Waarom het gros van de massamedia niet eerlijk kunnen berichten over Israël [Barry Rubin]

bethemedia

Onderliggende enige andere factor betreffende de attitudes tegenover Israël in het Media-University-Government / MUG (media-universiteit-regering) complex, is het programmatische en ideologische probleem met betrekking tot het eerlijk begrijpen en verklaren van het gedrag van Israël.

Om waarheidsgetrouw te berichten zou het vereist zijn om de volgende twee paragrafen te begrijpen en te communiceren:

♦ De meeste Israëliërs geloven dat, op basis van hun ervaringen tijdens het Oslo tijdperk en met het ‘vredesproces’ in het algemeen in de jaren 1990, dat de Palestijnse leiders geen vrede kunnen en ook niet zullen maken, en dat de meeste Arabieren en moslims nog steeds Israël willen vernietigen. Als gevolg daarvan, leggen ze uit, hebben Israëlische concessies in het verleden de situatie van Israël nog erger gemaakt; risico’s genomen om te laten zien dat Israël vrede wil, hebben nog geen bijstaanders kunnen overtuigen; terugtrekkingen uit grondgebied hebben er enkel toe geleid dat het grondgebied gebruikt wordt om aanvallen op Israël te lanceren.

♦ In het rechtvaardigen van hun houding, noemen de Israëliërs het extremisme van Iran; de opgang van Hamas en Hezbollah; het groeiende radicalisme en de islamistische invloed in de Egyptische revolutie en andere dergelijke factoren. Bovendien, maken ze zich zorgen dat het beleid van de regering Obama het beleid van Israël ondermijnt en het groeiend extremisme in de regio mogelijk maakt. Dit is een heersende visie over het politieke spectrum.

Ik had ervoor kunnen kiezen om extra punten te verdienen, maar dit toont de belangrijkste factoren. Sinds het Israëlische argument zo overtuigend is en ondersteund wordt door de feiten en de waarneembare realiteit, zou het gevaarlijk overtuigend kunnen zijn voor diegenen die deze daadwerkelijk te horen krijgen.

In plaats daarvan moeten de ‘muggers’ van de MUG het volgende benadrukken:

Lees verder “Waarom het gros van de massamedia niet eerlijk kunnen berichten over Israël [Barry Rubin]”

VS betalen de Palestijnen andermaal 75 miljoen dollar om hen in het vredesproces te houden

dollar04President van de PA Mahmoud Abbas:
“Dank u wel onnozele Obama Sinterklaas. Echter, meer is altijd beter.”

De bodemloze financiële put van de corrupte Palestijnse Autoriteit werd in augustus 2013 weer wat opgevuld met een financiële gift van, jawel, 148 miljoen Amerikaanse dollars! Dat was de prijs die de Amerikanen betaalden om de Palestijnen weer aan de onderhandelingstafel te krijgen. Toch één ‘positieve’ kant van de zaak: dankzij dat Amerikaans smeergeld kreeg Israël opnieuw het recht om rechtstreeks met de Palestijnen te spreken. En blij dat die waren met dat ‘recht’…

hugo3De laatste keer dat de Palestijnen zich verwaardigden om met de Israëliërs in dezelfde kamer plaats te nemen, dateerde reeds van september 2010. Israël had daaraan voorafgaande als gebaar van goede (vredes)wil, eenzijdig een bouwstop in de “nederzettingen” gehandhaafd, maar in de verste verte was geen Abbas te zien. Toen de Amerikanen uiteindelijk dreigden om de geldkraan naar de Palestijnse Autoriteit (tijdelijk) dicht te draaien werd Mahmoud Abbas meteen klaarwakker en daagde tegen het einde van die bouwstop eindelijk weer op in Washington. Enfin, het hielp, héél even toch.

De Palestijnen hebben daar achteraf drie jaar lang spijt van gehad dat ze toen zo onnozel waren geweest om met die vermaledijde Zionisten weer aan tafel te schuiven. Want met onderhandelen en compromissen aangaan krijgen de Arabieren Israël natuurlijk nooit op de knieën. Vooral dan als je decennialang gewend bent om enkel via terreur en geweld je gelijk af te dwingen […].

Echter, na drie maanden in het geheim onderhandelen, lijkt het vredesproces andermaal in een doodlopend straatje te belanden. Dus, tasten de Amerikanen vandaag opnieuw in hun geldbeugel en belonen betalen de Palestijnen andermaal 75 miljoen dollar om hen in het vredesproces te houden. Maar of de Amerikanen gelijk zullen krijgen dat vrede tussen de Palestijnen en Israël met harde valuta kan worden afgekocht, daar gelooft niemand in behalve dan… de pro-Palestijnse president Barack Obama en zijn geldkoerier John Kerry.

Temidden aanhoudende geruchten dat de vredesbesprekingen op het punt staan om in elkaar te stuiken, heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry aangekondigd dat de Verenigde Staten een financieel extraatje ter waarde van 75.000.000 dollars aan hulp aan de Palestijnen zullen geven.

Deze financiële gift zou bedoeld zijn om de Palestijnse Autoriteit te helpen meer banen te creëren voor de Palestijnen en voor het verbeteren van het wegennet, scholen en andere infrastructuur. Amerikaanse regeringsfunctionarissen zeiden dat de toegezegde steun bedoeld is om de Palestijnse publieke steun voor de haperende vredesbesprekingen te stimuleren.

Lees verder “VS betalen de Palestijnen andermaal 75 miljoen dollar om hen in het vredesproces te houden”

Tien basis punten die de wettelijke rechten samenvatten van Israël in Judea en Samaria

In tegenstelling tot de verklaringen van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, heeft Israël wel degelijk het internationaal recht aan zijn kant wat betreft de betwiste gebieden in Judea en Samaria, ook bekend als de West Bank of de Westelijke Jordaanoever. De volgende tien basis punten, zoals die werden gepubliceerd op de blog van ambassadeur Alan Baker, sommen de legale wettelijke rechten op van Israël op de Westbank gebieden.

Ambassadeur Alan Baker, een toonaangevend internationaal deskundige inzake rechten, diende als Legal Counsel en plaatsvervangend directeur-generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Israël. Hij was ambassadeur voor Israël aan Canada en is momenteel de directeur van het Instituut voor Hedendaagse Kwesties in het Jerusalem Center for Public Affairs (JCPA) en het hoofd van de internationale actieve afdeling van het Legal Forum for Israel.

Ten Basic points summarizing Israel’s rights in Judea and Samaria

door Ambassadeur Alan Baker

1. Totdat Israël de controle nam over het gebied in 1967, werden de Regels voor Oorlogsvoering van Den Haag uit 1907 en de Vierde Conventie van Genève (1949) niet als van toepassing beschouwd op het gebied op de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria), aangezien het Koninkrijk Jordanië, voorafgaand aan 1967, nooit de voorafgaande juridische soeverein was en het in ieder geval sindsdien (31 juli 1988) verzaakt heeft aan elke vordering tot soevereine rechten ten opzichte van het grondgebied.

Lees verder “Tien basis punten die de wettelijke rechten samenvatten van Israël in Judea en Samaria”