britain to the United Nations, speech to the Security Council, S.C., O.R., 287th meeting, April 23, 1948; also see Harry Stebbens, British Port Officer stationed in Haifa, letter in Evening Standard (London), January 10, 1969.
36. Special Report of the Director, UNRWA, 1954-55, UN Document A/2717.

from-timeMet dank aan Zeev voor de hint.

Bronnen:

  1. Eretz Yisroel.org:
    ♦ Britain’s role in bringing in illegal Arabs and keeping out Jews, trying to create an artificial Arab majority in Palestine 1920-1948; door Joseph E. Katz [lezen]
  2. The Muslim Issue Worldwide:
    ♦ (Documentary) 1920 – The year the Arabs discovered Palestine [lezen]
  3. WND – Superstore:
    Boek: “From Time Immemorial: The Origins of the Arab-Jewish Conflict over Palestine” (1984); door Joan Peters [lezen]

Gerelateerd op Brabosh.com:

  • Hoe de Britten tussen 1920-1948 in Palestina kunstmatig Arabische meerderheid trachten te creëren [lezen]
  • Documentaire: 1920 – het jaar dat de Arabieren ‘Palestina’ ontdekten +video [lezen]
  • Arabische projecties ten aanzien van de Joden en de Jodenstaat Israël; door Likoed.nl [lezen]

Een gedachte over “Hoe de Britten tussen 1920-1948 in Palestina kunstmatig Arabische meerderheid trachten te creëren

  1. Het Britse colonialisme en hun eenzijdige pro Arabische bias is verantwoordelijk voor het grootste gedeelte van de problemen in het MO & Israel van vandaag.

    Er is nog niet veel veranderd.

    Like

Reacties zijn gesloten.