Waarom de Palestijnen geen eigen staat willen hebben [David Gutmann]

staat4Ramallah, 27 april 2009. De éénstaatoplossing van Mahmoud Abbas (links) en zijn toponderhandelaar voor de vrede, Saeb Erekat (rechts). Israël werd op deze kaart vervangen door ‘Palestina’. Mahmoud Abbas zei toen tegenover het Palestijnse Parlement van de Jeugd: “Wat ‘Joodse staat’? Wat is een ‘Joodse staat’? Wij noemen het de ‘Staat van Israël’. Jullie mogen die heten zoals jullie willen. Maar ik zal dat niet accepteren. En ik zeg dit in een rechtstreekse uitzending… Het is mijn werk niet om die te bepalen, om een definitie te geven voor die staat en wat die moet inhouden. Jullie mogen jezelf de Zionistische Republiek heten, de Hebreeuwse, de Nationale of de Socialistische [Republiek], noem het zoals je wilt. Het kan me geen barst schelen.” [bron]

President Barack Obama zal binnenkort het hol van de leeuw van de Midden-Oosten politiek betreden met dezelfde overtuiging die al zijn voorgangers heeft geleid naar het idee dat de oplossing van het Arabisch-Israëlische conflict te vinden is in de twee-staten-oplossing, die dan spoedig zou leiden tot de oprichting van een Palestijnse staat.

Infidel=ongelovige/heidene. De grootste frustratie van Islamisten: heidenen die zich niet meer als dhimmies wensen te gedragen...
De Gewapende Jood, de grootste frustratie van moslims en Arabieren

De opgedane wijsheid heeft ons geleerd dat de Palestijnen boven alles een eigen staat willen hebben, maar dat hun vurige wens wordt gefrustreerd door de Israëlische vertragingstactiek, zoals eindeloze discussies over de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, over het Veiligheidshekken, water-rechten en dergelijke meer.

Terwijl de Israëli’s waarschijnlijk geen Palestijnse staat aan hun grenzen willen, een entiteit die gemakkelijk kan gewijzigd worden naar Hamastan II (en nog maar weer een ander platform voor de lancering van raketten), zijn er steeds meer aanwijzingen dat de Palestijnen onderling zelf verdeeld zijn over het vooruitzicht van een eigen zelfstandige staat.

Het eerste bewijsstuk daarvoor is de onbetwiste observatie dat de Palestijnse leiders sinds 1947 – en dat tot op heden – elk voorstel voor de vorming van een eigen staat hebben verworpen of gesaboteerd. In dat jaar hebben de Palestijnen het door de Verenigde Naties voorgestelde verdeelplan [VN-resolutie 181] van het voormalige Britse Mandaat Palestina in een Joodse en een Arabische staat, verworpen op grond van het feit dat zij Palestina niet wilden delen met de ongelovige Joden.

In plaats van hun eigen staat, probeerden ze door middel van een gewapend conflict de Joodse staat in wording uit te roeien. Hun leiders hebben deze grote stap gezet slechts twee jaar na het einde van de Holocaust en de Palestijnen, aangezet door Haj Amin Al-Husseini, de Groot-moeftie van Jeruzalem en een medewerker van Adolf Hitler, hebben getracht de judeocide in Palestina af te maken die Hitler in Europa begonnen was. Maar als je een oorlog begint om politieke redenen van uitroeiing kan je die maar beter winnen want anders zal, net zoals Hitler overkwam of Tojo of zoals de Palestijnen in 1948, u hoogst waarschijnlijk eindigen met een gebombardeerd achterland of – in het geval van de Palestijnse kwestie – als een verslagen gespuis van landloze vluchtelingen.

De Palestijnse leiders hebben niet de voor de hand liggende conclusies getrokken uit wat zij hun “Naqba” – hun catastrofe – noemen. In plaats daarvan, toen hen een volgende keer praktisch een eigen staat werd aangereikt, sloegen ze dat aanbod weer van zich af en verkozen de voortzetting van de oorlog tegen de Joden. Dus toen Clinton en Barak de vastgelopen Oslo-akkoorden van 1994 nieuw leven wilden inblazen, deden zij Arafat een aanbod dat hij niet kon weigeren – 95% van de Westelijke Jordaanoever, de controle over de Tempelberg, grens aanpassingen, enz. – hij weigerde het, terwijl hij Israël een ultimatum voorlegde dat slechts een tot de grond toe verslagen Israël zou kunnen aanvaarden, met name de terugkeer en herhuisvesting van ongeveer vijf miljoen “vluchtelingen” binnen de grenzen van de Joodse staat. Geen diplomatieke pauze om te onderhandelen over deze nieuwe demarche: gewoon “te nemen of te laten,” en Arafat natuurlijk, hij stoof er als vanouds tijdens een “bijna-akkoord” er weer vanonder om de volgende brandhaard – de 2de Intifada – aan te steken die spoedig weer verpletterd zou worden door het IDF.

David en Goliath: wie is wie?
Waarom trekken de Palestijnen hier nooit lessen uit? Waarom stemmen ze niet in met de gift van een eigen staat? Nogmaals, misschien omdat ze eigenlijk geen eigen land willen? Er zijn immers veel gunsten verbonden aan hun huidige status, privileges die ze allemaal zouden verspelen wanneer ze de onafhankelijkheid zouden verwerven en zichzelf zouden moeten leren in stand houden en bedruipen.

Dit is de tijd van het gezegende slachtoffer; en elke persoon of groep die aanspraak kan maken op deze titel verkeert automatisch in een staat van genade. Het is niemand toegestaan om “het slachtoffer te beschuldigen” en aldus kunnen deze ‘ongelukkigen’ eender welke kant op, zelfs de bloedige, zolang ze hun geweld maar kunnen schuiven op hun hoedanigheid als slachtoffer. Velen in de wereld ervan overtuigend – met inbegrip van veel te veel Joden – dat ze de belichaming zijn van de nieuwe Christus en aldus het nieuwste doelwit zijn van Joodse wreedheden in het Heilige Land, hebben de Palestijnen een tijd geleden de rol van slachtoffer ingepalmd en hebben zij sindsdien hard gewerkt om daar het grootste profijt uit te halen.

Zij zijn de lievelingen geworden van de Verenigde Naties en van de Europese elites: op de Westelijke Jordaanoever bruist het van idealistische buitenlandse jongeren die staan te popelen om hun lichamen tussen Palestijns vlees en Israëlische tanks te wringen, alsmede de vele buitenlandse NGO’s die staan te dringen om helende valuta te druppelen over dit met fysieke, psychologische en financiële wonden overdekte lichamen van dit getormenteerde volk. Onmachtig om de Joden militair te verslaan, behalen de Palestijnen de ene morele overwinning na de andere, en deze leiden naar beslissende politieke overwinningen wanneer een verontwaardigde wereld dreigt Israël te sanctioneren en te boycotten.

Maar als zelfstandige staat, zullen de Palestijnen niet langer meer over hun bijzondere uitstraling beschikken als uitverkoren slachtoffers van de wereld, onschuldige landbouwers die lijden onder een zware bezetting. Wanneer de wispelturige wereld haar aandacht keert naar het laatste slachtoffer van de dag, zal er in hun sociale uitkeringen waarschijnlijk fors worden gesneden. Maar ook dan zullen de meer verstandige Palestijnen, die zich nog goed Arafat en zijn roofzuchtige ploeg herinneren, goede redenen vinden om rustig weerstand te bieden aan de onafhankelijkheid.

Zij beseffen dat wanneer zij hun eigen land krijgen, het van buitenaf opgelegde Israëlische bestuur zou vervangen worden door een intern bestuur dat gebaseerd is op onderdrukking van corrupte en/of fanatieke leiders die – via hun oorlogszuchtige facties en Arabische politiek van moord en doodslag – meestal de top van de samenleving hebben bereikt. Tot nu toe hebben we enkel gekeken naar de praktische redenen van de Palestijnen om het hebben van een eigen staat te vermijden. Zij willen hun status van wereldroem niet verliezen noch de middelen die daarmee gepaard gaan, en ze willen ook niet graag dat Hamas hen de sharia-wetgeving zou opdringen, of Arafat’s klonen hen zouden beroven tot ze kreupel en blind zijn. Maar het Palestijnse verzet tegen een soevereine Palestijnse staat heeft ook minder rationele maar even dwingende gronden.

De erfenis van de collectieve schaamte
Veruit de belangrijkste reden is de erfenis van de collectieve schaamte. Met een mogelijke uitzondering van de Japanse, is geen enkele cultuur zo kwetsbaar voor het gevoel van schaamte en vernedering als die van de Arabische wereld. Zelfs in de 21ste eeuw jammeren nog steeds Arabieren dagelijks over de kruistochten die zich bijna duizend jaar geleden afspeelden. Ze voelen nog steeds schaamte over het verlies van het Spaanse Andalusië (“Andaluz” voor de Arabieren), hun laatste Europese bolwerk dat ze moesten evacueren in de 15e eeuw.

Meer recent werden de Palestijnse Arabieren blootgesteld aan de traumatische vernedering door hun nederlaag tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog. Ik herinner me hoe ze die oorlog begonnen met koortsig enthousiasme en het grenzeloze vertrouwen dat hun prachtige islamitische strijders die nietige, laffe Joodse tegenstanders zouden wegvagen van de aardbodem, ervan overtuigd als ze waren dat de Palestijnen het gehele Heilige Land zouden erven.

Maar toen het er echt op aan begon te komen dat er stevig door moest worden geduwd om de Joden in de Middellandse Zee te drijven, was het integendeel de grote meerderheid van de verzamelde Arabische strijdkrachten die, als geslagen honden en met de staart tussen de benen, alle kanten op renden, ver weg van de slecht bewapende Israëlische Hagana.

Zo bijvoorbeeld hadden de lokale Arabieren Sidn’a Ali uitgezuiverd, een tamelijk welvarend dorp op de Sharon Vlakte, voordat ons Palmach contingent nog maar zelfs in de buurt van het dorp was aangekomen. Ze renden weg toen ze geruchten opvingen van onze komst en nog vooraleer onze dun bewapende troepen de kans kregen om een poging te wagen hen te verdrijven. Soortgelijke drama’s speelden zich af in heel Palestina. Een grote Palestijnse en linkse propagandamachine werd ontwikkeld om de waarheid te ontkennen, maar de Naqba hebben de Palestijnen grotendeels zichzelf te verwijten.

De weinig toeschietelijke gastheren in de naburige Arabische landen waren niet zo sympathiek als de linksen in Europa: “Jullie Palestijnse hoeren! Jullie hebben jullie land verkocht aan de Joden en zijn dan weg gerend!” De vluchtelingen, die niet enkel zichzelf ten schande hadden gebracht maar tegelijk ook de hele Arabische natie, werden in het algemeen niet aanvaard als de burgers van de Arabische landen waar zij naar toe waren gevlucht. In plaats daarvan werden ze opgesloten in stinkende kampen, waar velen nog tot op vandaag verblijven, als permanente straf en boetedoening voor de schande die zij over de Arabische natie hadden gebracht door de oorlog te verliezen tegen Joden en heidenen.

De calculus van de Schaamte dicteert dat het Palestijnse stigma van een nederlaag alleen kan ongedaan worden gemaakt door een bloedige overwinning op de Joden die hen [die nederlaag] hebben toegebracht. Evenzo, kan de situatie van de Palestijnen niet in de handen worden gelegd ter beoordeling van een bepaalde goedaardige internationale arbiter of door een royale Israëlische regering. Dit zijn mensen die Hamas hebben verkozen tijdens verkiezingen, die de ‘overwinningen’ vieren van Hezbollah en die in de straat staan te dansen wanneer Israëlische tieners in een pizzeria werden opgeblazen.

De gift van een soevereine staat die niet werd gewonnen door oorlog en strijd, zou de Palestijnse schaamte alleen maar doen toenemen en verergeren. De Israëli’s richtten hun staat op uit het hart van Palestina; om de Palestijnen weer aan het dansen te krijgen moeten hun schaamte worden geëxporteerd om een Israëlische schaamte te worden. De Palestijnse staat moet – in een handeling van bloedige vergelding – worden gescheurd uit het hart van Israël. Tot zolang dat niet een verslagen Israël smeekt om genade of beter nog, tot het totaal is vernietigd, is er geen definitieve vrede mogelijk en kan geen enkele staat waarvan de onafhankelijkheid op een andere wijze werd verworven, acceptabel zijn voor de Palestijnen.

President Obama moet zich dringend realiseren dat zijn droom van een Palestijnse staat alleen kan worden gerealiseerd na een nieuwe hi-tech Holocaust op de Joden. Deze ongelukkige ‘pechvogels’ zouden dan hoogstwaarschijnlijk sterven onder een wolk van raketten afkomstig uit Libanon, Syrië, Iran en Gaza, zelfs wanneer zij Obama’s ernstig bedoeld advies om maar vooral niet “buitenproportioneel te reageren”, in de wind zouden slaan.

door David Gutmann

In een vertaling van Brabosh.com van 23 maart 2010


Bronnen:

  1. Middle East and Terrorism:
    ♦ Why the Palestinians Don’t Want a State – President Barack Obama will soon be entering the lion’s den of Middle East politics with the same conviction that has guided all his predecessors — that the solution to the Arab-Israeli conflict lies in the Two-State Solution, leading to the early establishment of a Palestinian state; door David Gutmann [lezen]

Een gedachte over “Waarom de Palestijnen geen eigen staat willen hebben [David Gutmann]

  1. Europeanen willen een ”Palestijnse staat”, Arabieren niet!

    Als Israel niet had bestaan, dan hadden zij hem uitgevonden!

    Zonder bliksemafleider Israel waren de conflicten in het MO vele male erger als dat ze nu zijn.

    Like

Reacties zijn gesloten.